Ingrepen in de AOW raken vooral leeftijdsgroep 67 jaar en jonger, strijd met EVRM?
16-01-2026Januari 2026
De AOW is het fundament onder het Nederlandse pensioenstelsel: breed gedragen, verplicht gefinancierde basis (eerste pijler) voor een sociaal minimum. Juist daarom wringt het als aan dat fundament wordt gesleuteld, want de tweede en derde pijler zijn historisch op de AOW ingeregeld. De AOW-leeftijd is verhoogd en de financiering schuift steeds verder naar de algemene middelen.
Nu circuleren plannen om AOW-gerechtigden (weer) AOW-premie te laten betalen. In veel gevallen betekent dat feitelijk 17,85% extra heffing in de eerste schijf inkomstenbelasting. In beleidsdiscussies wordt dit gekoppeld aan ca 6,9 mld extra belastingopbrengst, maar ook aan forse inkomenseffecten: tot grofweg 15% minder netto-inkomen voor een brede groep 67-plussers met een belastbaar inkomen tot circa € 38.000.
Het frame luidt vaak: "rijke ouderen moeten solidair zijn met armere ouderen en jongeren, anders wordt de AOW onbetaalbaar". Daarbij verdwijnen twee kernpunten uit beeld: (i) velen hebben gedurende het werkzame leven al veel premie betaald (vaak totaal meer dan € 200.000) en (ii) de versobering is al ingezet via later AOW en later bejaardentarief, wat in de praktijk (vaak) meer dan € 40.000 nadeel kan opleveren.
Wat is er al veranderd: latere AOW én later bejaardentarief
Later AOW (67 en drie maanden in plaats van 65) betekent een langere overbrugging met loon, (tijdelijk) pensioen, eigen vermogen of een uitkering. Daar bovenop komt het tarief-effect: het bejaardentarief in de eerste schijf schuift circa 2,25 jaar op. Waar het tarief voor 65-plussers 17,85% was (tegenover 35,75% voor niet-AOW'ers), ontbreekt dat voordeel langer. Het gevolg is dubbelop: later AOW én later lagere belastingdruk, juist in een levensfase waarin bijsturen lastig is. Voor iemand die het schijf-1-inkomen "volmaakt" (tot circa € 38.000 belastbaar inkomen) kan zo van 65-67,25 jaar meer dan € 40.000 netto nadeel ontstaan.
Waarom juist de groep werkenden uit de periode 1985-2027 disproportioneel wordt geraakt
Met AOW-premie wordt geen kapitaal opgebouwd, maar worden uitkeringen gefinancierd. Dat omslagstelsel kan worden aangepast, maar extra lasten mogen niet onevenredig bij een afgebakende groep landen. De werkenden, die in de periode 1985-2027 grofweg 42 jaar premie (de "volle mep") hebben betaald en nu dicht tegen pensionering aan zitten, hebben nauwelijks ruimte om beleidsschokken nog op te vangen. Drie mechanismen versterken dat:
1. AOW-franchise in de tweede pijler
Door de franchise bouw je over een salarisdeel geen aanvullend pensioen (pijler 2) op, omdat AOW wordt verondersteld. Als AOW later ingaat of netto lager uitpakt, blijkt die franchise achteraf te hoog en is extra opbouw feitelijk onmogelijk.
2. Versobering van de tweede pijler
De stap van eindloon naar middelloon en naar premie-gedreven regelingen (na pensioenherziening) raakt vooral wie laat in de loopbaan zit: minder tijd om tekorten te repareren.
3. Beperkingen in de derde pijler en druk op buffers
Bijstorten in pijler 3 is op oudere leeftijd beperkt en duur; tegelijk is leven van vermogen (box 3) fiscaal lastiger geworden. Dat verkleint de buffer om AOW-schokken op te vangen.
Financiële illustratie: stapeling van lasten
• Premielast in het werkzame leven: vaak al meer dan € 200.000 AOW-premie betaald.
• Nadeel door latere AOW en later bejaardentarief: bij circa € 38.000 belastbaar box 1-inkomen kan het netto nadeel meer dan € 40.000 bedragen door het circa 2,25 jaar later ingaan.
• Voorgenomen extra last in schijf 1: 17,85% extra heffing met in het debat genoemde inkomenseffecten van grofweg 15% lager netto-inkomen (levenslang) voor de groep tot circa € 38.000.
Juridische toets: Strijdig met art. 1 Eerste Protocol en art. 14 EVRM?
Het EVRM beschermt geen recht op ongewijzigd blijven van het sociaalzekerheidsstelsel. Wel kan art. 1 Eerste Protocol relevant zijn bij inbreuk op (voldoende vaststaande) aanspraken: bestaat er een fair balance tussen algemeen belang (houdbaarheid overheidsfinanciën) en de individuele last? De beoordelingsmarge voor de Staat is ruim, maar niet onbeperkt; stapeling kan een buitensporige last voor een afgebakende groep opleveren.
Art. 14 EVRM komt in beeld als de uitwerking vooral één leeftijdsgroep treft zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging. De kern bij de "lost generation" is het gebrek aan anticipatiemogelijkheden: franchise-architectuur, versobering van pijler 2 en 3 en een korte resterende opbouwtijd. Zonder reële compensatie of overgangsrecht kan proportionaliteit onder druk staan.
Zelfs als de financieringsopgave reëel is, volgt daaruit niet automatisch dat een generieke heffing bij AOW’ers in de eerste schijf de juiste route is. Beleid dat grotendeels neerkomt op stapeling bij een cohort dat nauwelijks kan reageren, vraagt om een scherpere onderbouwing, heldere afbakening (wie draagt werkelijk bij?) en - waar nodig - overgangsrecht of compensatie. Anders wordt "solidariteit" ervaren als herverdeling zonder perspectief.
Houdbaarheid, … geen vrijbrief voor stapeling zonder compensatie
In 2025 waren de premie-inkomsten AOW € 30,3 mld en de AOW-uitgaven circa € 52,8 mld. Er moest dus ongeveer € 22 mld uit de algemene middelen worden bijgepast. In 2000 waren premie-inkomsten en uitgaven AOW in evenwicht op ca € 20 mld, belastingopbrengsten waren toen overigens ook veel lager, ca ƒ 207 mld (ca € 94 mld, gecorrigeerd met AOW-premie, dus ca € 104 mld. Het loopt dus wel fors op, niettemin, in 2025 bij een een totale belastingopbrengst van € 277 mld (totale inkomsten Rijksoverheid ca 425 mld) is € 22 mld (5%) best te dragen. Extra premieheffing moet 6,9 mld gaan opbrengen te halen bij ouderen die niet kunnen anticiperen en 15% netto in inkomen er op achteruit gaan. Er zal dus moeten worden gecompenseerd, dus wat lost het nu eigenlijk op?
Het frame dat rijke ouderen zich sociaal moeten opstellen en daarom moeten "meebetalen" is ongenuanceerd, velen hebben al dik betaald en betalen ook nu via de tweede en derde schijf IB (pensioen, box 3 en hypotheekvrije woning) mee aan de algemene middelen. Als de AOW netto met 15% wordt verminderd, dan zal de AOW bruto met dit bedrag moeten worden verhoogd voor de box 1 eerste schijf inkomens. In feite kan binnen EVRM, belastingverhoging bij ouderen alleen plaatsvinden op tweede schijf IB, dus pijler 2 en 3 inkomen. Dat zal de bereidheid bij jongeren om mee te doen met collectieve regelingen voor werknemer pensioenen en lijfrenten producten niet bevorderen, want waarom sparen als je straks minder krijgt en meer betaalt.
Laatste nieuws
- Ingrepen in de AOW raken vooral leeftijdsgroep 67 jaar en jonger, strijd met EVRM? Door Wijnkamp Keulers op 16-01-2026 Lees verder
- Pacht in beweging, box 3 onder spanning: wat betekent dit voor de particuliere verpachter van landbouwgrond? Door Wijnkamp Keulers op 24-12-2025 Lees verder
- Is de accountant, die de aangifte doet, de beste adviseur, omdat hij u kent? Door Wijnkamp Keulers op 16-12-2025 Lees verder




