Header achtergrond
Header achtergrond

Landbouwvrijstelling afgeschaft of beperkt?

22-09-2015

Wederom gaan er geruchten dat de werking van de landbouwvrijstelling wordt ingeperkt. Deze keer lijkt het te gaan om de opmerkingen, die de redactie van een vaktijdschrift heeft geplaatst als commentaar bij het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015, waarin jaarlijkse herwaardering werd afgewezen. Het aangaan van een (man-vrouw) maatschap zou niet meer een oorzaak voor herwaardering kunnen zijn, althans de Belastingdienst zou studeren op bestrijding van deze methode, zo zeggen de geruchten. Er zou op korte termijn nog met een maatschap moeten worden gewerkt om deze met terugwerkende kracht per 1 januari jl. te laten ingaan.

Op het eerste gezicht lijkt het wat ver gezocht en er zijn in de vakliteratuur ook andersluidende visies te vinden. Niettemin is er ten aanzien van landbouwgrond met een lage boekwaarde wel zorg op zijn plaats. Er is op dit moment geen directe aanleiding tot vrees voor verdere inperking, niettemin blijft de landbouwvrijstelling voor velen een vreemde en onterechte "eend in de bijt'. Voor zover de portee van de geruchten is, dat er actie moet worden overwogen, staan wij daarachter. Wij hebben nooit veel gezien in de proefprocedure die, zo is inmiddels duidelijk, niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Zelf actie ondernemen blijft aan te raden, wij hebben dat al eerder aangegeven.

Nu de proefprocedure voor nog meer onduidelijkheid heeft gezorgd en dus in dat opzicht als volkomen mislukt moet worden beschouwd, is de vraag hoe nu verder. Moet je je iets aantrekken van deze geruchten. Wij vrezen van wel, al was het maar omdat door dit soort gedoe de landbouwvrijstelling weer volop in de schijnwerpers staat. Wat moet je dan doen… nog snel een maatschap of voorovereenkomst tekenen? Is dat dan voldoende?

Het is nu de vraag, of het aangaan van een maatschap op zich voldoende is, nog daargelaten of de terugwerkende kracht wel werkt in dit kader. Als de Belastingdienst gemaakte afspraken herziet en het standpunt van de redactie van het vakblad tot beleid zou maken, is er een probleem. Niet, omdat nu al vaststaat dat het niet gaat werken, maar er is een probleem, omdat het mogelijk niet genoeg is en niet zeker is, dat er nog gelegenheid is tot herstel.

Er zijn alternatieven voor de maatschappen denkbaar. Het gaat er daarbij om dat er sprake is van winstrealisatie op het gewenste moment en dat die winst is vrijgesteld. Het zou kunnen, dat daarover bij het aangaan van een willekeurige maatschap vraagtekens bij te plaatsen zijn. Vooral in situaties, waar feitelijk niets verandert en de inbrenger na het einde van de maatschap de gronden weer terugkrijgt, zitten in de discussie zone. Het realiseren van winst, die vervolgens is vrijgesteld, is niet geheel op één lijn te stellen met herwaarderen of verhogen van de boekwaarde, het zou kunnen zijn dat daarop meer dan nu de focus komt te liggen. Wilt u de huidige vrijstelling benutten, dan is maatwerk noodzakelijk. Standaard regelingen of volgen van collectieve acties zien wij minder in, voorlopig met recht, zo lijkt ons.

Laatste nieuws

  • Let op …, vooral nu … bij lenen van uw BV of andere acties, die erop lijken Door Wijnkamp Keulers op 15-05-2020

    Op 19 december 2019 besliste de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een lening aan een DGA in feite afkoop van zijn pensioen was. De lening zou door de BV aan een derde nooit zijn verstrekt (op die voorwaarden), dat was voor de rechtbank voldoende aanleiding om tot dit oordeel te komen.

    Er zijn meer gevallen bekend. Op 13 februari 2020 constateerde Hof Arnhem-Leeuwarden dat kwijtschelding van een lening aan een DGA, die deze lening voor zijn eenmanszaak had aangewend, eigenlijk een afkoop van zijn lijfrente-stamrecht was geweest bij aangaan van de lening. Vrijval belast bij de BV als winst, bij de DGA als inkomen belast tegen het hoogste tarief met daarbij verhoging met revisierente. Het zure was dat jaren nadien, toen de BV de lijfrente-uitkeringen niet meer kon betalen met de fiscus daarover contact was opgenomen. Daardoor kwam de fiscus de zaak op het spoor en uit het boekenonderzoek dat volgde bleek dat jaren daarvoor de verstrekte lening onzakelijk was en het stamrecht de facto afgekocht was.

    Als je dit soort acties uithaalt en de aangiften over het betreffende jaar van aangaan blijken achteraf onjuist te zijn, dan kun je ook nog eens een boete en rente tegemoet zien.

    Pas dus op met (oude) BV's, waarin pensioenverplichtingen en stamrechten zitten. Haal er niet te veel uit. Wij komen veel ellende tegen in gevallen, dat de BV als een soort spaarpot is gebruikt en het geld eruit is gehaald. Er is ons een geval bekend, waarbij de fiscale voorziening volgens de inspecteur een kwart was van de feitelijke (commerciële) verplichting. Een bedrag vier keer zo groot als het bedrag van de pensioenvoorziening werd tot het inkomen van de DGA gerekend, belast tegen het hoogste tarief en met 20% extra revisie-rente.

    Helemaal zuur als het allemaal boven tafel komt na overlijden van vader, de erfgenamen kunnen flink in de problemen raken. Wees dit voor… wees voorzichtig!

    Lees verder
  • Uit de maatschap of firma … aansprakelijkheid duurt voort, erfgenamen let op …. Door Wijnkamp Keulers op 04-05-2020

    Ondanks de overheidsmaatregelen om ondernemers te ondersteunen zijn er veel ondernemers in de problemen door de lockdown. Lasten lopen door, omzet stagneert of valt zelfs helemaal weg. Voor vennoten in een firma of maatschap, die recent uit de maatschap of firma zijn gestapt, is een voortdurende aansprakelijkheid soms onverwacht. Als de vennoot is overleden en nog aansprakelijk blijkt te zijn, is het voor de erfgenamen nog veel zuurder. Velen denken dat met toetreding de aansprakelijkheid begint en dat het bij uittreding over is.
    Onlangs besliste de belastingrechter, dat een ex-vennoot wel degelijk aansprakelijk was voor een belastingschuld van de firma, ook al was hij uitgetreden en uitgeschreven bij de KvK. Het was zelfs zo dat de Belastingdienst naar vrijheid een gunstiger regeling voor de andere aansprakelijke vennoot mocht treffen en dat voor de ex-vennoot niet hoefde te doen. Erfgenamen van overleden vennoten moeten oppassen, zij zijn aansprakelijk voor de (belasting)schulden van de overleden vennoot, als ze de nalatenschap zonder voorbehoud hebben aanvaard.

    Maatschappen en firma's

    In 2015 is er door de Hoge Raad wat meer duidelijkheid gegeven over aansprakelijkheid van een vennoot voor alle voor diens toetreding bestaande schulden van een maatschap of Vof. Het komt er op neer dat voor een vennoot in een firma er een volledige hoofdelijke aansprakelijkheid ontstaat vanaf toetreding. Bij een maatschap is dat in beginsel een gedeeltelijke aansprakelijkheid, tenzij sprake is van de uitvoering van een opdracht, dan wordt ieder van de vennoten in de maatschap van artikel 7:407 lid 2 BW hoofdelijk aansprakelijk voor uitvoering van de opdracht. Pleeg dus goed onderzoek voor je toetreedt, dat geldt overigens niet alleen voor vennoten, maar voor alle mogelijke bestuurs- of directiefuncties.

    Belastingschulden

    Een maatschap of een Vof is geen rechtspersoon, er is wel sprake van een afgescheiden vermogen en de maatschap en firma kunnen als procespartij optreden. Een privé-crediteur kan dus niet zomaar de maatschap of firma aanspreken, maar moet eerst naar de betreffende vennoot in privé. Andersom kan een maatschapscrediteur niet rechtstreeks naar de firmanten in privé, maar moet hij de maatschap aanspreken. Voor belastingschulden geldt dat de maatschap of firma aangifteplichtig is voor loonheffing, moet inhouden en moet afdragen en dat geldt ook voor de BTW. Alleen de inkomstenbelasting is een zaak voor de vennoten, zij hebben een zogenaamde persoonlijke (subjectieve) onderneming. Niet de winst van de maatschap (objectieve onderneming) wordt belast, maar hun aandeel daarin.

    Hof Den Haag 21 april 2020
    X was per 1 oktober 2013 vennoot geworden van een vof. Op 3 oktober 2016 heeft hij zich bij de KvK met terugwerkende kracht tot 31 mei 2016 laten uitschrijven als vennoot van de vof. In juli 2018, dus toen hij geen vennoot meer was, is X als bestuurder van de vof aansprakelijk gesteld voor een onbetaald gebleven naheffingsaanslag omzetbelasting voor het eerste kwartaal van 2016 van de Vof.

    De medevennoot van X is voor hetzelfde bedrag (€ 63.664) aansprakelijk gesteld.
    X heeft beroep en hoger beroep ingesteld inzake de aansprakelijkstelling. Omdat de naheffingsaanslag betrekking had op het eerste kwartaal 2016 en X in het eerste kwartaal 2016 vennoot van de vof was en onbeperkt bevoegd was, kon X volgens Hof Den Haag als hoofdelijk aansprakelijke bestuurder worden aangemerkt. Hij heeft niet voldoende gesteld of kunnen bewijzen dat het niet betalen niet aan hem was te wijten. Ook kon X geen aanspraak maken op de regeling die zijn medevennoot met de Ontvanger heeft kunnen maken, er bleek geen sprake van gelijke gevallen te zijn. X werd in het ongelijk gesteld.

    Commentaar:

    Meestal staat in firma akten dat het bedrijf o.i.d. van de firma wordt voortgezet door de andere vennoot en dat die alle bezittingen en schulden overneemt. Dat werkt bij een juiste en stipte uitvoering vaak wel tegen gewone crediteuren, maar niet tegen de Belastingdienst. Ook bij uitvoering van een opdracht is er op basis van de speciale wettelijke regeling daarvan voortdurende aansprakelijkheid.

    Bij tot een maatschap of firma toetredende dienstverleners zal er dus ten aanzien van crediteuren en in het bijzonder de Belastingdienst, aansprakelijkheid kunnen ontstaan voor oude schulden van de maatschap of firma. Ook na uittreden blijft aansprakelijkheidsrisico.

    "Partner" worden, heeft dus meer om het lijf dan een aandeel in de winst met fiscale voordelen, in plaats van loon. Voor erfgenamen van vennoten is van belang dat een nalatenschap wellicht toch beter beneficiair kan worden aanvaard. Dat geeft wel wat rompslomp, maar het afwikkelen van een firma of maatschap is in veel gevallen sowieso al niet zo eenvoudig…" better safe than sorry …" dus, vooral in deze lastige tijd.

    Lees verder
  • Zet maar op de BV, kan vaker dan de fiscus wil …. Door Wijnkamp Keulers op 07-04-2020

    Kosten, die een DGA moet maken voor een advocaat of een belastingadviseur, worden nogal eens "op de BV gezet". Vooral bij gecompliceerde echtscheidingen, erfenis kwesties en fiscale geschillen ontstaat er dan discussie met de Belastingdienst over zowel de BTW-aftrek als de aftrek van de kosten voor de BV. Onlangs heeft de Hoge Raad de Belastingdienst in het ongelijk gesteld en BTW op kosten van een advocaat, die een DGA vanwege een strafrechtelijk vergrijp bijstond en die aan de BV in rekening waren gebracht, in aftrek toegelaten. Als de BV een naar objectieve maatstaven bezien zakelijk belang heeft, dan maakt het niet uit of de DGA gebaat is of niet, het belang van de BV telt. Dit arrest werkt niet alleen voor BTW aftrek, maar betekent ook dat dit soort kosten van de winst van de BV aftrekbaar kunnen zijn en bij betaling niet leiden tot verkapt dividend aan de DGA.

    Eerder had het Hof Arnhem geoordeeld, dat uit het dossier niet was gebleken dat de BV betrokken was bij de strafzaak tegen de DGA. Daarom werd aftrek van BTW op de facturen niet toegestaan. In deze procedure kwamen VpB en IB niet aan de orde, voor de hand ligt niettemin dat betaling van de facturen aangemerkt zou worden als bevoordeling van de DGA (verkapt dividend) en de kosten niet in aftrek zouden komen van de winst van de BV.

    De Hoge Raad was het niet met het Hof eens. Duidelijk was dat de BV geen opdrachten meer kreeg door de besmeurde reputatie van de DGA, de BV had er belang bij dat de naam van de DGA werd gezuiverd, zodat er weer omzet zou komen. Die stelling had het Hof niet zomaar mogen passeren, de zaak werd naar een ander Hof verwezen voor nader onderzoek.

    Voor meer kosten, waarbij de BV een objectief zakelijk belang heeft, gloort dus aftrek. Te denken valt aan kosten, die moeten worden gemaakt in het kader van verdeling van ondernemingsvermogens bij een erfenis of echtscheiding. Ook kosten, die zijn toe te rekenen aan het einde van een dienstverband van een van de echtgenoten bij een echtscheiding, hebben voor de BV een objectief zakelijk belang en zo valt er wel meer toe te rekenen. De Hoge Raad zet de deur open, mits vanuit de positie van de BV de zakelijkheid maar onderbouwd kan worden.

    Denk daar goed over na en zorg dat opdrachten en facturering duidelijk zijn en de vlag de lading dekt, dan is er meer mogelijk dan de fiscus toestond.

    HR 20 maart 2020, 18/01184, ECLI:NL:HR:2020:481

    Lees verder
  • Maatschappen, firma's, huwelijksvermogen en erfenissen, … lastige afwikkeling bij ondernemers Door Wijnkamp Keulers op 25-02-2020

    Voor ondernemers, die samen met een of meer maten in een maatschap of firma samenwerken, is het nogal eens lastig te onderkennen dat deze rechtsvormen geen rechtspersonen zijn en niet belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Uiteindelijk moeten alle winsten en vermogensaanspraken worden teruggebracht tot het niveau van de individuele vennoot. Bij echtscheiding en overlijden blijkt dat de mede-eigendom in vermogensbestanddelen van firma, maatschap, huwelijksvermogen en/of een aandeel in een nalatenschap door van elkaar afwijkende regelingen tot onoverzichtelijkheid en onverwachte claims kunnen leiden. Vooral als een onderneming feitelijk niet blijkt te worden voortgezet, moeten er wel voldoende liquide middelen zijn om de belasting te kunnen betalen. Houd daar rekening mee, geldgebrek is bij een toch al ingewikkelde afwikkeling van maatschappen, firma's, erfenissen en (voormalige) huwelijksgemeenschappen sfeer bedervend.

    Einde maatschap en firma

    Volgens de wet eindigt een maatschap niet alleen bij het bereiken van het overeengekomen doel of verstreken termijn als dit is overeengekomen, maar bij overlijden van een vennoot, bij opzegging en bij faillissement of onder curatele stelling van een vennoot. Meestal zijn in de firma of maatschapsovereenkomst allerlei regeling overeengekomen met betrekking tot recht op voortzetting, recht op overname van rechten en plichten en afwikkeling. Bij zogenaamde "gewichtige redenen" kan de rechter worden gevraagd de maatschap of firma te ontbinden.

    Verplichtingen duren voort

    Tijdens het bestaan van de maatschap of firma moeten de vennoten behoorlijk met elkaar omgaan, dus in redelijkheid en billijkheid rekening houden met elkaars belangen. Dat kan zelfs zover gaan dat een overeengekomen opzeggingsmogelijkheid niet kan worden geëffectueerd (de opzegging is vernietigbaar) als een opzegging niet redelijk en billijk is. Ook nadat de maatschap is geëindigd moeten de voormalige vennoten rekening houden met elkaars belangen. De rechten en plichten uit de maatschap en vennootschapsovereenkomst duren voort voor zolang als dat voor de afwikkeling van het gemeenschappelijk vermogen nodig is, dus ook de aansprakelijkheid van maten en vennoten.

    Gemeenschap

    Het vermogen van een maatschap of Vof is na het eindigen van de Vof en maatschapsovereenkomst gemeenschappelijk vermogen. In familieverhoudingen en in het bijzonder na overlijden van een vennoot kan het aandeel in die gemeenschap onderdeel zijn van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap en/of een onverdeelde nalatenschap.

    Ondernemingen in maatschap en Vof

    Het einde van een maatschap of Vof betekent meestal ook staking van de onderneming van de uittredende vennoot. Die zal in beginsel voor de Inkomstenbelasting moeten afrekenen over de laatste jaarwinst en over zijn winstaandeel, dat vrijkomt door uittreding uit de maatschap of Vof. Kort gezegd, alles dat wordt uitgekeerd boven het kapitaal, is belast in het jaar van uittreden. Hoeveel er wordt uitgekeerd en wanneer is afhankelijk van de waarde van de bestanddelen van de gemeenschap, die in aanmerking wordt genomen. Dat is meestal de waarde bij verkoop, maar het kan ook anders zijn als daarover afspraken zijn gemaakt. Over de waarde, die in aanmerking moet worden genomen, is vaak gebakkelei, ook over termijnen van betaling is nogal eens gedoe. Het helpt dan niet dat er aangifte IB gedaan moet worden en bij overlijden ook nog eens de erfenis in aanmerking genomen moet worden en soms een ingewikkelde ontbonden huwelijksgemeenschap. In geval van overlijden hoeft de maatschap of firma in fiscaal opzicht niet te eindigen, de betreffende vennoot staakt niettemin wel diens onderneming. Dat is ook zo bij een echtscheiding.

    BTW, overdrachtsbelasting, inkomstenbelasting en erfbelasting of schenkbelasting

    Betalen van belasting vereist vrije liquide middelen en dat kan de verdeling behoorlijk onder druk zetten, als die er niet of onvoldoende zijn. Gebruik maken van doorschuiving van belastingclaims kan soms een oplossing zijn, maar er moeten wel regelingen getroffen worden om niet achteraf alsnog de rekening te moeten betalen. Bovendien kost het door een ander laten betalen van belasting geld in de vorm van lagere uitkeringen winst en kapitaal. Is er tevens sprake van een erfenis, dan moet de belastingclaim bij de erfgenaam in aanmerking worden genomen.

    Bij de BTW zijn de minste complicaties, meestal is de maatschap BTW-plichtig en gaat bij voortzetting van ondernemingsactiviteiten de BTW-claim mee van rechtswege. Bij einde van ondernemingsactiviteiten is het bij toescheiding van onroerende zaken wel goed om BTW aspecten in aanmerking te nemen. Overdrachtsbelasting is ook een lastige, bij een verkrijger kan deze een 2% of vaker 6% claim opleveren. Goed om rekening mee te houden bij het maken van keuzes. Als er sprake is van overlijden van een vennoot kan er, als er geen onderneming meer is, geen gebruik worden gemaakt van minder erfbelasting door de bedrijfsopvolgingregeling. Is die wel van toepassing, dan zal de onderneming door de opvolger wel moeten worden voortgezet gedurende 5 jaar. Doet de opvolger dat niet, dan moet er alsnog betaald worden. Dat kan alle erfgenamen treffen, als de opvolger nog overige verplichtingen heeft, die dan niet meer kunnen worden voldaan. Bij echtscheidingen moet er vaak op basis van gemeenschappelijk vermogen worden afgerekend tussen de voormalige echtgenoten. Dat kan het einde van een maatschap of Vof betekenen, soms moeten er vermogensbestanddelen te gelde worden gemaakt. Zijn beide echtelieden vennoot dan zal moeten worden bezien of de maatschap/vof door partijen tezamen wordt voortgezet dan wel dat één van hen de onderneming als eenmanszaak voortzet, waarbij de niet-voortzetter zijn/haar aandeel in kapitaal en meerwaarde uitbetaald moet krijgen.

    Kortom ... doe eens een stress test

    Bij een maatschap en firma, zeker als deze al langer bestaan, is het aan te bevelen om alles eens goed door te nemen. Maatschaps- en firma akten, testament en huwelijkse voorwaarden moeten op elkaar zijn afgestemd, wel met inachtneming van de functie van elk van deze regeling. Een bedrijfsopvolging of liquidatie van een maatschap of firma moet in die maatschaps- of firma akte worden geregeld, niet bij testament. De verzorging van echtgenoten over en weer door adequate huwelijkse voorwaarden en goed beeld van de vermogens, te weten privévermogens en gemeenschappelijk vermogen, naast de deelgerechtigdheid in het maatschapsvermogen en persoonlijk ondernemingsvermogen. Last but not least … houd rekening met alternatieve scenario's, helaas is nog te vaak uitgegaan van de situatie dat één van beide echtgenoten of partners als eerste zal overlijden ... en dat kan wel eens andersom zijn. Kortom … denk er eens over na en regel het!

    Lees verder
  • Verzwegen (buitenlands) vermogen, erfgenamen let op ... inkeren is noodzakelijk! Door Wijnkamp Keulers op 24-01-2020

    Vrijwillig aangeven van verzwegen inkomsten en box 3 vermogen is nog steeds de betere optie ten opzichte van onjuist aangifte (blijven) doen. Niet alleen omdat het doen van een onjuiste aangifte een misdrijf is, dat zich herhaalt bij iedere volgende onjuiste aangifte, maar ook omdat verzwegen vermogen anderen met problemen kan opzadelen. Zo kunnen erfgenamen en executeurs behoorlijk in de nesten raken en de relatie met banken, boekhouders, notaris en dergelijken kunnen flink en soms onherstelbaar worden belast, met alle gevolgen van dien. Het net sluit zich steeds verder, de informatie-uitwisseling tussen de belastingdiensten is inmiddels zo volwassen dat hopen de dans te ontspringen niet erg realistisch is. Plotseling opduikende bedragen in contanten leveren fikse problemen op, al was het maar omdat met stukken onderbouwd verklaard moet worden wat de herkomst van dat geld is, ook al is dit door rechtsvoorgangers in een zeer ver verleden vergaard. Let op, een erfenis moet u in de vorm van vermogen na verkrijging voor de IB opgeven in uw eigen aangifte. Vaak moet ook voor de overledene na diens overlijden een aangifte IB over het overlijdensjaar worden opgesteld. Geeft u vermogen niet op, onjuist op, dan bent u zelf strafbaar.

    Wordt u dus als erfgenaam of executeur met niet aangegeven vermogen geconfronteerd, ga dan niet zelf aan de gang, maar laat u door een advocaat-belastingadviseur bijstaan. Het laatste dat u moet willen, is zelf verantwoordelijk en aansprakelijk worden voor een onjuiste aangifte erfbelasting of inkomstenbelasting.

    Inkeerregeling, bestaat nog steeds maar wordt per 1 januari 2020 wederom beperkt

    Per 2018 was de vrijwillige regeling voor verzwegen buitenlands inkomen uit sparen en beleggen (box 3-inkomen) al afgeschaft, althans voor zover het betreft dat zonder boete werd nagevorderd. Voor overige inkomsten is de regeling blijven bestaan. Het gaat om vrijwillige verbeteringen, uiterlijk binnen twee jaar nadat opzettelijk of met aan opzet grenzende verwijtbaarheid een onjuiste aangifte is gedaan of aangifte had moeten worden gedaan. Er is een overgangsregeling, een belastingplichtige kan voor aangiften, die vóór 1 januari 2018 zijn ingediend, of ingediend hadden moeten worden, alsnog een beroep doen op de oude inkeerregeling.

    Vrijwillig houdt in dat de belastingplichtige alsnog aangeeft, voordat hij of zij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid bekend was of bekend zou worden. Bij vrijwillige inkeer voor inkomen in box 3 sparen wordt nu wel een boete verschuldigd, echter door de vrijwilligheid zal er wel worden gematigd. Geen 300%, maar soms 50% of minder.

    Let op, als er geen sprake is van opzet of aan opzet of grove schuld gelijk te stellen ernstige verwijtbaarheid, dan is er geen boete verschuldigd. Het gaat niet alleen om opzet, maar ook om het willens en wetens de kans aanvaarden dat er te weinig belasting zal worden betaald.
    Aan overledenen kan in beginsel geen boete worden opgelegd. Uiteraard moet er wel belasting met rente worden betaald, de erfgenamen zijn daarvoor aansprakelijk. Frauderende erfgenamen worden wel beboet.

    Nieuwe wijzigingen per 1 januari 2020

    Naar aanleiding van de Panama Papers richt regering de zich niet alleen meer op buitenlandse bankrekeningen, maar ook op "ander" buitenlands inkomen, zoals uit aanmerkelijk belang of inkomens via "trust-achtige" vehikels. Het boetevrij inkeren zal worden uitgesloten voor buitenlands inkomen uit aanmerkelijk belang. Ook zal het onderscheid tussen inkomen uit sparen en beleggen, dat in het binnenland is opgekomen en inkomen uit sparen en beleggen, dat in het buitenland is opgekomen, worden weggenomen. Het wordt 'gebruikers' van verhullende constructies, die in de risicosfeer zitten, steeds lastiger gemaakt, niet in de laatste plaats omdat dienstverleners, zoals adviseurs en banken in het kader van anti-witwas regelgeving steeds voorzichtiger worden. Zondaars staan er dus niet zelden, alleen voor, althans hun toenmalige adviseurs zijn veel meer het probleem dan een oplossing.

    Medeplichtigen, medeplegers, aan de schandpaal

    Beroepsbeoefenaars aan wie boetes zijn opgelegd op grond van medeplegen worden bekendgemaakt. Het doel van deze maatregel is dat belastingplichtigen het kaf van het koren kunnen scheiden. Het gaat niet alleen om belastingadviseurs, maar ook dienstverleners, zoals notarissen, accountants en advocaten. Een beetje adviseur zal dus screenen en fraudeurs weren.

    Welke vragen krijgt u zoal, als u alsnog niet opgegeven vermogen en inkomen meldt

    Voor bankrekeningen komen volgende vragen aan de orde:

    Welke rekeningen, dus naast effectenrekeningen ook rekening courant, spaarrekeningen etc
    Wie heeft op welke datum de rekening geopend en wie hadden toegang tot de rekening
    Waar komt het geld op de rekening vandaan en op welke wijze is er gestort
    Alle opnamen en stortingen ook die in de 90'er jaren, wat hebt u met het geld gedaan
    Is er in de 90'er jaren en later aangegeven in Nederland.
    Als middelen uit erfenis afkomstig zijn en niet zijn aangegeven geldt een onbepaalde termijn

    Alles moet met stukken worden onderbouwd. De Hoge Raad heeft in 2018 beslist dat bewijslast in beginsel op erfgenamen overgaat.

    Tot slot, witwassen

    Naast de fiscale problematiek speelt ook nog witwas problematiek. Bij verzwijgen of maskeren, al was het maar als erfgenaam of executeur, kunt u tezamen met adviseurs, die u behulpzaam zijn, in de problemen komen. Zelfs het doen van een belastingaangifte kan witwassen opleveren, zelfs al zou de aangifte op zich juist zijn. Hoe dan ook, niet- of onjuist doen van aangifte is geen aan te raden keuze. Verzwijgen en blijven verhullen is meer dan ooit ... geen optie!

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook