Header achtergrond
Header achtergrond

Steeds meer duidelijkheid over belastingheffing na 2018, nieuw kabinet licht tipje van de sluier op

16-10-2017

Het zekerstellen van inkomsten voor de groeiende collectieve sector heeft nog steeds prioriteit. Kosten voor klimaatbeheersing en zorgkosten blijken verder door te stijgen. De kiezer is niet bereid bezuinigingen, die hemzelf aangaan, te accepteren of milieuvervuiling voor lief te nemen. Er is brede consensus over nut en noodzaak van meer overheidsingrijpen en centrale sturing. Vooral in de zorg, innovatie en op het gebied van klimaat wordt van de overheid een actieve rol gevraagd.

Daarvoor heeft de overheid meer en meer geld en dus belastinginkomsten nodig. Want ook op andere terreinen, zoals onderwijs en defensie, wordt door lobbyisten, die handig de media bespelen, om "investeringen" gevraagd. De belastinginkomsten zullen dus gewaarborgd moeten zijn en verder moeten stijgen, het is niet anders. Tegenover de behoefte aan meer belastinginkomsten staat namelijk ook dat traditionele inkomstenbronnen voor de overheid, zoals verkoop van aardgas, accijnzen op brandstof, BPM en BTW op nieuwe auto’s opdrogen. Windenergie kost veel geld, want er zijn voorlopig nog aanzienlijke subsidies nodig, dus in plaats van dat accijnzen uit fossiele brandstoffen voor inkomsten zorgen, moet er subsidie worden betaald, dubbel nadeel dus. Ook de vergrijzing levert meer betalingsverplichtingen op door AOW en zorgkosten. Kortom de financierbaarheid van de overheidsuitgaven op langere termijn maakt dat er van echte lastenverlaging voor de burger geen sprake kan zijn.

Het nieuwe kabinet maakt tegen deze achtergrond keuzes, die voortvloeien uit plannen van een commissie voor een grote belastingherziening. Deze commissie Van Dijkhuizen zag in 2012 al de problemen aankomen en heeft lange termijnmaatregelen voorgesteld. Een grote belastingherziening was nodig, deze had door VVD en PvdA moeten worden doorgevoerd. Dit bleek door het grote verschil in inzicht niet haalbaar, men heeft dat doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Nu is duidelijk dat CDA, CU, D66 en VVD een nieuwe poging gaan wagen, kennelijk op basis van de bekende blauwdruk uit 2012. We leggen de maatregelen naast de meetlat van de bekende plannen en wat blijkt, het past in een breder en verdergaand perspectief.

De in het regeringsakkoord aangekondigde maatregelen zijn eerste stappen en zullen dan ook vermoedelijk worden gevolgd door veel meer en ingrijpender maatregelen binnen deze kabinetsperiode. In het kort komt het erop neer dat Nederland moet innoveren in verband met klimaatregels en tech-revolutie, men denkt daarin economisch een leidende rol te kunnen spelen en daarin past dat Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats moet zijn voor innovatieve (fin) tech-bedrijven. Dat zijn in de visie van VNO-NCW, zich commercieel opstellende (subsidie genietende) universiteiten en in de visie van Haagse politici vooral multinationals en grote bedrijven. Die zijn met hun lobby's nadrukkelijk gesprekspartner en in het kader van concurrentie tussen de lidstaten van de EU moeten zij worden verleid met lage Vennootschapsbelasting (VpB) tarieven om zich in Nederland "te vestigen". Daar staat wel een beperking van hun aftrekposten van de winst tegenover, vooral renteaftrek wordt beperkt.

Aan de kleinere ondernemingen wordt geen of een geringe rol toebedacht. Zij blijken niet goed te hebben gelobbyd, hun belastingdruk wordt aanzienlijk verhoogd. Dit is in lijn met de plannen uit 2012, de commissie vond dat fiscale aftrekposten van ondernemers geen (meetbaar) effect hadden op werkgelegenheid en innovatie, dus moeten ondernemers in het (M)KB gelijk worden behandeld in vergelijking tot ambtenaren en werknemers.

Tekenend is de plotselinge omslag in het beleid voor vrije beroepsbeoefenaren en vooral ZZP'ers. Vooral ZZP'ers zijn van innovatieve flexibele ondernemers verworden tot te bestrijden uitwas. Dat hangt samen met de groei van het aantal ZZP'ers, ruim een miljoen, die, naar het oordeel van de ambtenaren op het Ministerie van Financiën, te weinig belasting betalen. Het beleid om ZZP'ers te belemmeren heeft een nadrukkelijk fiscaal budgettaire oorzaak. De Zelfstandigen met personeel worden daarin meegezogen.

Dit alles maakt dat het niet verbaast dat in de inkomstenbelasting (IB) gekozen wordt voor "grondslagverbreding" met lagere tarieven. Dat betekent schrappen van aftrekposten en meer en eerder inkomsten belasten, waardoor over meer inkomen tegen lagere tarieven dezelfde opbrengst of meer staat. Ook wordt gekozen om via belastingheffing gedrag te beïnvloeden van grote groepen burgers, dus centrale sturing met alle uitvoerings- en vooral controlelasten voor de overheid van dien, meer kosten voordat er inkomsten zijn voor de overheid, de burger moet de rekening betalen. Milieuheffingen zullen toenemen en de BTW gaat structureel omhoog.

Omdat ondernemers, werknemers en ambtenaren worden gelijkgesteld, hebben ondernemers geen fiscaal voordeel meer in de vorm van ondernemersaftrek. Die aftrek was een beloning voor het risico dat ondernemers (in toenemende mate) lopen, doordat zij met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn. Zo moesten spaarders verleid worden tot ondernemen. Dat is voorbij, nu worden niet de ondernemers verleid, maar de spaarders belast, sparen wordt dus als het ware ontmoedigd. In die zin past het, dat vermogen, dat niet in een actieve onderneming wordt aangewend, als het ware als "overbodig" wordt aangemerkt en veel zwaarder zal worden belast. Dit alles treft vermogende ouderen, mensen met eigen woningen en weinig schuld, alsmede ondernemers in de eindfase van hun ondernemingsleven. Het is dus of overdragen aan een opvolger of anders (zwaar) belasten.

Het is wachten op verhoging van de erfbelasting en afschaffen of beperken van het lage bejaardentarief in de IB. Ouderen zullen premies volksverzekeringen gaan betalen, de vrijstelling daarvan is de oorzaak van het lage bejaardentarief. We geven wat voorbeelden.

Het beeld is dus dat grootbedrijf, lagere inkomensgenieters, jongeren, ambtenaren en werknemers enig voordeel hebben. Ouderen, ondernemers in het kleinbedrijf, middenstanders en mensen, die met eigen vermogen willen voorzien in hun oude dag, hebben nadeel. De ouderen met een behoorlijk inkomen of vermogen blijken bij nader berekenen niet al te best af te zijn. Door het verder uitstellen van de ingangsdatum AOW en het daarmee uitstellen van het lagere bejaarden IB-tarief (geen premies) is er niet alleen voor een AOW'er ca € 45.000 minder AOW beschikbaar, maar heeft deze AOW'er van zijn 65e tot zijn 70e straks ook nog eens ca € 25.000 meer IB betaald dan dat voorheen betaald werd. Dat scheelt dus nogal wat in vergelijking tot de met 65 jaar ingaande AOW en lagere tarieven.

Maatregelen, die ook passen in het "Van Dijkhuizen" kader, zij het hier en daar aarzelend ingevoerd nu ("... het wordt in 30 jaar afgebouwd dus men merkt er niets van …”, aldus premier Rutte), zijn afschaffing hypotheekrenteaftrek en "normaal" belasten van de eigen woning. Dat betekent eigen woning in box 3 met wat lagere tarieven wellicht voor de meesten en uiteraard aftrek van de schulden van de waarde van het te belasten bezit, maar niettemin heel wat anders dan aftrek tegen 52% van de hypotheekrente. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat alle betaalde rente, dus ook die op consumptief krediet, aftrekbaar was tegen 72%, maar dat terzijde.

Naar verwachting zal na 2018 versneld het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek in box 1 worden doorgevoerd. Diegene, die nu een huis hebben met een WOZ waarde van € 500.000 en een hypothecaire lening van € 400.000, hadden in 2012 bij een rente van pakweg 4% een eigen woningforfait van € 3.500 en € 16.000 aftrek tegen 42% of 52%, dus belastingvoordeel € 5.250 of zelfs € 6.500. Bij het nieuwe systeem zal dat zijn 0,6% over € 500.000 en aftrek in de toekomst tegen pakweg 37%, dat zou dus bij 4% zomaar 5% minus € 500 of 15% minus € 500 kunnen schelen. Als de rente stijgt naar pakweg 4% dan is er dus nog maar € 4.810 voordeel, dat scheelt dus nogal. Gaat de woning naar box 3, dan is er geen aftrek van rente, dus voordeel € 0 en is er bovendien € 100.000 belast, dus € 50.000 per echtgenoot. Dat kan als er meer vermogen is met 1,41% of zelfs met 1,61% worden belast. In ons voorbeeld gaat men van aftrek naar € 1.410 tot € 1.610 betalen.

Natuurlijk is de rente erg laag op dit moment, de burger gaat het niet zo merken (daarin heeft premier Rutte gelijk), maar aan de andere kant geeft dat ook aan, dat het nu of nooit is om de beperking van de aftrek versneld door te voeren. Want algemeen wordt verwacht dat, wanneer de ECB het ruime kredietbeleid zal gaan afbouwen, de rente zal gaan stijgen. Wanneer en hoeveel, dat weet niemand, maar die 30 jaar van premier Rutte is boterzacht. Men gaat natuurlijk niet het risico lopen dat de aftrek moet worden beperkt als de bancaire rente 4% of hoger is, reken dus maar dat men deze termijn zeer sterk zal willen bekorten.

De toezegging dat de beperking van de renteaftrek wordt gecompenseerd door minder bijtelling (forfait wordt verlaagd van 0,75% naar 0,6 %) is voor de meeste woningen niet houdbaar op langere termijn. Immers, het argument voor afschaffing van de renteaftrek is dat het de overheid teveel geld kost. Het forfait leverde geld op, renteaftrek kostte geld. Als je dus volledig compenseert, zou er een negatief forfait moeten komen en dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Deze toezegging is dus bij voorbaat niet houdbaar en zo zijn er wel meer van dit soort korte termijnbespiegelingen door de coalitiepartijen. Dat heeft vooral betrekking op het vertrekpunt dat je neemt om "voordeel" te constateren.

De coalitiepartijen laten buiten beschouwing, dat het vorige kabinet 18 miljard euro aan lastenverzwaringen heeft doorgevoerd, met als argument dat het tijdelijk zou zijn om de crisis te bezweren. 18 miljard meer per jaar extra lasten als gegeven beschouwen, levert al snel "voordeel" op als daar dan wat vanaf gaat. Zo wordt er vanuit die 18 miljard "plus positie" tientallen miljoenen "voordeel" geconstateerd. Als iemand € 100 euro leent, deze niet terugbetaalt, je dan € 5 euro geeft en dat als een "voordeel" presenteert, omdat hij ook "niets" had kunnen teruggeven, dan zullen weinigen daarin trappen, dat is echter wel wat er in essentie nu gebeurt.

Want de effecten van de tariefsverlagingen in de IB zijn beperkt, voor de meesten ca 4% tot ca € 68.000, dus maximaal ca € 2.700. Dat wordt met veel tamtam als groot voordeel gepresenteerd. Maar we zetten nog maar even wat maatregelen uit het recente verleden voor u op een rij. Geen aftrek van werkkosten meer, OZB stijgt, zorgpremie eigen risico omhoog, milieuheffingen, "groene belastingen", accijnsverhogingen en voor ondernemers: geen pensioen in eigen beheer opbouw, ondernemersaftrek afgeschaft, BTW-verhogingen, dus minder marge voor de middenstanders, DBA gezeur voor ZZP'ers en in de toekomst voor DGA's 85% van de omzet van de BV verplicht verlonen etc etc.

Gegeven de staat van de natie is het allemaal wel te begrijpen wat deze coalitie doet, we willen van alles en de rekening moet nu eenmaal betaald worden. De keuzes, die worden gemaakt, zijn vooral gebaseerd op pappen en nathouden van de eigen achterban en dat is te begrijpen.

Niettemin, de IB-ondernemers, DGA's, vermogenden en ouderen zijn kennelijk niet in staat gebleken op dezelfde wijze als politiemensen, onderwijzers en verpleegkundigen de media te bespelen. Want zij lijken toch het kind van de rekening te zijn. Voor ondernemers is dat extra zuur, ook is het schadelijk voor "echte" werkgelegenheid. Het verbaast ons niet dat er geen vaste arbeidscontracten meer worden gesloten, het vorige kabinet heeft met de Wet werk en zekerheid en het geduvel met de ZZP'ers, de ondernemers tegen zich in het harnas gejaagd, die problemen worden wel geadresseerd, maar niet opgelost. Hopelijk vinden de coalitiepartijen een weg om vertrouwen te herstellen. Dat zal met deze plannen niet gaan lukken, zo vrezen wij, er moet voor de (M)KB ondernemers een fors tandje bijgeschakeld worden.

Hoe dan ook, voorlopig lijkt er voor belastingadviseurs eerder meer dan minder werk aan te komen, want over één ding twijfelen wij sowieso niet, "makkelijker" gaat het niet worden.

Laatste nieuws

  • Vennoot of erfgenaam failliet, wat als er schulden zijn aan overige vennoten of erfgenamen? Door Wijnkamp Keulers op 10-07-2020

    Schulden van een failliet op een gemeenschap, bijvoorbeeld maatschap, firma of erfenis, kunnen worden verrekend met een vordering van de failliet, die ontstaat door verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. Dat is vooral van belang bij een maatschap of firma, die zelf niet failliet is, maar een van de vennoten wel. Vooral als een vennoot voorafgaand aan diens faillissement gelden heeft onttrokken, vloeit uit de Faillissementswet voort dat de overige vennoten kunnen eisen dat de schulden in mindering komen op het aandeel van de failliet. Op deze wijze hebben (ex)-vennoten voorrang op andere schuldeisers, zelfs voorrang op belastingschulden van de failliet.

    Afwikkeling van een maatschap en een erfenis is al ingewikkeld genoeg. Helemaal als een van de rechthebbenden op een aandeel in het vermogen failliet is. Nogal eens nemen curatoren het standpunt in, dat het aandeel van de failliet in de boedel valt en de schulden van de failliet aan de maatschap of de erfenis bij de concurrent crediteuren komt. Omdat boedelkosten en de Belastingdienst voorgaan, is er dan weinig kans dat die schulden worden betaald. Echter, als de deelgenoten een beroep doen op artikel 56 Fw en eisen dat de schulden in aftrek komen op het aandeel in de gemeenschap, dan ziet het er vaak een stuk beter uit. De schuld heeft dan voorrang op boedelkosten en de fiscus. De failliet zelf (curator) kan geen beroep doen op artikel 56 Fw (Faillissementswet).

    Soms is het mogelijk om in combinatie met het zoveel mogelijk beperken van het aandeel van de failliet een akkoord te bereiken met crediteuren, waaronder de Belastingdienst. Belastingschulden blijken soms ten onrechte (ambtshalve) te zijn vastgesteld. Het feit dat er vaak geen bezwaar of beroep open staat, hoeft niet te betekenen dat er niets meer mogelijk is. Vooral als het er naar uitziet dat de failliete boedel te klein is om de Belastingdienst te kunnen betalen, dan kan er met de Ontvanger worden onderhandeld. Soms kunnen zelfs derden (dus de andere vennoten) aanbieden om een deel van die schuld te betalen.

    De deelgenoten kunnen de aantasting van hun vermogen door een failliete mede-erfgenaam of vennoot beperken door schuldverrekening. Schulden van een failliet komen vaak voort uit onttrekkingen, zoals opnamen van geld van de bank voor zijn eigen schulden. Door schuldverrekening wordt het vermogen in de failliete boedel kleiner, dus minder verhaal voor de crediteuren. Als de deelgenoten dan ook nog een rol spelen in de overname van schulden tegen gedeeltelijke betaling, is er soms zelfs redding van het bedrijf van de maatschap of firma mogelijk. Des te minder de schuldeisers van de failliet (na een akkoord) betaald krijgen, des te meer blijft er beschikbaar voor de overige vennoten en zelfs voor de failliet, dat is het idee.

    Faillissement van een mede-erfgenaam of medevennoot betekent altijd werk aan de winkel voor de andere, niet-failliete, vennoten of erfgenamen. Laat dat niet over aan de accountant van de maatschap of aan de boedelnotaris van de nalatenschap, zij zijn ten opzichte van een curator meestal niet sterk genoeg. Onderscheid de positie van de failliet nadrukkelijk van uw eigen positie, een failliet heeft zelf geen regie, die ligt bij de curator. Het gezamenlijk optrekken tezamen met de failliet, al dan niet met of tegen de curator, pakt meestal niet goed uit. De curator heeft tot taak het vermogen uit te winnen om de schuldeisers te betalen, dat belang strookt meestal niet met dat van de vennoten en de erven, of de failliet nu van goede wil is of niet.

    Schakel eigen adviseurs in, die ook fiscaal voldoende onderlegd zijn en houd enige (financiële) afstand tot de curator, overleg vanuit een sterke positie, dat levert vaak het meeste op.

    Lees verder
  • Box 3 heffingen, verzet houdt aan Door Wijnkamp Keulers op 26-06-2020

    Het is zuur om te zien dat als er geen rente of dividend wordt uitgekeerd, er toch inkomen wordt belast in box 3. Nog zuurder wordt het als in aanmerking wordt genomen dat sprake is van ongelijke behandeling van vermogensbestanddelen. Veel vermogen wordt helemaal niet belast of anders belast. Zo tellen eigen woningen en hypotheekschulden in box 3 niet mee, die vallen in box 1. Niet de waarde van de woning onder aftrek van de hypotheekschuld wordt belast, maar de betaalde rente is aftrekbaar en levert meestal negatief inkomen op. Dat leidt dan tot aftrek van een relatief hoog belast salaris. De aangroei naar overwaarde van het huis blijft onbelast, dat is eigenlijk raar … en er is meer dat opvalt.

    Box 3, er is meer vermogen dat niet wordt belast

    Ander belangrijk vermogen buiten box 3 is het bedrag aan opgespaarde lijfrente en pensioenaanspraken en vermogen in BV's. Om een idee te geven, de waarde van eigen woningen is ca 1.334 mld, de hypotheekschulden bedragen 726 mld. In aandelen bij DGA's zit ongeveer 400 mld, ondernemingsvermogen is ongeveer 70 mld. Box 3 vastgoed, waaronder verhuurde woningen, is ongeveer 173 mld. Spaargeld ca 305 mld, 133 mld effecten en 121 mld schulden. Pensioenaanspraken bedragen echter 1.338 mld. Box 3 belast dus lang niet al het vermogen, vooral eigen woning en pensioenaanspraken verstoren het beeld.

    Burger denkt er ander over

    Velen vinden dat bij het ontbreken van een behoorlijk pensioen het onredelijk is, dat zij wel box 3 belasting betalen die hun vermogen uitholt, terwijl pensioenvermogenden met een eigen woning en hypotheek de dans ontspringen. Ook huurders zijn beter af omdat zij geen functieloze, door woningtekorten aangejaagde, overwaarde hebben en huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen claimen.
    Met een beroep op het EHRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) en wel artikel 1 van het Eerste Protocol proberen belastingplichtigen de rechter zover te krijgen dat de uitvoering van de belastingwetgeving, die in feite niet genoten inkomen belast, een inbreuk is op eigendomsrechten. De rechter gaat daar niet zonder meer in mee. Alleen als sprake is van een buitensporige last, die bovendien zich individueel sterker doet voelen, geeft het verdrag bescherming. Dit alles aan de hand van de specifieke omstandigheden.

    Geen buitensporige last eigen woning t.o.v. huurder

    De rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs dat bij een 94-jarige huiseigenaar, die claimde dat de IB meer dan vier keer het werkelijk behaalde rendement bedroeg, er geen sprake was van een voor hem buitensporige last. Hij had weliswaar geen recht op huur- en zorgtoeslag, maar hij kon naar een goedkoper huis verhuizen of zijn huis opeten, daar kwam het rechterlijk oordeel zo'n beetje op neer.

    Toch nog wel kansen

    Het in standhouden van vermogen en het moeten opbouwen van extra vermogen door extreem lage rente, sterftekansen, AOW-bezuinigingen en inflatie zou bij ontbreken van behoorlijk pensioen nog wel eens kans kunnen geven op een buitensporige last. Wel goed feitelijk onderbouwen, want het is eerder wind tegen dan wind mee in de rechtszaal.

    Lees verder
  • Prijsgeven van pensioen of ODV in verband met Corona verliezen, Belastingdienst doet moeilijk Door Wijnkamp Keulers op 02-06-2020

    We keren weer langzaam terug naar normaal, ook in het nieuwe normaal veranderen sommige dingen niet. Voor DGA's, die als gevolg van verliezen of waardedalingen van beleggingen in hun BV, afstand doen van pensioenrechten, is de fiscus als vanouds streng en hebberig.

    Begin januari 2020 is er een herzien besluit van het CAP (Centraal Aanspreekpunt Penisoenen) genomen. Dit gaat onder meer over de gevolgen van het prijsgeven van rechten in eigen BV op pensioen- en lijfrente-uitkeringen.

    Een enkele, zelfs zeer forse, daling van aandelen of een beleggingsverzekering kan nimmer aanleiding vormen voor het belastingvrij kunnen prijsgeven van een ODV of rechten op pensioen of lijfrente-uitkeringen. Een DGA, die afstand doet van rechten omdat zijn BV het niet meer kan betalen, kan dus een forse belastingclaim tegemoet zien.

    Dit standpunt van de Belastingdienst is inmiddels onhoudbaar geworden als door Corona de BV in de problemen komt door verliezen op ondernemingsactiviteiten en beleggingsverliezen. Er is wel enige ruimte. In 2013 is bij het destijds ingevoerde artikel 19b lid 8 wet LB in een besluit aangegeven, dat afstempelen op ingangsdatum toen, mogelijk was bij onderdekking door reële ondernemings- of beleggingsverliezen.

    Oppassen blijft geboden, bij rekening-courant verhoudingen, die feitelijk een afkoop inhouden of leningen waarop niet wordt afgelost en alleen maar rente wordt bijgeschreven, moet worden gevreesd voor (na)heffingen Loonbelasting en IB aanslagen met revisierente. De Belastingdienst heeft niet veel met het "nieuwe normaal" op dit dossier, dat gaat niet veel beter worden als de rekening van de overheidssteun betaald moet gaan worden, zo vrezen wij.

    Lees verder
  • Let op uw verrekenbaar verlies, als 2020 niet uw beste jaar zal zijn, haal winst naar voren! Door Wijnkamp Keulers op 28-05-2020

    Uitstel van belastingheffing is de eerste besparing, tenminste in het "oude normaal". In het "nieuwe normaal" kan dat wel eens anders uitpakken. Het lastige jaar 2020 kan wel eens tot verlies of minder winst leiden met alle gevolgen voor het kunnen verrekenen van verlies uit het verleden. Voor zowel een BV als een natuurlijk persoon met verliezen uit 2010, die nog niet zijn verrekend, is winst (of ander box 1 inkomen) over 2020 het laatste jaar waarmee kan worden gecompenseerd. Is er onvoldoende winst, dan moet worden bekeken of er extra boekwinst kan worden gerealiseerd ten laste van het fiscaal compensabel verlies. Dat geldt ook voor verlies uit onderneming uit normale bedrijfsactiviteiten, wellicht dat verstandig is wat (boek)winst naar voren te halen om toekomstige belastingclaims te vermijden.

    Winst naar voren halen, kan niet zomaar. Als incidenteel fiscaal voordeel het overwegend motief is, kan de fiscus met succes dwarsliggen. Ook het doorbreken van balanscontinuïteit en bestendige gedragslijnen kan roet in het eten gooien. Voor maatschappen en firma's is het eenvoudiger. Meer inbrengen of juist onttrekken of wijzigen van de winstaandelen kan al het gewenste effect hebben. Bij (de facto) herwaarderen van onroerende zaken moet worden opgepast dat niet 6% overdrachtsbelasting over de gehele waarde van de onroerende zaak of aandelen in een onroerende zaak-BV verschuldigd wordt. Het loont de moeite om lopende dit jaar te kijken of u maatregelen moet nemen. Verliesverdamping is zonde ... als het kan worden vermeden, scheelt dat behoorlijk.

    Lees verder
  • Let op …, vooral nu … bij lenen van uw BV of andere acties, die erop lijken Door Wijnkamp Keulers op 15-05-2020

    Op 19 december 2019 besliste de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een lening aan een DGA in feite afkoop van zijn pensioen was. De lening zou door de BV aan een derde nooit zijn verstrekt (op die voorwaarden), dat was voor de rechtbank voldoende aanleiding om tot dit oordeel te komen.

    Er zijn meer gevallen bekend. Op 13 februari 2020 constateerde Hof Arnhem-Leeuwarden dat kwijtschelding van een lening aan een DGA, die deze lening voor zijn eenmanszaak had aangewend, eigenlijk een afkoop van zijn lijfrente-stamrecht was geweest bij aangaan van de lening. Vrijval belast bij de BV als winst, bij de DGA als inkomen belast tegen het hoogste tarief met daarbij verhoging met revisierente. Het zure was dat jaren nadien, toen de BV de lijfrente-uitkeringen niet meer kon betalen met de fiscus daarover contact was opgenomen. Daardoor kwam de fiscus de zaak op het spoor en uit het boekenonderzoek dat volgde bleek dat jaren daarvoor de verstrekte lening onzakelijk was en het stamrecht de facto afgekocht was.

    Als je dit soort acties uithaalt en de aangiften over het betreffende jaar van aangaan blijken achteraf onjuist te zijn, dan kun je ook nog eens een boete en rente tegemoet zien.

    Pas dus op met (oude) BV's, waarin pensioenverplichtingen en stamrechten zitten. Haal er niet te veel uit. Wij komen veel ellende tegen in gevallen, dat de BV als een soort spaarpot is gebruikt en het geld eruit is gehaald. Er is ons een geval bekend, waarbij de fiscale voorziening volgens de inspecteur een kwart was van de feitelijke (commerciële) verplichting. Een bedrag vier keer zo groot als het bedrag van de pensioenvoorziening werd tot het inkomen van de DGA gerekend, belast tegen het hoogste tarief en met 20% extra revisie-rente.

    Helemaal zuur als het allemaal boven tafel komt na overlijden van vader, de erfgenamen kunnen flink in de problemen raken. Wees dit voor… wees voorzichtig!

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook