Header achtergrond
Header achtergrond

Steeds meer duidelijkheid over belastingheffing na 2018, nieuw kabinet licht tipje van de sluier op

16-10-2017

Het zekerstellen van inkomsten voor de groeiende collectieve sector heeft nog steeds prioriteit. Kosten voor klimaatbeheersing en zorgkosten blijken verder door te stijgen. De kiezer is niet bereid bezuinigingen, die hemzelf aangaan, te accepteren of milieuvervuiling voor lief te nemen. Er is brede consensus over nut en noodzaak van meer overheidsingrijpen en centrale sturing. Vooral in de zorg, innovatie en op het gebied van klimaat wordt van de overheid een actieve rol gevraagd.

Daarvoor heeft de overheid meer en meer geld en dus belastinginkomsten nodig. Want ook op andere terreinen, zoals onderwijs en defensie, wordt door lobbyisten, die handig de media bespelen, om "investeringen" gevraagd. De belastinginkomsten zullen dus gewaarborgd moeten zijn en verder moeten stijgen, het is niet anders. Tegenover de behoefte aan meer belastinginkomsten staat namelijk ook dat traditionele inkomstenbronnen voor de overheid, zoals verkoop van aardgas, accijnzen op brandstof, BPM en BTW op nieuwe auto’s opdrogen. Windenergie kost veel geld, want er zijn voorlopig nog aanzienlijke subsidies nodig, dus in plaats van dat accijnzen uit fossiele brandstoffen voor inkomsten zorgen, moet er subsidie worden betaald, dubbel nadeel dus. Ook de vergrijzing levert meer betalingsverplichtingen op door AOW en zorgkosten. Kortom de financierbaarheid van de overheidsuitgaven op langere termijn maakt dat er van echte lastenverlaging voor de burger geen sprake kan zijn.

Het nieuwe kabinet maakt tegen deze achtergrond keuzes, die voortvloeien uit plannen van een commissie voor een grote belastingherziening. Deze commissie Van Dijkhuizen zag in 2012 al de problemen aankomen en heeft lange termijnmaatregelen voorgesteld. Een grote belastingherziening was nodig, deze had door VVD en PvdA moeten worden doorgevoerd. Dit bleek door het grote verschil in inzicht niet haalbaar, men heeft dat doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Nu is duidelijk dat CDA, CU, D66 en VVD een nieuwe poging gaan wagen, kennelijk op basis van de bekende blauwdruk uit 2012. We leggen de maatregelen naast de meetlat van de bekende plannen en wat blijkt, het past in een breder en verdergaand perspectief.

De in het regeringsakkoord aangekondigde maatregelen zijn eerste stappen en zullen dan ook vermoedelijk worden gevolgd door veel meer en ingrijpender maatregelen binnen deze kabinetsperiode. In het kort komt het erop neer dat Nederland moet innoveren in verband met klimaatregels en tech-revolutie, men denkt daarin economisch een leidende rol te kunnen spelen en daarin past dat Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats moet zijn voor innovatieve (fin) tech-bedrijven. Dat zijn in de visie van VNO-NCW, zich commercieel opstellende (subsidie genietende) universiteiten en in de visie van Haagse politici vooral multinationals en grote bedrijven. Die zijn met hun lobby's nadrukkelijk gesprekspartner en in het kader van concurrentie tussen de lidstaten van de EU moeten zij worden verleid met lage Vennootschapsbelasting (VpB) tarieven om zich in Nederland "te vestigen". Daar staat wel een beperking van hun aftrekposten van de winst tegenover, vooral renteaftrek wordt beperkt.

Aan de kleinere ondernemingen wordt geen of een geringe rol toebedacht. Zij blijken niet goed te hebben gelobbyd, hun belastingdruk wordt aanzienlijk verhoogd. Dit is in lijn met de plannen uit 2012, de commissie vond dat fiscale aftrekposten van ondernemers geen (meetbaar) effect hadden op werkgelegenheid en innovatie, dus moeten ondernemers in het (M)KB gelijk worden behandeld in vergelijking tot ambtenaren en werknemers.

Tekenend is de plotselinge omslag in het beleid voor vrije beroepsbeoefenaren en vooral ZZP'ers. Vooral ZZP'ers zijn van innovatieve flexibele ondernemers verworden tot te bestrijden uitwas. Dat hangt samen met de groei van het aantal ZZP'ers, ruim een miljoen, die, naar het oordeel van de ambtenaren op het Ministerie van Financiën, te weinig belasting betalen. Het beleid om ZZP'ers te belemmeren heeft een nadrukkelijk fiscaal budgettaire oorzaak. De Zelfstandigen met personeel worden daarin meegezogen.

Dit alles maakt dat het niet verbaast dat in de inkomstenbelasting (IB) gekozen wordt voor "grondslagverbreding" met lagere tarieven. Dat betekent schrappen van aftrekposten en meer en eerder inkomsten belasten, waardoor over meer inkomen tegen lagere tarieven dezelfde opbrengst of meer staat. Ook wordt gekozen om via belastingheffing gedrag te beïnvloeden van grote groepen burgers, dus centrale sturing met alle uitvoerings- en vooral controlelasten voor de overheid van dien, meer kosten voordat er inkomsten zijn voor de overheid, de burger moet de rekening betalen. Milieuheffingen zullen toenemen en de BTW gaat structureel omhoog.

Omdat ondernemers, werknemers en ambtenaren worden gelijkgesteld, hebben ondernemers geen fiscaal voordeel meer in de vorm van ondernemersaftrek. Die aftrek was een beloning voor het risico dat ondernemers (in toenemende mate) lopen, doordat zij met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn. Zo moesten spaarders verleid worden tot ondernemen. Dat is voorbij, nu worden niet de ondernemers verleid, maar de spaarders belast, sparen wordt dus als het ware ontmoedigd. In die zin past het, dat vermogen, dat niet in een actieve onderneming wordt aangewend, als het ware als "overbodig" wordt aangemerkt en veel zwaarder zal worden belast. Dit alles treft vermogende ouderen, mensen met eigen woningen en weinig schuld, alsmede ondernemers in de eindfase van hun ondernemingsleven. Het is dus of overdragen aan een opvolger of anders (zwaar) belasten.

Het is wachten op verhoging van de erfbelasting en afschaffen of beperken van het lage bejaardentarief in de IB. Ouderen zullen premies volksverzekeringen gaan betalen, de vrijstelling daarvan is de oorzaak van het lage bejaardentarief. We geven wat voorbeelden.

Het beeld is dus dat grootbedrijf, lagere inkomensgenieters, jongeren, ambtenaren en werknemers enig voordeel hebben. Ouderen, ondernemers in het kleinbedrijf, middenstanders en mensen, die met eigen vermogen willen voorzien in hun oude dag, hebben nadeel. De ouderen met een behoorlijk inkomen of vermogen blijken bij nader berekenen niet al te best af te zijn. Door het verder uitstellen van de ingangsdatum AOW en het daarmee uitstellen van het lagere bejaarden IB-tarief (geen premies) is er niet alleen voor een AOW'er ca € 45.000 minder AOW beschikbaar, maar heeft deze AOW'er van zijn 65e tot zijn 70e straks ook nog eens ca € 25.000 meer IB betaald dan dat voorheen betaald werd. Dat scheelt dus nogal wat in vergelijking tot de met 65 jaar ingaande AOW en lagere tarieven.

Maatregelen, die ook passen in het "Van Dijkhuizen" kader, zij het hier en daar aarzelend ingevoerd nu ("... het wordt in 30 jaar afgebouwd dus men merkt er niets van …”, aldus premier Rutte), zijn afschaffing hypotheekrenteaftrek en "normaal" belasten van de eigen woning. Dat betekent eigen woning in box 3 met wat lagere tarieven wellicht voor de meesten en uiteraard aftrek van de schulden van de waarde van het te belasten bezit, maar niettemin heel wat anders dan aftrek tegen 52% van de hypotheekrente. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat alle betaalde rente, dus ook die op consumptief krediet, aftrekbaar was tegen 72%, maar dat terzijde.

Naar verwachting zal na 2018 versneld het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek in box 1 worden doorgevoerd. Diegene, die nu een huis hebben met een WOZ waarde van € 500.000 en een hypothecaire lening van € 400.000, hadden in 2012 bij een rente van pakweg 4% een eigen woningforfait van € 3.500 en € 16.000 aftrek tegen 42% of 52%, dus belastingvoordeel € 5.250 of zelfs € 6.500. Bij het nieuwe systeem zal dat zijn 0,6% over € 500.000 en aftrek in de toekomst tegen pakweg 37%, dat zou dus bij 4% zomaar 5% minus € 500 of 15% minus € 500 kunnen schelen. Als de rente stijgt naar pakweg 4% dan is er dus nog maar € 4.810 voordeel, dat scheelt dus nogal. Gaat de woning naar box 3, dan is er geen aftrek van rente, dus voordeel € 0 en is er bovendien € 100.000 belast, dus € 50.000 per echtgenoot. Dat kan als er meer vermogen is met 1,41% of zelfs met 1,61% worden belast. In ons voorbeeld gaat men van aftrek naar € 1.410 tot € 1.610 betalen.

Natuurlijk is de rente erg laag op dit moment, de burger gaat het niet zo merken (daarin heeft premier Rutte gelijk), maar aan de andere kant geeft dat ook aan, dat het nu of nooit is om de beperking van de aftrek versneld door te voeren. Want algemeen wordt verwacht dat, wanneer de ECB het ruime kredietbeleid zal gaan afbouwen, de rente zal gaan stijgen. Wanneer en hoeveel, dat weet niemand, maar die 30 jaar van premier Rutte is boterzacht. Men gaat natuurlijk niet het risico lopen dat de aftrek moet worden beperkt als de bancaire rente 4% of hoger is, reken dus maar dat men deze termijn zeer sterk zal willen bekorten.

De toezegging dat de beperking van de renteaftrek wordt gecompenseerd door minder bijtelling (forfait wordt verlaagd van 0,75% naar 0,6 %) is voor de meeste woningen niet houdbaar op langere termijn. Immers, het argument voor afschaffing van de renteaftrek is dat het de overheid teveel geld kost. Het forfait leverde geld op, renteaftrek kostte geld. Als je dus volledig compenseert, zou er een negatief forfait moeten komen en dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Deze toezegging is dus bij voorbaat niet houdbaar en zo zijn er wel meer van dit soort korte termijnbespiegelingen door de coalitiepartijen. Dat heeft vooral betrekking op het vertrekpunt dat je neemt om "voordeel" te constateren.

De coalitiepartijen laten buiten beschouwing, dat het vorige kabinet 18 miljard euro aan lastenverzwaringen heeft doorgevoerd, met als argument dat het tijdelijk zou zijn om de crisis te bezweren. 18 miljard meer per jaar extra lasten als gegeven beschouwen, levert al snel "voordeel" op als daar dan wat vanaf gaat. Zo wordt er vanuit die 18 miljard "plus positie" tientallen miljoenen "voordeel" geconstateerd. Als iemand € 100 euro leent, deze niet terugbetaalt, je dan € 5 euro geeft en dat als een "voordeel" presenteert, omdat hij ook "niets" had kunnen teruggeven, dan zullen weinigen daarin trappen, dat is echter wel wat er in essentie nu gebeurt.

Want de effecten van de tariefsverlagingen in de IB zijn beperkt, voor de meesten ca 4% tot ca € 68.000, dus maximaal ca € 2.700. Dat wordt met veel tamtam als groot voordeel gepresenteerd. Maar we zetten nog maar even wat maatregelen uit het recente verleden voor u op een rij. Geen aftrek van werkkosten meer, OZB stijgt, zorgpremie eigen risico omhoog, milieuheffingen, "groene belastingen", accijnsverhogingen en voor ondernemers: geen pensioen in eigen beheer opbouw, ondernemersaftrek afgeschaft, BTW-verhogingen, dus minder marge voor de middenstanders, DBA gezeur voor ZZP'ers en in de toekomst voor DGA's 85% van de omzet van de BV verplicht verlonen etc etc.

Gegeven de staat van de natie is het allemaal wel te begrijpen wat deze coalitie doet, we willen van alles en de rekening moet nu eenmaal betaald worden. De keuzes, die worden gemaakt, zijn vooral gebaseerd op pappen en nathouden van de eigen achterban en dat is te begrijpen.

Niettemin, de IB-ondernemers, DGA's, vermogenden en ouderen zijn kennelijk niet in staat gebleken op dezelfde wijze als politiemensen, onderwijzers en verpleegkundigen de media te bespelen. Want zij lijken toch het kind van de rekening te zijn. Voor ondernemers is dat extra zuur, ook is het schadelijk voor "echte" werkgelegenheid. Het verbaast ons niet dat er geen vaste arbeidscontracten meer worden gesloten, het vorige kabinet heeft met de Wet werk en zekerheid en het geduvel met de ZZP'ers, de ondernemers tegen zich in het harnas gejaagd, die problemen worden wel geadresseerd, maar niet opgelost. Hopelijk vinden de coalitiepartijen een weg om vertrouwen te herstellen. Dat zal met deze plannen niet gaan lukken, zo vrezen wij, er moet voor de (M)KB ondernemers een fors tandje bijgeschakeld worden.

Hoe dan ook, voorlopig lijkt er voor belastingadviseurs eerder meer dan minder werk aan te komen, want over één ding twijfelen wij sowieso niet, "makkelijker" gaat het niet worden.

Laatste nieuws

  • Verlaag de winst van uw BV al in 2019 bij Corona-verlies 2020 Door Wijnkamp Keulers op 21-01-2021

    Verwacht u voor uw BV bij de aangifte vennootschapsbelasting (VpB) 2020 Corona-verlies aan te geven, dan mag u dat al in 2019 aftrekken van de winst. U doet dat door een zogenoemde Corona-reserve ten laste van de winst in 2019 te vormen. Deze reserve mag niet hoger zijn dan uw winst over 2019. Als u aldus minder of geen winst hebt, dan kunt u vragen om een nadere (lagere) voorlopige aanslag over 2019, daardoor kunt al snel de teveel betaalde vennootschapsbelasting terug krijgen. In 2020 moet u de reserve aan de winst toevoegen. Als u al aangifte gedaan hebt over 2019, dan loont het toch de moeite om te kijken of er nog een verlaging van die winst mogelijk is.

    Als de aanslag nog niet definitief is, dan kan met verbetering van de aangifte VpB 2019 of bij bezwaarschrift de aanslag nog worden verlaagd, als u niet een Corona-reserve hebt gevormd en dus teveel winst over 2019 hebt aangegeven. Lukt dat allemaal niet meer, dan kunt u overwegen om de voorlopige aanslag VpB 2020 te doen verlagen, want deze is (mede) op basis van de aangegeven (hoge) winst 2019 opgelegd.

    Zelfstandigen en ondernemers, die geen BV hebben, kunnen geen Corona-reserve vormen, zij kunnen wel de voorlopige aanslagen 2019 en 2020 laten verlagen. Bent u bij de aangifte VpB 2019 de corona-reserve vergeten, er zijn dus nog mogelijkheden om de Corona-reserve toe te passen. Kijk ook naar eventueel te verrekenen verliezen uit het verleden ... soms is meer winst "nemen" in dat geval interessanter.

    Lees verder
  • 2021… allemaal last van Corona … sommigen een beetje meer ... benut fiscale mogelijkheden Door Wijnkamp Keulers op 04-12-2020

    DGA's moeten in slechte tijden geld storten om hun BV overeind te houden. Als de BV niet meer kan terugbetalen, dan is er in beginsel fiscale compensatie voor de DGA veelal met zijn box 1-inkomen. Onlangs heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden bepaald, dat een vordering van een DGA op zijn eigen BV, die niet meer door de BV kon worden terugbetaald als onzakelijk moest worden beschouwd, scheelt pakweg 75% aftrek.

    Er was volgens het Hof in feite sprake geweest van een kapitaalstorting omdat een willekeurige derde nooit onder deze omstandigheden zoveel geld zou hebben geleend aan de BV. Het aandeelhoudersmotief stond voorop. Het verschil tussen zakelijk en onzakelijk kan 75% aftrek in box 1 schelen. Nu de Corona-maatregelen veel ondernemers dwingen om in te teren op privévermogen, is een nieuwe benadering van wat "zakelijk" is nodig. Kan een DGA maatregelen nemen om door de BV niet terugbetaalde leningen volledig te kunnen aftrekken van box 1-inkomen?

    Het oordeel van het Hof hield weliswaar een beperking van de aftrek van positief box 1 inkomen in, niettemin bepaalde het Hof ook dat uiteindelijk het bedrag van de verdampte vordering van de DGA als verlies uit aanmerkelijk belang toch voor 25% in aftrek zou komen. Het verschil tussen aftrek van een afgeboekte zakelijke vordering (100% in box 1 aftrekbaar) en de uiteindelijke pakweg 25% aftrek is aanzienlijk.

    Een vordering van de DGA op de eigen BV valt in box 1, een schuld van de DGA aan de eigen BV valt in box 3. Is de schuld onzakelijk dan kan er sprake zijn van verkapt loon of verkapt dividend, is de vordering onzakelijk dan is er sprake van box 2, op de aandelen gestort kapitaal. Gek natuurlijk, dat een schuld aan de BV in een andere box valt dan een vordering op de BV, maar het biedt ook mogelijkheden. Zo is de verfoeide box 3-heffing via de eigen BV om te zetten in heffing op het werkelijke rendement, maar ook als de BV van extra middelen moet worden voorzien, al was het maar vanwege Corona-sluitingen, dan is het mogelijk om bij niet terugbetalen door de BV nog wat fiscale aftrek als troostprijs te incasseren.

    De Belastingdienst is niet erg gecharmeerd van volledige aftrek door DGA's in box 1. Uiteraard wil men wel belasten als er TBS (ter beschikking stellen) van vermogen door de DGA is, maar als het spiegelbeeld "aftrek" om de hoek komt kijken, is men ineens van mening dat de leningen van de DGA "onzakelijk" waren en verplicht men de DGA tot een gang naar de rechter om volledige aftrek in box 1 bij oninbaarheid te claimen.

    Of Corona-financieringen door DGA's onzakelijk zijn, valt te bezien. Banken als referentie gebruiken voor antwoord op de vraag of een financiering door de DGA zakelijk is, valt buiten elke realiteit. Bancaire financiering in RC door banken van het kleinere MKB is nagenoeg opgehouden te bestaan, crowd funding of particuliere financiering is wel realiteit. De zakelijkheid van de DGA-financiering moet worden beoordeeld naar de noodzaak om in tijden van het ontbreken van banken een MKB overeind te houden.

    Het belastingstelsel ondersteunde in het verleden de vermogensvorming bij ondernemers en DGA's juist om buffers te hebben. De roep om ondernemers "hun belastingvoordeel" ten opzichte van ambtenaren en werknemers af te nemen, laat in deze tijden de gevolgen pijnlijk zien. De ondernemingen zijn uitgehold … weliswaar is er overheidssteun, maar dat kan onmogelijk onder-gefinancierde MKB-bedrijven overeind houden. Dat onze premier stelt dat we "allemaal last hebben van Corona" is alleszeggend. Veel ondernemers hebben er veel meer last van dan anderen. Politici, veel werknemers en ambtenaren hebben financieel nauwelijks last van Corona. Salarisverhogingen, doorbetaalde reiskostenvergoedingen en als het echt tegenzit, transitievergoedingen en WW, dat is niet te vergelijken met ondernemers, die hun in vele jaren opgebouwde onderneming en privévermogen kwijtraken. Het verschil tussen "alles kwijtraken" en "allemaal last hebben van" is immens.

    Zakelijkheid of onzakelijkheid van een DGA-lening aan zijn BV, moet worden beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden en daaraan is wel wat te doen. Als je meent dat de lening aan je BV zakelijk is, regel dat dan ook als zodanig. Zorg voor een zakelijke verhouding tussen DGA en zijn BV. Dus niet zomaar onttrekken en storten, maar voorwaarden bedingen en vastleggen, zoals je dat ook bij een vreemde zou doen.

    Schulden aan de BV moeten zakelijk zijn, voorwaarden moeten (beter) worden vastgelegd, dat geldt altijd dus niet alleen bij schulden van meer dan € 500.000.

    Voor vorderingen op de BV geldt, leg vast in een dossier wat de zakelijke overwegingen zijn om meer geld in de BV te steken. Probeer na te gaan of er ook (duurdere) private financiers zijn en leg dat vast in een dossier. Regel zekerheden, verpanding van debiteuren, voorraden of tweede hypotheek kan helpen en dat kan niet alleen de bank, dat kunt u zelf ook bewerkstelligen. Ook cessie of verpanding van belastingteruggaven is denkbaar. Maak een behoorlijke overeenkomst op.

    Vooral als er ook belastbaar inkomen in box 1 is, kan er zo aanzienlijk fiscaal voordeel zijn dat het verlies van vermogen nog enigszins kan compenseren, zo heeft een immens nadeel nog een klein voordeel. Het is evident dat als het inkomen in box 1 nog hoog is (middeling met eerdere jaren), het verlies in box 1 beter dan genomen kan worden. Actief plannen loont.

    Een goed 2021 toegewenst … hopelijk hebben we "allemaal" op korte termijn geen last meer van Corona … en kan onze premier dat dan terecht vaststellen.

    Lees verder
  • 2021 … fiscale rommel opruimen! Door Wijnkamp Keulers op 02-12-2020

    Nadat boetevrij inkeren voor verzwegen buitenlandse bankrekeningen al eerder was beperkt, kan vanaf 2020 ook ander buitenlands inkomen niet meer boetevrij alsnog vrijwillig worden aangegeven. Vrijwillig inkeren loont niettemin nog steeds, ten eerste omdat het beter is om je aan de regels te houden, ten tweede omdat boetes worden gematigd en de overige nadelige gevolgen in het algemeen ook milder zijn. Het net rondom verhuld vermogen sluit zich verder. Steeds meer wordt verhuld vermogen als "verdacht" beschouwd en in het kader van misdaad en ondermijning geplaatst, vooral als het om contanten gaat. Verhuld vermogen leidt tot meer vermogensongelijkheid en ondermijning, aldus het CPB, dat is exact wat de huidige beleidsmakers niet willen. De komende jaren is geen milder beleid te verwachten, als het om niet aangegeven, verhuld, vermogen gaat.

    CPB, nog 60 miljard verhuld vermogen

    Uit onderzoek van het CPB ("Belastingontduiking en vermogensongelijkheid" van 17 november 2020) blijkt dat Nederlands huishoudens nog ca 60 miljard aan niet opgegeven vermogen in het buitenland hebben. De afgelopen jaren is mede door vrijwillige inkeerregelingen 12 miljard extra vermogen aangegeven met een extra belastingopbrengst van 2,1 miljard, gemiddeld € 435.000 per inkeerder. De booswichten waren vooral ex-ondernemer-man-65plus en welvarend. Het vermogen betrof merendeels bankrekeningen in Luxemburg, Zwitserland en België. Hoewel de inkeerregelingen dus succesvol zijn gebleken, is, nadat beperking van het "boetevrij-inkeer-voordeel" werd aangekondigd, een flinke stijging van alsnog "ingekeerd" vermogen gerealiseerd. Verder inperken van "voordelige inkeerregelingen" ligt dus meer voor de hand dan verdere versoepeling. Daar komt bij dat de burger met verhuld vermogen door terugdringen van de rol van contanten eigenlijk geen kant meer op kan. Door Wwft maatregelen (banken en intermediairs moeten "verklikken") en UBO-registers loopt de booswicht vanzelf tegen de lamp, zo is de verwachting bij Financiën. Geen aanleiding dus om boetes te verminderen of kwijt te schelden.

    Blijven verhullen … of toch maar inkeren

    Het blijkt lastig om de verantwoordelijkheid te nemen voor niet aangegeven vermogen. Echter bij volharden is er uiteindelijk een ander, die de rommel zal moeten opruimen. Vooral diegenen, die ouderen bijstaan of een erfenis moeten afhandelen, worstelen nogal eens met aanwezigheid van niet opgegeven contanten of voorheen onbekend buitenlands vermogen.

    Stel u voor, vader is net overleden, hij deed de financiën altijd zelf, moeder weet nergens van. De kinderen durfden niet door te vragen. De boekhouder, die al jaren de aangiften van vader en moeder deed, blijkt "onaangenaam" verrast door onbekend buitenlands vermogen. Er moeten aangiften worden gedaan, de herkomst van het vermogen zal moeten worden verklaard.

    De erven zullen dan moeten aantonen wat de herkomst is geweest van het vermogen van vader. Vooral als vader al vele jaren vermogen in het buitenland had staan, is vaak niet aantoonbaar hoe hij eraan kwam. Er is dan kostbaar (buitenlands) onderzoek nodig, want er moeten veel vragen van de Belastingdienst worden beantwoord en wel juist en volledig. Het is uiterst vervelend als vader na zijn overlijden als een halve of hele crimineel wordt gezien, moeder en de kinderen met een scheef oog worden bekeken. Voor nabestaanden valt het niet mee vanuit dat (voor)oordeel het tegendeel te moeten bewijzen.

    Kop in het zand … zelf strafbaar!

    Dan toch maar de kop in het zand en ervan uitgaan dat ook in de toekomst de dans kan worden ontsprongen? Nee, niet doen, er moeten immers (jaarlijks) aangiften worden gedaan en die moeten juist en volledig zijn. Het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte is een misdrijf. Als "willens en wetens de aanmerkelijke kans in aanmerking is genomen", dat te weinig belasting betaald zou worden, is sprake van voorwaardelijke opzet, dat wordt gelijk gesteld aan opzet. Bij het onjuist opstellen van een aangifte, ook al ben je erfgenaam, ben je dus zelf de sigaar.

    Bovendien, degene, die helpt, kan als (mede)pleger of medeplichtige ook strafbaar zijn. Boekhouders, adviseurs maar ook afwikkelaars van nalatenschappen (een van de kinderen) kunnen in een lastig parket verzeild raken als vermogen en inkomen niet is, of niet wordt, opgegeven. Zelfs als je als erfgenaam alleen maar "meetekent" of akkoord gaat met door een van de erfgenamen ingediende onjuiste aangifte, kan er al een probleem zijn.

    Milder beleid is niet te verwachten, regel uw zaken

    Diegenen, die nu nog vermogen hebben, dat behoort tot de 60 miljard verhuld vermogen, doen er goed aan bij leven en vrijwillig schoon schip te maken. De stereotypering door het CPB van de ontduiker zal met name in de groep van ex-ondernemers, DGA's en vermogenden tot strengere controle leiden. Helaas werken algoritmen in het algemeen niet remmend op eenmaal bestaande stereotyperingen. Reden te meer om schoon schip te maken al was het maar om partners, echtgenoten en kinderen na overlijden niet lastig te vallen met niet opgeruimde rommel. Zij zijn bij aanvaarding van de nalatenschap immers aansprakelijk zijn voor (belasting) schulden.

    Lees verder
  • Teeltpacht, registratie bij grondkamer binnen twee maanden essentieel! Door Wijnkamp Keulers op 09-11-2020

    Na ruim 14 jaar is er een einde gekomen aan een slepende kwestie inzake de afwikkeling van een pachtovereenkomst. Na een discussie omtrent de geschiktheid van het perceel voor de teelt van aardappelen en de schade aan de aardappeloogst is vervolgens bijna tien jaar na dato de pachtovereenkomst ter registratie aan de grondkamer verstuurd. De grondkamer heeft de pachtovereenkomst geregistreerd en vastgelegd als een reguliere pachtovereenkomst en niet als een teeltpachtovereenkomst, zoals de verpachter had verzocht.

    Gevolgen registratie als reguliere pachtovereenkomst
    Aangezien de betreffende pachtovereenkomst is aangemerkt als een reguliere pachtovereenkomst dient er een toetsing van de pachtprijs door de grondkamer plaats te vinden en geldt er, voor zover aan de orde, de wettelijke verlenging met zes jaar en de mogelijkheden tot indeplaatsstelling of pachtovername.

    In dit geval is de pachtprijs door de grondkamer lager vastgesteld en heeft de pachter verzocht om restitutie van het teveel betaalde. De pachtkamer van de Rechtbank Noord-Holland stelde echter de verpachter in het gelijk, het feit dat de pachtovereenkomst niet binnen twee maanden na aangaan was geregistreerd, kon naar de mening van de pachtkamer, geen aanleiding zijn om de overeenkomst aan te merken als een reguliere pachtovereenkomst. In hoger beroep bij de pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kreeg de pachter gelijk. Het Hof oordeelde dat registratie binnen twee maanden na het aangaan van een teeltpachtovereenkomst een essentieel vereiste is. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis stelt het Hof vast dat in geval van niet-tijdig registreren van een teeltpachtovereenkomst, in casu bijna 10 jaar! na het aangaan van de overeenkomst, er sprake is van een reguliere pachtovereenkomst.

    Cassatieberoep
    De verpachter heeft beroep in cassatie ingesteld tegen dit oordeel van het Hof, in het bijzonder met betrekking tot de 'fatale barrière voor de kwalificatie als teeltpacht', namelijk het binnen twee maanden na het aangaan registreren bij de grondkamer. Deze termijn van twee maanden zou, naar het oordeel van de verpachter, niet gelegen zijn in de bescherming van de pachter ten opzichte van de verpachter. Voorts zou een dergelijke eis niet passen binnen de tendens van deformalisering van het pachtrecht. Immers in de praktijk wordt de teeltpachtovereenkomst nagenoeg niet geregistreerd bij de Grondkamer.

    Ook is aangevoerd dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in de weg kan staan aan het inroepen van wetsbepalingen van dwingend recht.

    Hoge Raad
    In de conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad is aangevoerd dat de wetgever een tijdige registratie van de teeltpachtovereenkomst van belang heeft geacht ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht. Deze registratie waarborgt dat niet willekeurig en lichtzinnig van de pachtbeschermings-maatregelen wordt afgeweken. Voorts volgt uit de wetsgeschiedenis dat het registratievereiste ook bedoeld is om - marginaal - te toetsen of aan de voor teeltpacht gestelde voorwaarden wordt voldaan en bovendien er belang bij is dat pachtovereenkomsten aan het zwarte en grijze circuit worden onttrokken. De Advocaat-Generaal is van mening dat het beroep van de verpachter verworpen moet worden.

    De Hoge Raad heeft de conclusie van de Advocaat-Generaal gevolgd en het cassatieberoep van de verpachter verworpen en dit niet nader toegelicht, nu dit naar de mening van de Hoge Raad niet nodig is "om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht" (artikel 81 lid 1 Wet RO).

    Conclusie
    Nu de Hoge Raad het niet nodig heeft gevonden om nader te motiveren, waarom het cassatieberoep niet is geslaagd, is het verdedigbaar de conclusie te trekken, dat het standpunt van het Hof, dat registratie binnen twee maanden na het aangaan van een teeltpachtovereenkomst essentieel is om van een teeltpachtovereenkomst te kunnen spreken, overeind blijft.

    Het niet of te laat registreren van een teeltpachtovereenkomst kan dus grote gevolgen hebben, zowel voor de verpachter als de pachter, zeker wanneer er onenigheid ontstaat over bijvoorbeeld de kwaliteit van de verpachte grond, schade aan de oogst daardoor en de hoge kosten van teeltpacht ten opzichte van reguliere pacht. Kortom, registreer een teeltpachtovereenkomst altijd, maar vooral tijdig!

    Lees verder
  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook