Header achtergrond
Header achtergrond

Nieuwe fiscale regels met ingang van 6 december 2018

11-12-2018

Besluit Staatssecretaris van Financiën, ingangsdatum 6 december 2018 betreft fiscale regelingen Ruimte voor Ruimte, betalingsrechten, meerwaarde door herverkaveling via landinrichting, regeling gronden in gebruik voor windturbines en zonnepanelen.

Naast de afschaffing van de regeling van het tweede pachtervoordeel zijn er in hetzelfde besluit van 6 december 2018 fiscale regelingen van kracht geworden, die de (gedeeltelijk) stoppende landbouwers aangaan en landbouwers met "nevenactiviteiten", zoals plaatsing van windturbines en zonnepanelen. Ook de regelingen rondom quota (niet meer nodig) en betalingsrechten zijn aangepast. Een korte bloemlezing.

Winst bij Ruimte voor Ruimte regeling soms onbelast
De meerwaarde van grond, die ontwikkeld wordt in het kader van Ruimte voor Ruimte, is slechts belast boven de oorspronkelijk WEVAB. Had de grond door mindere bedrijfsactiviteiten een lagere WEVAB gekregen, dan mag de oorspronkelijke hogere WEVAB worden toegepast voor toepassing van de landbouwvrijstelling. De afwaardering van voormalige bedrijfsgebouwen is een aangelegenheid, die niet door dit besluit wordt geregeld. Afwaardering tot lagere marktwaarde is in beginsel mogelijk. Niettemin, kosten van sloop van opstallen of minderwaarde ervan kan wel opgaan in de WEVAB van een Ruimte voor Ruimte kavel als de WEV uiteindelijk veel hoger is dan de WEVAB. De staatssecretaris meent dat minderwaarde naar rato aan grond en opstallen moet worden toegerekend. Daar zal het laatste woord nog wel niet over gezegd zijn.

Betalingsrechten
De per peildatum 1 mei 2015 toegekende betalingsrechten zijn een steunmaatregel van het inkomen van de landbouwer. Het is een vordering en geen bedrijfsmiddel. De boekwaarde van de vordering is nihil, want de vordering is om niet verkregen. Bij verwerving van betalingsrechten moeten die voor de koopprijs en toe te rekenen kosten op de balans worden geactiveerd. Er kan niet op worden afgeschreven, want het is geen bedrijfsmiddel. Verkoop van betalingsrechten leidt niet tot afboeking van de boekwaarde van het recht, aldus de visie van de Staatssecretaris.

Meerwaarde landbouwgrond door verkaveling bij landinrichting
Op hoofdlijnen verandert er niets. De meerwaarde op de grond, die is toe rekenen aan de verbeteringen door de (her) verkaveling, zijn niet op grond van de landbouwvrijstelling vrijgesteld. Het in een keer betalen van de landinrichtingskosten leidt ertoe dat de facto de boekwaarde van de grond daarmee wordt opgehoogd (zijn dus geen aftrekbare kosten) en in mindering strekken op de (niet vrijgestelde) belaste winst. De winst wordt pas bij realisatie dus bij vervreemding van de grond belast.

Ondergrond windturbines en zonnepanelen
Door het arrest van de HR van 23 april 2010 nr 08/04843 is duidelijk geworden dat de exploitatie van een windturbine door een landbouwer als een aparte onderneming is te beschouwen. Een dergelijke exploitatie betekent dat er over de meerwaarde van de ondergrond boven de WEVAB direct moet worden afgerekend door de zogenaamde "sfeer overgang" naar een ander onderneming. Bedoeld wordt dat de landbouwonderneming (voor een deel) wordt gestaakt (stakingswinst WEV> WEVAB) en een nieuwe onderneming wordt gestart. Boekwaarde van de grond in de nieuwe onderneming is dan WEV. Een vergelijkbare belemmering kan zich volgens de staatssecretaris voordoen als er percelen grond worden onttrokken aan de exploitatie in het bestaande landbouwbedrijf. De staatssecretaris keurt goed dat het "afrekenmoment" wordt uitgesteld, de grond wordt als het ware als "niet onttrokken beschouwd", niettemin de WEVAB wordt bevroren.

Tot slot
Alles dat (fiscaal) met landbouwgrond heeft te maken is ingewikkeld en dient in samenhang met juridische regelingen te worden bezien. Oriënteert u zich vooraf en zorg voor uw eigen gespecialiseerde adviseur. Gratis advies bestaat niet en goedkoop is duurkoop. Het is niet voor niets, dat er nieuwe beleidsregels zijn, de touwtjes worden aangehaald en dat is gegeven het belang van landbouwgrond voor natuur, milieu en ruimtelijke ordening met alle financiële gevolgen van dien natuurlijk niet verbazingwekkend. Uw grond is uw belangrijkste productiemiddel, handel daarnaar!

Bron

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook