Header achtergrond
Header achtergrond

Verwachte wijzigingen belastingheffing 2019

17-09-2018

De wijzgingen voor het MKB zijn omvangrijk. Vooral de 3,5% verhoging van het AB-tarief voor DGA's springt in het oog. Daar staat wel een verlaging van de VpB tegenover naar 16% over de eerste € 200.000. Voor de IB geldt dat aftrekposten voor het tarief worden afgetopt, de tarieven dalen vooral voor de middeninkomens. De AB-tarieven in box 2 maken dat het aantrekkelijker wordt om het salaris van de DGA te verhogen tot € 68.000 belastbaar inkomen in box 1, bij de voorgestelde lengte van de tariefschrijven is er dan niet zoveel nadeel van de verlaging tarief waartegen mag worden afgetrokken. Oppotten van winst in de BV levert een belastingdruk op van 40% van de winst voor VpB. Per belastingplichtige zal moeten worden uitgerekend wat de gevolgen zijn. In het oog springt ook de verdere beperking van afschrijving gebouwen tot 100% van de WOZ. Dit zijn enige maatregelen van belang voor het MKB.

Inkomstenbelasting
Tarief box 1
De inkomstenbelastingtarieven worden beperkt tot twee schijven. Een basistarief van 36,93 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen boven € 68.600. Dit was 36,55% tot € 20.142 en van € 20.142 tot € 68.507 40,85%. Vanaf € 68.507 was het tarief 52%.

Hypotheekrenteaftrek
De hypotheekrenteaftrek wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 36,93 procent in 2023. Was in 2018 maximaal tegen 49,5% aftrek wordt versneld afgebouwd naar aftrek aan de voet dus tegen het lage tarief van 36,93%. In 2023 moet het lage tarief zijn bereikt.

Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd van 0,75 procent naar 0,6 procent. Deze verlaging vindt plaats in drie stappen van telkens 0,05%-punt, te starten in 2020 en vervolgens in 2021 en 2023, dus parallel aan de afbouw van hypotheekrente-aftrek.

Aftrekposten
In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente. Dit tarief wordt met drie procentpunt per jaar afgebouwd naar het basistarief.

Zelfstandigenaftrek
Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt gefaseerd beperkt, gelijk aan het aftrektarief van de andere aftrekposten. Dus naar verwachting afbouw van 2020 tot en met 2023 naar 36,93%. Over de MKB-winstvrijstelling is nog geen duidelijkheid.

Scholingskosten
De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders, die een startkwalificatie hebben behaald.

Investeringsregelingen
De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven bestaan. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.

Tarief box 2
Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 27,3 procent in 2020 en 28,5 procent in 2021.

Rendementspercentages box 3
De jaarlijkse bijstelling van de rendementspercentages voor box 3 zal op Prinsjesdag bekend worden gemaakt.

Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting wordt vanaf volgend jaar stapsgewijs verhoogd en zal in 2021 uiteindelijk circa € 350 hoger zijn dan nu.

Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting wordt in de komende jaren verhoogd met circa € 365. Deze verhoging zal in 2021 in zijn geheel zijn doorgevoerd.

Ouderenkorting
De ouderenkorting zal worden verhoogd met circa € 160. Tegelijkertijd zal er een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw worden geïntroduceerd in plaats van de huidige harde afbouwgrens.

Loonbelasting

30%-regeling
De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort met drie jaar van acht tot vijf jaar. Deze nieuwe termijn geldt ook voor werknemers, die al gebruikmaken van de 30%-regeling.

Vrijwilligersvergoeding
De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met € 200 verhoogd naar € 1.700 per kalenderjaar.

Fiets van de zaak
Per 2020 komt er een nieuwe fiscale regeling voor de fiets van de zaak. Deze moet het aantrekkelijker maken om een (elektrische) fiets aan werknemers ter beschikking te stellen.

Toeslagen
Kindregelingen
De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen en in plaats daarvan te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvanginstellingen.

Vennootschapsbelasting

Tarief
Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 21 procent (2019: 24 procent, 2020: 22,5 procent en 2021: 21 procent). Het lage tarief (2017: belastbare winst tot 200.000 euro) gaat omlaag naar 16 procent (2019: 19 procent, 2020: 17,5 procent en 2021: 16 procent).

Earningstrippingregeling
Er wordt een nieuwe renteaftrekbeperking ingevoerd in de vorm van een earningstrippingregeling, waardoor overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar zijn tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). De regeling bevat een franchise van € 1.000.000.

CFC-regels
Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van ten minste 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap (een controlled foreign company: CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan als inkomsten worden belast bij de Nederlandse belastingplichtige.

Afschrijving gebouwen
Bedrijven mogen voortaan nog slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot een boekwaarde is bereikt van 100 procent van de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Afschrijven op gebouwen wordt hiermee dus drastisch ingeperkt. Voor de goede orde, deze afschrijvingsbeperking gaat alleen gelden voor de vennootschapsbelasting en niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting.

Fiscale beleggingsinstellingen
Fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) mogen vanaf 2020 niet meer direct beleggen in in Nederland gelegen vastgoed.

Overnameholdings
De renteaftrekbeperking bij overnameholdings komt te vervallen. Dit houdt verband met de introductie van de earningstrippingregeling.

Verliesverrekeningstermijn
De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Een groter risico op verliesverdamping dus.

Bronbelastingen


Dividendbelasting
De dividendbelasting wordt per 2020 afgeschaft. Voor dividenden naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties blijft er een bronheffing op dividenden bestaan.

Rente en royalty’s
Per 2021 komt er een nieuwe bronbelasting op uitgaande royalty's en rentebetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties.

Omzetbelasting

Verlaagd tarief btw
Het verlaagde btw-tarief gaat omhoog van 6 procent naar 9 procent.

Kleine ondernemersregeling
De kleine ondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd. Er komt een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling (OVOB) voor alle ondernemers, ongeacht de rechtsvorm.

Sportvrijstelling
De btw-sportvrijstelling wordt verruimd. De vrijstelling voor sportbeoefeningsdiensten verricht door niet-winstbeogende instellingen aan hun leden, gaat ook gelden voor niet-leden. Belaste exploitatie van sportaccommodatie kan alleen nog door een winst-beogende instelling, zonder onderscheid tussen leden en niet-leden.

Overig

Exitheffing
Als de zetel van een onderneming vanaf 2019 naar het buitenland wordt verplaatst, dient een eventuele Nederlandse exitheffing in de vennootschapsbelasting in vijf jaarlijkse betalingen te worden voldaan.

Belastingrente
Er wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting is ingediend voor 1 mei en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Hetzelfde gaat gelden voor voorlopige aanslagen of aangiftes erfbelasting (geen belastingrente bij een tijdige aangifte met overeenkomende aanslag).

Energiebelasting
De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog, terwijl de energiebelasting op elektriciteit iets wordt verlaagd. De tarieven in de eerste schijf op aardgas gaan omhoog met € 0,03 en de tarieven in de eerste schijf op elektriciteit gaan omlaag met € 0,0072.

Belastingvermindering energiebelasting
De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met € 51 van € 308 naar € 257. Het grootste deel van de verminderde belastingbesparing slaat neer bij bedrijven.

Afval
Er komt een hoger tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen en de grondslag wordt verbreed. Daarnaast wordt een heffing geïntroduceerd op het exporteren van afval. De vrijstelling van zuiveringsslib voor belasting wordt daarnaast afgeschaft en er zal ook geheven gaan worden over afval dat wordt verbrand in biomassa-energiecentrales. Bij dat laatste zal een heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland noodzakelijk zijn.

Vrachtwagens
Er wordt een kilometerheffing voor vrachtverkeer ingevoerd, waarschijnlijk niet eerder dan per 2023. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. Tegelijkertijd wordt de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s verlaagd.

Taxi’s
De BPM-teruggaaf op taxi’s wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Tot die tijd zijn emissie-loze taxi’s vrijgesteld van belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

Laatste nieuws

  • Verlaag de winst van uw BV al in 2019 bij Corona-verlies 2020 Door Wijnkamp Keulers op 21-01-2021

    Verwacht u voor uw BV bij de aangifte vennootschapsbelasting (VpB) 2020 Corona-verlies aan te geven, dan mag u dat al in 2019 aftrekken van de winst. U doet dat door een zogenoemde Corona-reserve ten laste van de winst in 2019 te vormen. Deze reserve mag niet hoger zijn dan uw winst over 2019. Als u aldus minder of geen winst hebt, dan kunt u vragen om een nadere (lagere) voorlopige aanslag over 2019, daardoor kunt al snel de teveel betaalde vennootschapsbelasting terug krijgen. In 2020 moet u de reserve aan de winst toevoegen. Als u al aangifte gedaan hebt over 2019, dan loont het toch de moeite om te kijken of er nog een verlaging van die winst mogelijk is.

    Als de aanslag nog niet definitief is, dan kan met verbetering van de aangifte VpB 2019 of bij bezwaarschrift de aanslag nog worden verlaagd, als u niet een Corona-reserve hebt gevormd en dus teveel winst over 2019 hebt aangegeven. Lukt dat allemaal niet meer, dan kunt u overwegen om de voorlopige aanslag VpB 2020 te doen verlagen, want deze is (mede) op basis van de aangegeven (hoge) winst 2019 opgelegd.

    Zelfstandigen en ondernemers, die geen BV hebben, kunnen geen Corona-reserve vormen, zij kunnen wel de voorlopige aanslagen 2019 en 2020 laten verlagen. Bent u bij de aangifte VpB 2019 de corona-reserve vergeten, er zijn dus nog mogelijkheden om de Corona-reserve toe te passen. Kijk ook naar eventueel te verrekenen verliezen uit het verleden ... soms is meer winst "nemen" in dat geval interessanter.

    Lees verder
  • 2021… allemaal last van Corona … sommigen een beetje meer ... benut fiscale mogelijkheden Door Wijnkamp Keulers op 04-12-2020

    DGA's moeten in slechte tijden geld storten om hun BV overeind te houden. Als de BV niet meer kan terugbetalen, dan is er in beginsel fiscale compensatie voor de DGA veelal met zijn box 1-inkomen. Onlangs heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden bepaald, dat een vordering van een DGA op zijn eigen BV, die niet meer door de BV kon worden terugbetaald als onzakelijk moest worden beschouwd, scheelt pakweg 75% aftrek.

    Er was volgens het Hof in feite sprake geweest van een kapitaalstorting omdat een willekeurige derde nooit onder deze omstandigheden zoveel geld zou hebben geleend aan de BV. Het aandeelhoudersmotief stond voorop. Het verschil tussen zakelijk en onzakelijk kan 75% aftrek in box 1 schelen. Nu de Corona-maatregelen veel ondernemers dwingen om in te teren op privévermogen, is een nieuwe benadering van wat "zakelijk" is nodig. Kan een DGA maatregelen nemen om door de BV niet terugbetaalde leningen volledig te kunnen aftrekken van box 1-inkomen?

    Het oordeel van het Hof hield weliswaar een beperking van de aftrek van positief box 1 inkomen in, niettemin bepaalde het Hof ook dat uiteindelijk het bedrag van de verdampte vordering van de DGA als verlies uit aanmerkelijk belang toch voor 25% in aftrek zou komen. Het verschil tussen aftrek van een afgeboekte zakelijke vordering (100% in box 1 aftrekbaar) en de uiteindelijke pakweg 25% aftrek is aanzienlijk.

    Een vordering van de DGA op de eigen BV valt in box 1, een schuld van de DGA aan de eigen BV valt in box 3. Is de schuld onzakelijk dan kan er sprake zijn van verkapt loon of verkapt dividend, is de vordering onzakelijk dan is er sprake van box 2, op de aandelen gestort kapitaal. Gek natuurlijk, dat een schuld aan de BV in een andere box valt dan een vordering op de BV, maar het biedt ook mogelijkheden. Zo is de verfoeide box 3-heffing via de eigen BV om te zetten in heffing op het werkelijke rendement, maar ook als de BV van extra middelen moet worden voorzien, al was het maar vanwege Corona-sluitingen, dan is het mogelijk om bij niet terugbetalen door de BV nog wat fiscale aftrek als troostprijs te incasseren.

    De Belastingdienst is niet erg gecharmeerd van volledige aftrek door DGA's in box 1. Uiteraard wil men wel belasten als er TBS (ter beschikking stellen) van vermogen door de DGA is, maar als het spiegelbeeld "aftrek" om de hoek komt kijken, is men ineens van mening dat de leningen van de DGA "onzakelijk" waren en verplicht men de DGA tot een gang naar de rechter om volledige aftrek in box 1 bij oninbaarheid te claimen.

    Of Corona-financieringen door DGA's onzakelijk zijn, valt te bezien. Banken als referentie gebruiken voor antwoord op de vraag of een financiering door de DGA zakelijk is, valt buiten elke realiteit. Bancaire financiering in RC door banken van het kleinere MKB is nagenoeg opgehouden te bestaan, crowd funding of particuliere financiering is wel realiteit. De zakelijkheid van de DGA-financiering moet worden beoordeeld naar de noodzaak om in tijden van het ontbreken van banken een MKB overeind te houden.

    Het belastingstelsel ondersteunde in het verleden de vermogensvorming bij ondernemers en DGA's juist om buffers te hebben. De roep om ondernemers "hun belastingvoordeel" ten opzichte van ambtenaren en werknemers af te nemen, laat in deze tijden de gevolgen pijnlijk zien. De ondernemingen zijn uitgehold … weliswaar is er overheidssteun, maar dat kan onmogelijk onder-gefinancierde MKB-bedrijven overeind houden. Dat onze premier stelt dat we "allemaal last hebben van Corona" is alleszeggend. Veel ondernemers hebben er veel meer last van dan anderen. Politici, veel werknemers en ambtenaren hebben financieel nauwelijks last van Corona. Salarisverhogingen, doorbetaalde reiskostenvergoedingen en als het echt tegenzit, transitievergoedingen en WW, dat is niet te vergelijken met ondernemers, die hun in vele jaren opgebouwde onderneming en privévermogen kwijtraken. Het verschil tussen "alles kwijtraken" en "allemaal last hebben van" is immens.

    Zakelijkheid of onzakelijkheid van een DGA-lening aan zijn BV, moet worden beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden en daaraan is wel wat te doen. Als je meent dat de lening aan je BV zakelijk is, regel dat dan ook als zodanig. Zorg voor een zakelijke verhouding tussen DGA en zijn BV. Dus niet zomaar onttrekken en storten, maar voorwaarden bedingen en vastleggen, zoals je dat ook bij een vreemde zou doen.

    Schulden aan de BV moeten zakelijk zijn, voorwaarden moeten (beter) worden vastgelegd, dat geldt altijd dus niet alleen bij schulden van meer dan € 500.000.

    Voor vorderingen op de BV geldt, leg vast in een dossier wat de zakelijke overwegingen zijn om meer geld in de BV te steken. Probeer na te gaan of er ook (duurdere) private financiers zijn en leg dat vast in een dossier. Regel zekerheden, verpanding van debiteuren, voorraden of tweede hypotheek kan helpen en dat kan niet alleen de bank, dat kunt u zelf ook bewerkstelligen. Ook cessie of verpanding van belastingteruggaven is denkbaar. Maak een behoorlijke overeenkomst op.

    Vooral als er ook belastbaar inkomen in box 1 is, kan er zo aanzienlijk fiscaal voordeel zijn dat het verlies van vermogen nog enigszins kan compenseren, zo heeft een immens nadeel nog een klein voordeel. Het is evident dat als het inkomen in box 1 nog hoog is (middeling met eerdere jaren), het verlies in box 1 beter dan genomen kan worden. Actief plannen loont.

    Een goed 2021 toegewenst … hopelijk hebben we "allemaal" op korte termijn geen last meer van Corona … en kan onze premier dat dan terecht vaststellen.

    Lees verder
  • 2021 … fiscale rommel opruimen! Door Wijnkamp Keulers op 02-12-2020

    Nadat boetevrij inkeren voor verzwegen buitenlandse bankrekeningen al eerder was beperkt, kan vanaf 2020 ook ander buitenlands inkomen niet meer boetevrij alsnog vrijwillig worden aangegeven. Vrijwillig inkeren loont niettemin nog steeds, ten eerste omdat het beter is om je aan de regels te houden, ten tweede omdat boetes worden gematigd en de overige nadelige gevolgen in het algemeen ook milder zijn. Het net rondom verhuld vermogen sluit zich verder. Steeds meer wordt verhuld vermogen als "verdacht" beschouwd en in het kader van misdaad en ondermijning geplaatst, vooral als het om contanten gaat. Verhuld vermogen leidt tot meer vermogensongelijkheid en ondermijning, aldus het CPB, dat is exact wat de huidige beleidsmakers niet willen. De komende jaren is geen milder beleid te verwachten, als het om niet aangegeven, verhuld, vermogen gaat.

    CPB, nog 60 miljard verhuld vermogen

    Uit onderzoek van het CPB ("Belastingontduiking en vermogensongelijkheid" van 17 november 2020) blijkt dat Nederlands huishoudens nog ca 60 miljard aan niet opgegeven vermogen in het buitenland hebben. De afgelopen jaren is mede door vrijwillige inkeerregelingen 12 miljard extra vermogen aangegeven met een extra belastingopbrengst van 2,1 miljard, gemiddeld € 435.000 per inkeerder. De booswichten waren vooral ex-ondernemer-man-65plus en welvarend. Het vermogen betrof merendeels bankrekeningen in Luxemburg, Zwitserland en België. Hoewel de inkeerregelingen dus succesvol zijn gebleken, is, nadat beperking van het "boetevrij-inkeer-voordeel" werd aangekondigd, een flinke stijging van alsnog "ingekeerd" vermogen gerealiseerd. Verder inperken van "voordelige inkeerregelingen" ligt dus meer voor de hand dan verdere versoepeling. Daar komt bij dat de burger met verhuld vermogen door terugdringen van de rol van contanten eigenlijk geen kant meer op kan. Door Wwft maatregelen (banken en intermediairs moeten "verklikken") en UBO-registers loopt de booswicht vanzelf tegen de lamp, zo is de verwachting bij Financiën. Geen aanleiding dus om boetes te verminderen of kwijt te schelden.

    Blijven verhullen … of toch maar inkeren

    Het blijkt lastig om de verantwoordelijkheid te nemen voor niet aangegeven vermogen. Echter bij volharden is er uiteindelijk een ander, die de rommel zal moeten opruimen. Vooral diegenen, die ouderen bijstaan of een erfenis moeten afhandelen, worstelen nogal eens met aanwezigheid van niet opgegeven contanten of voorheen onbekend buitenlands vermogen.

    Stel u voor, vader is net overleden, hij deed de financiën altijd zelf, moeder weet nergens van. De kinderen durfden niet door te vragen. De boekhouder, die al jaren de aangiften van vader en moeder deed, blijkt "onaangenaam" verrast door onbekend buitenlands vermogen. Er moeten aangiften worden gedaan, de herkomst van het vermogen zal moeten worden verklaard.

    De erven zullen dan moeten aantonen wat de herkomst is geweest van het vermogen van vader. Vooral als vader al vele jaren vermogen in het buitenland had staan, is vaak niet aantoonbaar hoe hij eraan kwam. Er is dan kostbaar (buitenlands) onderzoek nodig, want er moeten veel vragen van de Belastingdienst worden beantwoord en wel juist en volledig. Het is uiterst vervelend als vader na zijn overlijden als een halve of hele crimineel wordt gezien, moeder en de kinderen met een scheef oog worden bekeken. Voor nabestaanden valt het niet mee vanuit dat (voor)oordeel het tegendeel te moeten bewijzen.

    Kop in het zand … zelf strafbaar!

    Dan toch maar de kop in het zand en ervan uitgaan dat ook in de toekomst de dans kan worden ontsprongen? Nee, niet doen, er moeten immers (jaarlijks) aangiften worden gedaan en die moeten juist en volledig zijn. Het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte is een misdrijf. Als "willens en wetens de aanmerkelijke kans in aanmerking is genomen", dat te weinig belasting betaald zou worden, is sprake van voorwaardelijke opzet, dat wordt gelijk gesteld aan opzet. Bij het onjuist opstellen van een aangifte, ook al ben je erfgenaam, ben je dus zelf de sigaar.

    Bovendien, degene, die helpt, kan als (mede)pleger of medeplichtige ook strafbaar zijn. Boekhouders, adviseurs maar ook afwikkelaars van nalatenschappen (een van de kinderen) kunnen in een lastig parket verzeild raken als vermogen en inkomen niet is, of niet wordt, opgegeven. Zelfs als je als erfgenaam alleen maar "meetekent" of akkoord gaat met door een van de erfgenamen ingediende onjuiste aangifte, kan er al een probleem zijn.

    Milder beleid is niet te verwachten, regel uw zaken

    Diegenen, die nu nog vermogen hebben, dat behoort tot de 60 miljard verhuld vermogen, doen er goed aan bij leven en vrijwillig schoon schip te maken. De stereotypering door het CPB van de ontduiker zal met name in de groep van ex-ondernemers, DGA's en vermogenden tot strengere controle leiden. Helaas werken algoritmen in het algemeen niet remmend op eenmaal bestaande stereotyperingen. Reden te meer om schoon schip te maken al was het maar om partners, echtgenoten en kinderen na overlijden niet lastig te vallen met niet opgeruimde rommel. Zij zijn bij aanvaarding van de nalatenschap immers aansprakelijk zijn voor (belasting) schulden.

    Lees verder
  • Teeltpacht, registratie bij grondkamer binnen twee maanden essentieel! Door Wijnkamp Keulers op 09-11-2020

    Na ruim 14 jaar is er een einde gekomen aan een slepende kwestie inzake de afwikkeling van een pachtovereenkomst. Na een discussie omtrent de geschiktheid van het perceel voor de teelt van aardappelen en de schade aan de aardappeloogst is vervolgens bijna tien jaar na dato de pachtovereenkomst ter registratie aan de grondkamer verstuurd. De grondkamer heeft de pachtovereenkomst geregistreerd en vastgelegd als een reguliere pachtovereenkomst en niet als een teeltpachtovereenkomst, zoals de verpachter had verzocht.

    Gevolgen registratie als reguliere pachtovereenkomst
    Aangezien de betreffende pachtovereenkomst is aangemerkt als een reguliere pachtovereenkomst dient er een toetsing van de pachtprijs door de grondkamer plaats te vinden en geldt er, voor zover aan de orde, de wettelijke verlenging met zes jaar en de mogelijkheden tot indeplaatsstelling of pachtovername.

    In dit geval is de pachtprijs door de grondkamer lager vastgesteld en heeft de pachter verzocht om restitutie van het teveel betaalde. De pachtkamer van de Rechtbank Noord-Holland stelde echter de verpachter in het gelijk, het feit dat de pachtovereenkomst niet binnen twee maanden na aangaan was geregistreerd, kon naar de mening van de pachtkamer, geen aanleiding zijn om de overeenkomst aan te merken als een reguliere pachtovereenkomst. In hoger beroep bij de pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kreeg de pachter gelijk. Het Hof oordeelde dat registratie binnen twee maanden na het aangaan van een teeltpachtovereenkomst een essentieel vereiste is. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis stelt het Hof vast dat in geval van niet-tijdig registreren van een teeltpachtovereenkomst, in casu bijna 10 jaar! na het aangaan van de overeenkomst, er sprake is van een reguliere pachtovereenkomst.

    Cassatieberoep
    De verpachter heeft beroep in cassatie ingesteld tegen dit oordeel van het Hof, in het bijzonder met betrekking tot de 'fatale barrière voor de kwalificatie als teeltpacht', namelijk het binnen twee maanden na het aangaan registreren bij de grondkamer. Deze termijn van twee maanden zou, naar het oordeel van de verpachter, niet gelegen zijn in de bescherming van de pachter ten opzichte van de verpachter. Voorts zou een dergelijke eis niet passen binnen de tendens van deformalisering van het pachtrecht. Immers in de praktijk wordt de teeltpachtovereenkomst nagenoeg niet geregistreerd bij de Grondkamer.

    Ook is aangevoerd dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in de weg kan staan aan het inroepen van wetsbepalingen van dwingend recht.

    Hoge Raad
    In de conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad is aangevoerd dat de wetgever een tijdige registratie van de teeltpachtovereenkomst van belang heeft geacht ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht. Deze registratie waarborgt dat niet willekeurig en lichtzinnig van de pachtbeschermings-maatregelen wordt afgeweken. Voorts volgt uit de wetsgeschiedenis dat het registratievereiste ook bedoeld is om - marginaal - te toetsen of aan de voor teeltpacht gestelde voorwaarden wordt voldaan en bovendien er belang bij is dat pachtovereenkomsten aan het zwarte en grijze circuit worden onttrokken. De Advocaat-Generaal is van mening dat het beroep van de verpachter verworpen moet worden.

    De Hoge Raad heeft de conclusie van de Advocaat-Generaal gevolgd en het cassatieberoep van de verpachter verworpen en dit niet nader toegelicht, nu dit naar de mening van de Hoge Raad niet nodig is "om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht" (artikel 81 lid 1 Wet RO).

    Conclusie
    Nu de Hoge Raad het niet nodig heeft gevonden om nader te motiveren, waarom het cassatieberoep niet is geslaagd, is het verdedigbaar de conclusie te trekken, dat het standpunt van het Hof, dat registratie binnen twee maanden na het aangaan van een teeltpachtovereenkomst essentieel is om van een teeltpachtovereenkomst te kunnen spreken, overeind blijft.

    Het niet of te laat registreren van een teeltpachtovereenkomst kan dus grote gevolgen hebben, zowel voor de verpachter als de pachter, zeker wanneer er onenigheid ontstaat over bijvoorbeeld de kwaliteit van de verpachte grond, schade aan de oogst daardoor en de hoge kosten van teeltpacht ten opzichte van reguliere pacht. Kortom, registreer een teeltpachtovereenkomst altijd, maar vooral tijdig!

    Lees verder
  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook