Header achtergrond
Header achtergrond

Nieuwsbrief aangifte Inkomstenbelasting maart 2017

08-03-2017

De aangifte IB geeft elk jaar de nodige hoofdbrekens en wellicht zelfs wat stress. Ook dit jaar zijn er weer de nodige veranderingen. Wij zetten de belangrijkste voor u op een rij.

Controleer uw rekeningnummer voor een snelle teruggave

De vooraf ingevulde aangifte kan vanaf 1 maart 2017 worden ingediend bij de Belastingdienst. De aangiftetermijn eindigt daarvoor op 30 april 2017. Controleer de vooraf ingevulde aangifte goed op juistheid en volledigheid. Let op dat het rekeningnummer dat bij de Belastingdienst bekend is, actueel is en op naam van de belastingplichtige staat.

Hogere AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd is op 1 januari 2016 verhoogd naar 65 jaar en zes maanden. Wie in 2016 de AOW-leeftijd heeft bereikt, betaalde één maand langer AOW-premies en ontving een maand later de eerste AOW-uitkering ten opzichte van 2015. Ook het verlaagde IB-tarief (geen premieheffing) gaat later in. Als een niet-verdienende fiscale partner niet premieplichtig is (en dus geen recht heeft op de premiedelen van de heffingskortingen) kan toch uitbetaling van de gehele (algemene) heffingskorting volgen.

Fiscaal partnerschap bij Wmo opvanghuis en bij stiefkinderen

Vanaf 1 januari 2016 is men ook fiscaal partner als de belastingplichtige samenwoont met een andere meerderjarige in een opvanghuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en één minderjarig kind van één van hen op datzelfde adres staat ingeschreven.  Als u voldoet aan de voorwaarden, onder andere in het bezit bent van een Wmo-beschikking, kan verzocht worden om het fiscale partnerschap te beëindigen. Dat heeft eveneens tot gevolg dat men geen toeslagpartner meer is.

Men is eveneens fiscaal partner als de belastingplichtige gehuwd is geweest met iemand die al een kind heeft (uit een eerdere relatie) en dat stiefkind woont bij de belastingplichtige in en de belastingplichtige of het stiefkind zijn bij het begin van het kalenderjaar jonger dan 27 jaar. Op gezamenlijk verzoek kan de aanmerking tot fiscaal partner worden beëindigd. Zij zijn dan ook geen toeslagpartners meer.

BOX 1
Auto van de zaak

De CO2-schijfgrenzen voor de bijtelling vanwege een auto van de zaak voor 2016 zijn:
Bijtelling afhankelijk van CO2-uitstoot (in gr/km)
4% 0
15% 1-50
21% 51-106
25% >106

Personeelslening

Vanaf 2016 is het voordeel, dat wordt verkregen op een personeelslening, belast. Dit gebeurt door het rentevoordeel bij het loon op te tellen. Werkgevers moeten dus dit rentevoordeel als loon in de loonheffing meenemen. Indien de lening is afgesloten voor de eigen woning, dan is het bedrag dat bij het loon wordt opgeteld, aftrekbaar als kosten voor die woning. De waardering van het rentevoordeel voor een personeelslening ten behoeve van een fiets of elektrische scooter op nihil, blijft in stand.

Eigen woning

In 2016 bedraagt het maximale percentage waartegen eigenwoningkosten kunnen worden afgetrokken 50,5%. De eigenwoningaftrek wordt eerst tegen maximaal 52% berekend, daarna volgt een correctie in de aangifte om rekening te houden met de maximering van 50,5%. De maximering geldt niet voor bedrijfswoningen in het ondernemingsvermogen.

Vanaf 2016 worden gegevens van een lening voor de eigen woning, die zijn afgesloten bij bijvoorbeeld familie, een bv of buitenlandse bank, via de aangifte doorgegeven. Het formulier 'Opgaaf lening eigen woning' kan alleen worden gebruikt voor de jaren 2013 tot en met 2015.

Bij (langdurige) achterstand bij aflossing van de eigen woningschuld, vervalt de renteaftrek en de lening verhuist naar box 3. Deze lening kon daarna niet meer terug naar box 1. Met ingang 2016 verhuist de lening weer naar box 1, als de aflossingsachterstand is ingehaald. Er bestaat dan weer recht op renteaftrek.

Fiscaal partners, die na 31 december 1991 een kapitaalverzekering hebben afgesloten om een eigen woningschuld af te lossen, kunnen samen bij de aangifte inkomstenbelasting 2016 een verzoek doen om de uitkering beiden voor 50% op te geven. Allebei kunnen dan gebruik maken van hun eigen vrijstelling. Voorheen kon dit niet, als maar één van beiden in de polis genoemd werden. Dan kon maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrijstelling.

De (kamer)verhuurvrijstelling is voor 2016 op € 5.069 gesteld. Wanneer men boven deze vrijstelling uitkomt, zou wellicht gebruik kunnen worden gemaakt van de kostgangersregeling. De gemaakte kosten kunt u aftrekken, een eventuele vergoeding van de kostganger is wel belast.

Oudedagsvoorzieningen

Het tussentijds afkopen van een lijfrente is fiscaal niet toegestaan. Naast belasting is revisierente verschuldigd over de waarde van de lijfrente. Voorheen werd de waarde van de polis minimaal gesteld op de betaalde premies of stortingen. Vanaf 2016 is inkomstenbelasting verschuldigd over de eventueel lagere afkoopwaarde.

BOX 2
Aanmerkelijk belang, meer dan 5% (soort) aandelen

De conserverende aanslag voor de DGA, die met zijn vennootschap emigreert naar het buitenland, blijft onbeperkt in stand en vervalt dus niet meer na 10 jaar (vanaf oktober 2015). Een winstuitdeling heeft tot gevolg dat de conserverende aanslag (gedeeltelijk) wordt ingevorderd tot een bedrag van 25% van de winstuitdeling. Zolang de conserverende aanslag nog niet volledig is voldaan, geldt de fictie dat de vennootschap in Nederland is gevestigd, zodat nog inkomstenbelasting kan worden geheven over de uitgekeerde dividenden. De invordering van de conserverende aanslag vindt niet plaats, voor zover over de dividenduitkering feitelijk belasting (in Nederland of het buitenland) wordt geheven. Het forfaitaire voordeel aanmerkelijk belang-aandelen in een beleggingsinstelling is per 1 januari 2016 verhoogd van 4,0% naar 5,5%

BOX 3

Vanaf 1 januari 2016 vervalt voor AOW'ers de extra verhoging van het heffingvrij vermogen in box 3.
Vanaf 2016 vervalt de vrijstelling voor de spaarloonregeling. Een geblokkeerd spaartegoed dat onder de spaarloonregeling valt, moet worden opgegeven bij de bezittingen. Daarnaast vervalt de vrijstelling banksparen voor uitvaartkosten. De vrijstelling voor uitvaartverzekeringen blijft wel bestaan.

Persoonsgebonden aftrek

Per 1 januari 2015 is de aftrek vanwege uitgave voor levensonderhoud van kinderen vervallen. In plaats daarvan kunnen de uitgaven, die in de toekomst verplicht moeten worden gedaan voor het levensonderhoud van de kinderen, worden opgegeven als een schuld in box 3. Dit is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Alimentatieverplichtingen voor kinderen kunnen dus in 2016 voor de nominale cumulatieve waarde van de schuld worden opgenomen in box 3.

Dieetkosten

In de dieetkostentabel is het nodige gewijzigd, nakijken dus of uw aftrek nog kan.

Verlies op durfkapitaal

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat voor durfkapitaal geldt, dat aftrek mogelijk is voor een geleden verlies op leningen, die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt. Indien er een nagekomen terugbetaling komt op een afgeschreven lening en daarvoor aftrek is toegestaan, wordt – ook nog na 1 januari 2011 – de persoonsgebonden aftrek in zoverre teruggenomen.

Heffingskortingen

In 2016 kan maximaal 46,67% of € 1.047 van de algemene heffingskorting worden uitbetaald aan de minstverdienende partner. Hiervan zijn uitgezonderd de belastingplichtigen, die geboren zijn vóór 1 januari 1963.
Vanaf een inkomen van € 34.015 start de afbouw van de arbeidskorting (4% van het deel van het arbeidsinkomen dat hoger is dan het drempelbedrag). Bij een inkomen van € 111.590 is deze nihil.

Belastingplichtigen, die op 1 januari 2016, 62 jaar waren, kunnen in aanmerking blijven komen voor de werkbonus. Vanaf 2018 kan niemand meer aanspraak maken op de werkbonus.

De tijdelijke heffingskorting (vroeg)gepensioneerden vervalt per 1 januari 2016. Indien in 2015 de heffingskorting werd ontvangen, wordt in 2016 maximaal € 61 meer belasting betaald.

In 2016 bestaat bij een verzamelinkomen boven € 35.949 recht op een ouderenkorting van € 70. Bij een lager verzamelinkomen bedraagt de ouderenkorting € 1.187. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 436.

Voorlopige aanslagen, let op belastingrente

Voor alle belastingen bedraagt de belastingrente 4%, behalve voor de vennootschapsbelasting. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting was tot 1 september 2016 8,05% en is vanaf 1 september 2016 tot 1 september 2017 8%.

ONDERNEMER

RDA

De research- and developmentaftrek (RDA) is voor ondernemers, die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en bestaat uit een aftrekpost bij de winstberekening. De RDA is per 1 januari 2016 vervallen. Daarvoor komt in de plaats een uitbreiding van de S&O-afdrachtvermindering in de loonheffing. Daarnaast is de opzet van de S&O veranderd.

VAR

Met ingang van 2016 is de verklaring arbeidsrelatie afgeschaft. Met een modelovereenkomst van de Belastingdienst kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer toch zekerheid over de voorgenomen arbeidsrelatie krijgen. Zie www.keulers.nl voor nadere info. De handhaving is opgeschort, er kan van eigen overeenkomsten gebruik gemaakt worden. Er is, behoudens opzet of grove schuld in combinatie met kwaadwillendheid, geen risico op naheffing en boetes.

Bijzondere onderwerpen

Monumentenpanden, haal onderhoudskosten naar voren

Het voornemen bestaat om met ingang van 1 januari 2018 de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden af te schaffen (zie wetsvoorstel 34 556). Op dit moment mag 80% van de onderhoudskosten worden afgetrokken. Volgens het voorstel komt voor particuliere eigenaren van monumentenpanden een nieuwe subsidieregeling. Onder voorwaarden kan een subsidie worden ontvangen van 25% voor bepaalde aangewezen onderhoudskosten voor het in stand houden van het monument. Voor de subsidie wordt maximaal € 10.000 aan subsidiabele kosten per jaar in aanmerking genomen. Aanvragen, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 2.000 per jaar, komen niet voor subsidie in aanmerking. Door onderhoudskosten naar 2017 te halen, kan nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Scholingsuitgaven

Aftrekbaar als scholingsuitgaven zijn kosten voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep. Voor de kosten mag een recht bestaan op studiefinanciering. Het voornemen bestaat om de regeling met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Uit onderzoek blijkt dat de scholingsimpuls van de huidige fiscale regeling beperkt is. In plaats van de scholingsaftrek komt er een nieuwe regeling in de vorm van scholingsvouchers. Deze zijn bedoeld voor mensen, die minder snel zelf geneigd zijn om onderwijs te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is. Door scholingsuitgaven naar voren te halen, kan in 2017 wellicht nog gebruik worden gemaakt van de aftrekpost.

Box 3, verlaging en verhoging

Met ingang van 1 januari 2017 is het rendement van 4% gewijzigd. Het rendement wordt afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Voor belastingplichtigen met een hoog vermogen betekent dit een hogere belastingdruk. Box 3 wordt steeds onaantrekkelijker, box 1 en box 2 bieden meer mogelijkheden. Let op … volg algemene adviezen om in te brengen in een fonds voor gemene rekening of een BV of coöperatie niet zonder meer. Er zijn haken en ogen, en algemene veel toegepaste ontwijkingen worden meestal snel gerepareerd, vaak met meer uiteindelijk nadeel dan dat er voordeel was.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Belastingdienst verscherpt loonheffingscontroles bij ZZP'ers en opdrachtgevers Door Wijnkamp Keulers op 30-01-2019

    ZZP'ers en kleinere ondernemers zijn in korte tijd van wenselijke flexibele schil tot te bestrijden fenomeen verworden. De dreiging van achteraf problemen met fiscus en UWV maken veel opdrachtgevers kopschuw. De zogenaamde Wet DBA, die de VAR verving, is wegens onuitvoerbaarheid weliswaar opgeschort, niettemin is de Belastingdienst zich al aan het voorbereiden op verdere bestrijding van ZZP'ers. Zo is er nu, nagenoeg ongemerkt, een aanscherping van het zogenaamde gezagscriterium doorgevoerd in het Handboek Loonheffingen. ZZP'ers en kleinbedrijf wordt het risico voorgespiegeld dat in meer gevallen sprake is van een gezagsverhouding, dus van een arbeidsovereenkomst. Met alle gevolgen voor de opdrachtgevers van dien. De dreiging met naheffingen en vooral boetes op basis van nettoloon is voldoende om opdrachtgevers kopschuw te maken en ondernemers/ZZP'ers ondervinden daar nadeel van, inkomensdalingen van 50% zijn geen uitzondering.

    Handboek Loonheffingen 2018

    Het Handboek Loonheffingen geeft de visie van de Belastingdienst weer en het beleid. Er kan een beroep op worden gedaan door de belastingplichtige, die mag erop vertrouwen dat inspecteurs het eigen beleid volgen. Ten aanzien van wettelijke bepalingen zijn vaak meerdere en elkaar tegensprekende standpunten mogelijk. De rechter heeft uiteindelijk het laatste woord. Dus hoewel het Handboek belangrijk is, is het geen wet. Niettemin, door de dreiging met naheffingen en boetes kun je je niet al teveel risico veroorloven bij afwijkende standpunten. Het is als het ware een waarschuwing voor "landmijnen", er is niemand die gaat proberen of ze er ook werkelijk liggen door er overheen te lopen.

    Bijlage

    In de uitgave van december 2018 is de "zelfstandigheid" van de ZZP'er nader uitgelegd en dan vooral in het licht van "schijnzelfstandigheid". De Belastingdienst wil "schijnzelfstandigheid" bestrijden, zo heet het. De Wet DBA is een onuitvoerbare wet, tenzij het doel is geweest om vaste dienstverbanden de norm te doen zijn en ondernemerschap en flexibele arbeid te belemmeren. Het wordt steeds duidelijker dat afschaffing van de VAR tot doel had om een rem op ZZP'ers en flexibele arbeid aan te brengen. De motieven zijn zuiver financieel, fiscaal. De overheid en pensioenfondsen hebben meer geld nodig en dat moet komen van meer belasting- en premieheffing bij de middenklasse en dan vooral ondernemers en ZZP'ers.

    Arbeidsovereenkomst

    Het verschil tussen een arbeidsovereenkomst en overeenkomst van opdracht (ZZP) is "gezagsverhouding". De Belastingdienst heeft nu een aantal voorbeelden gegeven, die al dan niet in combinatie duiden op een gezagsverhouding. De meest opvallende is wel dat de opdrachtnemer, die personeel van de opdrachtgever aanstuurt, zelf aan een gezagsverhouding onderhevig is volgens de Belastingdienst. Dus de uitvoerder op de bouwplaats, interim-manager of ingehuurde hoofdverpleegkundige, interim IT manager zijn eigenlijk werknemers, volgens de Belastingdienst. Ook als de interimmer deelneemt aan sociale activiteiten, waaraan ook werknemers deelnemen, is hij "werknemer" en geen ZZP' er. Bizar is eveneens de eis dat de ZZP'er niet een werklocatie opgelegd moet krijgen. De interim-uitvoerder zit dus niet meer in de bouwkeet, maar moet aan thuiswerk gaan doen.

    Wetenschappers en juristen met politieke bias

    De rechter heeft hele andere criteria geformuleerd onder de bestaande loonheffings-wetgeving. Het is goed om in gedachten te houden dat zowel bij de afschaffing van de VAR als bij invoering van de wet DBA de Wet op de Loonbelasting niet is gewijzigd. Het aldaar gehanteerde begrip "dienstbetrekking" is niet veranderd, ook aanvullende definities en regels zijn voor en na de VAR niet gewijzigd.

    Voor de rechter is van belang, loopt de opdrachtnemer risico, waaronder debiteurenrisico, kan hij zich laten vervangen en kan hij opdrachten weigeren. De belastingrechter (Hof Arnhem) vult het criterium gezagsverhouding veel meer in langs de kaders van "risico".

    De Belastingdienst heeft het oor nu veel meer te luisteren gelegd bij wetenschappers en juristen op het gebied van arbeidsrecht en sociaal recht. Deze hebben op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken een position paper geschreven om de onwerkbare wet DBA alsnog te redden. Bij deze wetenschappers en juristen staat de bescherming van de rechtspositie van de werknemer in het algemeen voorop, zij hebben een sterke bias op sociale verworvenheden. De focus ligt dus op behoud van rechten van de werknemer met een vast contract en niet op de behoefte aan flexibele arbeid en diensten die de huidige IT-economie met zich meebrengt, de economie moet zich aanpassen te beginnen in Nederland.

    De consensus tussen deze deskundigen is, dat ZZP'ers de rechtspositie van de werknemer met het vaste contact bedreigen, dezelfde bias blijkt uit de stellingen van de Belastingdienst. De tegenwerking van ZZP'ers en ondernemers moet de vaste arbeidscontracten bij makkelijker te managen grote ondernemingen bevorderen. Meer belastingen en premies makkelijker te heffen, dat is de verwachting. Welke gevolgen het belemmeren van ZZP'ers en ondernemers heeft, laat onder meer de bouwsector zien. Vooral de buitenlandse ZZP'ers zijn niet meer aanwezig, vele ZZP'ers hebben de bouw de rug toegekeerd.

    Tot slot

    Voor ZZP'ers, andere kleinbedrijf ondernemers en hun opdrachtgevers is deze ontwikkeling schadelijk. De gevolgen voor de economie laten zich vooralsnog raden. Met het bestrijden van flexibele arbeid en dienstverlening, die op basis van vraag wordt verleend, is er de kans dat de economie wordt gesmoord. Niettemin, er zijn ook economen die pleiten voor hogere loonkosten en belastingen, dat zou innovatie en transitie bevorderen. Wie weet valt het dus mee. Het is dus maar welke bias je hebt.

    Lees verder
  • Niet aangegeven vermogen in het buitenland, grote (fiscale) gevolgen Door Wijnkamp Keulers op 24-12-2018

    Het aanhouden van vermogen in het buitenland en dit niet aangeven is een kostbare aangelegenheid met alle risico's van dien, zoals ook het risico op strafrechtelijke vervolging. In het bijzonder wanneer de Belastingdienst het buitenlandse vermogen ontdekt, voordat u hiervan melding heeft gemaakt.

    In de afgelopen jaren is gebleken dat er nogal wat bankrekeningen in het buitenland niet zijn aangegeven in box 3. Inmiddels is de inkeerregeling niet meer van toepassing op de vrijwillige verbetering van de aangifte ter zake van buitenlandse inkomsten uit vermogen. Er wordt tenminste twaalf jaar teruggekeken, dus met rente en een maximaal mogelijke boete van 300% van de verzwegen belasting, zijn zondaars flink de sigaar. Hebt u wetenschap van rekeningen in het buitenland, die (bijvoorbeeld door een overleden partner of ex-partner) niet zijn aangegeven, dan is er maar één weg, alsnog aangeven! En doe dit dan, bij voorkeur, in overleg met een fiscaal advocaat. Geeft u niet aan of hebt u dat niet gedaan, dan bent u strafbaar.

    Denk niet dat de Belastingdienst de informatie niet verkrijgt, want het bankgeheim wordt steeds vaker opgeheven en door steeds meer Europese landen wordt informatie uitgewisseld.

    Informatiebeschikking
    Wanneer de Belastingdienst op grond van door hen verkregen informatie u vragen stelt omtrent een buitenlandse rekening bent u, in beginsel, verplicht deze informatie te verstrekken, dit hoeft dus niet alleen uzelf te betreffen, maar kan ook voor derden gelden. Denkt u maar aan de Stichting Museumkaart, die gedwongen wordt de gegevens van een museumkaarthouder te verstrekken.

    Rechtsbescherming
    Tegen de informatiebeschikking is bezwaar, (hoger) beroep en cassatie mogelijk, waarmee aan belastingplichtige de mogelijkheid wordt geboden om de weigering om medewerking te verlenen aan de informatiebeschikking door de belastingrechter te laten toetsen.
    Oordeelt de belastingrechter dat de vragen legitiem (fiscaal relevant) zijn, dan wordt een nieuwe termijn verstrekt om aan de informatiebeschikking te voldoen. Voldoe je als belastingplichtige dan niet aan de verplichting om de informatie te verstrekken, dan wordt, in beginsel, de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Dat betekent dat de belastingplichtige de onjuistheid van de aanslag overtuigend moet aantonen, in plaats van dat de inspecteur de juistheid van de aanslag aannemelijk moet maken.

    Let op
    Er is een extra sanctie op het niet-nakomen van de informatieverplichting: de weigering om informatie te geven is een strafbaar feit. Er is sprake van een overtreding wanneer de gevraagde stukken of informatie, niet, onjuist of onvolledig worden verstrekt. Wanneer dit opzettelijk gebeurt en dit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, is er sprake van een misdrijf.

    Het is voorzichtig manoeuvreren in dit soort situaties, het is vaak niet zo zwart/wit als de theorie stelt. Onze ervaring is dat de Belastingdienst steeds vaker zijn bevoegdheden ruimer interpreteert en daar soms ook mee weg komt, mede door onvoldoende begeleiding dan wel op grond van uitlatingen van de belastingplichtige in de eerste gesprekken.

    Fiscaal advocaat
    Het voorgaande geeft aan dat het onverstandig is om zelf met de inspecteur in discussie te gaan wanneer het over niet aangegeven vermogen in het buitenland gaat. Neem vanaf de eerste bespreking een fiscaal advocaat mee om u bij te staan.

    Een fiscaal advocaat heeft een verschoningsrecht, uw accountant of belastingadviseur niet, zij kunnen dus eventueel als getuigen worden opgeroepen. De risico's bij een strafrechtelijke vervolging zijn groot. En vergeet niet, in een gesprek met een inspecteur bent u niet tot antwoorden verplicht (zwijgrecht) en alles wat u zegt, kan in het onderzoek worden gebruikt.

    Heeft u naar aanleiding van het vorenstaande vragen, dan kunt u ons bereiken op 079-343 2711 (advocatenlijn).

    Lees verder

Agro nieuws

  • Nieuwe fiscale regels voor pachters in de familiesfeer ingegaan, tweede pachtersvoordeel voortaan belast, overgangsrecht toepassen? Door Wijnkamp Keulers op 11-12-2018

    Pachters, die grond in verpachte staat kopen van verpachtende familieleden, zoals ouders, worden in de toekomst belast voor het "pachtersvoordeel". Bij besluit, ingangsdatum 6 december 2018, heeft de Staatssecretaris van Financiën Menno Snel de onbelastbaarheid van dit (tweede) pachtersvoordeel afgeschaft. Voor grond, die voor 30 juni 2019 in eigendom komt van de pachter/zoon/dochter (e.d.), geldt overgangsrecht, zij mogen de vrijstelling van het tweede pachtersvoordeel alsnog toepassen. Wat is er aan de hand, wat zijn de gevolgen en welke maatregelen moeten er worden genomen om meer inkomstenbelasting te voorkomen. Is met spoed overdragen aan de pachter voor 30 juni 2019 altijd een goede oplossing?

    Het gaat eigenlijk om toepassing van de landbouwvrijstelling (artikel 3.12 Wet IB 2001) bij (uiteindelijke) verkoop, ruil van grond of bij staking van de onderneming door de verkrijgende pachter. Bij aankoop en exploitatie van de grond in het landbouwbedrijf is er dus niet zoveel aan de hand. Pas bij verkoop of ruil van grond, of bij staking van de onderneming moet er meer belasting worden betaald. De zogenaamde boekwinst, die normaal onder de landbouwvrijstelling voor de IB is vrijgesteld, wordt belast voor zover die betrekking heeft op het verschil tussen vrije waarde en waarde in verpachte staat op het moment van verwerving. Dat was al zo, als gepachte grond van een niet-familielid werd gekocht. Het onderscheid tussen kopen van familie en kopen van een gewone verpachter vervalt dus, er is geen verschil meer tussen "eerste" en "tweede pachtersvoordeel". Ook de zogenaamde gebruikersvoordelen zijn in beginsel belast. Wordt verpachte grond als zodanig geërfd, dan is voor de IB mogelijk ook een pachtersvoordeel aan de orde. Dat hangt ervan af hoe de verkrijging is geregeld.

    Er zijn nog wat meer vervelende maatregelen. Zogenaamde eerste pachtersvoordelen konden apart geruisloos worden doorgeschoven naar de opvolger, deze zogenaamde "partiële" doorschuiving is echter ook afgeschaft. Doorschuiven kan nog wel, maar dan alleen als in beginsel alle ondernemings-vermogensbestanddelen worden doorgeschoven. Ook is al langere tijd (een jaar of zes) duidelijk dat pachtersvoordelen bij vrijval (dus bij verkoop) niet via een HIR kunnen worden afgeboekt op vervangende grond.

    Wat nu te doen? In de eerste plaats is er het overgangsrecht. Tot 30 juni 2019 kan grond nog onder de oude regeling in eigendom overgaan op de opvolger voor de waarde in verpachte staat met een "tweede pachtersvoordeel". Wellicht is verkopen en leveren op korte termijn, dus voor 30 juni 2019 te overwegen. Als er aanvullende regelingen nodig zijn, bijvoorbeeld in verband met de inkomenspositie van de ouders of de overige kinderen, is wellicht schuldig blijven van de koopsom onder specifieke voorwaarden en onder eerste hypotheek een optie.

    Wellicht dat inbreng in een maatschap met herwaardering een mogelijkheid is, dat zal dan wel met juridische inbreng moeten zijn, mogelijk nadat eerst verkoop en levering heeft plaatsgehad. Via maatschap, CV of andere rechtsvorm kunnen dan aanvullende voorwaarden worden opgenomen. Let op, er is sprake van een overgangsmaatregel, dus oprekken van de reikwijdte ervan is riskant.

    Andere oplossingen voor controle of meedelen van ouders en andere kinderen in meerwaarde zullen vooral gezocht moeten worden in aanvullende voorwaarden ter zake van de financiering of eruit houden van (strategische) stukken grond, zoals ontwikkelaars dat nogal eens doen. Ook het aangaan van maatschappen of een CV na verkrijging van de juridische eigendom van de grond door de opvolger kan een oplossing zijn. In feite lijkt het wat op de contracten, die ontwikkelaars afsluiten, alleen in dit geval worden dan afspraken gemaakt voor bijvoorbeeld winstdeling voor winsten boven de WEVAB.

    Voor al deze maatregelen zal wel rekening moeten worden gehouden met bestaande hypotheken en de bank, begin dus op tijd want dat zal nog wel wat voeten in aarde hebben en de deadline is echt 30 juni 2019, reken maar niet op verlenging.

    Moet je dit nu allemaal willen of is het accepteren van de maatregel niet een betere optie. Immers niet bij koop door de pachter is er een probleem, pas bij verkoop, ruil en staking komt het pachtersvoordeel om de hoek kijken voor de IB. Voor het erfrecht en bij bedrijfsopvolging is natuurlijk de opvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting met DCF-waarderingen nog steeds van kracht. Als er geen eerste pachtersvoordeel was bij de familie, de grond overgaat bij bedrijfsopvolging volgens de waardering die daar is toegestaan en er geruisloos kan worden doorschoven, dan is dat mogelijk ook een oplossing die het overwegen waard is. Er moet dan wel worden bekeken of de via maatschap en verpachting geregelde opvolging nog wel optimaal is.

    Het wordt er allemaal niet eenvoudiger op. De Staatssecretaris geeft aan dat reguliere regelingen in de IB (artikel 3.63 wet IB 2001) en SW (de BOR) voldoende mogelijkheden bieden en er dus geen speciale regeling meer nodig is. Als dit betekent, dat hij niet verder gaat beperken dan valt wellicht met een zoenoffer als deze beperking nog wel te leven. Laat u zich goed voorlichten, dit is geen onderwerp voor massale "standaard" regelingen, zoals we bij voorbeeld bij de herwaardering van de ondergrond van agrarische bedrijfswoningen hebben gezien. Kies voor maatwerk.

    Bron

    Lees verder
  • Nieuwe fiscale regels met ingang van 6 december 2018 Door Wijnkamp Keulers op 11-12-2018

    Besluit Staatssecretaris van Financiën, ingangsdatum 6 december 2018 betreft fiscale regelingen Ruimte voor Ruimte, betalingsrechten, meerwaarde door herverkaveling via landinrichting, regeling gronden in gebruik voor windturbines en zonnepanelen.

    Naast de afschaffing van de regeling van het tweede pachtervoordeel zijn er in hetzelfde besluit van 6 december 2018 fiscale regelingen van kracht geworden, die de (gedeeltelijk) stoppende landbouwers aangaan en landbouwers met "nevenactiviteiten", zoals plaatsing van windturbines en zonnepanelen. Ook de regelingen rondom quota (niet meer nodig) en betalingsrechten zijn aangepast. Een korte bloemlezing.

    Winst bij Ruimte voor Ruimte regeling soms onbelast
    De meerwaarde van grond, die ontwikkeld wordt in het kader van Ruimte voor Ruimte, is slechts belast boven de oorspronkelijk WEVAB. Had de grond door mindere bedrijfsactiviteiten een lagere WEVAB gekregen, dan mag de oorspronkelijke hogere WEVAB worden toegepast voor toepassing van de landbouwvrijstelling. De afwaardering van voormalige bedrijfsgebouwen is een aangelegenheid, die niet door dit besluit wordt geregeld. Afwaardering tot lagere marktwaarde is in beginsel mogelijk. Niettemin, kosten van sloop van opstallen of minderwaarde ervan kan wel opgaan in de WEVAB van een Ruimte voor Ruimte kavel als de WEV uiteindelijk veel hoger is dan de WEVAB. De staatssecretaris meent dat minderwaarde naar rato aan grond en opstallen moet worden toegerekend. Daar zal het laatste woord nog wel niet over gezegd zijn.

    Betalingsrechten
    De per peildatum 1 mei 2015 toegekende betalingsrechten zijn een steunmaatregel van het inkomen van de landbouwer. Het is een vordering en geen bedrijfsmiddel. De boekwaarde van de vordering is nihil, want de vordering is om niet verkregen. Bij verwerving van betalingsrechten moeten die voor de koopprijs en toe te rekenen kosten op de balans worden geactiveerd. Er kan niet op worden afgeschreven, want het is geen bedrijfsmiddel. Verkoop van betalingsrechten leidt niet tot afboeking van de boekwaarde van het recht, aldus de visie van de Staatssecretaris.

    Meerwaarde landbouwgrond door verkaveling bij landinrichting
    Op hoofdlijnen verandert er niets. De meerwaarde op de grond, die is toe rekenen aan de verbeteringen door de (her) verkaveling, zijn niet op grond van de landbouwvrijstelling vrijgesteld. Het in een keer betalen van de landinrichtingskosten leidt ertoe dat de facto de boekwaarde van de grond daarmee wordt opgehoogd (zijn dus geen aftrekbare kosten) en in mindering strekken op de (niet vrijgestelde) belaste winst. De winst wordt pas bij realisatie dus bij vervreemding van de grond belast.

    Ondergrond windturbines en zonnepanelen
    Door het arrest van de HR van 23 april 2010 nr 08/04843 is duidelijk geworden dat de exploitatie van een windturbine door een landbouwer als een aparte onderneming is te beschouwen. Een dergelijke exploitatie betekent dat er over de meerwaarde van de ondergrond boven de WEVAB direct moet worden afgerekend door de zogenaamde "sfeer overgang" naar een ander onderneming. Bedoeld wordt dat de landbouwonderneming (voor een deel) wordt gestaakt (stakingswinst WEV> WEVAB) en een nieuwe onderneming wordt gestart. Boekwaarde van de grond in de nieuwe onderneming is dan WEV. Een vergelijkbare belemmering kan zich volgens de staatssecretaris voordoen als er percelen grond worden onttrokken aan de exploitatie in het bestaande landbouwbedrijf. De staatssecretaris keurt goed dat het "afrekenmoment" wordt uitgesteld, de grond wordt als het ware als "niet onttrokken beschouwd", niettemin de WEVAB wordt bevroren.

    Tot slot
    Alles dat (fiscaal) met landbouwgrond heeft te maken is ingewikkeld en dient in samenhang met juridische regelingen te worden bezien. Oriënteert u zich vooraf en zorg voor uw eigen gespecialiseerde adviseur. Gratis advies bestaat niet en goedkoop is duurkoop. Het is niet voor niets, dat er nieuwe beleidsregels zijn, de touwtjes worden aangehaald en dat is gegeven het belang van landbouwgrond voor natuur, milieu en ruimtelijke ordening met alle financiële gevolgen van dien natuurlijk niet verbazingwekkend. Uw grond is uw belangrijkste productiemiddel, handel daarnaar!

    Bron

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook