Header achtergrond
Header achtergrond

Per 1 mei afgeschafte VAR wordt nu al node gemist

02-05-2016

Sinds 1 mei is een opdrachtgever van ZZP’ers en andere ondernemers weer volledig aansprakelijk voor de afdracht van loonbelasting en premies voor werknemersverzekeringen. De VAR is afgeschaft en de DBA is ervoor in de plaats gekomen. De VAR is indertijd ingevoerd om de bureaucratische belemmeringen voor kleine zelfstandigen weg te nemen en te voorkomen dat opdrachtgevers (volledige) betaling van facturen uitstelde, omdat ze zekerheid wilde hebben dat de Belastingdienst en UWV niet achteraf alsnog (na)heffingen zouden opleggen. In sommige gevallen werd tot 60% ingehouden, terwijl tenminste 30% het meeste voorkwam. Inmiddels zijn kleine ondernemers terug bij af, er dreigt weer onvolledige betaling of moeten zij minimaal 30% betalen aan tussenpersonen, zoals pay-roll bedrijven. De fiscale regelgeving belemmert start-ups en creatieve bedrijven, ook vaklui met een eigen bedrijf hebben er nu al veel last van. De hoop, dat het de facto belemmeren van ZZP arbeid cao-vaste dienstverbanden in ere zal herstellen, lijkt de bovenhand te voeren. Het beeld ontstaat dat, na het voor ondernemers mislukte nieuwe arbeidsrecht, wederom stappen terug zijn gezet waar stappen vooruit nodig zijn om werkgelegenheid te behouden. Staatssecretaris Wiebes komt nu met een adviescommissie om de problemen te adresseren, het zal niet gaan meevallen naar ons idee.

Het is niet, dat hij niet probeert de scherpe kantjes en de schadelijke gevolgen van het afschaffen van de VAR te verminderen. Wiebes ziet kennelijk ook wel, dat het aannemen van werkenden in vaste dienstverbanden niet gebeurt. Als nu ook ZZP werk wordt belemmerd en onder dreiging komt van boetes en ander ongerief, dan zal dat vooral bij vaklui in de bouw en de industrie en in de creatieve en IT sector negatieve gevolgen hebben. Je kunt start-ups en innovatie stimuleren wat je wilt, maar relatief hoge vaste lonen, CAO's en 2 jaar moeten doorbetalen bij ziekte en bijkomende werkgeverslasten gaat niet werken in deze sector. Buitenlandse start ups en innovators zitten met dit soort verplichtingen al snel in Finland, Oost Europa of de VS. Dat bleek deze week al toen Spotify aankondigde de Europese bureaucratie te gaan ontlopen door naar de VS te verkassen. Als de buitenlanders Nederland links zullen laten liggen, zullen de Nederlanders niet achterblijven, dus tel uit je winst.

In een poging wat meer ruimte te creëren en de onvrede weg te nemen, had Wiebes al bij de wetsbehandeling in de Eerste Kamer toegezegd dat de Belastingdienst vooraf modelovereenkomsten zou publiceren en desgevraagd binnen zes weken een oordeel zou geven over de aanwezigheid van een dienstbetrekking. Bovendien kon iedereen een specifieke overeenkomst voorleggen, die zou dan binnen zes weken tot een standpunt van de Belastingdienst leiden. Ook gaf hij te kennen dat échte ZZP professionals niet als werknemer aangemerkt zouden worden, het ging om misbruik en schijnconstructies aan de onderkant te bestrijden.

Materie-deskundigen constateerden tijdens de behandeling in de Eerste Kamer al, dat de toezegging van Wiebes onuitvoerbaar was voor de Belastingdienst en inderdaad, de door hem voorgestelde aanpak levert fikse problemen op in de uitvoering. Want zoals verwacht, komt de Belastingdienst er niet uit, althans niet uit de visie die de Staatssecretaris heeft geuit. De Belastingdienst heeft een andere, heel wat strengere, beoordeling voor ogen en dat begint nu in brede kring bekend te worden. Niet alleen de onderkant wordt bestreden, alle ZZP’ers en hun opdrachtgevers hebben flink last van de afschaffing van de VAR.

De Staatssecretaris heeft nu te elfder ure een commissie ingesteld om te beoordelen of de voorlichting van de Belastingdienst wel adequaat is en gevraagd om advies. Dat advies zal naar ons idee niet meevallen als de huidige regelgeving blijft zoals hij is. Kern van de problemen is ketenaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor de opdrachtgever ook als die weinig te verwijten valt. Als Wiebes dat in tact laat, kan en is er geen oplossing denkbaar. De VAR was en is noodzakelijk, de DBA is onuitvoerbaar.

Wij geven Staatssecretaris Erik Wiebes en de commissie dan ook maar alvast een voorzet en geven het volgende in overweging. De VAR afschaffing en invoering van de DBA leidt tot onduidelijkheid en risico’s op naheffing en boetes met een hoop gezeur en zelfs vervolgingsrisico, daar zit geen ondernemer en ZZP’er op te wachten. Het stagneert en belemmert het (M)KB en lost het probleem van verdringing op de arbeidsmarkt niet op. Wat dan wel de werkgelegenheid duurzaam zal verbeteren, is moeilijk aan te geven, maar een begin kan zijn, dat je regelt dat vraag en aanbod van en naar de diensten van vaklui, IT'ers, creatievelingen, innovators, interim managers, consultants en wat dies meer zij en de professionals op elkaar kunnen worden aangesloten. Laat hen zelf de keuze maken om al of niet in dienstbetrekking te werken, als zij geen cao, verplichte verzekeringen en werknemerschap willen, dring dat dan niet op. Afdracht van belastingen regel je met voorlopige aanslagen IB en een beter toezicht op BTW aangifte en afdracht.

Als je vervolgens vindt dat aan de onderkant van de arbeidsmarkt kwetsbare werknemers moeten worden beschermd, doe dat dan en kijk vanuit die bril eens naar het arbeidsrecht en de oude VAR regeling in combinatie met de huidige (niet gewijzigde) Wet op de Loonbelasting.

En wat blijkt dan, met de VAR en de bestaande regelgeving kunnen schijnconstructies uitbuiting en misbruik prima worden bestreden, ook bij misbruik van een VAR was een opdrachtgever immers aansprakelijk. Geef de Belastingdienst behoorlijke en uitvoerbare opdrachten in plaats van hen op te zadelen met een opdracht om modelovereenkomsten op te stellen, waar ze niet toe in staat zijn. Er zijn 900.000 ZZP'ers en 350.000 (M)KB ondernemers, die meerdere verschillende opdrachten per jaar uitvoeren, er was een tijd dat politici en overheid die werkgelegenheid een warm hart toedroegen en stimuleerden in plaats van tegenwerkte. Dat is nog niet eens zo lang geleden…

Laatste nieuws

  • Vennoot of erfgenaam failliet, wat als er schulden zijn aan overige vennoten of erfgenamen? Door Wijnkamp Keulers op 10-07-2020

    Schulden van een failliet op een gemeenschap, bijvoorbeeld maatschap, firma of erfenis, kunnen worden verrekend met een vordering van de failliet, die ontstaat door verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. Dat is vooral van belang bij een maatschap of firma, die zelf niet failliet is, maar een van de vennoten wel. Vooral als een vennoot voorafgaand aan diens faillissement gelden heeft onttrokken, vloeit uit de Faillissementswet voort dat de overige vennoten kunnen eisen dat de schulden in mindering komen op het aandeel van de failliet. Op deze wijze hebben (ex)-vennoten voorrang op andere schuldeisers, zelfs voorrang op belastingschulden van de failliet.

    Afwikkeling van een maatschap en een erfenis is al ingewikkeld genoeg. Helemaal als een van de rechthebbenden op een aandeel in het vermogen failliet is. Nogal eens nemen curatoren het standpunt in, dat het aandeel van de failliet in de boedel valt en de schulden van de failliet aan de maatschap of de erfenis bij de concurrent crediteuren komt. Omdat boedelkosten en de Belastingdienst voorgaan, is er dan weinig kans dat die schulden worden betaald. Echter, als de deelgenoten een beroep doen op artikel 56 Fw en eisen dat de schulden in aftrek komen op het aandeel in de gemeenschap, dan ziet het er vaak een stuk beter uit. De schuld heeft dan voorrang op boedelkosten en de fiscus. De failliet zelf (curator) kan geen beroep doen op artikel 56 Fw (Faillissementswet).

    Soms is het mogelijk om in combinatie met het zoveel mogelijk beperken van het aandeel van de failliet een akkoord te bereiken met crediteuren, waaronder de Belastingdienst. Belastingschulden blijken soms ten onrechte (ambtshalve) te zijn vastgesteld. Het feit dat er vaak geen bezwaar of beroep open staat, hoeft niet te betekenen dat er niets meer mogelijk is. Vooral als het er naar uitziet dat de failliete boedel te klein is om de Belastingdienst te kunnen betalen, dan kan er met de Ontvanger worden onderhandeld. Soms kunnen zelfs derden (dus de andere vennoten) aanbieden om een deel van die schuld te betalen.

    De deelgenoten kunnen de aantasting van hun vermogen door een failliete mede-erfgenaam of vennoot beperken door schuldverrekening. Schulden van een failliet komen vaak voort uit onttrekkingen, zoals opnamen van geld van de bank voor zijn eigen schulden. Door schuldverrekening wordt het vermogen in de failliete boedel kleiner, dus minder verhaal voor de crediteuren. Als de deelgenoten dan ook nog een rol spelen in de overname van schulden tegen gedeeltelijke betaling, is er soms zelfs redding van het bedrijf van de maatschap of firma mogelijk. Des te minder de schuldeisers van de failliet (na een akkoord) betaald krijgen, des te meer blijft er beschikbaar voor de overige vennoten en zelfs voor de failliet, dat is het idee.

    Faillissement van een mede-erfgenaam of medevennoot betekent altijd werk aan de winkel voor de andere, niet-failliete, vennoten of erfgenamen. Laat dat niet over aan de accountant van de maatschap of aan de boedelnotaris van de nalatenschap, zij zijn ten opzichte van een curator meestal niet sterk genoeg. Onderscheid de positie van de failliet nadrukkelijk van uw eigen positie, een failliet heeft zelf geen regie, die ligt bij de curator. Het gezamenlijk optrekken tezamen met de failliet, al dan niet met of tegen de curator, pakt meestal niet goed uit. De curator heeft tot taak het vermogen uit te winnen om de schuldeisers te betalen, dat belang strookt meestal niet met dat van de vennoten en de erven, of de failliet nu van goede wil is of niet.

    Schakel eigen adviseurs in, die ook fiscaal voldoende onderlegd zijn en houd enige (financiële) afstand tot de curator, overleg vanuit een sterke positie, dat levert vaak het meeste op.

    Lees verder
  • Box 3 heffingen, verzet houdt aan Door Wijnkamp Keulers op 26-06-2020

    Het is zuur om te zien dat als er geen rente of dividend wordt uitgekeerd, er toch inkomen wordt belast in box 3. Nog zuurder wordt het als in aanmerking wordt genomen dat sprake is van ongelijke behandeling van vermogensbestanddelen. Veel vermogen wordt helemaal niet belast of anders belast. Zo tellen eigen woningen en hypotheekschulden in box 3 niet mee, die vallen in box 1. Niet de waarde van de woning onder aftrek van de hypotheekschuld wordt belast, maar de betaalde rente is aftrekbaar en levert meestal negatief inkomen op. Dat leidt dan tot aftrek van een relatief hoog belast salaris. De aangroei naar overwaarde van het huis blijft onbelast, dat is eigenlijk raar … en er is meer dat opvalt.

    Box 3, er is meer vermogen dat niet wordt belast

    Ander belangrijk vermogen buiten box 3 is het bedrag aan opgespaarde lijfrente en pensioenaanspraken en vermogen in BV's. Om een idee te geven, de waarde van eigen woningen is ca 1.334 mld, de hypotheekschulden bedragen 726 mld. In aandelen bij DGA's zit ongeveer 400 mld, ondernemingsvermogen is ongeveer 70 mld. Box 3 vastgoed, waaronder verhuurde woningen, is ongeveer 173 mld. Spaargeld ca 305 mld, 133 mld effecten en 121 mld schulden. Pensioenaanspraken bedragen echter 1.338 mld. Box 3 belast dus lang niet al het vermogen, vooral eigen woning en pensioenaanspraken verstoren het beeld.

    Burger denkt er ander over

    Velen vinden dat bij het ontbreken van een behoorlijk pensioen het onredelijk is, dat zij wel box 3 belasting betalen die hun vermogen uitholt, terwijl pensioenvermogenden met een eigen woning en hypotheek de dans ontspringen. Ook huurders zijn beter af omdat zij geen functieloze, door woningtekorten aangejaagde, overwaarde hebben en huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen claimen.
    Met een beroep op het EHRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) en wel artikel 1 van het Eerste Protocol proberen belastingplichtigen de rechter zover te krijgen dat de uitvoering van de belastingwetgeving, die in feite niet genoten inkomen belast, een inbreuk is op eigendomsrechten. De rechter gaat daar niet zonder meer in mee. Alleen als sprake is van een buitensporige last, die bovendien zich individueel sterker doet voelen, geeft het verdrag bescherming. Dit alles aan de hand van de specifieke omstandigheden.

    Geen buitensporige last eigen woning t.o.v. huurder

    De rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs dat bij een 94-jarige huiseigenaar, die claimde dat de IB meer dan vier keer het werkelijk behaalde rendement bedroeg, er geen sprake was van een voor hem buitensporige last. Hij had weliswaar geen recht op huur- en zorgtoeslag, maar hij kon naar een goedkoper huis verhuizen of zijn huis opeten, daar kwam het rechterlijk oordeel zo'n beetje op neer.

    Toch nog wel kansen

    Het in standhouden van vermogen en het moeten opbouwen van extra vermogen door extreem lage rente, sterftekansen, AOW-bezuinigingen en inflatie zou bij ontbreken van behoorlijk pensioen nog wel eens kans kunnen geven op een buitensporige last. Wel goed feitelijk onderbouwen, want het is eerder wind tegen dan wind mee in de rechtszaal.

    Lees verder
  • Prijsgeven van pensioen of ODV in verband met Corona verliezen, Belastingdienst doet moeilijk Door Wijnkamp Keulers op 02-06-2020

    We keren weer langzaam terug naar normaal, ook in het nieuwe normaal veranderen sommige dingen niet. Voor DGA's, die als gevolg van verliezen of waardedalingen van beleggingen in hun BV, afstand doen van pensioenrechten, is de fiscus als vanouds streng en hebberig.

    Begin januari 2020 is er een herzien besluit van het CAP (Centraal Aanspreekpunt Penisoenen) genomen. Dit gaat onder meer over de gevolgen van het prijsgeven van rechten in eigen BV op pensioen- en lijfrente-uitkeringen.

    Een enkele, zelfs zeer forse, daling van aandelen of een beleggingsverzekering kan nimmer aanleiding vormen voor het belastingvrij kunnen prijsgeven van een ODV of rechten op pensioen of lijfrente-uitkeringen. Een DGA, die afstand doet van rechten omdat zijn BV het niet meer kan betalen, kan dus een forse belastingclaim tegemoet zien.

    Dit standpunt van de Belastingdienst is inmiddels onhoudbaar geworden als door Corona de BV in de problemen komt door verliezen op ondernemingsactiviteiten en beleggingsverliezen. Er is wel enige ruimte. In 2013 is bij het destijds ingevoerde artikel 19b lid 8 wet LB in een besluit aangegeven, dat afstempelen op ingangsdatum toen, mogelijk was bij onderdekking door reële ondernemings- of beleggingsverliezen.

    Oppassen blijft geboden, bij rekening-courant verhoudingen, die feitelijk een afkoop inhouden of leningen waarop niet wordt afgelost en alleen maar rente wordt bijgeschreven, moet worden gevreesd voor (na)heffingen Loonbelasting en IB aanslagen met revisierente. De Belastingdienst heeft niet veel met het "nieuwe normaal" op dit dossier, dat gaat niet veel beter worden als de rekening van de overheidssteun betaald moet gaan worden, zo vrezen wij.

    Lees verder
  • Let op uw verrekenbaar verlies, als 2020 niet uw beste jaar zal zijn, haal winst naar voren! Door Wijnkamp Keulers op 28-05-2020

    Uitstel van belastingheffing is de eerste besparing, tenminste in het "oude normaal". In het "nieuwe normaal" kan dat wel eens anders uitpakken. Het lastige jaar 2020 kan wel eens tot verlies of minder winst leiden met alle gevolgen voor het kunnen verrekenen van verlies uit het verleden. Voor zowel een BV als een natuurlijk persoon met verliezen uit 2010, die nog niet zijn verrekend, is winst (of ander box 1 inkomen) over 2020 het laatste jaar waarmee kan worden gecompenseerd. Is er onvoldoende winst, dan moet worden bekeken of er extra boekwinst kan worden gerealiseerd ten laste van het fiscaal compensabel verlies. Dat geldt ook voor verlies uit onderneming uit normale bedrijfsactiviteiten, wellicht dat verstandig is wat (boek)winst naar voren te halen om toekomstige belastingclaims te vermijden.

    Winst naar voren halen, kan niet zomaar. Als incidenteel fiscaal voordeel het overwegend motief is, kan de fiscus met succes dwarsliggen. Ook het doorbreken van balanscontinuïteit en bestendige gedragslijnen kan roet in het eten gooien. Voor maatschappen en firma's is het eenvoudiger. Meer inbrengen of juist onttrekken of wijzigen van de winstaandelen kan al het gewenste effect hebben. Bij (de facto) herwaarderen van onroerende zaken moet worden opgepast dat niet 6% overdrachtsbelasting over de gehele waarde van de onroerende zaak of aandelen in een onroerende zaak-BV verschuldigd wordt. Het loont de moeite om lopende dit jaar te kijken of u maatregelen moet nemen. Verliesverdamping is zonde ... als het kan worden vermeden, scheelt dat behoorlijk.

    Lees verder
  • Let op …, vooral nu … bij lenen van uw BV of andere acties, die erop lijken Door Wijnkamp Keulers op 15-05-2020

    Op 19 december 2019 besliste de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een lening aan een DGA in feite afkoop van zijn pensioen was. De lening zou door de BV aan een derde nooit zijn verstrekt (op die voorwaarden), dat was voor de rechtbank voldoende aanleiding om tot dit oordeel te komen.

    Er zijn meer gevallen bekend. Op 13 februari 2020 constateerde Hof Arnhem-Leeuwarden dat kwijtschelding van een lening aan een DGA, die deze lening voor zijn eenmanszaak had aangewend, eigenlijk een afkoop van zijn lijfrente-stamrecht was geweest bij aangaan van de lening. Vrijval belast bij de BV als winst, bij de DGA als inkomen belast tegen het hoogste tarief met daarbij verhoging met revisierente. Het zure was dat jaren nadien, toen de BV de lijfrente-uitkeringen niet meer kon betalen met de fiscus daarover contact was opgenomen. Daardoor kwam de fiscus de zaak op het spoor en uit het boekenonderzoek dat volgde bleek dat jaren daarvoor de verstrekte lening onzakelijk was en het stamrecht de facto afgekocht was.

    Als je dit soort acties uithaalt en de aangiften over het betreffende jaar van aangaan blijken achteraf onjuist te zijn, dan kun je ook nog eens een boete en rente tegemoet zien.

    Pas dus op met (oude) BV's, waarin pensioenverplichtingen en stamrechten zitten. Haal er niet te veel uit. Wij komen veel ellende tegen in gevallen, dat de BV als een soort spaarpot is gebruikt en het geld eruit is gehaald. Er is ons een geval bekend, waarbij de fiscale voorziening volgens de inspecteur een kwart was van de feitelijke (commerciële) verplichting. Een bedrag vier keer zo groot als het bedrag van de pensioenvoorziening werd tot het inkomen van de DGA gerekend, belast tegen het hoogste tarief en met 20% extra revisie-rente.

    Helemaal zuur als het allemaal boven tafel komt na overlijden van vader, de erfgenamen kunnen flink in de problemen raken. Wees dit voor… wees voorzichtig!

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook