Header achtergrond
Header achtergrond

Landbouwvrijstelling afgeschaft of beperkt?

22-09-2015

Wederom gaan er geruchten dat de werking van de landbouwvrijstelling wordt ingeperkt. Deze keer lijkt het te gaan om de opmerkingen, die de redactie van een vaktijdschrift heeft geplaatst als commentaar bij het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015, waarin jaarlijkse herwaardering werd afgewezen. Het aangaan van een (man-vrouw) maatschap zou niet meer een oorzaak voor herwaardering kunnen zijn, althans de Belastingdienst zou studeren op bestrijding van deze methode, zo zeggen de geruchten. Er zou op korte termijn nog met een maatschap moeten worden gewerkt om deze met terugwerkende kracht per 1 januari jl. te laten ingaan.

Op het eerste gezicht lijkt het wat ver gezocht en er zijn in de vakliteratuur ook andersluidende visies te vinden. Niettemin is er ten aanzien van landbouwgrond met een lage boekwaarde wel zorg op zijn plaats. Er is op dit moment geen directe aanleiding tot vrees voor verdere inperking, niettemin blijft de landbouwvrijstelling voor velen een vreemde en onterechte "eend in de bijt'. Voor zover de portee van de geruchten is, dat er actie moet worden overwogen, staan wij daarachter. Wij hebben nooit veel gezien in de proefprocedure die, zo is inmiddels duidelijk, niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Zelf actie ondernemen blijft aan te raden, wij hebben dat al eerder aangegeven.

Nu de proefprocedure voor nog meer onduidelijkheid heeft gezorgd en dus in dat opzicht als volkomen mislukt moet worden beschouwd, is de vraag hoe nu verder. Moet je je iets aantrekken van deze geruchten. Wij vrezen van wel, al was het maar omdat door dit soort gedoe de landbouwvrijstelling weer volop in de schijnwerpers staat. Wat moet je dan doen… nog snel een maatschap of voorovereenkomst tekenen? Is dat dan voldoende?

Het is nu de vraag, of het aangaan van een maatschap op zich voldoende is, nog daargelaten of de terugwerkende kracht wel werkt in dit kader. Als de Belastingdienst gemaakte afspraken herziet en het standpunt van de redactie van het vakblad tot beleid zou maken, is er een probleem. Niet, omdat nu al vaststaat dat het niet gaat werken, maar er is een probleem, omdat het mogelijk niet genoeg is en niet zeker is, dat er nog gelegenheid is tot herstel.

Er zijn alternatieven voor de maatschappen denkbaar. Het gaat er daarbij om dat er sprake is van winstrealisatie op het gewenste moment en dat die winst is vrijgesteld. Het zou kunnen, dat daarover bij het aangaan van een willekeurige maatschap vraagtekens bij te plaatsen zijn. Vooral in situaties, waar feitelijk niets verandert en de inbrenger na het einde van de maatschap de gronden weer terugkrijgt, zitten in de discussie zone. Het realiseren van winst, die vervolgens is vrijgesteld, is niet geheel op één lijn te stellen met herwaarderen of verhogen van de boekwaarde, het zou kunnen zijn dat daarop meer dan nu de focus komt te liggen. Wilt u de huidige vrijstelling benutten, dan is maatwerk noodzakelijk. Standaard regelingen of volgen van collectieve acties zien wij minder in, voorlopig met recht, zo lijkt ons.

Laatste nieuws

Agro nieuws

  • Verhuizing Door Wijnkamp Keulers op 15-08-2019

    In verband met de verhuizing van ons kantoor naar de Baron de Coubertinlaan 6 in Zoetermeer zijn wij vrijdag 16 augustus vanaf 13.00 uur gesloten. Op dinsdag 20 augustus a.s. zijn wij telefonisch niet bereikbaar via 079-3428555. U kunt ons, indien nodig, bereiken op 06-300 100 69 (mr W.P. Keulers) of 06-2200 96 40 (mr M.A. de Oude).

    Lees verder
  • De fiscus aast op afbouwende boeren Door Wijnkamp Keulers op 06-06-2019

    De fiscus meent dat boeren, die structureel verlies lijden, geen ondernemer meer kunnen zijn. Het gevolg daarvan is verplicht staken van de onderneming, het vermogen overbrengen naar box 3 en afrekenen over stille reserves. Dat kan flinke belastingclaims tot gevolgen hebben. Vooral de FOR, stille reserves op woning en ondergrond en soms ook op gebouwen leveren fiscale risico's op.

    Het is de fiscus een doorn in het oog dat velen niet in box 3 belast kunnen worden voor vermogen, terwijl in box 1 of bij BV's er vaak geen winst of inkomen is dat belast kan worden. Het vizier van de fiscus is niet alleen gericht op boeren, maar bijvoorbeeld ook op beleggers die onder de ondernemersvlag opereren of hun beleggingen in een BV of fonds voor gemene rekening hebben ondergebracht.

    Voor boeren met een bedrijfswoning met ondergrond in eigendom en wat eigendomsland of pachtland dreigt een vervelende situatie. Want hoewel de pachtwetgeving een eigen beoordelingskader heeft met betrekking tot "bedrijfsmatig landbouwkundig gebruik" als eis voor de aanwezigheid van pacht, is een verplichte staking en overbrengen naar box 3 een gebeurtenis, die van invloed kan zijn en het einde van de pacht kan betekenen.

    De fiscus is in sommige gevallen wel erg voortvarend met het oordeel dat er geen onderneming meer is. Voor door de fiscus gestelde "box 3 beleggingen" in BV's was de rechter aanzienlijk minder voortvarend. Zolang de BV meer deed dan wat te doen gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer, had de BV nog een onderneming. Zicht op winst moet er wel enigszins zijn maar bleek op zichzelf niet van beslissende betekenis. Werkzaamheden, investeringen en enig zicht op rendement waren voldoende. Wat voor BV's in aanmerking is genomen, kan ook bij gewone ondernemers gelden. Ook daar is de grens dat zodra er meer is dan gewoon vermogensbeheer of alleen maar werkzaamheden zonder vermogen er al snel sprake is van een onderneming.

    Voor diegenen, die vooral land (onder)verpachten en eigenlijk weinig activiteiten meer ontplooien, is het niettemin oppassen geblazen. Enige eigen werkzaamheden, het hebben van nog wat eigen machines en andere activa, zoals enig eigen vee en eigen registratie helpt wel. Soms kan ook het naar voren halen van winst helpen. Kijk eens naar de FOR of wellicht kan het nemen van winst op een woning of ondergrond helpen. Verkoop van land onder voorbehoud van pacht kan ook helpen. De portee is, de fiscus wil inactieve ondernemers laten afrekenen en naar box 3 hebben, ook al om meer erf- en schenkbelasting te kunnen heffen. Wacht niet af tot het te laat is, blijf het voor.

    Lees verder

Nieuws

  • Verhuizing Door Wijnkamp Keulers op 15-08-2019

    In verband met de verhuizing van ons kantoor naar de Baron de Coubertinlaan 6 in Zoetermeer zijn wij vrijdag 16 augustus vanaf 13.00 uur gesloten. Op dinsdag 20 augustus a.s. zijn wij telefonisch niet bereikbaar via 079-3428555. U kunt ons, indien nodig, bereiken op 06-300 100 69 (mr W.P. Keulers) of 06-2200 96 40 (mr M.A. de Oude).

    Lees verder
  • Hoge Raad opent deur voor vrijstelling van box 3 heffing, maak bezwaar! Door Wijnkamp Keulers op 10-07-2019

    De Hoge Raad heeft op 14 juni 2019 beslist dat een belastingplichtige, die een buitensporig zware last ondervindt van box 3 (vermogensrendements) heffingen op spaargeld en beleggingen, met succes een beroep kan doen op de verdragsbescherming in het EVRM van eigendom. Dit kan betekenen dat de aanslag met box 3 heffing wordt vernietigd. Er moet wel worden aangetoond dat de belasting een "buitensporig zware last" is voor een belastingplichtige. Dat zal niet zo snel aan de orde zijn, niettemin gaat deze beoordeling verder dan alleen het in aanmerking nemen van de jaarlijkse inkomsten uit box 2 en box 1. Naar onze visie zouden diegenen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van opgespaard vermogen bij uitholling van het vermogen door belastingheffing wel eens een buitensporige last kunnen ondervinden. Daarbij speelt een rol dat box 3 niet een vermogensbelasting is, maar een vermogensrendementsheffing. Het loont de moeite om die discussie met de fiscus nog maar eens aan te gaan, dat kan in de vorm van bezwaar tegen de aanslag IB, ook al zou die volgens de eigen aangifte worden of zijn opgelegd. Ook diegene die in het collectief bezwaar zijn opgenomen moeten opletten, daar blijft ruimte voor een individuele beoordeling, vul indien nodig het bezwaar IB 2013 en 2014 aan op dit punt.

    Wet an sich kan niet worden getoetst door de Hoge Raad

    Hoewel de Hoge Raad (HR) de box 3 bepalingen in de wet IB om formele redenen niet terzijde kan stellen (de HR kan de wetgever niet corrigeren) en dus de procedures door de appellanten zijn verloren, is de boodschap van de HR onmiskenbaar. De toepassing van de wet op de belastingplichtige kan desgevraagd wel worden getoetst door de rechter.

    Rendement spaarrekening kan uitgangspunt zijn

    Van een belastingplichtige kan niet worden verlangd, dat hij risicovol belegt in aandelen e.d. op straffe van uitholling van zijn vermogen door de fiscus. Met andere woorden het argument van de minister dat iedereen gemakkelijk 4% rendement kan halen, mits je maar zo slim was en bent om met meer risico te lopen door in aandelen en dergelijke te beleggen, vindt geen steun bij de Hoge Raad. Spaargeld kan best de benchmark zijn en is wel degelijk het uitgangspunt bij de bepaling of de vastgestelde rendementen haalbaar zijn. Dat blijkt in 2013 en 2014 niet het geval geweest te zijn, aldus de HR.

    Veeg uit de pan

    Het oordeel van de HR is een veeg uit de pan voor de Tweede Kamer, Regering en vooral het Ministerie van Financiën. Opmerkelijk is dat de Hoge Raad ondanks het afwijzen van het beroep toch zijn overwegingen kenbaar maakt. Dat is uitzonderlijk want in de meeste gevallen worden cassatieberoepen vrijwel ongemotiveerd afgewezen. Het oordeel van de Hoge Raad geeft aan dat de overheid de burgerrechten inzake bescherming van eigendom bij belasting heffen serieus moet gaan nemen. Belasting heffen op basis van ficties heeft zijn grenzen, als het op onteigening gaat lijken, is dat een brug te ver. Bij nader bestuderen van het arrest blijkt dat de Hoge Raad aldus de Belastingdienst een huiswerkopdracht meegeeft, die een fikse werklast voor de fiscus kan gaan opleveren.

    Pyrrusoverwinning fiscus

    De Hoge Raad zet dus, hoewel de procedures door de belastingplichtigen zijn verloren, in zijn motivering de deur wijd open voor iedere belastingplichtige om met kans op succes bezwaar te maken en zijn individuele positie ter beoordeling voor te leggen. Dat geldt dus ook voor de bezwaren, die nu lopen over 2013 en 2014, deze arresten (er waren zes proefprocedures in het kader van massaal bezwaar) betekenen dus niet "einde verhaal", ga dus niet akkoord met een afwijzing van de inspecteur op basis van deze arresten. De al gemaakte bezwaren zullen wel moeten worden aangevuld en ook nieuwe bezwaren zullen inhoudelijk goed gemotiveerd moeten zijn. Dat moet op basis van feiten en omstandigheden, die een belastingplichtige zelve aangaan. Het gaat er dus om dat ieder voor zich in zijn geval aantoont dat sprake is van een buitensporig zware last. De vraag is wat onder een "buitensporig zware last" moet worden verstaan, hoe dan ook is dat voor iedereen verschillend. Je zou denken dat dit bij vermogende, dus "rijke" mensen niet zo snel aan de orde is. De Hoge Raad lijkt aan de hand van de inkomsten uit andere bronnen in een bepaald jaar te willen beoordelen.

    Niettemin gaat het mogelijk toch verder dan de jaarlijkse inkomsten. Houd in de gaten dat box 3 geen vermogensbelasting is, maar een rendementsheffing, we belasten dus niet de bron van inkomen maar genormeerd rendement op vermogen. Waar in de Wet IB 1964 alleen inkomen uit vermogen werd belast wordt nu, wet IB 2001, vermogensrendement belast, dus inkomen en waardevermeerdering tezamen. Die tezamen worden op 4% van de waarde van het vermogen op 1 januari van het jaar bepaald.

    Vermogen met een doel, buitensporige last

    Als sprake is van vermogen met een doel, bijvoorbeeld pensioen of lijfrenteuitkeringen of om in levensonderhoud te voorzien, bijvoorbeeld na het toegebracht zijn van letsel, dan zou de instandhouding van dit vermogen mede worden bepaald door sterftekansen, (reken)rente en eventuele kostenopslagen om van indexeringen nog maar te zwijgen. Er gloort dan een bekende discussie, …, juist ja ..., de discussie over werknemerspensioenen.

    Vermogensrendement
    Als rendement zou bestaan uit rente en vermogenswinst, dan is de vraag wat er moet gebeuren bij negatief rendement. Zou niet sprake kunnen zijn van een "buitensporig zware last" als het vermogen niet (meer) voldoende is, om het doel te kunnen vervullen waarvoor het vermogen in stand gehouden moet worden.

    Stel nu, dat iemand die geen of onvoldoende pensioen heeft en na zijn werkzaam leven zal moeten leven van zijn vermogen en pakweg 48 jaar is, en hij heeft € 500.000 gespaard o.i.d. Wat zou daar dan van over zijn als hij op 68-jarige leeftijd AOW krijgt. Alsdan zou de combinatie geen rente, inflatie en 1,34 % - 1,68% bij vermogens boven pakweg € 160.000 tot een uitholling leiden van ca 1% per jaar. Bij een vermogen van € 500.000 bedraagt de uitholling € 140.000 door het inmiddels progressieve tarief in box 3, dit alles bij ca 2% inflatie per jaar gedurende de 20 jaar.

    Om deze uitholling op te vangen moet dus 1% van € 500.000 dus € 5.000 extra worden gespaard van het netto-inkomen om de vermogensachteruitgang te stoppen. Let wel, voor die € 5.000 extra sparen moet eerst bruto-inkomen worden verdiend en voorts wordt de besparing ook nog weer extra belast in box 3. Dit alles zou bij een vermogen op 48-jarige leeftijd een cumulatieve "rekenrente" opleveren van 3,34% - 3,68% per jaar en wel het eerste jaar bij € 500.000 ca 3,5% ofwel € 17.500 van het netto- inkomen.

    Dit is maar een ruw rekenvoorbeeld, er zijn complexere denkbaar. Niettemin is duidelijk dat sparen met als doel het vormen of in standhouden van vermogen als appel voor de dorst erg duur is geworden. Het was al duidelijk dat het kapitaaldekking-stelsel van onze werknemerspensioenen achterhaald is, en daar is bovendien nog sprake van uitgestelde belastingheffing. Niet het vermogen (aanspraak) wordt belast, maar de uitkering en voorts is er beperkte heffing van VpB op de rendementen. In vergelijking tot particulier box 3-vermogen rendeert pensioenkapitaal nagenoeg bruto, terwijl bij particulier vermogen de rendementsgrondslag jaarlijks vermindert.

    Hoge Raad … buitensporige last kan betekenen dat box 3 heffing moet worden verminderd

    Als inflatie en box 3 vermogen uithollen, zoals nu al jaren het geval is, dan zou de instandhouding van vermogen met 0% rente na cumulatieve jaarlijkse belastingheffing en inflatie mede de benchmark moeten kunnen zijn voor "buitensporige last".

    Als de Hoge Raad dan ook nog zou meegaan met de afweging dat vermogensopbouw met een vergelijkbare systematiek als bij opbouw van pensioen en lijfrente, noodzakelijk is voor diegenen die niet via arbeid in dienstbetrekking via de werkgever pensioen kunnen opbouwen, dan zijn de rapen voor het Ministerie van Financiën gaar. Het gevaar voor de schatkist dreigt dat de pensioendiscussie en uitstel van AOW en lage bejaardentarieven in de IB, via de toets "buitensporig zware last" ertoe kunnen leiden dat vermogen met als doel "levensonderhoud" voor de oude dag pas kan worden belast als er een normaal noodzakelijk rendement is gehaald met inachtneming van sterftekansen, positie partner en rekenrente. Kortom het vermogen wordt dan tegenover behoefte (te vergelijken met de verplichting van een pensioenuitvoerder of lijfrenteverzekeraar) geplaatst.

    Daarmee zou het Ministerie van Financiën het eigen argument dat verlaging van AOW en uitstel van het bejaardentarief in de IB noodzakelijk is om de vergrijzing betaalbaar te houden als een boomerang terug zien komen.

    * Overigens kennen we nu al voor bepaalde vermogensbestanddelen lagere rendementsgrondslagen. Zo wordt voor regulier verpachte landbouwgrond slechts 50% (recent verhoogd naar 60%) van de waarde in onverpachte staat aangehouden als grondslag, dit omdat bij verpachting sprake is van onder rendement doordat maximale pacht op basis van normen met een wettelijke grondslag is vastgesteld. Deze regeling is in feite in strijd met doel en strekking van de wet IB 2001, omdat niet alleen naar de inkomsten moet worden gekeken maar ook naar de waardestijging van de (verpachte) grond. Anders dan bij vermogen dat liquide wordt gehouden is landbouwgrond sterk in waarde gestegen sinds 2001.

    Teleurstelling niet terecht

    In de media en vooral de kranten overheerst de teleurstelling over de uitkomst van de arresten van de Hoge Raad, dat lijkt mij niet terecht. Voor de creatieve fiscalist valt er bij de aangifte IB heel wat te winnen als het vinkje wordt aangekruist dat over box 3 een expliciet standpunt wordt gevraagd en/of er bezwaar wordt gemaakt en wordt gesteld dat de vermogensuitholling te veel lasten met zich meebrengt. Als de inspecteur negatief oordeelt of zich al te makkelijk vanaf maakt, dan zijn er kansen bij de rechter. Goed motiveren en goed duidelijk maken dat het in dit geval toch "echt" een buitensporige zware last oplevert, is nodig, weliswaar niet makkelijk, maar geenszins een kansloze exercitie. Kortom, wij verwachten veel discussie met de inspecteurs over box 3, dat worden dus flinke vertragingen voor de fiscus bij de aanslagregeling, die zal daar niet blij mee zijn.

    Tot slot

    Enig leedvermaak ten opzichte van het Ministerie van Financiën is niet te onderdrukken, boontje komt om zijn loontje. Slechte onrechtvaardige wetgeving leidt tot weerstand. Dit is het enige verzet dat ouderen, zelfstandigen en diegenen die moeten leven van vermogen kunnen bieden tegen te hoge belastingdruk. De tariefverandering, die onlangs door verandering in de wet IB tot stand is gebracht, was halfhartig en is onvoldoende. Ik heb geen medelijden met de forse werklast die voor de fiscus ontstaat, het Ministerie van Financiën had al lang met iets anders moeten komen.
    "Frappez … frappez" lijkt de enige mogelijkheid te zijn om Den Haag tot verandering van inzicht te brengen. Het is jammer dat het niet anders blijkt te kunnen, deze Hoge Raad uitspraken helpen niettemin.~~

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook