Header achtergrond
Header achtergrond

Staatssecretaris Wiebes geeft ZZP’ers en opdrachtgevers duidelijkheid

03-02-2017

De brief, die door de Belastingdienst vandaag is gestuurd aan alle ZZP’ers met een VAR, biedt eindelijk de duidelijkheid, die nodig is om als echte ZZP’er opdrachten te kunnen vervullen, zoals voorheen met de VAR. De hand van Staatssecretaris Eric Wiebes is zichtbaar, hij heeft zijn beloften waar gemaakt. Feitelijk is voorlopig de situatie van de VAR terug en wel tot 1 januari 2018, maar dat kan worden verlengd als meer tijd nodig is voor een definitieve regeling. Wij menen dat er nu niet teveel haast meer behoeft te worden gemaakt, de VAR is feitelijk terug ... prima zo, niets meer aan doen!

De brief geeft aan, dat er niet alleen geen boetes worden opgelegd, maar ook de keuze van opdrachtgever en opdrachtnemer voor het niet willen van een arbeidsverhouding wordt gerespecteerd, dus ook geen loon- en premienaheffing bij opdrachtgevers. Alleen ingeval van kwaadwillende opdrachtgevers, die schijnconstructies opzettelijk zijn aangegaan en waarbij evident buiten het wettelijk kader voor een overeenkomst van opdracht is getreden, blijft er risico op naheffing en boetes. Het gaat dan om fraude of zwendel, waardoor oneigenlijk voordeel wordt behaald, en situaties die leiden tot uitbuiting, ernstige concurrentievervalsing of maatschappelijke ontwrichting. Er hoeft geen gebruik meer te worden gemaakt van goedgekeurde modelovereenkomsten of goedgekeurde eigen overeenkomsten, er mag gewoon een eigen overeenkomst worden gebruikt.

De normale professionele dienstverlener of vakman en diens opdrachtgever hoeven met deze brief in dezen niet meer te vrezen en hiermee is in feite de situatie van de VAR in ere hersteld. Want de VAR in combinatie met de oude overeenkomsten en dezelfde feitelijke omstandigheden was indertijd tijd goed, dat kan dus nu niet als fraude of uitbuiting te kwalificeren zijn.

Zoals gezegd is in deze brief de hand van Staatssecretaris Wiebes zichtbaar, gezien zijn uitlatingen eerder op dit dossier. Een beetje laat, dat wel, de schade is er inmiddels en de vraag is of de payroll- en lagere tarieven-geest nog in de fles teruggaat. Niettemin beter laat dan nooit en als er nu nog problemen zijn, bijvoorbeeld te lage tarieven, ligt dat echt aan de opdrachtgever, die er een slaatje uit probeert te slaan.

Laat de les van dit alles wel zijn, dat voor een definitieve regeling meer aangesloten moet worden bij de oude VAR-regeling dan bij de eerdere DBA die met modelovereenkomstenwerkwijze die meer risico naar de opdrachtgever schuift. Werkgevers en opdrachtgevers de stuipen op het lijf jagen en met zalvende “samen verantwoordelijk” verhalen de opdrachtgever aansprakelijk stellen, is volstrekt contraproductief gebleken. Er kon ook onder de VAR gewoon bestrijding van misbruik plaatsvinden door de Belastingdienst, kennelijk is dat nu doorgedrongen. Dus je zou haast zeggen, “niets meer aan doen” geen nieuwe regeling dus, ook niet in 2018 en latere jaren.

Het standpunt om ZZP’ers tegen te werken en mensen weer in een vast dienstverband te dwingen, lijkt nu enigszins verlaten te worden. De politieke agenda, die onder meer allerhande verplichte cao- achtige regelingen voor ZZP’ers betekent, zou hetzelfde lot moeten ondergaan.

Want het veel gebruikte argument dat het “a-sociaal” is dat ZZP’ers geen pensioen opbouwen en niet voor arbeidsongeschiktheid zijn verzekerd en dat dat dus collectief moet worden afgedwongen, omdat “WE dat anders met z’n alluhhh…” betalen is onzin. Vakbonden hebben met ditzelfde argument in het verleden ook gepleit voor verplicht lidmaatschap van alle werknemers van een vakbond, want het zou a-sociaal zijn dat “niet georganiseerden” profiteerden van het werk van de bonden. Het bleek een slecht plan, de meeste werknemers trapten er niet in en wilden helemaal geen lid zijn. De argumenten voor verplichte collectieve pensioenen en verplichte collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn niet nieuw en een even slecht idee als het gedwongen collectieve vakbondslidmaatschap indertijd was.

De meeste Nederlanders, ook die met collectieve regelingen, bouwen in tegenstelling tot het geschetste beeld niet een ruim “ZwitserLeven-gevoel” pensioen op. Niemand zit meer 40 jaar bij één baas en niemand bouwt op final pay-basis 70% inclusief AOW op. Integendeel, op de AOW wordt sterk bezuinigd en pensioenuitkeringen vallen bitter tegen, al was het maar omdat de rente dankzij de banken met hun onverantwoordelijke gedrag in de jaren tot 2008 inmiddels zo goed als negatief is.

Sparen in een collectief fonds tegen vrijwel 0% rente en dan ook nog moeten betalen om te mogen “mee-sparen” is geen goed verhaal. Verplichte deelname aan een regeling die maar voor een klein aantal deelnemers voordelig is, is ook geen goed verhaal. Duur (geleend) geld aan (jonge) ondernemers en hun ondernemingen onttrekken in ruil voor het storten in fondsen, die een uiterst magere return on investment geven, is slecht voor ondernemend Nederland. Ondernemingsvermogen rendeert beter dan spaargeld, sparen op deze wijze is dus niks voor ondernemers, sparen binnen de onderneming, vermogensvorming dus en daarmee ondernemen is natuurlijk veel beter.

De gevolgen van arbeidsongeschiktheid kun je zelf regelen via broodfondsen, sparen en vermogensvorming of particulier verzekeren. Dat een collectieve regeling meestal uiteindelijk veel duurder is, blijkt uit de almaar stijgende ziektekosten. Verzekeringspremies en belastingdruk lopen, sedert de facto de oude ziekenfondsen aan de touwtjes trekken, uit de hand en er blijkt geen bereidheid om de kosten te beheersen als de burger eenvoudig gedwongen kan worden om meer premie te betalen. Er is geen reden om aan te nemen dat dit bij een collectief ZZP-fonds anders zou zijn.

Ruim baan dus voor ondernemers en ZZP'ers en mensen, die zelf hun lot in eigen hand willen nemen en houden. Hopelijk is de brief van de Belastingdienst een herstart met nieuw elan en een breuk met beleid van betutteling en tegenwerking. Wie weet gaat het nog goed komen met Eric Wiebes.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Vaststelling in goede justitie Door Wijnkamp Keulers op 02-05-2018

    Belastingrecht en gerechtelijke procedures gaan voor het overgrote deel over de vaststelling van feiten en de omstandigheden, waarin die feiten moeten worden geplaatst. Soms maken de inspecteur en de belastingplichtige het zo bont dat de rechter eraan te pas moet komen om zelf de feiten vast te stellen. Zo ook bij de vaststelling van de waarde voor de OZB van een wel heel bijzonder object, een geldautomaat. De gebruiker, vermoedelijk de exploiterende bank, en de heffingsambtenaar slaagden er beide niet in duidelijk te maken waarop hun aannames voor de OZB waarde waren gebaseerd. De rechter stelde toen de waarde zelf maar vast "in goede justitie".

    Waarde
    Beide partijen waren het wel eens over de methode van waardebepaling. Dat kon ook moeilijk anders, want voor de OZB is deze in een uitvoeringsbesluit voorgeschreven. Ze namen beide een genormeerde huur als uitgangspunt en de huur werd gekapitaliseerd. Deze methode houdt in dat alle te betalen huur bij elkaar opgeteld wordt en vervolgens een korting wordt toegepast, omdat de huur over een periode in termijnen wordt betaald. Deze korting is de zogenaamde kapitalisatiefactor. De variabele factoren daarin zijn duur en rente-percentage. Zowel over de genormeerde huur als over de kapitalisatiefactor verschilden partijen van mening. De OZB taxatie sloot op € 40.000, de bank vond € 15.000 meer dan voldoende.

    Rechter
    De heffingsambtenaar (van GLTB) kon de huurwaarde, die hij had gehanteerd van € 800 per vierkante meter, niet onderbouwen. De belanghebbende bank kon ook geen taxatierapport o.i.d. overleggen, waaruit bleek dat € 15.000 beter klopte. De rechter hakte de knoop door en stelde € 20.000 vast. De belanghebbende bank kreeg voorts griffierecht (€ 333) en proceskosten (€ 1.109) vergoed.

    De moeite waard
    Al met al is de uitslag voor de belanghebbende nog niet zo gek. Het loont dus de moeite om in dit soort gevallen de door een belastingdienst vastgestelde feiten en omstandigheden te controleren. Niettemin, bij zaken met een groter belang is het zeer aan te bevelen de feiten en omstandigheden niet alleen goed voor het voetlicht te brengen, maar ook ervoor te zorgen dat de feiten en omstandigheden in lijn zijn met de fiscale stellingnamen.

    Transparant
    Als u een bepaald fiscaal doel voor ogen hebt, is het aan te bevelen de feiten en omstandigheden, die tot het gewenste gevolg moeten leiden, te checken op werkbaarheid en realiteitsgehalte. Kortom een fiscale structuur moet bij u passen. Als u vervolgens de feiten en omstandigheden goed vastlegt, de toepasselijke regelgeving volgt en uw standpunten helder verwoordt en behoorlijk onderbouwt dan hoeft de rechter niet voor u en de inspecteur te beslissen. Zelf regie houden is altijd beter, een vaststelling in goede justitie moet u niet afhankelijk van willen zijn. Hier pakte het redelijk goed uit ..., dat is ook wel eens anders.

    OZB 2016
    Rechtbank Overijssel, 18 april 2018, 17/346, ECLI:NL:RBOVE:2018:1297

    Lees verder
  • Windpark Zeewolde, Raad van State aan zet Door Wijnkamp Keulers op 23-04-2018

    Op 23 en 30 augustus 2017 heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een uitspraak gedaan inzake beroep over het (kennelijk voor de tweede keer) onder overgangsrecht brengen van windturbines, die vallen in het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde 2016. In de uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat in de betreffende procedure het Rijksinpassingsplan (RIP) en de bijbehorende besluiten niet ter beoordeling stonden. De beoordeling was dus beperkt tot de vraag of de windturbines onder het overgangsrecht geplaatst mochten worden. Dat mocht, omdat binnen de planperiode (10 jaar) concreet zicht was op verwijdering. Indien dit niet het geval was, moet de turbine positief in bestemd worden. De gemeenteraad wees voor het standpunt dat de windturbines binnen de planperiode zullen worden verwijderd op Partiële herziening, de Beleidsregel windmolens, de Noodverordening, het RIP en Regioplan. De Afdeling verwierp de stelling van een van de eigenaren, dat er geen draagvlak was en dat er niet onteigend kon worden, dus de plannen onuitvoerbaar zouden zijn. De Afdeling twijfelde niet aan het standpunt van de gemeenteraad dat alle kosten op de Ontwikkelvereniging zouden worden verhaald.
    ABRvS 23 augustus 2017 NL:RVS:2017:2392; ABRvS 30 augustus 2017 ECLI:NL:RVS:2017:2333

    Tot zover het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde, inmiddels zijn we een stadium verder. De Ontwikkelvereniging is opgevolgd door Windpark Zeewolde BV, een BV met een klein aandelenkapitaal (minder dan € 5.000), waarbij de participerende "boeren, burgers en buitenlui" betalen via contracten en SDE+ subsidies voor de economische haalbaarheid moeten zorgen.

    Op dit moment is een zogenaamd Rijksinpassingsplan (RIP) in procedure met bijbehorende besluiten. Dit plan volgt als het ware op een eerder Provinciaal Regioplan en onder meer het hiervoor genoemde bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde van oktober 2016. Bestaande turbines zijn in feite weg bestemd door het bestemmingsplan Buitengebied en RIP en zullen uiteindelijk kunnen worden onteigend.

    Bijzonder is dat dit (RIP) plan een plangebied kent waarbinnen nieuwe, grotere windturbines worden vergund, aan één vergunninghouder (Windpark Zeewolde BV), onder de verplichting om bestaande windturbines buiten het plangebied te saneren.

    Stand van zaken 9 april 2018:

    De Raad van State heeft aan de Advocaat-Generaal een conclusie gevraagd of eigenaren van windturbines buiten het plangebied (en overige belangstellenden voor exploitatie) een relevant belang hebben bij beroep tegen het RIP. Aan deze relativiteitseis moet eerst worden voldaan, voordat hun beroep verder inhoudelijk kan worden behandeld (artikel 8:69a AWB).

    Zijn de eigenaren ontvankelijk, dan zal alsnog hun beroep moeten worden beoordeeld door de Afdeling. Op 9 april jl. hebben belanghebbenden hun visie kenbaar kunnen maken in een zitting van de Afdeling. De windturbine eigenaren ageren niet alleen tegen de gedwongen sloop van hun turbines, die nog vele jaren meekunnen en niemand in de weg staan, zij menen ook dat zij nimmer een eerlijke kans hebben gehad om (een deel van) het nieuwe plan te realiseren. En omdat sprake is naar hun visie van "schaarse rechten" had hen die kans niet bij voorbaat mogen worden ontnomen, gedwongen voortgezet collectief ondernemerschap via Windpark Zeewolde BV voldoet naar hun visie niet aan de eisen.

    De AG is nu aan zet, de vraag is of het RIP verdeling van schaarse rechten betekent en of de belanghebbenden een relevant belang hebben bij een beroep dat zij wilden "meedoen" en dus niet van maar één vergunninghouder bij voorbaat had mogen worden uitgegaan. Ook speelt een rol of het feit dat er een "breed gedragen" burgerinitiatief is; in feite maakt dat, dat er geen schaarse rechten zijn, want je kunt immers meedoen. Hier speelt ook de vraag of de initiatiefnemende "boeren, burgers en buitenlui" wel te vereenzelvigen zijn met uiteindelijk certificaathouders en contractspartijen en Windpark Zeewolde BV.

    Sanering door onteigening:

    Min of meer los van deze problematiek speelt de vraag op welke wijze uiteindelijk de weg bestemde windmolens zouden moeten gaan verdwijnen.

    Het lijkt erop dat de ondergrond van de "overbodige turbines" een agrarische bestemming krijgt en dat het terugbrengen van deze bestemming de grondslag voor onteigening zal moeten zijn. Feitelijk is het doel natuurlijk anders, de verwijdering van de turbines. Er zijn wat complicaties denkbaar, die een onteigening nog geen gelopen koers doen zijn. Zo is er in één rij van windmolens er één niet wegbestemd en die ene maakt wel gebruik van een infrastructuur, die gemeenschappelijk eigendom is. Vooral bij de windturbines buiten het plangebied loopt de onteigenende overheid aan tegen het verweer dat alleen binnen een plangebied kan worden onteigend. Een verweer van zelfrealisatie zou trouwens ook nog wel eens kansrijk kunnen zijn.

    Tot nog toe is Windpark Zeewolde BV kennelijk niet in staat of bereid geweest op basis van de beginselen van de Onteigeningswet besprekingen tot een minnelijke regeling aan te gaan. Kennelijk is vanaf september 2017 de Provincie ter zake aan zet, aldus een van de raadslieden op de zitting van 9 april jl. van de Raad van State.

    Omdat bij een onteigening volgens de Onteigeningswet en de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure (16 januari 2016) voorgeschreven wordt dat bij een onteigening documenten moeten worden overgelegd over de planuitvoering, waaronder een projectplanning, zal niet met een al te vage grondslag voor onteigening kunnen worden volstaan. De grondslag zal vermoedelijk moeten zijn "verwezenlijking van de agrarische bestemming". Wij zijn benieuwd hoe men dat gaat invullen.

    Kortom, de beroepsprocedure tegen het RIP en bijbehorende besluiten is de opmaat voor verdere juridische schermutselingen. Ondertussen blijft het gek dat om meer minder CO2-uitstoot door meer windenergie te bereiken, windturbines moeten worden gesloopt.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Windpark Zeewolde, Raad van State aan zet Door Wijnkamp Keulers op 23-04-2018

    Op 23 en 30 augustus 2017 heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een uitspraak gedaan inzake beroep over het (kennelijk voor de tweede keer) onder overgangsrecht brengen van windturbines, die vallen in het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde 2016. In de uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat in de betreffende procedure het Rijksinpassingsplan (RIP) en de bijbehorende besluiten niet ter beoordeling stonden. De beoordeling was dus beperkt tot de vraag of de windturbines onder het overgangsrecht geplaatst mochten worden. Dat mocht, omdat binnen de planperiode (10 jaar) concreet zicht was op verwijdering. Indien dit niet het geval was, moet de turbine positief in bestemd worden. De gemeenteraad wees voor het standpunt dat de windturbines binnen de planperiode zullen worden verwijderd op Partiële herziening, de Beleidsregel windmolens, de Noodverordening, het RIP en Regioplan. De Afdeling verwierp de stelling van een van de eigenaren, dat er geen draagvlak was en dat er niet onteigend kon worden, dus de plannen onuitvoerbaar zouden zijn. De Afdeling twijfelde niet aan het standpunt van de gemeenteraad dat alle kosten op de Ontwikkelvereniging zouden worden verhaald.
    ABRvS 23 augustus 2017 NL:RVS:2017:2392; ABRvS 30 augustus 2017 ECLI:NL:RVS:2017:2333

    Tot zover het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde, inmiddels zijn we een stadium verder. De Ontwikkelvereniging is opgevolgd door Windpark Zeewolde BV, een BV met een klein aandelenkapitaal (minder dan € 5.000), waarbij de participerende "boeren, burgers en buitenlui" betalen via contracten en SDE+ subsidies voor de economische haalbaarheid moeten zorgen.

    Op dit moment is een zogenaamd Rijksinpassingsplan (RIP) in procedure met bijbehorende besluiten. Dit plan volgt als het ware op een eerder Provinciaal Regioplan en onder meer het hiervoor genoemde bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde van oktober 2016. Bestaande turbines zijn in feite weg bestemd door het bestemmingsplan Buitengebied en RIP en zullen uiteindelijk kunnen worden onteigend.

    Bijzonder is dat dit (RIP) plan een plangebied kent waarbinnen nieuwe, grotere windturbines worden vergund, aan één vergunninghouder (Windpark Zeewolde BV), onder de verplichting om bestaande windturbines buiten het plangebied te saneren.

    Stand van zaken 9 april 2018:

    De Raad van State heeft aan de Advocaat-Generaal een conclusie gevraagd of eigenaren van windturbines buiten het plangebied (en overige belangstellenden voor exploitatie) een relevant belang hebben bij beroep tegen het RIP. Aan deze relativiteitseis moet eerst worden voldaan, voordat hun beroep verder inhoudelijk kan worden behandeld (artikel 8:69a AWB).

    Zijn de eigenaren ontvankelijk, dan zal alsnog hun beroep moeten worden beoordeeld door de Afdeling. Op 9 april jl. hebben belanghebbenden hun visie kenbaar kunnen maken in een zitting van de Afdeling. De windturbine eigenaren ageren niet alleen tegen de gedwongen sloop van hun turbines, die nog vele jaren meekunnen en niemand in de weg staan, zij menen ook dat zij nimmer een eerlijke kans hebben gehad om (een deel van) het nieuwe plan te realiseren. En omdat sprake is naar hun visie van "schaarse rechten" had hen die kans niet bij voorbaat mogen worden ontnomen, gedwongen voortgezet collectief ondernemerschap via Windpark Zeewolde BV voldoet naar hun visie niet aan de eisen.

    De AG is nu aan zet, de vraag is of het RIP verdeling van schaarse rechten betekent en of de belanghebbenden een relevant belang hebben bij een beroep dat zij wilden "meedoen" en dus niet van maar één vergunninghouder bij voorbaat had mogen worden uitgegaan. Ook speelt een rol of het feit dat er een "breed gedragen" burgerinitiatief is; in feite maakt dat, dat er geen schaarse rechten zijn, want je kunt immers meedoen. Hier speelt ook de vraag of de initiatiefnemende "boeren, burgers en buitenlui" wel te vereenzelvigen zijn met uiteindelijk certificaathouders en contractspartijen en Windpark Zeewolde BV.

    Sanering door onteigening:

    Min of meer los van deze problematiek speelt de vraag op welke wijze uiteindelijk de weg bestemde windmolens zouden moeten gaan verdwijnen.

    Het lijkt erop dat de ondergrond van de "overbodige turbines" een agrarische bestemming krijgt en dat het terugbrengen van deze bestemming de grondslag voor onteigening zal moeten zijn. Feitelijk is het doel natuurlijk anders, de verwijdering van de turbines. Er zijn wat complicaties denkbaar, die een onteigening nog geen gelopen koers doen zijn. Zo is er in één rij van windmolens er één niet wegbestemd en die ene maakt wel gebruik van een infrastructuur, die gemeenschappelijk eigendom is. Vooral bij de windturbines buiten het plangebied loopt de onteigenende overheid aan tegen het verweer dat alleen binnen een plangebied kan worden onteigend. Een verweer van zelfrealisatie zou trouwens ook nog wel eens kansrijk kunnen zijn.

    Tot nog toe is Windpark Zeewolde BV kennelijk niet in staat of bereid geweest op basis van de beginselen van de Onteigeningswet besprekingen tot een minnelijke regeling aan te gaan. Kennelijk is vanaf september 2017 de Provincie ter zake aan zet, aldus een van de raadslieden op de zitting van 9 april jl. van de Raad van State.

    Omdat bij een onteigening volgens de Onteigeningswet en de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure (16 januari 2016) voorgeschreven wordt dat bij een onteigening documenten moeten worden overgelegd over de planuitvoering, waaronder een projectplanning, zal niet met een al te vage grondslag voor onteigening kunnen worden volstaan. De grondslag zal vermoedelijk moeten zijn "verwezenlijking van de agrarische bestemming". Wij zijn benieuwd hoe men dat gaat invullen.

    Kortom, de beroepsprocedure tegen het RIP en bijbehorende besluiten is de opmaat voor verdere juridische schermutselingen. Ondertussen blijft het gek dat om meer minder CO2-uitstoot door meer windenergie te bereiken, windturbines moeten worden gesloopt.

    Lees verder
  • Zonnepanelen op landbouwgrond, mooie kans met voetangels en klemmen Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Landbouwgrond is weer "warm", zo niet "heet". De aanleg van zonneparken leidt tot op het oog profijtelijke aanbiedingen. In sommige gevallen wordt wel € 8.000 per hectare per jaar huur geboden voor een periode van 20 jaar. Omdat de subsidiepotten ruim gevuld zijn, zien we weer allerhande ondernemende partijen de boerderijen afgaan met voor-contracten, opties en wat dies mee zij. Oppassen dus, met wie u zaken doet ... er zijn ook nog wat fiscale gevolgen, waaraan u moet denken.

    Zolang de grond gebruikt wordt in het landbouwbedrijf, is in beginsel op de winst, die wordt behaald bij verkoop, de landbouwvrijstelling van toepassing. Huurinkomsten en dergelijke zijn gewoon belast met IB, is de grond meer waard door de mogelijkheid er zonnepanelen op te zetten, dan is die meerwaarde niet vrijgesteld onder de landbouwvrijstelling. Of de grond ondernemingsvermogen kan blijven of verplicht naar privé moet (afrekenen over de niet vrijgestelde meerwaarde), hangt af van de feiten. Oppervlakte, duur, rest van de ondernemingsactiviteiten en ook de keuze van de ondernemer, mits die past binnen de kaders van de redelijk handelende ondernemer, zijn zo de elementen die tellen. Houd er rekening mee dat bij verplicht overgaan naar privé, moet worden afgerekend en de grond in box 3 komt. Dat kan flink nadelig uitpakken, dus breng dat van tevoren in kaart, je wilt niet over de contante waarde van de huuropbrengsten over een periode van 20 jaar ineens afrekenen en vervolgens box 3 aan je broek krijgen. Tenslotte moet die BV, waarvan je de huur ontvangt, nog maar eens zien de te overleven.

    Overigens, bij grond in een BV speelt dit minder, dus inbreng is misschien nog niet zo'n gekke optie, wel rekening houden met overdrachtsbelasting natuurlijk, wellicht bij de aanleg met BTW belast leveren dus. Bij verhuur opletten, optie belaste verhuur is juist … een optie. Zo voorkom je BTW-nadeel en cumulatie van overdrachtsbelasting en BTW.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook