Header achtergrond
Header achtergrond

Nieuwsbrief aangifte Inkomstenbelasting maart 2017

08-03-2017

De aangifte IB geeft elk jaar de nodige hoofdbrekens en wellicht zelfs wat stress. Ook dit jaar zijn er weer de nodige veranderingen. Wij zetten de belangrijkste voor u op een rij.

Controleer uw rekeningnummer voor een snelle teruggave

De vooraf ingevulde aangifte kan vanaf 1 maart 2017 worden ingediend bij de Belastingdienst. De aangiftetermijn eindigt daarvoor op 30 april 2017. Controleer de vooraf ingevulde aangifte goed op juistheid en volledigheid. Let op dat het rekeningnummer dat bij de Belastingdienst bekend is, actueel is en op naam van de belastingplichtige staat.

Hogere AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd is op 1 januari 2016 verhoogd naar 65 jaar en zes maanden. Wie in 2016 de AOW-leeftijd heeft bereikt, betaalde één maand langer AOW-premies en ontving een maand later de eerste AOW-uitkering ten opzichte van 2015. Ook het verlaagde IB-tarief (geen premieheffing) gaat later in. Als een niet-verdienende fiscale partner niet premieplichtig is (en dus geen recht heeft op de premiedelen van de heffingskortingen) kan toch uitbetaling van de gehele (algemene) heffingskorting volgen.

Fiscaal partnerschap bij Wmo opvanghuis en bij stiefkinderen

Vanaf 1 januari 2016 is men ook fiscaal partner als de belastingplichtige samenwoont met een andere meerderjarige in een opvanghuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en één minderjarig kind van één van hen op datzelfde adres staat ingeschreven.  Als u voldoet aan de voorwaarden, onder andere in het bezit bent van een Wmo-beschikking, kan verzocht worden om het fiscale partnerschap te beëindigen. Dat heeft eveneens tot gevolg dat men geen toeslagpartner meer is.

Men is eveneens fiscaal partner als de belastingplichtige gehuwd is geweest met iemand die al een kind heeft (uit een eerdere relatie) en dat stiefkind woont bij de belastingplichtige in en de belastingplichtige of het stiefkind zijn bij het begin van het kalenderjaar jonger dan 27 jaar. Op gezamenlijk verzoek kan de aanmerking tot fiscaal partner worden beëindigd. Zij zijn dan ook geen toeslagpartners meer.

BOX 1
Auto van de zaak

De CO2-schijfgrenzen voor de bijtelling vanwege een auto van de zaak voor 2016 zijn:
Bijtelling afhankelijk van CO2-uitstoot (in gr/km)
4% 0
15% 1-50
21% 51-106
25% >106

Personeelslening

Vanaf 2016 is het voordeel, dat wordt verkregen op een personeelslening, belast. Dit gebeurt door het rentevoordeel bij het loon op te tellen. Werkgevers moeten dus dit rentevoordeel als loon in de loonheffing meenemen. Indien de lening is afgesloten voor de eigen woning, dan is het bedrag dat bij het loon wordt opgeteld, aftrekbaar als kosten voor die woning. De waardering van het rentevoordeel voor een personeelslening ten behoeve van een fiets of elektrische scooter op nihil, blijft in stand.

Eigen woning

In 2016 bedraagt het maximale percentage waartegen eigenwoningkosten kunnen worden afgetrokken 50,5%. De eigenwoningaftrek wordt eerst tegen maximaal 52% berekend, daarna volgt een correctie in de aangifte om rekening te houden met de maximering van 50,5%. De maximering geldt niet voor bedrijfswoningen in het ondernemingsvermogen.

Vanaf 2016 worden gegevens van een lening voor de eigen woning, die zijn afgesloten bij bijvoorbeeld familie, een bv of buitenlandse bank, via de aangifte doorgegeven. Het formulier 'Opgaaf lening eigen woning' kan alleen worden gebruikt voor de jaren 2013 tot en met 2015.

Bij (langdurige) achterstand bij aflossing van de eigen woningschuld, vervalt de renteaftrek en de lening verhuist naar box 3. Deze lening kon daarna niet meer terug naar box 1. Met ingang 2016 verhuist de lening weer naar box 1, als de aflossingsachterstand is ingehaald. Er bestaat dan weer recht op renteaftrek.

Fiscaal partners, die na 31 december 1991 een kapitaalverzekering hebben afgesloten om een eigen woningschuld af te lossen, kunnen samen bij de aangifte inkomstenbelasting 2016 een verzoek doen om de uitkering beiden voor 50% op te geven. Allebei kunnen dan gebruik maken van hun eigen vrijstelling. Voorheen kon dit niet, als maar één van beiden in de polis genoemd werden. Dan kon maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrijstelling.

De (kamer)verhuurvrijstelling is voor 2016 op € 5.069 gesteld. Wanneer men boven deze vrijstelling uitkomt, zou wellicht gebruik kunnen worden gemaakt van de kostgangersregeling. De gemaakte kosten kunt u aftrekken, een eventuele vergoeding van de kostganger is wel belast.

Oudedagsvoorzieningen

Het tussentijds afkopen van een lijfrente is fiscaal niet toegestaan. Naast belasting is revisierente verschuldigd over de waarde van de lijfrente. Voorheen werd de waarde van de polis minimaal gesteld op de betaalde premies of stortingen. Vanaf 2016 is inkomstenbelasting verschuldigd over de eventueel lagere afkoopwaarde.

BOX 2
Aanmerkelijk belang, meer dan 5% (soort) aandelen

De conserverende aanslag voor de DGA, die met zijn vennootschap emigreert naar het buitenland, blijft onbeperkt in stand en vervalt dus niet meer na 10 jaar (vanaf oktober 2015). Een winstuitdeling heeft tot gevolg dat de conserverende aanslag (gedeeltelijk) wordt ingevorderd tot een bedrag van 25% van de winstuitdeling. Zolang de conserverende aanslag nog niet volledig is voldaan, geldt de fictie dat de vennootschap in Nederland is gevestigd, zodat nog inkomstenbelasting kan worden geheven over de uitgekeerde dividenden. De invordering van de conserverende aanslag vindt niet plaats, voor zover over de dividenduitkering feitelijk belasting (in Nederland of het buitenland) wordt geheven. Het forfaitaire voordeel aanmerkelijk belang-aandelen in een beleggingsinstelling is per 1 januari 2016 verhoogd van 4,0% naar 5,5%

BOX 3

Vanaf 1 januari 2016 vervalt voor AOW'ers de extra verhoging van het heffingvrij vermogen in box 3.
Vanaf 2016 vervalt de vrijstelling voor de spaarloonregeling. Een geblokkeerd spaartegoed dat onder de spaarloonregeling valt, moet worden opgegeven bij de bezittingen. Daarnaast vervalt de vrijstelling banksparen voor uitvaartkosten. De vrijstelling voor uitvaartverzekeringen blijft wel bestaan.

Persoonsgebonden aftrek

Per 1 januari 2015 is de aftrek vanwege uitgave voor levensonderhoud van kinderen vervallen. In plaats daarvan kunnen de uitgaven, die in de toekomst verplicht moeten worden gedaan voor het levensonderhoud van de kinderen, worden opgegeven als een schuld in box 3. Dit is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Alimentatieverplichtingen voor kinderen kunnen dus in 2016 voor de nominale cumulatieve waarde van de schuld worden opgenomen in box 3.

Dieetkosten

In de dieetkostentabel is het nodige gewijzigd, nakijken dus of uw aftrek nog kan.

Verlies op durfkapitaal

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat voor durfkapitaal geldt, dat aftrek mogelijk is voor een geleden verlies op leningen, die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt. Indien er een nagekomen terugbetaling komt op een afgeschreven lening en daarvoor aftrek is toegestaan, wordt – ook nog na 1 januari 2011 – de persoonsgebonden aftrek in zoverre teruggenomen.

Heffingskortingen

In 2016 kan maximaal 46,67% of € 1.047 van de algemene heffingskorting worden uitbetaald aan de minstverdienende partner. Hiervan zijn uitgezonderd de belastingplichtigen, die geboren zijn vóór 1 januari 1963.
Vanaf een inkomen van € 34.015 start de afbouw van de arbeidskorting (4% van het deel van het arbeidsinkomen dat hoger is dan het drempelbedrag). Bij een inkomen van € 111.590 is deze nihil.

Belastingplichtigen, die op 1 januari 2016, 62 jaar waren, kunnen in aanmerking blijven komen voor de werkbonus. Vanaf 2018 kan niemand meer aanspraak maken op de werkbonus.

De tijdelijke heffingskorting (vroeg)gepensioneerden vervalt per 1 januari 2016. Indien in 2015 de heffingskorting werd ontvangen, wordt in 2016 maximaal € 61 meer belasting betaald.

In 2016 bestaat bij een verzamelinkomen boven € 35.949 recht op een ouderenkorting van € 70. Bij een lager verzamelinkomen bedraagt de ouderenkorting € 1.187. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 436.

Voorlopige aanslagen, let op belastingrente

Voor alle belastingen bedraagt de belastingrente 4%, behalve voor de vennootschapsbelasting. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting was tot 1 september 2016 8,05% en is vanaf 1 september 2016 tot 1 september 2017 8%.

ONDERNEMER

RDA

De research- and developmentaftrek (RDA) is voor ondernemers, die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en bestaat uit een aftrekpost bij de winstberekening. De RDA is per 1 januari 2016 vervallen. Daarvoor komt in de plaats een uitbreiding van de S&O-afdrachtvermindering in de loonheffing. Daarnaast is de opzet van de S&O veranderd.

VAR

Met ingang van 2016 is de verklaring arbeidsrelatie afgeschaft. Met een modelovereenkomst van de Belastingdienst kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer toch zekerheid over de voorgenomen arbeidsrelatie krijgen. Zie www.keulers.nl voor nadere info. De handhaving is opgeschort, er kan van eigen overeenkomsten gebruik gemaakt worden. Er is, behoudens opzet of grove schuld in combinatie met kwaadwillendheid, geen risico op naheffing en boetes.

Bijzondere onderwerpen

Monumentenpanden, haal onderhoudskosten naar voren

Het voornemen bestaat om met ingang van 1 januari 2018 de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden af te schaffen (zie wetsvoorstel 34 556). Op dit moment mag 80% van de onderhoudskosten worden afgetrokken. Volgens het voorstel komt voor particuliere eigenaren van monumentenpanden een nieuwe subsidieregeling. Onder voorwaarden kan een subsidie worden ontvangen van 25% voor bepaalde aangewezen onderhoudskosten voor het in stand houden van het monument. Voor de subsidie wordt maximaal € 10.000 aan subsidiabele kosten per jaar in aanmerking genomen. Aanvragen, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 2.000 per jaar, komen niet voor subsidie in aanmerking. Door onderhoudskosten naar 2017 te halen, kan nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Scholingsuitgaven

Aftrekbaar als scholingsuitgaven zijn kosten voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep. Voor de kosten mag een recht bestaan op studiefinanciering. Het voornemen bestaat om de regeling met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Uit onderzoek blijkt dat de scholingsimpuls van de huidige fiscale regeling beperkt is. In plaats van de scholingsaftrek komt er een nieuwe regeling in de vorm van scholingsvouchers. Deze zijn bedoeld voor mensen, die minder snel zelf geneigd zijn om onderwijs te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is. Door scholingsuitgaven naar voren te halen, kan in 2017 wellicht nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Box 3, verlaging en verhoging

Met ingang van 1 januari 2017 is het rendement van 4% gewijzigd. Het rendement wordt afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Voor belastingplichtigen met een hoog vermogen betekent dit een hogere belastingdruk. Box 3 wordt steeds onaantrekkelijker, box 1 en box 2 bieden meer mogelijkheden. Let op … volg algemene adviezen om in te brengen in een fonds voor gemene rekening of een BV of coöperatie niet zonder meer. Er zijn haken en ogen, en algemene veel toegepaste ontwijkingen worden meestal snel gerepareerd, vaak met meer uiteindelijk nadeel dan dat er voordeel was.

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook