Header achtergrond
Header achtergrond

Organisatie

Onze diensten:

De dienstverlening omvat fiscale- en juridische dienstverlening. Tax-planning op het gebied van inkomstenbelasting vennootschapsbelasting, successierecht, btw en overdrachtsbelasting is een belangrijk onderdeel. Verder wordt deze dienstverlening geïntegreerd met adviezen op juridisch en financieel gebied. Waar nodig kunnen zowel op gebied van belastingrecht en bestuursrecht alle juridische procedures gevoerd worden tot in hoogste instantie.

Onze vestigingen:

Wijnkamp & Keulers is een zelfstandig belastingadvies- en advocatenkantoor. Niettemin is er een eigen relatienetwerk van betrouwbare partners, waaronder administratiekantoren, accountantskantoren, advocaten, waarvoor diensten worden verleend op ondersteunend gebied en van wie diensten worden ingekocht. Ook in België, in Zwitserland en in Oostenrijk zijn er eigen betrouwbare partners.

In Zoetermeer wordt gewerkt met universitair geschoolde adviseurs, twee hebben zowel een civiel- annex bedrijfsjuridische opleiding als een fiscale opleiding. Een dubbele academische vorming met bijbehorende dubbele mr titel. De senior-medewerkers zijn lid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs.

Kijk op dienstverlening:

Persoonlijke totaal-begeleiding is misschien niet uniek, maar de wijze waarop wij het doen wel. De zeer ervaren adviseurs zijn elk relatie-manager voor een persoonlijk met hen verbonden groep klanten. Naast en met het contact dat zij hebben met u, wordt gewerkt in een team-verband waarbij door de kleine omvang van de organisatie en aandacht voor zeer korte communicatie-lijnen zeer efficiënt kan worden gewerkt. De ervaring en specialisaties van de adviseurs zorgen naast een zeer uitgebreide en brede fiscaal-juridische kennis en ervaring voor unieke kwaliteit. De kwaliteit van het dienstenpakket kan elke toets moeiteloos aan, ook die van gereputeerde en gerespecteerde world-wide opererende accountants- en belastingadviesbureaus. Er wordt veel aandacht besteed aan kwaliteitshandhaving en -verbetering, onder meer door een uitgebreid en permanent bijscholingsprogramma. Naast de (verplichte) bijscholing door de beroepsorganisatie worden er veelvuldig post-academische cursussen gevolgd. De adviseurs van Wijnkamp & Keulers publiceren zelf trouwens ook regelmatig en geven zelf (post-academische) cursussen. Niet alleen de juristen en fiscalisten maar ook de overige medewerkers hebben al meer dan 20 jaar ervaring opgedaan bij een aantal grote accountants- en belastingadvieskantoren. Zij maken een gewaardeerd en geïntegreerd onderdeel uit van het team.

Onze klanten:

Wijnkamp & Keulers groeit zeer hard. Waar collega's via overnames omzet moeten kopen om te groeien, kennen wij uitsluitend autonome groei. En zo zal het ook moeten blijven. Wij richten ons op ondernemers in het klein- en middenbedrijf. Wij zijn ons bewust van de verwevenheid van de privé en zakelijke aspecten die bij ondernemen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De familie speelt een rol, niet in de laatste plaats om de belastingdruk te verlagen. Uit eigen ervaring, ook wij zijn immers ondernemer in het kleinbedrijf, denken we met u mee op een wijze die nauw aansluit bij uw beleving en interesse. Daarbij integreren we juridische, fiscale en bedrijfseconomische aspecten zodat u niet een uitsluitend fiscale oplossing voor uw problematiek krijgt, maar een verfrissende, effectieve, overzichtelijke en financieel aantrekkelijke totaal-oplossing. Geen specialisten dus die, mijlenver en hoogverheven boven u, totaal onbegrijpelijke paden bewandelen en elkaar aan het werk houden, maar een heldere en kostenbewuste kwalitatief hoogstaande aanpak.

Wij hebben klanten die variëren van particulieren met een eenvoudige aangifte inkomstenbelasting tot multi-nationaal opererende ondernemingen, landbouwers, tuinders, artsen, fysiotherapeuten, architecten, een verzekeringsmaatschappij, diverse bouwbedrijven, projectontwikkelaars, management consultants, accountantsbureaus en administratiekantoren, advocaten, campings en recreatie-centra, verenigingen en belangenorganisaties en uiteraard middenstanders in talloze branches. Inmiddels hebben we zo'n driehonderd klanten en we kunnen wekelijks gemiddeld drie nieuwe klanten verwelkomen.

Onze visie op belastingen:

Ieder zijn deel maar niet teveel. De wet bepaalt welke belasting er geheven kan worden. Heffing moet op de wet zijn gebaseerd. Wij zullen al het mogelijke doen om uw belastingdruk uiteindelijk zo laag mogelijk te doen zijn. Binnen geoorloofde kaders uiteraard maar dat spreekt voor zich. De legale weg levert u, en dus ons ook, uiteindelijk veel meer voordeel op. Wij hebben respect voor de Belastingdienst en we vinden dat zij dat voor ons ook moeten hebben. Dat is in verreweg de meeste gevallen ook zo. Blijkt dat echter niet het geval te zijn, en neemt een inspecteur een onterecht standpunt in, dan moet duidelijk zijn dat wij niet zullen aarzelen om de rechter in te schakelen. Dat zal overigens nooit gebeuren zonder uw toestemming, want uw belang staat uiteraard voorop. Als het niet te vermijden is, gaan we voor u tot aan de Hoge Raad. Wij hebben er de kennis voor en de ervaring in. Vaak is die kennis en ervaring al genoeg voor de Belastingdienst om het niet zo ver te laten komen. Het wettelijke stelsel verandert voortdurend en razendsnel. Internet en de elektronische gegevens opslag- en raadpleging zijn niet meer weg te denken in ons vak. Wij volgen de wetgeving en de totstandkoming op de voet en lichten onze klanten en relaties actief voor. Waar mogelijk wordt geanticipeerd op komende wetgeving in onze advisering. Onze fiscale planning heeft onze klanten zeer veel voordeel opgeleverd een becijfering daarvan is nauwelijks te geven maar loopt in de honderden miljoenen euro's. Overigens is "voordeel" een relatief begrip, onze klanten betalen niet te weinig belasting, velen die niet klant bij ons zijn, betalen gewoon teveel belasting.

Onze tarieven:

U zult aangenaam verrast zijn. Onze tarieven zijn beduidend lager dan wat u gewend bent. Wij zijn van mening dat de efficiency in onze dienstverlening tot uitdrukking moet komen in wat u betaalt. Gebruikelijke tarieven van € 275,-- per uur of meer zult u bij ons dan ook niet zien. Bovendien brengen wij u uitsluitend de directe uren in rekening. Door onze zeer lage overhead betaalt u dus alleen de uren die wij voor u hebben gemaakt. In veel gevallen zijn vaste offertes mogelijk. U weet dus in de meeste gevallen exact waar u aan toe bent.

Informatie:

We schrijven ook regelmatig in allerlei bladen over onze advisering en kijk op besparing van belasting. Ook hebben we een tweetal periodiek verschijnende nieuwsbrieven. Verder kunt u altijd geheel vrijblijvend per telefoon vragen stellen of ons benaderen voor een vrijblijvend en oriënterend gesprek. Wij nodigen u van harte uit om nader kennis met ons te maken!

Privacy:

De privacy van de bezoekers aan onze website wordt door ons gerespecteerd. Ook zal daarmee vertrouwelijk worden omgegaan door onze ter zake betrokken medewerkers en derden die verantwoordelijk zijn voor onze gegevensopslag. Veiligheidsprocedures om de privacy te beschermen zijn onderdeel van onze dienstverlening.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Verwachte wijzigingen belastingheffing 2019 Door Wijnkamp Keulers op 17-09-2018

    De wijzgingen voor het MKB zijn omvangrijk. Vooral de 3,5% verhoging van het AB-tarief voor DGA's springt in het oog. Daar staat wel een verlaging van de VpB tegenover naar 16% over de eerste € 200.000. Voor de IB geldt dat aftrekposten voor het tarief worden afgetopt, de tarieven dalen vooral voor de middeninkomens. De AB-tarieven in box 2 maken dat het aantrekkelijker wordt om het salaris van de DGA te verhogen tot € 68.000 belastbaar inkomen in box 1, bij de voorgestelde lengte van de tariefschrijven is er dan niet zoveel nadeel van de verlaging tarief waartegen mag worden afgetrokken. Oppotten van winst in de BV levert een belastingdruk op van 40% van de winst voor VpB. Per belastingplichtige zal moeten worden uitgerekend wat de gevolgen zijn. In het oog springt ook de verdere beperking van afschrijving gebouwen tot 100% van de WOZ. Dit zijn enige maatregelen van belang voor het MKB.

    Inkomstenbelasting
    Tarief box 1
    De inkomstenbelastingtarieven worden beperkt tot twee schijven. Een basistarief van 36,93 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen boven € 68.600. Dit was 36,55% tot € 20.142 en van € 20.142 tot € 68.507 40,85%. Vanaf € 68.507 was het tarief 52%.

    Hypotheekrenteaftrek
    De hypotheekrenteaftrek wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 36,93 procent in 2023. Was in 2018 maximaal tegen 49,5% aftrek wordt versneld afgebouwd naar aftrek aan de voet dus tegen het lage tarief van 36,93%. In 2023 moet het lage tarief zijn bereikt.

    Eigenwoningforfait
    Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd van 0,75 procent naar 0,6 procent. Deze verlaging vindt plaats in drie stappen van telkens 0,05%-punt, te starten in 2020 en vervolgens in 2021 en 2023, dus parallel aan de afbouw van hypotheekrente-aftrek.

    Aftrekposten
    In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente. Dit tarief wordt met drie procentpunt per jaar afgebouwd naar het basistarief.

    Zelfstandigenaftrek
    Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt gefaseerd beperkt, gelijk aan het aftrektarief van de andere aftrekposten. Dus naar verwachting afbouw van 2020 tot en met 2023 naar 36,93%. Over de MKB-winstvrijstelling is nog geen duidelijkheid.

    Scholingskosten
    De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders, die een startkwalificatie hebben behaald.

    Investeringsregelingen
    De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven bestaan. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.

    Tarief box 2
    Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 27,3 procent in 2020 en 28,5 procent in 2021.

    Rendementspercentages box 3
    De jaarlijkse bijstelling van de rendementspercentages voor box 3 zal op Prinsjesdag bekend worden gemaakt.

    Algemene heffingskorting
    De algemene heffingskorting wordt vanaf volgend jaar stapsgewijs verhoogd en zal in 2021 uiteindelijk circa € 350 hoger zijn dan nu.

    Arbeidskorting
    De maximale arbeidskorting wordt in de komende jaren verhoogd met circa € 365. Deze verhoging zal in 2021 in zijn geheel zijn doorgevoerd.

    Ouderenkorting
    De ouderenkorting zal worden verhoogd met circa € 160. Tegelijkertijd zal er een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw worden geïntroduceerd in plaats van de huidige harde afbouwgrens.

    Loonbelasting

    30%-regeling
    De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort met drie jaar van acht tot vijf jaar. Deze nieuwe termijn geldt ook voor werknemers, die al gebruikmaken van de 30%-regeling.

    Vrijwilligersvergoeding
    De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met € 200 verhoogd naar € 1.700 per kalenderjaar.

    Fiets van de zaak
    Per 2020 komt er een nieuwe fiscale regeling voor de fiets van de zaak. Deze moet het aantrekkelijker maken om een (elektrische) fiets aan werknemers ter beschikking te stellen.

    Toeslagen
    Kindregelingen
    De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen en in plaats daarvan te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvanginstellingen.

    Vennootschapsbelasting

    Tarief
    Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 21 procent (2019: 24 procent, 2020: 22,5 procent en 2021: 21 procent). Het lage tarief (2017: belastbare winst tot 200.000 euro) gaat omlaag naar 16 procent (2019: 19 procent, 2020: 17,5 procent en 2021: 16 procent).

    Earningstrippingregeling
    Er wordt een nieuwe renteaftrekbeperking ingevoerd in de vorm van een earningstrippingregeling, waardoor overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar zijn tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). De regeling bevat een franchise van € 1.000.000.

    CFC-regels
    Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van ten minste 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap (een controlled foreign company: CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan als inkomsten worden belast bij de Nederlandse belastingplichtige.

    Afschrijving gebouwen
    Bedrijven mogen voortaan nog slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot een boekwaarde is bereikt van 100 procent van de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Afschrijven op gebouwen wordt hiermee dus drastisch ingeperkt. Voor de goede orde, deze afschrijvingsbeperking gaat alleen gelden voor de vennootschapsbelasting en niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting.

    Fiscale beleggingsinstellingen
    Fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) mogen vanaf 2020 niet meer direct beleggen in in Nederland gelegen vastgoed.

    Overnameholdings
    De renteaftrekbeperking bij overnameholdings komt te vervallen. Dit houdt verband met de introductie van de earningstrippingregeling.

    Verliesverrekeningstermijn
    De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Een groter risico op verliesverdamping dus.

    Bronbelastingen


    Dividendbelasting
    De dividendbelasting wordt per 2020 afgeschaft. Voor dividenden naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties blijft er een bronheffing op dividenden bestaan.

    Rente en royalty’s
    Per 2021 komt er een nieuwe bronbelasting op uitgaande royalty's en rentebetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties.

    Omzetbelasting

    Verlaagd tarief btw
    Het verlaagde btw-tarief gaat omhoog van 6 procent naar 9 procent.

    Kleine ondernemersregeling
    De kleine ondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd. Er komt een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling (OVOB) voor alle ondernemers, ongeacht de rechtsvorm.

    Sportvrijstelling
    De btw-sportvrijstelling wordt verruimd. De vrijstelling voor sportbeoefeningsdiensten verricht door niet-winstbeogende instellingen aan hun leden, gaat ook gelden voor niet-leden. Belaste exploitatie van sportaccommodatie kan alleen nog door een winst-beogende instelling, zonder onderscheid tussen leden en niet-leden.

    Overig

    Exitheffing
    Als de zetel van een onderneming vanaf 2019 naar het buitenland wordt verplaatst, dient een eventuele Nederlandse exitheffing in de vennootschapsbelasting in vijf jaarlijkse betalingen te worden voldaan.

    Belastingrente
    Er wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting is ingediend voor 1 mei en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Hetzelfde gaat gelden voor voorlopige aanslagen of aangiftes erfbelasting (geen belastingrente bij een tijdige aangifte met overeenkomende aanslag).

    Energiebelasting
    De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog, terwijl de energiebelasting op elektriciteit iets wordt verlaagd. De tarieven in de eerste schijf op aardgas gaan omhoog met € 0,03 en de tarieven in de eerste schijf op elektriciteit gaan omlaag met € 0,0072.

    Belastingvermindering energiebelasting
    De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met € 51 van € 308 naar € 257. Het grootste deel van de verminderde belastingbesparing slaat neer bij bedrijven.

    Afval
    Er komt een hoger tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen en de grondslag wordt verbreed. Daarnaast wordt een heffing geïntroduceerd op het exporteren van afval. De vrijstelling van zuiveringsslib voor belasting wordt daarnaast afgeschaft en er zal ook geheven gaan worden over afval dat wordt verbrand in biomassa-energiecentrales. Bij dat laatste zal een heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland noodzakelijk zijn.

    Vrachtwagens
    Er wordt een kilometerheffing voor vrachtverkeer ingevoerd, waarschijnlijk niet eerder dan per 2023. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. Tegelijkertijd wordt de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s verlaagd.

    Taxi’s
    De BPM-teruggaaf op taxi’s wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Tot die tijd zijn emissie-loze taxi’s vrijgesteld van belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

    Lees verder
  • Wat gebeurt er met uw BV's na u? Door Wijnkamp Keulers op 12-09-2018

    De ontwikkeling van de structuur van nogal wat bestaande ondernemingen heeft vorm gekregen vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw. Niet alle winst tegen 52% belasten was een belangrijk doel, met BV's kan tegen lagere directe tarieven belast vermogen in de onderneming worden opgespaard. En lijfrente in eigen beheer en pensioen in eigen beheer leken lange tijd fiscaal zeer voordelig uit te pakken. Kroonjuwelen zijn in de jaren daarna geworden: het kunnen overdragen aan de kinderen tegen zeer lage tarieven of zelfs geheel zonder erfbelasting en schenkingsrecht te kunnen betalen. Last but not least hebben vele DGA's dankzij hun BV de verafschuwde 1,2% vermogensbelasting (box 3) kunnen ontlopen.

    Wolken

    Er zijn wolken aan de horizon, die hun schaduw over de bestaande situatie heen werpen. De bedrijfsopvolgingsregeling wordt door beleids- en opiniemakers al te ruim geacht. In plaats van vrijstelling van erfbelasting pleit men voor een betalingsregeling. Er komt dus voor een overdragende of overleden (echtgenoot van de) DGA een aanzienlijke belastingschuld bij. Dat zal overdracht van ondernemingen gaan belemmeren, want anders dan beleidsmakers denken, zal een overdrager de belasting willen gaan afwentelen op de opvolger. Banken financieren MKB niet of uiterst moeizaam, de gevolgen laten zich raden.

    Die opvolger heeft een beperkte keuze, als hij het al gefinancierd krijgt, te weten overnemen van aandelen van de dochtermaatschappij en onroerende zaken huren en goodwill in de aandelenprijs terugzien of veel duurdere activa en passiva overnemen waarna hij dan in 5 - 10 jaar (of bij OZ in 50 jaar tegen vaak 1% per jaar), tegen lagere VpB tarieven kan gaan afschrijven. Dat zal dus in veel gevallen niet lukken, veel ondernemingen zullen dus onverkoopbaar worden, althans niet verkoopbaar tegen vroeger gedachte opbrengsten.

    Ook het niet betalen van vermogensbelasting door DGA's over hun aandelen steekt de beleidsmakers. Zij sturen aan op het liquideren en leegmaken van in hun ogen niet actieve BV's. Het lijkt erop dat in ruil voor een lagere winstbelasting (Vennootschapsbelasting; VpB) vermogen in ondernemingen belast moet gaan worden. Dat kan door fictief dividend in te voeren of door DGA's op een andere wijze te dwingen hun vermogen uit hun BV's te gaan halen, dat dan vervolgens wordt belast. Daarmee is de fiscale cirkel, die ik heb beschreven bij de opvolgingen, rond. De tendens is meer schulden bij de opvolger of niet kunnen verkopen en opgespaarde middelen belasten.

    Bereid u voor

    De overdragende DGA doet er goed aan zich voor te bereiden op het niet of maar beperkt kunnen verkopen van zijn onderneming en niettemin het moeten betalen van belasting. Er komt dus geen of minder geld binnen en er moet aanzienlijk meer geld uit. Dat gaat niet alleen de DGA aan, maar ook toekomstige (ex-)partners en toekomstige erfgenamen. Als op een onverwacht moment fiks belasting betaald moet worden, bijvoorbeeld bij echtscheiding of overlijden en de doorschuiving en opvolgingsregelingen zijn beperkt, dan zal er liquiditeit moeten zijn. De Belastingdienst is geen bank, en veel banken zijn al lang niet meer wat het was, reken dus vooral niet op de bank, want die kan u meestal niet helpen.

    BV blijft bij u

    Dit betekent dat er in beeld moet worden gebracht met een aantal scenario's wat er gebeurt als een DGA aandelen van een of meer BV's niet overdraagt en er geen opvolger is. Kunnen de lijfrenteverplichtingen worden nagekomen, kan het pensioen worden betaald? Is het bedrijfsgebouw of het praktijkpand wel zo courant dat het makkelijk te verkopen is of moet het gedwongen tegen een bodemprijs naar een handelaar, als er belasting betaald moet worden? Gaat de bank nog wel door met financieren als er geen winst meer wordt behaald in de BV, wat gebeurt er als de bank het krediet opzegt? Als u overlijdt en er is geen opvolging(sregeling), kan er dan over de meerwaarde van de aandelen 25% of zelfs 27-28% inkomstenbelasting worden betaald? Kan de erfbelasting over de waarde van de aandelen worden betaald? Weet u dat de huidige scheidslijn bij het toepassen van de nu nog geldende opvolgingsregelingen ligt tussen verhuur van onroerende zaken en projectontwikkeling. Met andere woorden, ook nu al kwalificeren nogal wat BV's niet voor de opvolgingsregelingen.

    Kortom, stresstest

    Stel dat u nu overlijdt of niet meer in staat bent om besluiten te nemen, kunnen uw familieleden dan überhaupt wel bij de bankrekeningen, aangiften doen en andere besluiten nemen? Kunnen kosten en belastingen betaald worden over (papieren) winst door vrijval pensioenverplichting en/of lijfrenteverplichting? Kunnen de schulden aan de BV nog wel worden afgelost of moeten panden worden verkocht en lukt dat dan op korte termijn tegen een behoorlijke prijs? Kunnen uw familieleden in het woonhuis blijven wonen?

    Klimaatverandering

    Veel ondernemers hebben zakelijk en privé met elkaar vermengd. Daar is niets mis mee, mits je overzicht houdt en je realiseert dat er een rekening met de fiscus openstaat. Het MKB moet op fiscaal guurdere tijden gaan rekenen. Een soort fiscale klimaatverandering als het ware. Wat en hoe is niet geheel duidelijk, de trend wel. Zorg dat de jassen klaar hangen.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Windpark Zeewolde, Raad van State aan zet Door Wijnkamp Keulers op 23-04-2018

    Op 23 en 30 augustus 2017 heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een uitspraak gedaan inzake beroep over het (kennelijk voor de tweede keer) onder overgangsrecht brengen van windturbines, die vallen in het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde 2016. In de uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat in de betreffende procedure het Rijksinpassingsplan (RIP) en de bijbehorende besluiten niet ter beoordeling stonden. De beoordeling was dus beperkt tot de vraag of de windturbines onder het overgangsrecht geplaatst mochten worden. Dat mocht, omdat binnen de planperiode (10 jaar) concreet zicht was op verwijdering. Indien dit niet het geval was, moet de turbine positief in bestemd worden. De gemeenteraad wees voor het standpunt dat de windturbines binnen de planperiode zullen worden verwijderd op Partiële herziening, de Beleidsregel windmolens, de Noodverordening, het RIP en Regioplan. De Afdeling verwierp de stelling van een van de eigenaren, dat er geen draagvlak was en dat er niet onteigend kon worden, dus de plannen onuitvoerbaar zouden zijn. De Afdeling twijfelde niet aan het standpunt van de gemeenteraad dat alle kosten op de Ontwikkelvereniging zouden worden verhaald.
    ABRvS 23 augustus 2017 NL:RVS:2017:2392; ABRvS 30 augustus 2017 ECLI:NL:RVS:2017:2333

    Tot zover het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde, inmiddels zijn we een stadium verder. De Ontwikkelvereniging is opgevolgd door Windpark Zeewolde BV, een BV met een klein aandelenkapitaal (minder dan € 5.000), waarbij de participerende "boeren, burgers en buitenlui" betalen via contracten en SDE+ subsidies voor de economische haalbaarheid moeten zorgen.

    Op dit moment is een zogenaamd Rijksinpassingsplan (RIP) in procedure met bijbehorende besluiten. Dit plan volgt als het ware op een eerder Provinciaal Regioplan en onder meer het hiervoor genoemde bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde van oktober 2016. Bestaande turbines zijn in feite weg bestemd door het bestemmingsplan Buitengebied en RIP en zullen uiteindelijk kunnen worden onteigend.

    Bijzonder is dat dit (RIP) plan een plangebied kent waarbinnen nieuwe, grotere windturbines worden vergund, aan één vergunninghouder (Windpark Zeewolde BV), onder de verplichting om bestaande windturbines buiten het plangebied te saneren.

    Stand van zaken 9 april 2018:

    De Raad van State heeft aan de Advocaat-Generaal een conclusie gevraagd of eigenaren van windturbines buiten het plangebied (en overige belangstellenden voor exploitatie) een relevant belang hebben bij beroep tegen het RIP. Aan deze relativiteitseis moet eerst worden voldaan, voordat hun beroep verder inhoudelijk kan worden behandeld (artikel 8:69a AWB).

    Zijn de eigenaren ontvankelijk, dan zal alsnog hun beroep moeten worden beoordeeld door de Afdeling. Op 9 april jl. hebben belanghebbenden hun visie kenbaar kunnen maken in een zitting van de Afdeling. De windturbine eigenaren ageren niet alleen tegen de gedwongen sloop van hun turbines, die nog vele jaren meekunnen en niemand in de weg staan, zij menen ook dat zij nimmer een eerlijke kans hebben gehad om (een deel van) het nieuwe plan te realiseren. En omdat sprake is naar hun visie van "schaarse rechten" had hen die kans niet bij voorbaat mogen worden ontnomen, gedwongen voortgezet collectief ondernemerschap via Windpark Zeewolde BV voldoet naar hun visie niet aan de eisen.

    De AG is nu aan zet, de vraag is of het RIP verdeling van schaarse rechten betekent en of de belanghebbenden een relevant belang hebben bij een beroep dat zij wilden "meedoen" en dus niet van maar één vergunninghouder bij voorbaat had mogen worden uitgegaan. Ook speelt een rol of het feit dat er een "breed gedragen" burgerinitiatief is; in feite maakt dat, dat er geen schaarse rechten zijn, want je kunt immers meedoen. Hier speelt ook de vraag of de initiatiefnemende "boeren, burgers en buitenlui" wel te vereenzelvigen zijn met uiteindelijk certificaathouders en contractspartijen en Windpark Zeewolde BV.

    Sanering door onteigening:

    Min of meer los van deze problematiek speelt de vraag op welke wijze uiteindelijk de weg bestemde windmolens zouden moeten gaan verdwijnen.

    Het lijkt erop dat de ondergrond van de "overbodige turbines" een agrarische bestemming krijgt en dat het terugbrengen van deze bestemming de grondslag voor onteigening zal moeten zijn. Feitelijk is het doel natuurlijk anders, de verwijdering van de turbines. Er zijn wat complicaties denkbaar, die een onteigening nog geen gelopen koers doen zijn. Zo is er in één rij van windmolens er één niet wegbestemd en die ene maakt wel gebruik van een infrastructuur, die gemeenschappelijk eigendom is. Vooral bij de windturbines buiten het plangebied loopt de onteigenende overheid aan tegen het verweer dat alleen binnen een plangebied kan worden onteigend. Een verweer van zelfrealisatie zou trouwens ook nog wel eens kansrijk kunnen zijn.

    Tot nog toe is Windpark Zeewolde BV kennelijk niet in staat of bereid geweest op basis van de beginselen van de Onteigeningswet besprekingen tot een minnelijke regeling aan te gaan. Kennelijk is vanaf september 2017 de Provincie ter zake aan zet, aldus een van de raadslieden op de zitting van 9 april jl. van de Raad van State.

    Omdat bij een onteigening volgens de Onteigeningswet en de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure (16 januari 2016) voorgeschreven wordt dat bij een onteigening documenten moeten worden overgelegd over de planuitvoering, waaronder een projectplanning, zal niet met een al te vage grondslag voor onteigening kunnen worden volstaan. De grondslag zal vermoedelijk moeten zijn "verwezenlijking van de agrarische bestemming". Wij zijn benieuwd hoe men dat gaat invullen.

    Kortom, de beroepsprocedure tegen het RIP en bijbehorende besluiten is de opmaat voor verdere juridische schermutselingen. Ondertussen blijft het gek dat om meer minder CO2-uitstoot door meer windenergie te bereiken, windturbines moeten worden gesloopt.

    Lees verder
  • Zonnepanelen op landbouwgrond, mooie kans met voetangels en klemmen Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Landbouwgrond is weer "warm", zo niet "heet". De aanleg van zonneparken leidt tot op het oog profijtelijke aanbiedingen. In sommige gevallen wordt wel € 8.000 per hectare per jaar huur geboden voor een periode van 20 jaar. Omdat de subsidiepotten ruim gevuld zijn, zien we weer allerhande ondernemende partijen de boerderijen afgaan met voor-contracten, opties en wat dies mee zij. Oppassen dus, met wie u zaken doet ... er zijn ook nog wat fiscale gevolgen, waaraan u moet denken.

    Zolang de grond gebruikt wordt in het landbouwbedrijf, is in beginsel op de winst, die wordt behaald bij verkoop, de landbouwvrijstelling van toepassing. Huurinkomsten en dergelijke zijn gewoon belast met IB, is de grond meer waard door de mogelijkheid er zonnepanelen op te zetten, dan is die meerwaarde niet vrijgesteld onder de landbouwvrijstelling. Of de grond ondernemingsvermogen kan blijven of verplicht naar privé moet (afrekenen over de niet vrijgestelde meerwaarde), hangt af van de feiten. Oppervlakte, duur, rest van de ondernemingsactiviteiten en ook de keuze van de ondernemer, mits die past binnen de kaders van de redelijk handelende ondernemer, zijn zo de elementen die tellen. Houd er rekening mee dat bij verplicht overgaan naar privé, moet worden afgerekend en de grond in box 3 komt. Dat kan flink nadelig uitpakken, dus breng dat van tevoren in kaart, je wilt niet over de contante waarde van de huuropbrengsten over een periode van 20 jaar ineens afrekenen en vervolgens box 3 aan je broek krijgen. Tenslotte moet die BV, waarvan je de huur ontvangt, nog maar eens zien de te overleven.

    Overigens, bij grond in een BV speelt dit minder, dus inbreng is misschien nog niet zo'n gekke optie, wel rekening houden met overdrachtsbelasting natuurlijk, wellicht bij de aanleg met BTW belast leveren dus. Bij verhuur opletten, optie belaste verhuur is juist … een optie. Zo voorkom je BTW-nadeel en cumulatie van overdrachtsbelasting en BTW.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook