Header achtergrond
Header achtergrond

Belastingdienst verscherpt loonheffingscontroles bij ZZP'ers en opdrachtgevers

30-01-2019

ZZP'ers en kleinere ondernemers zijn in korte tijd van wenselijke flexibele schil tot te bestrijden fenomeen verworden. De dreiging van achteraf problemen met fiscus en UWV maken veel opdrachtgevers kopschuw. De zogenaamde Wet DBA, die de VAR verving, is wegens onuitvoerbaarheid weliswaar opgeschort, niettemin is de Belastingdienst zich al aan het voorbereiden op verdere bestrijding van ZZP'ers. Zo is er nu, nagenoeg ongemerkt, een aanscherping van het zogenaamde gezagscriterium doorgevoerd in het Handboek Loonheffingen. ZZP'ers en kleinbedrijf wordt het risico voorgespiegeld dat in meer gevallen sprake is van een gezagsverhouding, dus van een arbeidsovereenkomst. Met alle gevolgen voor de opdrachtgevers van dien. De dreiging met naheffingen en vooral boetes op basis van nettoloon is voldoende om opdrachtgevers kopschuw te maken en ondernemers/ZZP'ers ondervinden daar nadeel van, inkomensdalingen van 50% zijn geen uitzondering.

Handboek Loonheffingen 2018

Het Handboek Loonheffingen geeft de visie van de Belastingdienst weer en het beleid. Er kan een beroep op worden gedaan door de belastingplichtige, die mag erop vertrouwen dat inspecteurs het eigen beleid volgen. Ten aanzien van wettelijke bepalingen zijn vaak meerdere en elkaar tegensprekende standpunten mogelijk. De rechter heeft uiteindelijk het laatste woord. Dus hoewel het Handboek belangrijk is, is het geen wet. Niettemin, door de dreiging met naheffingen en boetes kun je je niet al teveel risico veroorloven bij afwijkende standpunten. Het is als het ware een waarschuwing voor "landmijnen", er is niemand die gaat proberen of ze er ook werkelijk liggen door er overheen te lopen.

Bijlage

In de uitgave van december 2018 is de "zelfstandigheid" van de ZZP'er nader uitgelegd en dan vooral in het licht van "schijnzelfstandigheid". De Belastingdienst wil "schijnzelfstandigheid" bestrijden, zo heet het. De Wet DBA is een onuitvoerbare wet, tenzij het doel is geweest om vaste dienstverbanden de norm te doen zijn en ondernemerschap en flexibele arbeid te belemmeren. Het wordt steeds duidelijker dat afschaffing van de VAR tot doel had om een rem op ZZP'ers en flexibele arbeid aan te brengen. De motieven zijn zuiver financieel, fiscaal. De overheid en pensioenfondsen hebben meer geld nodig en dat moet komen van meer belasting- en premieheffing bij de middenklasse en dan vooral ondernemers en ZZP'ers.

Arbeidsovereenkomst

Het verschil tussen een arbeidsovereenkomst en overeenkomst van opdracht (ZZP) is "gezagsverhouding". De Belastingdienst heeft nu een aantal voorbeelden gegeven, die al dan niet in combinatie duiden op een gezagsverhouding. De meest opvallende is wel dat de opdrachtnemer, die personeel van de opdrachtgever aanstuurt, zelf aan een gezagsverhouding onderhevig is volgens de Belastingdienst. Dus de uitvoerder op de bouwplaats, interim-manager of ingehuurde hoofdverpleegkundige, interim IT manager zijn eigenlijk werknemers, volgens de Belastingdienst. Ook als de interimmer deelneemt aan sociale activiteiten, waaraan ook werknemers deelnemen, is hij "werknemer" en geen ZZP' er. Bizar is eveneens de eis dat de ZZP'er niet een werklocatie opgelegd moet krijgen. De interim-uitvoerder zit dus niet meer in de bouwkeet, maar moet aan thuiswerk gaan doen.

Wetenschappers en juristen met politieke bias

De rechter heeft hele andere criteria geformuleerd onder de bestaande loonheffings-wetgeving. Het is goed om in gedachten te houden dat zowel bij de afschaffing van de VAR als bij invoering van de wet DBA de Wet op de Loonbelasting niet is gewijzigd. Het aldaar gehanteerde begrip "dienstbetrekking" is niet veranderd, ook aanvullende definities en regels zijn voor en na de VAR niet gewijzigd.

Voor de rechter is van belang, loopt de opdrachtnemer risico, waaronder debiteurenrisico, kan hij zich laten vervangen en kan hij opdrachten weigeren. De belastingrechter (Hof Arnhem) vult het criterium gezagsverhouding veel meer in langs de kaders van "risico".

De Belastingdienst heeft het oor nu veel meer te luisteren gelegd bij wetenschappers en juristen op het gebied van arbeidsrecht en sociaal recht. Deze hebben op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken een position paper geschreven om de onwerkbare wet DBA alsnog te redden. Bij deze wetenschappers en juristen staat de bescherming van de rechtspositie van de werknemer in het algemeen voorop, zij hebben een sterke bias op sociale verworvenheden. De focus ligt dus op behoud van rechten van de werknemer met een vast contract en niet op de behoefte aan flexibele arbeid en diensten die de huidige IT-economie met zich meebrengt, de economie moet zich aanpassen te beginnen in Nederland.

De consensus tussen deze deskundigen is, dat ZZP'ers de rechtspositie van de werknemer met het vaste contact bedreigen, dezelfde bias blijkt uit de stellingen van de Belastingdienst. De tegenwerking van ZZP'ers en ondernemers moet de vaste arbeidscontracten bij makkelijker te managen grote ondernemingen bevorderen. Meer belastingen en premies makkelijker te heffen, dat is de verwachting. Welke gevolgen het belemmeren van ZZP'ers en ondernemers heeft, laat onder meer de bouwsector zien. Vooral de buitenlandse ZZP'ers zijn niet meer aanwezig, vele ZZP'ers hebben de bouw de rug toegekeerd.

Tot slot

Voor ZZP'ers, andere kleinbedrijf ondernemers en hun opdrachtgevers is deze ontwikkeling schadelijk. De gevolgen voor de economie laten zich vooralsnog raden. Met het bestrijden van flexibele arbeid en dienstverlening, die op basis van vraag wordt verleend, is er de kans dat de economie wordt gesmoord. Niettemin, er zijn ook economen die pleiten voor hogere loonkosten en belastingen, dat zou innovatie en transitie bevorderen. Wie weet valt het dus mee. Het is dus maar welke bias je hebt.

Laatste nieuws

  • Vennoot of erfgenaam failliet, wat als er schulden zijn aan overige vennoten of erfgenamen? Door Wijnkamp Keulers op 10-07-2020

    Schulden van een failliet op een gemeenschap, bijvoorbeeld maatschap, firma of erfenis, kunnen worden verrekend met een vordering van de failliet, die ontstaat door verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. Dat is vooral van belang bij een maatschap of firma, die zelf niet failliet is, maar een van de vennoten wel. Vooral als een vennoot voorafgaand aan diens faillissement gelden heeft onttrokken, vloeit uit de Faillissementswet voort dat de overige vennoten kunnen eisen dat de schulden in mindering komen op het aandeel van de failliet. Op deze wijze hebben (ex)-vennoten voorrang op andere schuldeisers, zelfs voorrang op belastingschulden van de failliet.

    Afwikkeling van een maatschap en een erfenis is al ingewikkeld genoeg. Helemaal als een van de rechthebbenden op een aandeel in het vermogen failliet is. Nogal eens nemen curatoren het standpunt in, dat het aandeel van de failliet in de boedel valt en de schulden van de failliet aan de maatschap of de erfenis bij de concurrent crediteuren komt. Omdat boedelkosten en de Belastingdienst voorgaan, is er dan weinig kans dat die schulden worden betaald. Echter, als de deelgenoten een beroep doen op artikel 56 Fw en eisen dat de schulden in aftrek komen op het aandeel in de gemeenschap, dan ziet het er vaak een stuk beter uit. De schuld heeft dan voorrang op boedelkosten en de fiscus. De failliet zelf (curator) kan geen beroep doen op artikel 56 Fw (Faillissementswet).

    Soms is het mogelijk om in combinatie met het zoveel mogelijk beperken van het aandeel van de failliet een akkoord te bereiken met crediteuren, waaronder de Belastingdienst. Belastingschulden blijken soms ten onrechte (ambtshalve) te zijn vastgesteld. Het feit dat er vaak geen bezwaar of beroep open staat, hoeft niet te betekenen dat er niets meer mogelijk is. Vooral als het er naar uitziet dat de failliete boedel te klein is om de Belastingdienst te kunnen betalen, dan kan er met de Ontvanger worden onderhandeld. Soms kunnen zelfs derden (dus de andere vennoten) aanbieden om een deel van die schuld te betalen.

    De deelgenoten kunnen de aantasting van hun vermogen door een failliete mede-erfgenaam of vennoot beperken door schuldverrekening. Schulden van een failliet komen vaak voort uit onttrekkingen, zoals opnamen van geld van de bank voor zijn eigen schulden. Door schuldverrekening wordt het vermogen in de failliete boedel kleiner, dus minder verhaal voor de crediteuren. Als de deelgenoten dan ook nog een rol spelen in de overname van schulden tegen gedeeltelijke betaling, is er soms zelfs redding van het bedrijf van de maatschap of firma mogelijk. Des te minder de schuldeisers van de failliet (na een akkoord) betaald krijgen, des te meer blijft er beschikbaar voor de overige vennoten en zelfs voor de failliet, dat is het idee.

    Faillissement van een mede-erfgenaam of medevennoot betekent altijd werk aan de winkel voor de andere, niet-failliete, vennoten of erfgenamen. Laat dat niet over aan de accountant van de maatschap of aan de boedelnotaris van de nalatenschap, zij zijn ten opzichte van een curator meestal niet sterk genoeg. Onderscheid de positie van de failliet nadrukkelijk van uw eigen positie, een failliet heeft zelf geen regie, die ligt bij de curator. Het gezamenlijk optrekken tezamen met de failliet, al dan niet met of tegen de curator, pakt meestal niet goed uit. De curator heeft tot taak het vermogen uit te winnen om de schuldeisers te betalen, dat belang strookt meestal niet met dat van de vennoten en de erven, of de failliet nu van goede wil is of niet.

    Schakel eigen adviseurs in, die ook fiscaal voldoende onderlegd zijn en houd enige (financiële) afstand tot de curator, overleg vanuit een sterke positie, dat levert vaak het meeste op.

    Lees verder
  • Box 3 heffingen, verzet houdt aan Door Wijnkamp Keulers op 26-06-2020

    Het is zuur om te zien dat als er geen rente of dividend wordt uitgekeerd, er toch inkomen wordt belast in box 3. Nog zuurder wordt het als in aanmerking wordt genomen dat sprake is van ongelijke behandeling van vermogensbestanddelen. Veel vermogen wordt helemaal niet belast of anders belast. Zo tellen eigen woningen en hypotheekschulden in box 3 niet mee, die vallen in box 1. Niet de waarde van de woning onder aftrek van de hypotheekschuld wordt belast, maar de betaalde rente is aftrekbaar en levert meestal negatief inkomen op. Dat leidt dan tot aftrek van een relatief hoog belast salaris. De aangroei naar overwaarde van het huis blijft onbelast, dat is eigenlijk raar … en er is meer dat opvalt.

    Box 3, er is meer vermogen dat niet wordt belast

    Ander belangrijk vermogen buiten box 3 is het bedrag aan opgespaarde lijfrente en pensioenaanspraken en vermogen in BV's. Om een idee te geven, de waarde van eigen woningen is ca 1.334 mld, de hypotheekschulden bedragen 726 mld. In aandelen bij DGA's zit ongeveer 400 mld, ondernemingsvermogen is ongeveer 70 mld. Box 3 vastgoed, waaronder verhuurde woningen, is ongeveer 173 mld. Spaargeld ca 305 mld, 133 mld effecten en 121 mld schulden. Pensioenaanspraken bedragen echter 1.338 mld. Box 3 belast dus lang niet al het vermogen, vooral eigen woning en pensioenaanspraken verstoren het beeld.

    Burger denkt er ander over

    Velen vinden dat bij het ontbreken van een behoorlijk pensioen het onredelijk is, dat zij wel box 3 belasting betalen die hun vermogen uitholt, terwijl pensioenvermogenden met een eigen woning en hypotheek de dans ontspringen. Ook huurders zijn beter af omdat zij geen functieloze, door woningtekorten aangejaagde, overwaarde hebben en huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen claimen.
    Met een beroep op het EHRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) en wel artikel 1 van het Eerste Protocol proberen belastingplichtigen de rechter zover te krijgen dat de uitvoering van de belastingwetgeving, die in feite niet genoten inkomen belast, een inbreuk is op eigendomsrechten. De rechter gaat daar niet zonder meer in mee. Alleen als sprake is van een buitensporige last, die bovendien zich individueel sterker doet voelen, geeft het verdrag bescherming. Dit alles aan de hand van de specifieke omstandigheden.

    Geen buitensporige last eigen woning t.o.v. huurder

    De rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs dat bij een 94-jarige huiseigenaar, die claimde dat de IB meer dan vier keer het werkelijk behaalde rendement bedroeg, er geen sprake was van een voor hem buitensporige last. Hij had weliswaar geen recht op huur- en zorgtoeslag, maar hij kon naar een goedkoper huis verhuizen of zijn huis opeten, daar kwam het rechterlijk oordeel zo'n beetje op neer.

    Toch nog wel kansen

    Het in standhouden van vermogen en het moeten opbouwen van extra vermogen door extreem lage rente, sterftekansen, AOW-bezuinigingen en inflatie zou bij ontbreken van behoorlijk pensioen nog wel eens kans kunnen geven op een buitensporige last. Wel goed feitelijk onderbouwen, want het is eerder wind tegen dan wind mee in de rechtszaal.

    Lees verder
  • Prijsgeven van pensioen of ODV in verband met Corona verliezen, Belastingdienst doet moeilijk Door Wijnkamp Keulers op 02-06-2020

    We keren weer langzaam terug naar normaal, ook in het nieuwe normaal veranderen sommige dingen niet. Voor DGA's, die als gevolg van verliezen of waardedalingen van beleggingen in hun BV, afstand doen van pensioenrechten, is de fiscus als vanouds streng en hebberig.

    Begin januari 2020 is er een herzien besluit van het CAP (Centraal Aanspreekpunt Penisoenen) genomen. Dit gaat onder meer over de gevolgen van het prijsgeven van rechten in eigen BV op pensioen- en lijfrente-uitkeringen.

    Een enkele, zelfs zeer forse, daling van aandelen of een beleggingsverzekering kan nimmer aanleiding vormen voor het belastingvrij kunnen prijsgeven van een ODV of rechten op pensioen of lijfrente-uitkeringen. Een DGA, die afstand doet van rechten omdat zijn BV het niet meer kan betalen, kan dus een forse belastingclaim tegemoet zien.

    Dit standpunt van de Belastingdienst is inmiddels onhoudbaar geworden als door Corona de BV in de problemen komt door verliezen op ondernemingsactiviteiten en beleggingsverliezen. Er is wel enige ruimte. In 2013 is bij het destijds ingevoerde artikel 19b lid 8 wet LB in een besluit aangegeven, dat afstempelen op ingangsdatum toen, mogelijk was bij onderdekking door reële ondernemings- of beleggingsverliezen.

    Oppassen blijft geboden, bij rekening-courant verhoudingen, die feitelijk een afkoop inhouden of leningen waarop niet wordt afgelost en alleen maar rente wordt bijgeschreven, moet worden gevreesd voor (na)heffingen Loonbelasting en IB aanslagen met revisierente. De Belastingdienst heeft niet veel met het "nieuwe normaal" op dit dossier, dat gaat niet veel beter worden als de rekening van de overheidssteun betaald moet gaan worden, zo vrezen wij.

    Lees verder
  • Let op uw verrekenbaar verlies, als 2020 niet uw beste jaar zal zijn, haal winst naar voren! Door Wijnkamp Keulers op 28-05-2020

    Uitstel van belastingheffing is de eerste besparing, tenminste in het "oude normaal". In het "nieuwe normaal" kan dat wel eens anders uitpakken. Het lastige jaar 2020 kan wel eens tot verlies of minder winst leiden met alle gevolgen voor het kunnen verrekenen van verlies uit het verleden. Voor zowel een BV als een natuurlijk persoon met verliezen uit 2010, die nog niet zijn verrekend, is winst (of ander box 1 inkomen) over 2020 het laatste jaar waarmee kan worden gecompenseerd. Is er onvoldoende winst, dan moet worden bekeken of er extra boekwinst kan worden gerealiseerd ten laste van het fiscaal compensabel verlies. Dat geldt ook voor verlies uit onderneming uit normale bedrijfsactiviteiten, wellicht dat verstandig is wat (boek)winst naar voren te halen om toekomstige belastingclaims te vermijden.

    Winst naar voren halen, kan niet zomaar. Als incidenteel fiscaal voordeel het overwegend motief is, kan de fiscus met succes dwarsliggen. Ook het doorbreken van balanscontinuïteit en bestendige gedragslijnen kan roet in het eten gooien. Voor maatschappen en firma's is het eenvoudiger. Meer inbrengen of juist onttrekken of wijzigen van de winstaandelen kan al het gewenste effect hebben. Bij (de facto) herwaarderen van onroerende zaken moet worden opgepast dat niet 6% overdrachtsbelasting over de gehele waarde van de onroerende zaak of aandelen in een onroerende zaak-BV verschuldigd wordt. Het loont de moeite om lopende dit jaar te kijken of u maatregelen moet nemen. Verliesverdamping is zonde ... als het kan worden vermeden, scheelt dat behoorlijk.

    Lees verder
  • Let op …, vooral nu … bij lenen van uw BV of andere acties, die erop lijken Door Wijnkamp Keulers op 15-05-2020

    Op 19 december 2019 besliste de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een lening aan een DGA in feite afkoop van zijn pensioen was. De lening zou door de BV aan een derde nooit zijn verstrekt (op die voorwaarden), dat was voor de rechtbank voldoende aanleiding om tot dit oordeel te komen.

    Er zijn meer gevallen bekend. Op 13 februari 2020 constateerde Hof Arnhem-Leeuwarden dat kwijtschelding van een lening aan een DGA, die deze lening voor zijn eenmanszaak had aangewend, eigenlijk een afkoop van zijn lijfrente-stamrecht was geweest bij aangaan van de lening. Vrijval belast bij de BV als winst, bij de DGA als inkomen belast tegen het hoogste tarief met daarbij verhoging met revisierente. Het zure was dat jaren nadien, toen de BV de lijfrente-uitkeringen niet meer kon betalen met de fiscus daarover contact was opgenomen. Daardoor kwam de fiscus de zaak op het spoor en uit het boekenonderzoek dat volgde bleek dat jaren daarvoor de verstrekte lening onzakelijk was en het stamrecht de facto afgekocht was.

    Als je dit soort acties uithaalt en de aangiften over het betreffende jaar van aangaan blijken achteraf onjuist te zijn, dan kun je ook nog eens een boete en rente tegemoet zien.

    Pas dus op met (oude) BV's, waarin pensioenverplichtingen en stamrechten zitten. Haal er niet te veel uit. Wij komen veel ellende tegen in gevallen, dat de BV als een soort spaarpot is gebruikt en het geld eruit is gehaald. Er is ons een geval bekend, waarbij de fiscale voorziening volgens de inspecteur een kwart was van de feitelijke (commerciële) verplichting. Een bedrag vier keer zo groot als het bedrag van de pensioenvoorziening werd tot het inkomen van de DGA gerekend, belast tegen het hoogste tarief en met 20% extra revisie-rente.

    Helemaal zuur als het allemaal boven tafel komt na overlijden van vader, de erfgenamen kunnen flink in de problemen raken. Wees dit voor… wees voorzichtig!

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook