Header achtergrond
Header achtergrond

Maatschappen, firma's, huwelijksvermogen en erfenissen, … lastige afwikkeling bij ondernemers

25-02-2020

Voor ondernemers, die samen met een of meer maten in een maatschap of firma samenwerken, is het nogal eens lastig te onderkennen dat deze rechtsvormen geen rechtspersonen zijn en niet belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Uiteindelijk moeten alle winsten en vermogensaanspraken worden teruggebracht tot het niveau van de individuele vennoot. Bij echtscheiding en overlijden blijkt dat de mede-eigendom in vermogensbestanddelen van firma, maatschap, huwelijksvermogen en/of een aandeel in een nalatenschap door van elkaar afwijkende regelingen tot onoverzichtelijkheid en onverwachte claims kunnen leiden. Vooral als een onderneming feitelijk niet blijkt te worden voortgezet, moeten er wel voldoende liquide middelen zijn om de belasting te kunnen betalen. Houd daar rekening mee, geldgebrek is bij een toch al ingewikkelde afwikkeling van maatschappen, firma's, erfenissen en (voormalige) huwelijksgemeenschappen sfeer bedervend.

Einde maatschap en firma

Volgens de wet eindigt een maatschap niet alleen bij het bereiken van het overeengekomen doel of verstreken termijn als dit is overeengekomen, maar bij overlijden van een vennoot, bij opzegging en bij faillissement of onder curatele stelling van een vennoot. Meestal zijn in de firma of maatschapsovereenkomst allerlei regeling overeengekomen met betrekking tot recht op voortzetting, recht op overname van rechten en plichten en afwikkeling. Bij zogenaamde "gewichtige redenen" kan de rechter worden gevraagd de maatschap of firma te ontbinden.

Verplichtingen duren voort

Tijdens het bestaan van de maatschap of firma moeten de vennoten behoorlijk met elkaar omgaan, dus in redelijkheid en billijkheid rekening houden met elkaars belangen. Dat kan zelfs zover gaan dat een overeengekomen opzeggingsmogelijkheid niet kan worden geëffectueerd (de opzegging is vernietigbaar) als een opzegging niet redelijk en billijk is. Ook nadat de maatschap is geëindigd moeten de voormalige vennoten rekening houden met elkaars belangen. De rechten en plichten uit de maatschap en vennootschapsovereenkomst duren voort voor zolang als dat voor de afwikkeling van het gemeenschappelijk vermogen nodig is, dus ook de aansprakelijkheid van maten en vennoten.

Gemeenschap

Het vermogen van een maatschap of Vof is na het eindigen van de Vof en maatschapsovereenkomst gemeenschappelijk vermogen. In familieverhoudingen en in het bijzonder na overlijden van een vennoot kan het aandeel in die gemeenschap onderdeel zijn van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap en/of een onverdeelde nalatenschap.

Ondernemingen in maatschap en Vof

Het einde van een maatschap of Vof betekent meestal ook staking van de onderneming van de uittredende vennoot. Die zal in beginsel voor de Inkomstenbelasting moeten afrekenen over de laatste jaarwinst en over zijn winstaandeel, dat vrijkomt door uittreding uit de maatschap of Vof. Kort gezegd, alles dat wordt uitgekeerd boven het kapitaal, is belast in het jaar van uittreden. Hoeveel er wordt uitgekeerd en wanneer is afhankelijk van de waarde van de bestanddelen van de gemeenschap, die in aanmerking wordt genomen. Dat is meestal de waarde bij verkoop, maar het kan ook anders zijn als daarover afspraken zijn gemaakt. Over de waarde, die in aanmerking moet worden genomen, is vaak gebakkelei, ook over termijnen van betaling is nogal eens gedoe. Het helpt dan niet dat er aangifte IB gedaan moet worden en bij overlijden ook nog eens de erfenis in aanmerking genomen moet worden en soms een ingewikkelde ontbonden huwelijksgemeenschap. In geval van overlijden hoeft de maatschap of firma in fiscaal opzicht niet te eindigen, de betreffende vennoot staakt niettemin wel diens onderneming. Dat is ook zo bij een echtscheiding.

BTW, overdrachtsbelasting, inkomstenbelasting en erfbelasting of schenkbelasting

Betalen van belasting vereist vrije liquide middelen en dat kan de verdeling behoorlijk onder druk zetten, als die er niet of onvoldoende zijn. Gebruik maken van doorschuiving van belastingclaims kan soms een oplossing zijn, maar er moeten wel regelingen getroffen worden om niet achteraf alsnog de rekening te moeten betalen. Bovendien kost het door een ander laten betalen van belasting geld in de vorm van lagere uitkeringen winst en kapitaal. Is er tevens sprake van een erfenis, dan moet de belastingclaim bij de erfgenaam in aanmerking worden genomen.

Bij de BTW zijn de minste complicaties, meestal is de maatschap BTW-plichtig en gaat bij voortzetting van ondernemingsactiviteiten de BTW-claim mee van rechtswege. Bij einde van ondernemingsactiviteiten is het bij toescheiding van onroerende zaken wel goed om BTW aspecten in aanmerking te nemen. Overdrachtsbelasting is ook een lastige, bij een verkrijger kan deze een 2% of vaker 6% claim opleveren. Goed om rekening mee te houden bij het maken van keuzes. Als er sprake is van overlijden van een vennoot kan er, als er geen onderneming meer is, geen gebruik worden gemaakt van minder erfbelasting door de bedrijfsopvolgingregeling. Is die wel van toepassing, dan zal de onderneming door de opvolger wel moeten worden voortgezet gedurende 5 jaar. Doet de opvolger dat niet, dan moet er alsnog betaald worden. Dat kan alle erfgenamen treffen, als de opvolger nog overige verplichtingen heeft, die dan niet meer kunnen worden voldaan. Bij echtscheidingen moet er vaak op basis van gemeenschappelijk vermogen worden afgerekend tussen de voormalige echtgenoten. Dat kan het einde van een maatschap of Vof betekenen, soms moeten er vermogensbestanddelen te gelde worden gemaakt. Zijn beide echtelieden vennoot dan zal moeten worden bezien of de maatschap/vof door partijen tezamen wordt voortgezet dan wel dat één van hen de onderneming als eenmanszaak voortzet, waarbij de niet-voortzetter zijn/haar aandeel in kapitaal en meerwaarde uitbetaald moet krijgen.

Kortom ... doe eens een stress test

Bij een maatschap en firma, zeker als deze al langer bestaan, is het aan te bevelen om alles eens goed door te nemen. Maatschaps- en firma akten, testament en huwelijkse voorwaarden moeten op elkaar zijn afgestemd, wel met inachtneming van de functie van elk van deze regeling. Een bedrijfsopvolging of liquidatie van een maatschap of firma moet in die maatschaps- of firma akte worden geregeld, niet bij testament. De verzorging van echtgenoten over en weer door adequate huwelijkse voorwaarden en goed beeld van de vermogens, te weten privévermogens en gemeenschappelijk vermogen, naast de deelgerechtigdheid in het maatschapsvermogen en persoonlijk ondernemingsvermogen. Last but not least … houd rekening met alternatieve scenario's, helaas is nog te vaak uitgegaan van de situatie dat één van beide echtgenoten of partners als eerste zal overlijden ... en dat kan wel eens andersom zijn. Kortom … denk er eens over na en regel het!

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook