Header achtergrond
Header achtergrond

Nieuwsbrief aangifte Inkomstenbelasting maart 2017

08-03-2017

De aangifte IB geeft elk jaar de nodige hoofdbrekens en wellicht zelfs wat stress. Ook dit jaar zijn er weer de nodige veranderingen. Wij zetten de belangrijkste voor u op een rij.

Controleer uw rekeningnummer voor een snelle teruggave

De vooraf ingevulde aangifte kan vanaf 1 maart 2017 worden ingediend bij de Belastingdienst. De aangiftetermijn eindigt daarvoor op 30 april 2017. Controleer de vooraf ingevulde aangifte goed op juistheid en volledigheid. Let op dat het rekeningnummer dat bij de Belastingdienst bekend is, actueel is en op naam van de belastingplichtige staat.

Hogere AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd is op 1 januari 2016 verhoogd naar 65 jaar en zes maanden. Wie in 2016 de AOW-leeftijd heeft bereikt, betaalde één maand langer AOW-premies en ontving een maand later de eerste AOW-uitkering ten opzichte van 2015. Ook het verlaagde IB-tarief (geen premieheffing) gaat later in. Als een niet-verdienende fiscale partner niet premieplichtig is (en dus geen recht heeft op de premiedelen van de heffingskortingen) kan toch uitbetaling van de gehele (algemene) heffingskorting volgen.

Fiscaal partnerschap bij Wmo opvanghuis en bij stiefkinderen

Vanaf 1 januari 2016 is men ook fiscaal partner als de belastingplichtige samenwoont met een andere meerderjarige in een opvanghuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en één minderjarig kind van één van hen op datzelfde adres staat ingeschreven.  Als u voldoet aan de voorwaarden, onder andere in het bezit bent van een Wmo-beschikking, kan verzocht worden om het fiscale partnerschap te beëindigen. Dat heeft eveneens tot gevolg dat men geen toeslagpartner meer is.

Men is eveneens fiscaal partner als de belastingplichtige gehuwd is geweest met iemand die al een kind heeft (uit een eerdere relatie) en dat stiefkind woont bij de belastingplichtige in en de belastingplichtige of het stiefkind zijn bij het begin van het kalenderjaar jonger dan 27 jaar. Op gezamenlijk verzoek kan de aanmerking tot fiscaal partner worden beëindigd. Zij zijn dan ook geen toeslagpartners meer.

BOX 1
Auto van de zaak

De CO2-schijfgrenzen voor de bijtelling vanwege een auto van de zaak voor 2016 zijn:
Bijtelling afhankelijk van CO2-uitstoot (in gr/km)
4% 0
15% 1-50
21% 51-106
25% >106

Personeelslening

Vanaf 2016 is het voordeel, dat wordt verkregen op een personeelslening, belast. Dit gebeurt door het rentevoordeel bij het loon op te tellen. Werkgevers moeten dus dit rentevoordeel als loon in de loonheffing meenemen. Indien de lening is afgesloten voor de eigen woning, dan is het bedrag dat bij het loon wordt opgeteld, aftrekbaar als kosten voor die woning. De waardering van het rentevoordeel voor een personeelslening ten behoeve van een fiets of elektrische scooter op nihil, blijft in stand.

Eigen woning

In 2016 bedraagt het maximale percentage waartegen eigenwoningkosten kunnen worden afgetrokken 50,5%. De eigenwoningaftrek wordt eerst tegen maximaal 52% berekend, daarna volgt een correctie in de aangifte om rekening te houden met de maximering van 50,5%. De maximering geldt niet voor bedrijfswoningen in het ondernemingsvermogen.

Vanaf 2016 worden gegevens van een lening voor de eigen woning, die zijn afgesloten bij bijvoorbeeld familie, een bv of buitenlandse bank, via de aangifte doorgegeven. Het formulier 'Opgaaf lening eigen woning' kan alleen worden gebruikt voor de jaren 2013 tot en met 2015.

Bij (langdurige) achterstand bij aflossing van de eigen woningschuld, vervalt de renteaftrek en de lening verhuist naar box 3. Deze lening kon daarna niet meer terug naar box 1. Met ingang 2016 verhuist de lening weer naar box 1, als de aflossingsachterstand is ingehaald. Er bestaat dan weer recht op renteaftrek.

Fiscaal partners, die na 31 december 1991 een kapitaalverzekering hebben afgesloten om een eigen woningschuld af te lossen, kunnen samen bij de aangifte inkomstenbelasting 2016 een verzoek doen om de uitkering beiden voor 50% op te geven. Allebei kunnen dan gebruik maken van hun eigen vrijstelling. Voorheen kon dit niet, als maar één van beiden in de polis genoemd werden. Dan kon maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrijstelling.

De (kamer)verhuurvrijstelling is voor 2016 op € 5.069 gesteld. Wanneer men boven deze vrijstelling uitkomt, zou wellicht gebruik kunnen worden gemaakt van de kostgangersregeling. De gemaakte kosten kunt u aftrekken, een eventuele vergoeding van de kostganger is wel belast.

Oudedagsvoorzieningen

Het tussentijds afkopen van een lijfrente is fiscaal niet toegestaan. Naast belasting is revisierente verschuldigd over de waarde van de lijfrente. Voorheen werd de waarde van de polis minimaal gesteld op de betaalde premies of stortingen. Vanaf 2016 is inkomstenbelasting verschuldigd over de eventueel lagere afkoopwaarde.

BOX 2
Aanmerkelijk belang, meer dan 5% (soort) aandelen

De conserverende aanslag voor de DGA, die met zijn vennootschap emigreert naar het buitenland, blijft onbeperkt in stand en vervalt dus niet meer na 10 jaar (vanaf oktober 2015). Een winstuitdeling heeft tot gevolg dat de conserverende aanslag (gedeeltelijk) wordt ingevorderd tot een bedrag van 25% van de winstuitdeling. Zolang de conserverende aanslag nog niet volledig is voldaan, geldt de fictie dat de vennootschap in Nederland is gevestigd, zodat nog inkomstenbelasting kan worden geheven over de uitgekeerde dividenden. De invordering van de conserverende aanslag vindt niet plaats, voor zover over de dividenduitkering feitelijk belasting (in Nederland of het buitenland) wordt geheven. Het forfaitaire voordeel aanmerkelijk belang-aandelen in een beleggingsinstelling is per 1 januari 2016 verhoogd van 4,0% naar 5,5%

BOX 3

Vanaf 1 januari 2016 vervalt voor AOW'ers de extra verhoging van het heffingvrij vermogen in box 3.
Vanaf 2016 vervalt de vrijstelling voor de spaarloonregeling. Een geblokkeerd spaartegoed dat onder de spaarloonregeling valt, moet worden opgegeven bij de bezittingen. Daarnaast vervalt de vrijstelling banksparen voor uitvaartkosten. De vrijstelling voor uitvaartverzekeringen blijft wel bestaan.

Persoonsgebonden aftrek

Per 1 januari 2015 is de aftrek vanwege uitgave voor levensonderhoud van kinderen vervallen. In plaats daarvan kunnen de uitgaven, die in de toekomst verplicht moeten worden gedaan voor het levensonderhoud van de kinderen, worden opgegeven als een schuld in box 3. Dit is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Alimentatieverplichtingen voor kinderen kunnen dus in 2016 voor de nominale cumulatieve waarde van de schuld worden opgenomen in box 3.

Dieetkosten

In de dieetkostentabel is het nodige gewijzigd, nakijken dus of uw aftrek nog kan.

Verlies op durfkapitaal

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat voor durfkapitaal geldt, dat aftrek mogelijk is voor een geleden verlies op leningen, die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt. Indien er een nagekomen terugbetaling komt op een afgeschreven lening en daarvoor aftrek is toegestaan, wordt – ook nog na 1 januari 2011 – de persoonsgebonden aftrek in zoverre teruggenomen.

Heffingskortingen

In 2016 kan maximaal 46,67% of € 1.047 van de algemene heffingskorting worden uitbetaald aan de minstverdienende partner. Hiervan zijn uitgezonderd de belastingplichtigen, die geboren zijn vóór 1 januari 1963.
Vanaf een inkomen van € 34.015 start de afbouw van de arbeidskorting (4% van het deel van het arbeidsinkomen dat hoger is dan het drempelbedrag). Bij een inkomen van € 111.590 is deze nihil.

Belastingplichtigen, die op 1 januari 2016, 62 jaar waren, kunnen in aanmerking blijven komen voor de werkbonus. Vanaf 2018 kan niemand meer aanspraak maken op de werkbonus.

De tijdelijke heffingskorting (vroeg)gepensioneerden vervalt per 1 januari 2016. Indien in 2015 de heffingskorting werd ontvangen, wordt in 2016 maximaal € 61 meer belasting betaald.

In 2016 bestaat bij een verzamelinkomen boven € 35.949 recht op een ouderenkorting van € 70. Bij een lager verzamelinkomen bedraagt de ouderenkorting € 1.187. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 436.

Voorlopige aanslagen, let op belastingrente

Voor alle belastingen bedraagt de belastingrente 4%, behalve voor de vennootschapsbelasting. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting was tot 1 september 2016 8,05% en is vanaf 1 september 2016 tot 1 september 2017 8%.

ONDERNEMER

RDA

De research- and developmentaftrek (RDA) is voor ondernemers, die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en bestaat uit een aftrekpost bij de winstberekening. De RDA is per 1 januari 2016 vervallen. Daarvoor komt in de plaats een uitbreiding van de S&O-afdrachtvermindering in de loonheffing. Daarnaast is de opzet van de S&O veranderd.

VAR

Met ingang van 2016 is de verklaring arbeidsrelatie afgeschaft. Met een modelovereenkomst van de Belastingdienst kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer toch zekerheid over de voorgenomen arbeidsrelatie krijgen. Zie www.keulers.nl voor nadere info. De handhaving is opgeschort, er kan van eigen overeenkomsten gebruik gemaakt worden. Er is, behoudens opzet of grove schuld in combinatie met kwaadwillendheid, geen risico op naheffing en boetes.

Bijzondere onderwerpen

Monumentenpanden, haal onderhoudskosten naar voren

Het voornemen bestaat om met ingang van 1 januari 2018 de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden af te schaffen (zie wetsvoorstel 34 556). Op dit moment mag 80% van de onderhoudskosten worden afgetrokken. Volgens het voorstel komt voor particuliere eigenaren van monumentenpanden een nieuwe subsidieregeling. Onder voorwaarden kan een subsidie worden ontvangen van 25% voor bepaalde aangewezen onderhoudskosten voor het in stand houden van het monument. Voor de subsidie wordt maximaal € 10.000 aan subsidiabele kosten per jaar in aanmerking genomen. Aanvragen, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 2.000 per jaar, komen niet voor subsidie in aanmerking. Door onderhoudskosten naar 2017 te halen, kan nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Scholingsuitgaven

Aftrekbaar als scholingsuitgaven zijn kosten voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep. Voor de kosten mag een recht bestaan op studiefinanciering. Het voornemen bestaat om de regeling met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Uit onderzoek blijkt dat de scholingsimpuls van de huidige fiscale regeling beperkt is. In plaats van de scholingsaftrek komt er een nieuwe regeling in de vorm van scholingsvouchers. Deze zijn bedoeld voor mensen, die minder snel zelf geneigd zijn om onderwijs te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is. Door scholingsuitgaven naar voren te halen, kan in 2017 wellicht nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Box 3, verlaging en verhoging

Met ingang van 1 januari 2017 is het rendement van 4% gewijzigd. Het rendement wordt afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Voor belastingplichtigen met een hoog vermogen betekent dit een hogere belastingdruk. Box 3 wordt steeds onaantrekkelijker, box 1 en box 2 bieden meer mogelijkheden. Let op … volg algemene adviezen om in te brengen in een fonds voor gemene rekening of een BV of coöperatie niet zonder meer. Er zijn haken en ogen, en algemene veel toegepaste ontwijkingen worden meestal snel gerepareerd, vaak met meer uiteindelijk nadeel dan dat er voordeel was.

Laatste nieuws

  • Belastingplannen 2023, ondernemers betalen meer Door Wijnkamp Keulers op 28-09-2022

    Tegen de achtergrond van de snel oplopende inflatie, die nog eens extra is aangejaagd door de Ukraine-energie crisis, lijkt de rijksbegroting al verouderd te zijn voordat het nieuwe begrotingsjaar is ingegaan. Inflatie 2,6% klinkt tegen de huidige achtergrond als een onbereikbaar ideaal, koopkrachtstijging bij 2,6 % inflatie, zoals volgens de Miljoenennota aan de orde is, is bij bijna 10% inflatie illusoir. De overheid heeft door inflatie en hogere energieprijzen veel meer (belasting)inkomsten, er is dus ruimte om te compenseren en na aanvankelijke aarzelingen, om de energie-transitie niet af te remmen, is het kabinet uiteindelijk te elfder ure, tegen heug en meug, toch overstag gegaan. Net zoals elders in Europa wordt de burger nu gecompenseerd. Niet meteen, niet allemaal en niet volledig, maar toch … de ondernemers echter staan jammer genoeg achteraan.

    De belastingplannen voor 2023 zijn niet aangepast en ademen in alles nog steeds de stand van zaken in het 1e/2e kwartaal van 2022 uit. Het had voor ondernemers erger kunnen zijn. Niettemin, voor ondernemers en vermogenden dreigt er nog wel wat nader in te vullen onheil. We gaan niet alles opsommen, we halen er enige onderdelen uit die voor ondernemers van belang kunnen zijn.

    Overweegt u een bedrijfsopvolging, maak dan wat haast. Er zijn nu gunstige regelingen, of dat zo blijft, is de vraag. Er gaan stemmen op om als er voldoende “vermogen” is geen vrijstellingen te verlenen voor IB en erfbelasting. Dat vermogen en vooral liquiditeit aftappen gevolgen kan hebben voor de continuïteit van een onderneming wordt in de politiek maar niet onderkend. Banken financieren nauwelijks meer, dat betekent dat een groter eigen vermogen noodzaak is. Als er bij de opvolging belasting moet worden afgerekend en er geen bancaire financiering mogelijk is, kan dat het einde van een bedrijf betekenen. Dat betekent dat opvolgers afhaken, het bedrijf bloedt al eerder langzaam dood.

    Het verhogen van het verplichte loon voor de DGA van 75% naar 100% in 2023 van het gebruikelijk loon is ook niet goed, ook dat betekent meer en eerder belasting betalen, dus uithollen van het ondernemingsvermogen.
    Voor start-ups en scale-ups geldt nu ook de gewone gebruikelijk loon-regeling. Daar komt het knelpunt bij voor medewerkers, die in aandelen meegroeien met hun bedrijf, een loonheffingsclaim dreigt over de aangegroeide meerwaarde van hun aandelen, het zogenaamd lucratief belang. Inflatie, loonsverhogingen en LH-claims belemmeren start- en scale-up ontwikkelingen. Als we in Nederland werkelijk dit soort ondernemingen willen stimuleren, dan moet er fiscaal toch een heel andere wind gaan waaien.

    Dat brengt mij op enige kritiek op de uitgangspunten van het kabinet te weten, fiscaal meer gelijkheid tussen werknemers en ambtenaren enerzijds en ondernemers anderzijds. Het is appels met peren vergelijken. De fiscale voordelen stimuleren ondernemerschap door de beschikbaarheid van eigen vermogen. Een ondernemer moet er altijd rekening mee houden dat hij vanuit eigen privévermogen geld in zijn onderneming zal moeten bijstorten, privévermogen is dus risicovermogen. Bij ambtenaren en werknemers is privévermogen voor consumptie of sparen, het hoeft nooit meer terug naar de werkgever en is dus geen risicovermogen. In Corona-tijd hebben doorbetaalde ambtenaren en werknemers hun geld kunnen oppotten, veel ondernemers hebben hun vermogen juist zien verdampen. De reserves zijn bij velen op, hoge energienota’s combineren met extra belastingheffing is niet slim, hopelijk onderkent men dat.

    Verder geeft de Miljoenennota 2023 vooral maatregelen aan in de tariefsfeer en afbouw van aftrekposten. We geven wat voorbeelden. De bijtelling eigen woning wordt weliswaar lager, echter ook de beperking van de aftrek van hypotheekrente gaat verder. Niet spectaculair, maar de aftrek is nu gemaximeerd tot een tarief van circa 37% voor hogere inkomens (ca € 73.000 belastbaar inkomen). Dat en de stijging van de overdrachtsbelasting naar 10,4% voor niet eigen woningen betekent dat de lasten in en rond (verhuur) woningen de laatste jaren flink zijn toegenomen. De door hogere OZB-waarde toegenomen lokale lasten hebben een flinke lastenverzwaring voor de middenklasse tot gevolg gehad.

    Voor zelfstandigen geldt dat de zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd tot uiteindelijk € 900 in 2027. Dat en beperking van de MKB-winstvrijstelling is een aderlating, die ook ondernemers met een laag inkomen raakt.

    Box 2 voor DGA’s wijzigt significant vanaf 2024. Tot ca € 67.000 kan dividend worden uitgekeerd tegen in totaal 24,5% (26,9% in 2022). Boven de € 67.000 zou het 31% moeten worden. De VpB gaat omhoog boven de € 200.000 winst naar 25,8%. Voor het MKB valt daar wel mee te leven. Het lijkt erop dat met dividenduitkeringen belast tegen 24,5% tot pakweg € 67.000 met name oudere ondernemers zonder pensioen in staat worden gesteld om ca € 51.000 per jaar netto-inkomen uit de BV te halen voor hun levensonderhoud. Dat is een hoopvol begin, … hopelijk kan er nog wat meer ruimte worden gevonden en dat hoeft niet al te ingewikkeld te zijn.

    Lees verder
  • Box 3-aanslag 2017, 2018: geen bezwaar gemaakt, geen geld terug? Door Wijnkamp Keulers op 09-06-2022

    Op 20 mei jl. heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de situatie van belastingplichtigen, die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de box 3-heffing en dus niet meelopen in de massaal bezwaarprocedure. In de pers is geconcludeerd, dat de Belastingdienst niet verplicht is teveel betaalde belasting terug te storten naar die groep. Dat is te kort door de bocht. Volgens de Hoge Raad is de Staatssecretaris van Financiën niet verplicht om via ambtshalve verminderingen aan de niet-bezwaarmakers rechtsherstel te verlenen. Dit oordeel is niet alleen terecht, maar was ook verwacht. De Hoge Raad heeft echter niet geoordeeld over de rechtsvraag of ook zonder een ambtshalve vermindering de Staat niet toch verplicht kan zijn om onrechtmatig geheven belasting terug te betalen.

    Compensatie voor bezwaarmakers
    Het is niet zo dat alle box 3-belasting aan bezwaarmakers over de jaren 2017 en 2018 zal worden terugbetaald. Degenen, die een werkelijk rendement hebben behaald groter dan 4% van hun totale vermogen, zullen niets terugkrijgen. Voor diegenen, die minder dan 4% rendement hebben behaald, wordt gekeken naar de verhouding spaargeld, overige bezittingen en schulden.

    Niet-bezwaarmakers
    De Hoge Raad heeft in het arrest van 20 mei jl. alleen beslist dat binnen het kader van het bestuursrecht op grond van de Wet IB 2001 en de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) de inspecteur niet verplicht is om een besluit te nemen tot een ambtshalve vermindering van de aanslag IB. Dit omdat sprake is van nieuwe jurisprudentie, die niet zou gelden voor reeds vaststaande aanslagen, tenzij dit door de Minister van Financiën alsnog wordt bepaald.

    Hiermee is de zaak wat ons betreft echter niet over. Alleen al om praktische redenen, de Staatssecretaris wil procedures voor de burgerlijke rechter voorkomen en heeft ook weinig zin in een situatie, waarbij voortaan elke belastingbetaler tegen elk jaar bezwaar zal maken in de hoop dat er vijf jaar na het indienen van de aangifte alsnog te veel geheven belasting zal worden gecompenseerd.

    Beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur
    Feit is, dat met het kerstarrest is komen vast te staan, dat de box 3-wetgeving in strijd is met het eigendomsrecht en discriminatieverbod, zoals vastgelegd in het EVRM. Het zou, naar ons idee, onredelijk zijn om de heffing bij de groep niet-bezwaarmakers in stand te laten. De burger mag er immers op vertrouwen dat de wetgeving deugdelijk is en zo niet, dat een dergelijke tekortkoming wordt hersteld.

    Wat kan er nu worden gedaan?
    Controleer de aanslagen vanaf 2017: staan deze vast of zijn er nog mogelijkheden om de onherroepelijkheid van de aanslag ter discussie te stellen? Bijvoorbeeld loopt er nog een bezwaar inzake een box 1-post en kan daarin alsnog het box 3-element aan de orde worden gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door de fiscale toerekening tussen fiscale partners (2.17 IB 2001) ter discussie te stellen.

    Ook wanneer sprake is van het voornemen van de Belastingdienst tot het opleggen van een navorderingsaanslag, is de aanslag IB over dat betreffende jaar nog niet onherroepelijk en is er, in beginsel, middels bezwaar tegen de navorderingsaanslag ook bezwaar tegen het box 3-element van de aanslag mogelijk.

    Overheid pleegde onrechtmatige daad.
    Als de Staatssecretaris volhardt in het niet bieden van rechtsherstel aan de groep niet-bezwaarmakers, dan is bij het ontbreken van een rechtsgang bij de bestuursrechter, de weg naar de civiele rechter open.

    Er is sprake van belastingheffing, waarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt, door de strijd met het eigendomsrecht en discriminatieverbod. De Staat heeft onrechtmatig gehandeld en er zou alsdan sprake kunnen zijn van een vordering tot schadevergoeding bij de (gewone) civiele rechter. De te vorderen schade is de teveel betaalde box 3-heffing afgezet tegen de compensatie, die bezwaarmakers krijgen.

    Tot slot
    Gegeven het feit dat de zaak juridisch, naar verwachting, nog allerminst is beslist, is het aan te raden tegen aanslagen over de jaren na 2017, die nog openstaan en waartegen nog bezwaar mogelijk is, bezwaar te maken en anders een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen. Voorts is het verstandig om voor het eind van dit jaar (in verband met de wettelijke termijn van vijf jaar) inzake IB 2017 een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen.

    In de komende maanden zal er meer duidelijkheid komen, hetzij door collectieve procedures, hetzij door nadere berichtgeving van de Staatssecretaris. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
  • Box 3 … wat nu …? Door Wijnkamp Keulers op 10-05-2022

    Rond de kerst 2021 heeft de Hoge Raad de geldende wet- en regelgeving, die box 3 in de IB regelt, vanaf 2017 als onverbindend aangemerkt. Nadat eerder voor de jaren voorafgaand aan 2017 onder bepaalde omstandigheden in individuele gevallen de vaste box 3-heffing als een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht werd aangemerkt, is inmiddels duidelijk dat het Ministerie van Financiën flink met de vingers tussen de deur zit. De Hoge Raad heeft namelijk ook geoordeeld dat rechtsherstel moet plaatsvinden, dus terugbetaling van onrechtmatig geheven belasting, dat levert forse uitvoeringsproblemen op en gaat een lieve duit kosten.

    Het lijkt erop dat degenen, die door de ondeugdelijke wetgeving in 2017 en daarna in de box 3-heffing zijn betrokken, de belasting op zijn minst gedeeltelijk zullen moeten terugkrijgen. De wetgeving van na 2016 was een poging tot reparatie van de positie van de kleine spaarder. De rechter had al veel eerder bepaald, dat belasting heffen over niet behaalde rendementen bij die groep inbreuk kon betekenen op eigendomsrechten. Dit speelt vooral bij spaarders. Dat oordeel blijft naast het "kerst oordeel" staan en geldt ook voor alle toekomstige wetgeving.

    De ondeugdelijke reparatie in de wetgeving van 2017 en latere jaren, resulteerde erin dat er bij een zekere grootte van vermogen een bepaalde mix tussen spaargeld en andere beleggingen in aanmerking werd genomen, spaargeld werd minder belast en andere beleggingen meer. Bij kleine vermogens werd zo bij fictie een laag rendement in aanmerking genomen en bij grotere vermogens bij fictie een hoger rendement, grotere vermogens werden meer dan evenredig belast, spaarders werden belast voor niet behaald rendement. Regelgeving, die aldus louter op basis van fictief inkomen belast, is te zeer in strijd met Europese mensenrechten, dat is nu zo en zal in de toekomst zo zijn.

    Voor IB 2017 en daarna is de inning opgeschort, diegenen, die teveel hebben betaald, worden gecompenseerd, al is onduidelijk wie en hoeveel. Volgens de Staatssecretaris moet er bezwaar zijn gemaakt, hij wacht op een nieuwe Hoge Raad uitspraak. Wij sluiten niet uit dat een poging tot teruggave van onterecht geheven belasting de moeite van het proberen waard kan zijn, ook al is er geen bezwaar gemaakt en dat geldt ook voor 2016 en eerder.

    Hoe nu verder, de belastingopbrengst kan niet gemist worden en velen menen dat vermogen (meer) belast moet worden en arbeidsinkomsten minder. Niettemin, er mag niet al te veel inbreuk op eigendomsrecht worden gemaakt, geen grote ongelijkheid zijn en er moet sprake zijn van "evenredigheid". Bijkomend probleem is dat lang niet al het vermogen van particulieren in box 3 wordt betrokken. Zo valt de eigen woning in box 1, is hypotheekrente aftrekbaar, vermogenswinst op de woning onbelast en een zeer lage bijtelling over de waarde. Eigen woning-eigenaren betalen meestal minder belasting op arbeidsinkomsten door de aftrekbare hypotheekrente. Een huurder heeft dat voordeel niet. Ondernemingsvermogen wordt ook niet in box 3 belast, maar in box 1 of bij BV's in de vennootschapsbelasting en uiteindelijk bij de aandeelhouders in box 2. Op de vermogenswinst in en van een BV is uiteindelijk bij de aandeelhouder ca 40% belasting verschuldigd.

    De vraag is nu, reparatie van het probleem of moet het gehele belastingstelsel op de schop? In pleidooien voor een ander belastingstelsel blijken nogal eens appels met peren in het kader van eigen belang te worden vergeleken. Jongeren vinden dat ouderen meer moeten worden belast, ouderen vinden dat ze al "genoeg" hebben betaald, "lost generation" en "boomers" staan tegenover elkaar en zo ook huurders en eigen woningbezitters.

    Een nieuw stelsel is daarom nog niet zo makkelijk te realiseren. Misschien is het slimmer om eerst nu box 3 te repareren. Heffen op basis van meer realistische forfaits of daadwerkelijk behaald rendement is een mogelijkheid, ook een vermogensbelasting is een mogelijkheid. De Hoge Raad heeft niet een vermogens(rendements)belasting op basis van ficties uitgesloten. Het gaat er slechts om dat niet uitsluitend op basis van ficties wordt belast.

    De politiek moet zich maar buigen over hoe en in welke mate welk vermogen of rendement bij wie, meer of minder belast moet worden. De burgerrechten serieus nemen deze keer is wel aan te bevelen, want wetgeving, die daar geen rekening mee houdt, blijkt te kunnen sneuvelen met alle financiële gevolgen van dien.

    Lees verder
  • DGA-partners onder vuur, let op loonheffing… Door Wijnkamp Keulers op 02-12-2021

    Zijn het ondernemers, die in dienst van hun eigen persoonlijke BV werken, of zijn het gewone werknemers. Twee grote accountantsorganisaties zien elk een van hun (ex)partners voor de rechter claimen, dat zij geen partner/ondernemer waren, maar gewoon werknemer. Het Financieel Dagblad gaat zelfs zover dat zij de procedure voor het Hof Den Haag, die nu loopt, als "… een bom onder het verdienmodel van de Zuid-as …" duiden.

    De fiscus kijkt belangstellend mee. Want als de managementvergoedingen niet in de persoonlijke BV's vloeien, maar sprake is van loon dat tegen bijna 50% belast wordt, scheelt dat aanzienlijk. Bij een BV kan een managementvergoeding immers voor een aanzienlijk deel tegen voorlopig tegen 15% VpB belast blijven De werkgever zal als sprake is van een dienstbetrekking en loon loonbelasting en premies moeten afdragen, de heffingsmaatstaf staat alsdan niet vast, maar een dure grap is het zeker.

    Naast partners van grote accountantskantoren en advocaten moeten ook werkenden in de IT sector, consultancy, interimmanagement en detachering vrezen voor hun ondernemerschap. Voor diegenen, die dachten dat Nederland start-up en scale-up ondernemerschap stimuleert, is het … wakker worden … In dit land blijft het onderliggende beleid om de meeste vormen van beloning in de loonsfeer te krijgen. Want dat betekent meer belastinginkomsten en meer invloed voor de traditionele SER polderaars. Vergeet trouwens ook niet de gedwongen premie afdracht voor ons peperdure en voor vooral jongeren niet erg aantrekkelijke pensioensysteem. Als een werkende de keuze zou hebben om meer dan 20% van zijn beloning zelf te beleggen of in zijn eigen huis te stoppen, blijft er van ons verplichte pensioenstelsel weinig over.

    Managementfee of loon is een vraag, die al in september 2020 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is beslecht. In dat geval werd een DGA als werknemer gekwalificeerd, omdat hij door de aandeelhoudersvergadering (AVA) kon worden ontslagen. Hij mocht zich ook niet door een ander laten vervangen en ook ontbrak enig risico bij de betaling van de managementfee. Tot slot had de DGA faciliteiten, die ook aan de werknemers toekwamen, zoals doorbetaling bij ziekte en een auto van de zaak. De veel gehanteerde 10% aandelennorm bleek niet voldoende, het ging erom dat betreffende DGA eigenlijk in niets anders was dan een werknemer op zijn niveau.

    Wat er beslist gaat worden in de zaak van de accountantskantoren en hun partners zal blijken als het Hof Den Haag uitspraak doet. In de tussentijds is het voor de partners, die via management-BV's werken, goed om eens kritisch naar hun overeenkomsten te kijken en de feitelijke uitvoering van hun activiteiten en beloning. Participeren via management-BV's kan nog steeds, niettemin "verloning" van de fee blijft een risico bij halfbakken uitvoering. Check dat overigens actief voordat de Belastingdienst een LH/BTW controle doet. Naheffingen, al dan niet met boete, zijn niet fijn, het argument dat men het altijd accepteerde gaat voor de loonheffingen niet op. Zelfs een vaststellingsovereenkomst met de fiscus kan een risico vormen als de feiten inmiddels afwijken.

    Lees verder
  • Feiten en omstandigheden bepalen fiscaal gevolg, vooraf opletten, achteraf is te laat Door Wijnkamp Keulers op 27-10-2021

    Het komt nog steeds voor, belastingplichtigen die achteraf de feiten en omstandigheden een andere door hen gewenste inkleuring willen geven, omdat de fiscale gevolgen anders onaantrekkelijk blijken te zijn. Het werkt niet en erg veel ruimte voor compromissen hebben inspecteurs ook niet meer. Alle reden dus om niet alleen met een "papieren" werkelijkheid rekening houden, maar vooral te kijken naar de uitvoering. Is het werkbaar wat u probeert te regelen en kunt u dit naar de letter uitvoeren, dat is minstens zo belangrijk als de papierwinkel op orde hebben. Dat laatste is overigens ook een vereiste.

    Slechte voorbereiding en uitvoering kwam onlangs weer naar voren bij een Vennootschap onder Firma (Vof), waar een vennoot de firma verliet. De blijvende vennoot zuiverde negatief kapitaal aan en bracht dat ten laste van zijn winstaandeel. Kennelijk had men zich pas bij de aangifte gerealiseerd dat het aanzuiveren van kapitaal van de uittredende vennoot minder winstaandeel betekende voor de blijvende vennoot. De inspecteur pikte het niet, hij wilde de aftrek niet toelaten en corrigeerde de aangifte IB. Het Hof volgde uiteindelijk de inspecteur, "Buitengewone last bij uittreden medevennoot niet aftrekbaar" zo luidden de alarmerende berichten op de fiscale internetfora.

    Bij het raadplegen van de bron bleek dit bericht, zoals zo vaak, niet geheel adequaat te zijn. Het loont de moeite om bij dit soort "alarmmeldingen" de bron te raadplegen. Dat is het Hof Den Bosch (23 september 2021 nr. 20/00450, ECLI:NL:GHSHE:2021:2918) en bij nader lezen ging het erom dat de vennoot, die lasten in aftrek wilde brengen, niet aannemelijk had gemaakt dat deze lasten verband hielden met zijn onderneming. Nu ging het hier om een Vof tussen een vader en een zoon, het ging om het aanzuiveren van negatief kapitaal van de uittredende vader. Het kon dus ook gaan om niet-zakelijke, privé-overwegingen tussen vader en zoon, waarvoor geen aftrek van de winst wordt toegelaten.

    Het Hof stelde dat de zoon (vennoot) moest bewijzen dat hij terecht aftrek van de winst had toegepast. Behoudens opnemen in de aangifte werd er kennelijk verder niets overgelegd of gemotiveerd door de zoon. Geen Vof-akte, geen overeenkomst van geldlening of andere bescheiden, … helemaal niets. Het hof oordeelde dat belanghebbende het bestaan van een vordering op zijn vader (vennoot) niet aannemelijk had gemaakt, niet voldaan had aan bewijslast, dus geen recht had om een bedrag als buitengewone last ten laste van de belastbare winst uit onderneming te brengen.

    Het Hof oordeelde dus niet, zoals de "ronkende berichten" op internet aangeven, dat lasten bij het uittreden van een vennoot in het algemeen niet aftrekbaar zijn, het Hof oordeelde voor dit specifieke geval. Had de belastingplichtige zijn zaken vooraf beter geregeld, schriftelijke overeenkomsten gesloten met zijn vader, waarin de zakelijke overwegingen netjes, adequaat waren onderbouwd en hadden zij hun zakelijke overwegingen aan de inspecteur en aan de rechter kenbaar gemaakt, dan had de zaak een stuk kansrijker geweest. Twee lessen halen we hieruit. Ten eerste, check bij internet-berichtgeving altijd de bron. Ten tweede, kijk naar de feiten en omstandigheden, want die zijn doorslaggevend voor de fiscale gevolgen.

    Tot slot. Als de fiscale gevolgen een belangrijke overweging zijn van (voornemen tot) handelen, breng dan vooraf deze gevolgen in beeld. Handel vervolgens ook conform de getroffen regelingen. Een opzet moet dus werkbaar en overzichtelijk zijn, ook na verloop van tijd. Slechte regelingen worden er niet beter op als de fiscale gevolgen zouden kunnen meevallen. Dat laatste is nogal eens niet het geval, zoals de uittreding uit de Vof door vader hier liet zien. Een slecht verhaal later proberen op te poetsen, werkt niet en als je dan ook nog bezwaar en beroep instelt en niet behoorlijk stelt en motiveert, dan is het zonde van de tijd, moeite en geld …, kansloos dus.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook