Header achtergrond
Header achtergrond

Steeds meer duidelijkheid over belastingheffing na 2018, nieuw kabinet licht tipje van de sluier op

16-10-2017

Het zekerstellen van inkomsten voor de groeiende collectieve sector heeft nog steeds prioriteit. Kosten voor klimaatbeheersing en zorgkosten blijken verder door te stijgen. De kiezer is niet bereid bezuinigingen, die hemzelf aangaan, te accepteren of milieuvervuiling voor lief te nemen. Er is brede consensus over nut en noodzaak van meer overheidsingrijpen en centrale sturing. Vooral in de zorg, innovatie en op het gebied van klimaat wordt van de overheid een actieve rol gevraagd.

Daarvoor heeft de overheid meer en meer geld en dus belastinginkomsten nodig. Want ook op andere terreinen, zoals onderwijs en defensie, wordt door lobbyisten, die handig de media bespelen, om "investeringen" gevraagd. De belastinginkomsten zullen dus gewaarborgd moeten zijn en verder moeten stijgen, het is niet anders. Tegenover de behoefte aan meer belastinginkomsten staat namelijk ook dat traditionele inkomstenbronnen voor de overheid, zoals verkoop van aardgas, accijnzen op brandstof, BPM en BTW op nieuwe auto’s opdrogen. Windenergie kost veel geld, want er zijn voorlopig nog aanzienlijke subsidies nodig, dus in plaats van dat accijnzen uit fossiele brandstoffen voor inkomsten zorgen, moet er subsidie worden betaald, dubbel nadeel dus. Ook de vergrijzing levert meer betalingsverplichtingen op door AOW en zorgkosten. Kortom de financierbaarheid van de overheidsuitgaven op langere termijn maakt dat er van echte lastenverlaging voor de burger geen sprake kan zijn.

Het nieuwe kabinet maakt tegen deze achtergrond keuzes, die voortvloeien uit plannen van een commissie voor een grote belastingherziening. Deze commissie Van Dijkhuizen zag in 2012 al de problemen aankomen en heeft lange termijnmaatregelen voorgesteld. Een grote belastingherziening was nodig, deze had door VVD en PvdA moeten worden doorgevoerd. Dit bleek door het grote verschil in inzicht niet haalbaar, men heeft dat doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Nu is duidelijk dat CDA, CU, D66 en VVD een nieuwe poging gaan wagen, kennelijk op basis van de bekende blauwdruk uit 2012. We leggen de maatregelen naast de meetlat van de bekende plannen en wat blijkt, het past in een breder en verdergaand perspectief.

De in het regeringsakkoord aangekondigde maatregelen zijn eerste stappen en zullen dan ook vermoedelijk worden gevolgd door veel meer en ingrijpender maatregelen binnen deze kabinetsperiode. In het kort komt het erop neer dat Nederland moet innoveren in verband met klimaatregels en tech-revolutie, men denkt daarin economisch een leidende rol te kunnen spelen en daarin past dat Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats moet zijn voor innovatieve (fin) tech-bedrijven. Dat zijn in de visie van VNO-NCW, zich commercieel opstellende (subsidie genietende) universiteiten en in de visie van Haagse politici vooral multinationals en grote bedrijven. Die zijn met hun lobby's nadrukkelijk gesprekspartner en in het kader van concurrentie tussen de lidstaten van de EU moeten zij worden verleid met lage Vennootschapsbelasting (VpB) tarieven om zich in Nederland "te vestigen". Daar staat wel een beperking van hun aftrekposten van de winst tegenover, vooral renteaftrek wordt beperkt.

Aan de kleinere ondernemingen wordt geen of een geringe rol toebedacht. Zij blijken niet goed te hebben gelobbyd, hun belastingdruk wordt aanzienlijk verhoogd. Dit is in lijn met de plannen uit 2012, de commissie vond dat fiscale aftrekposten van ondernemers geen (meetbaar) effect hadden op werkgelegenheid en innovatie, dus moeten ondernemers in het (M)KB gelijk worden behandeld in vergelijking tot ambtenaren en werknemers.

Tekenend is de plotselinge omslag in het beleid voor vrije beroepsbeoefenaren en vooral ZZP'ers. Vooral ZZP'ers zijn van innovatieve flexibele ondernemers verworden tot te bestrijden uitwas. Dat hangt samen met de groei van het aantal ZZP'ers, ruim een miljoen, die, naar het oordeel van de ambtenaren op het Ministerie van Financiën, te weinig belasting betalen. Het beleid om ZZP'ers te belemmeren heeft een nadrukkelijk fiscaal budgettaire oorzaak. De Zelfstandigen met personeel worden daarin meegezogen.

Dit alles maakt dat het niet verbaast dat in de inkomstenbelasting (IB) gekozen wordt voor "grondslagverbreding" met lagere tarieven. Dat betekent schrappen van aftrekposten en meer en eerder inkomsten belasten, waardoor over meer inkomen tegen lagere tarieven dezelfde opbrengst of meer staat. Ook wordt gekozen om via belastingheffing gedrag te beïnvloeden van grote groepen burgers, dus centrale sturing met alle uitvoerings- en vooral controlelasten voor de overheid van dien, meer kosten voordat er inkomsten zijn voor de overheid, de burger moet de rekening betalen. Milieuheffingen zullen toenemen en de BTW gaat structureel omhoog.

Omdat ondernemers, werknemers en ambtenaren worden gelijkgesteld, hebben ondernemers geen fiscaal voordeel meer in de vorm van ondernemersaftrek. Die aftrek was een beloning voor het risico dat ondernemers (in toenemende mate) lopen, doordat zij met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn. Zo moesten spaarders verleid worden tot ondernemen. Dat is voorbij, nu worden niet de ondernemers verleid, maar de spaarders belast, sparen wordt dus als het ware ontmoedigd. In die zin past het, dat vermogen, dat niet in een actieve onderneming wordt aangewend, als het ware als "overbodig" wordt aangemerkt en veel zwaarder zal worden belast. Dit alles treft vermogende ouderen, mensen met eigen woningen en weinig schuld, alsmede ondernemers in de eindfase van hun ondernemingsleven. Het is dus of overdragen aan een opvolger of anders (zwaar) belasten.

Het is wachten op verhoging van de erfbelasting en afschaffen of beperken van het lage bejaardentarief in de IB. Ouderen zullen premies volksverzekeringen gaan betalen, de vrijstelling daarvan is de oorzaak van het lage bejaardentarief. We geven wat voorbeelden.

Het beeld is dus dat grootbedrijf, lagere inkomensgenieters, jongeren, ambtenaren en werknemers enig voordeel hebben. Ouderen, ondernemers in het kleinbedrijf, middenstanders en mensen, die met eigen vermogen willen voorzien in hun oude dag, hebben nadeel. De ouderen met een behoorlijk inkomen of vermogen blijken bij nader berekenen niet al te best af te zijn. Door het verder uitstellen van de ingangsdatum AOW en het daarmee uitstellen van het lagere bejaarden IB-tarief (geen premies) is er niet alleen voor een AOW'er ca € 45.000 minder AOW beschikbaar, maar heeft deze AOW'er van zijn 65e tot zijn 70e straks ook nog eens ca € 25.000 meer IB betaald dan dat voorheen betaald werd. Dat scheelt dus nogal wat in vergelijking tot de met 65 jaar ingaande AOW en lagere tarieven.

Maatregelen, die ook passen in het "Van Dijkhuizen" kader, zij het hier en daar aarzelend ingevoerd nu ("... het wordt in 30 jaar afgebouwd dus men merkt er niets van …”, aldus premier Rutte), zijn afschaffing hypotheekrenteaftrek en "normaal" belasten van de eigen woning. Dat betekent eigen woning in box 3 met wat lagere tarieven wellicht voor de meesten en uiteraard aftrek van de schulden van de waarde van het te belasten bezit, maar niettemin heel wat anders dan aftrek tegen 52% van de hypotheekrente. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat alle betaalde rente, dus ook die op consumptief krediet, aftrekbaar was tegen 72%, maar dat terzijde.

Naar verwachting zal na 2018 versneld het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek in box 1 worden doorgevoerd. Diegene, die nu een huis hebben met een WOZ waarde van € 500.000 en een hypothecaire lening van € 400.000, hadden in 2012 bij een rente van pakweg 4% een eigen woningforfait van € 3.500 en € 16.000 aftrek tegen 42% of 52%, dus belastingvoordeel € 5.250 of zelfs € 6.500. Bij het nieuwe systeem zal dat zijn 0,6% over € 500.000 en aftrek in de toekomst tegen pakweg 37%, dat zou dus bij 4% zomaar 5% minus € 500 of 15% minus € 500 kunnen schelen. Als de rente stijgt naar pakweg 4% dan is er dus nog maar € 4.810 voordeel, dat scheelt dus nogal. Gaat de woning naar box 3, dan is er geen aftrek van rente, dus voordeel € 0 en is er bovendien € 100.000 belast, dus € 50.000 per echtgenoot. Dat kan als er meer vermogen is met 1,41% of zelfs met 1,61% worden belast. In ons voorbeeld gaat men van aftrek naar € 1.410 tot € 1.610 betalen.

Natuurlijk is de rente erg laag op dit moment, de burger gaat het niet zo merken (daarin heeft premier Rutte gelijk), maar aan de andere kant geeft dat ook aan, dat het nu of nooit is om de beperking van de aftrek versneld door te voeren. Want algemeen wordt verwacht dat, wanneer de ECB het ruime kredietbeleid zal gaan afbouwen, de rente zal gaan stijgen. Wanneer en hoeveel, dat weet niemand, maar die 30 jaar van premier Rutte is boterzacht. Men gaat natuurlijk niet het risico lopen dat de aftrek moet worden beperkt als de bancaire rente 4% of hoger is, reken dus maar dat men deze termijn zeer sterk zal willen bekorten.

De toezegging dat de beperking van de renteaftrek wordt gecompenseerd door minder bijtelling (forfait wordt verlaagd van 0,75% naar 0,6 %) is voor de meeste woningen niet houdbaar op langere termijn. Immers, het argument voor afschaffing van de renteaftrek is dat het de overheid teveel geld kost. Het forfait leverde geld op, renteaftrek kostte geld. Als je dus volledig compenseert, zou er een negatief forfait moeten komen en dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Deze toezegging is dus bij voorbaat niet houdbaar en zo zijn er wel meer van dit soort korte termijnbespiegelingen door de coalitiepartijen. Dat heeft vooral betrekking op het vertrekpunt dat je neemt om "voordeel" te constateren.

De coalitiepartijen laten buiten beschouwing, dat het vorige kabinet 18 miljard euro aan lastenverzwaringen heeft doorgevoerd, met als argument dat het tijdelijk zou zijn om de crisis te bezweren. 18 miljard meer per jaar extra lasten als gegeven beschouwen, levert al snel "voordeel" op als daar dan wat vanaf gaat. Zo wordt er vanuit die 18 miljard "plus positie" tientallen miljoenen "voordeel" geconstateerd. Als iemand € 100 euro leent, deze niet terugbetaalt, je dan € 5 euro geeft en dat als een "voordeel" presenteert, omdat hij ook "niets" had kunnen teruggeven, dan zullen weinigen daarin trappen, dat is echter wel wat er in essentie nu gebeurt.

Want de effecten van de tariefsverlagingen in de IB zijn beperkt, voor de meesten ca 4% tot ca € 68.000, dus maximaal ca € 2.700. Dat wordt met veel tamtam als groot voordeel gepresenteerd. Maar we zetten nog maar even wat maatregelen uit het recente verleden voor u op een rij. Geen aftrek van werkkosten meer, OZB stijgt, zorgpremie eigen risico omhoog, milieuheffingen, "groene belastingen", accijnsverhogingen en voor ondernemers: geen pensioen in eigen beheer opbouw, ondernemersaftrek afgeschaft, BTW-verhogingen, dus minder marge voor de middenstanders, DBA gezeur voor ZZP'ers en in de toekomst voor DGA's 85% van de omzet van de BV verplicht verlonen etc etc.

Gegeven de staat van de natie is het allemaal wel te begrijpen wat deze coalitie doet, we willen van alles en de rekening moet nu eenmaal betaald worden. De keuzes, die worden gemaakt, zijn vooral gebaseerd op pappen en nathouden van de eigen achterban en dat is te begrijpen.

Niettemin, de IB-ondernemers, DGA's, vermogenden en ouderen zijn kennelijk niet in staat gebleken op dezelfde wijze als politiemensen, onderwijzers en verpleegkundigen de media te bespelen. Want zij lijken toch het kind van de rekening te zijn. Voor ondernemers is dat extra zuur, ook is het schadelijk voor "echte" werkgelegenheid. Het verbaast ons niet dat er geen vaste arbeidscontracten meer worden gesloten, het vorige kabinet heeft met de Wet werk en zekerheid en het geduvel met de ZZP'ers, de ondernemers tegen zich in het harnas gejaagd, die problemen worden wel geadresseerd, maar niet opgelost. Hopelijk vinden de coalitiepartijen een weg om vertrouwen te herstellen. Dat zal met deze plannen niet gaan lukken, zo vrezen wij, er moet voor de (M)KB ondernemers een fors tandje bijgeschakeld worden.

Hoe dan ook, voorlopig lijkt er voor belastingadviseurs eerder meer dan minder werk aan te komen, want over één ding twijfelen wij sowieso niet, "makkelijker" gaat het niet worden.

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook