Header achtergrond
Header achtergrond

Eerste Kamer akkoord met afschaffing VAR na toezeggingen Wiebes

30-01-2016

Staatssecretaris Wiebes is er in geslaagd zijn wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie door de Eerste Kamer te loodsen, althans het verzet is gebroken. Alleen D'66, bij monde van senator Alexander Rinnooy Kan, blijft tegen. Overleg met polderaars VNO-NCW, MKB Nederland en aantal ZZP-organisaties, die nog geen 10% van de ZZP'ers als achterban hebben, heeft een brief van Wiebes opgeleverd, die kennelijk voldoende duidelijkheid opleverde voor SP en CDA, die aanvankelijk tegen waren. Daarmee is een meerderheid een feit en wordt de VAR afgeschaft. De brief geeft aan dat de Belastingdienst voor 5 jaar gemuilkorfd wordt, mits partijen zich houden aan wat in een gezamenlijk opgesteld en door de ZZP'er en de opdrachtgever te tekenen modelcontract staat. Geen controle dus bij ZZP'ers en opdrachtgevers. De brief lijkt de opdrachtgever en ZZP'er vrij te stellen, dus geen risico voor de opdrachtgever. De nieuwe wet wordt al bij voorbaat ontdaan van de angel … of toch niet. Wederom een kritische noot.

Inmiddels staat de brief op internet, aan Wiebes’ intenties moeten we niet twijfelen, zo schrijft hij. Er mag geen “door onzekerheid gedreven terughoudendheid in de markt bestaan”. Hij vervolgt dat er een “gezamenlijk uitgewerkte aanpak” is, die uitgaat van een beperkt aantal modelovereenkomsten en als opdrachtgevers en ZZP'ers die sluiten, dan hebben zij zekerheid vooraf voor 5 jaar. Je moet je wel houden aan de overeenkomst, maar als je dit model volgt en je houdt je eraan, dan weet je zeker dat sprake is van een ZZP’er en niet van een werknemer. “Het probleem van schijnzelfstandigheid is hiermee structureel aangepakt. Onduidelijkheid bij contractering verdwijnt en handhaving verbetert.“

Bij goed lezen van de modelovereenkomsten en de toelichting in samenhang met de inhoud van de brief doemen er wat problemen op. Er is een algemene overeenkomst en enkele voor specifieke sectoren en situaties. Het overgrote deel van de relaties moet dus via maatwerk overeenkomsten worden geregeld. Dat zal wel gaan gebeuren, met name voor kwetsbare sectoren als de zorg, postbezorgers etc., maar dat gaat een stevige werklast opleveren bij de Belastingdienst. Een reactie binnen 6 weken zal wel niet haalbaar zijn. Verder is er in de brief niet zoveel geregeld en helaas biedt de brief geen duidelijkheid, die de opdrachtgever vrijwaart van risico, zoals de VAR dat bij behoorlijke uitvoering wel deed. Het enige dat deze brief oplevert, is dat simpele modelovereenkomsten kunnen worden gebruikt, die voor 5 jaar zekerheid zouden moeten opleveren, mits opdrachtgever en opdrachtnemer niet meer of anders zijn overeengekomen.

In de “mits” zit hem de kneep, dit is vragen om geduvel. De gezamenlijk opgestelde overeenkomsten zijn namelijk simpel en compact, maar daarmee ook hopeloos inadequaat. Dat blijkt al uit de toelichting, die nogal wat voorbehouden bevat. Het is onvermijdelijk dat er andere en aanvullende aanspraken zullen worden gemaakt. Dat gaat natuurlijk bij side-letter of mondeling, want je moet je immers aan de voorgeschreven tekst houden. Je krijgt dus de situatie dat partijen willens en wetens een overeenkomst opstellen en tekenen, die geen (volledige) weergave is van wat tussen hen werkelijk is afgesproken.

De brief geeft dus aanleiding om schijnconstructies aan te gaan en dat moet dan een situatie opleveren, die veronderstelde schijnzelfstandigheid “structureel aanpakt”. Wonderlijk dat in de Eerste Kamer alleen senator Alexander Rinnooy Kan lijkt te begrijpen, wat hier gebeurt. Marnix van Rij (CDA) was overigens wel zo bijdehand om een ruimere overgangstijd te vragen en te informeren bij Staatssecretaris Wiebes hoe hij zich de “handhaving” door de Belastingdienst precies voorstelt.

En dat is touché, want het is ondenkbaar dat de Belastingdienst zich met deze wetgeving door een brief van Wiebes voor 5 jaar zal laten muilkorven. Controle op de realiteit is natuurlijk volstrekt noodzakelijk en met een dikke miljoen ZZP'ers en meerdere contracten gedurende 5 jaar wordt dat nog wat. Wiebes snapt dat natuurlijk ook wel “Wij hebben besproken dat de positie van ondernemer en het ondernemerschap een gerechtvaardigde plek moet hebben in de handhavingsstrategie (…). Ik heb aangegeven dat ik er naar streef om deze aspecten in samenspraak met uw organisaties, op een werkbare manier mee te nemen in de verdere implementatie.“

De structurele aanpak door de Staatssecretaris van schijnconstructies leidt dus niet tot meer zekerheid en ook niet tot minder terughoudendheid bij controle en handhaving. En dan zijn we waar men wezen wil, strenge achteraf controle bij veronderstelde werkgevers, aansprakelijkheid en boetes bij opdrachtgevers, dat gaat het (M)KB merken, er is geen sprake van verminderd risico voor de opdrachtgever. Met een naheffingstermijn van 5 jaar, anoniementarief en boetes van 50% - 100% is het risico groot, risicomijdend gedrag is dus alleszins te verwachten.

Dat gedrag is al zichtbaar. Pay-rolling, bemiddelingsbureaus en de semi- en geheel illegale markt floreren, de freelancers bij de publieke omroep merken al, dat ze alleen nog maar via bemiddelingsbureaus worden ingehuurd, met veel lagere vergoedingen als gevolg.

De brief van de Staatssecretaris is een garantie voor 5 jaar, die niets voorstelt, niets oplost. En dat is vermoedelijk ook niet de bedoeling. De kern is dat de nieuwe wetgeving, die de VAR afschaft, inert tot meer lasten en meer risico en aansprakelijkheid moet leiden voor ondernemers en ZZP'ers. Zij waren te goedkoop, betalen te weinig belasting en dragen niet bij aan de sociale zekerheid. De goedkope ZZP'er holt de sociale zekerheid uit en is slecht voor de belastinginkomsten, die ZZP'ers moeten dus duurder worden. Zo moet de duurdere werknemer en de afdracht van belasting en premies worden beschermd. De bedoeling is niet om het makkelijker te maken voor ondernemers, men wil gewoon de VAR-bescherming voor ondernemers niet meer. Met het opzetten van een cao-achtig systeem inclusief vakbonden, als FNV zelfstandigen, die centraal arbeidsvoorwaardenoverleg voeren, kunnen aanvullende eisen worden opgenomen in de modelovereenkomsten. Die worden vervolgens de facto “algemeen verbindend” want opdrachtgevers laten het natuurlijk wel uit hun hoofd om daarvan af te wijken en dan de Belastingdienst op bezoek te krijgen voor intensieve loonbelastingcontroles van henzelf en de keten. Zo heeft dat gewerkt bij de WKR-regeling, die de onkostenvergoedingen heeft afgeschaft, zo werkt dat hier en zo krijgen we de ZZP'ers weer in collectief gareel. In de modelovereenkomsten voor de bouw is dat al te zien, daar is al een regeling voor ongevallenverzekering opgenomen en is de aansprakelijkheid dwingend geregeld, de volgende stap is minimumvergoeding en verplichte bijdragen aan collectieve voorzieningen.

Deze wetgeving is een stap op weg naar meer contribuanten aan collectieve voorzieningen, meer deelnemers moeten de lage rendementen door de lage rente en toegenomen verplichtingen financieren. Dit alles is in lijn met de plannen 2013 van de Commissie Van Dijkhuizen voor belastingherziening. Er was volgens die commissie geen reden om fiscale voordelen voor ondernemers te handhaven, werknemers, ambtenaren en ondernemers moeten evenveel belasting gaan betalen, wat dan wel tot verlaging van lasten voor iedereen zou hebben moeten leiden. Dat was echter in een andere tijd, toen kregen we nog rente op spaargeld en pensioenkapitaal en verkochten we nog voor 15 mld per jaar aardgas, hoe anders is het nu. Het gaat er nu om een duur collectief systeem te restaureren, dat gaan ondernemers en ZZP'ers merken. Die brief van Wiebes en 5 jaar niet controleren, past helemaal niet, daar komt dus ook geen klap van terecht.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Verkoop van boerderij met vergunningsmankementen, riskant … ook voor koper Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Het Hof Den Bosch heeft op 11 april jl. beslist dat bij een verkoop van een boerderij, die zonder vergunning was uitgebreid, de verkoper zich er terecht op kon beroepen dat de koper bekend was met de situatie. Het ging om een boerderij, die zonder vergunning was uitgebreid, met de bedoeling om te kunnen splitsen. Omdat sprake was van een LOG-gebied kon dit niet worden vergund. De koper stelde er pas na de koop achter te zijn gekomen, dat dit niet mogelijk was. De koper riep per brief een buitengerechtelijke ontbinding in.

    De verkoper stelde alle informatie te hebben verstrekt, vorderde nakoming van de koopovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom per dag. De koopovereenkomst was gesloten in januari 2012.

    Twee gerechtelijke instanties verder werd de koper door het Hof veroordeeld tot nakoming van de koopovereenkomst, betaling van ruim € 296.000 aan verbeurde dwangsommen tot en met september 2012, daarna vanaf september 2012 dwangsommen van € 1.947 per dag, voorts nog € 3.000 en ook nog € 1.000 per maand over de periode van september 2012 tot datum vonnis.

    Deze koper heeft zwaar moeten boeten voor zijn weigering de boerderij geleverd te doen krijgen. Pakweg zes getuigen zijn gehoord, kortom de juridische procedures zijn langdurig en kostbaar geweest. Buitengerechtelijke ontbinding inroepen (dus per brief) in combinatie met eerder overeengekomen dwangsommen is riskant, zo blijkt hier maar weer.

    Hier is sprake van een koper, die na het sluiten van de overeenkomst, probeert de schade te beperken, gegeven de veroordeling door het Hof lijkt dit faliekant mislukt. Achteraf herstellen is niet een compensatie voor niet goed opletten bij de koop, zo blijkt. Bij koop van onroerende zaken in het buitengebied is inschakeling van een goede makelaar, die de status van de onroerende zaak nauwgezet onderzoekt, onontbeerlijk. De regels in het buitengebied worden aangehaald, wat eerder geen problemen opleverde zoals hier en daar zonder vergunning bouwen en gebruik in strijd met de bestemming, is niet meer aan de orde.

    Het tekenen van dit contract is de koper duur komen te staan. Ook de verkoper zal niet blij zijn geweest met de gang van zaken, jaren wachten op de verkoop en het geld, kostbare juridische procedures en onzekerheid…, de opluchting zal wel groot zijn.

    Alle reden om bij het aangaan van contracten bij agrarisch onroerend goed niet over één nacht ijs te gaan. Reken maar eens uit, wat deze koper extra moet betalen!

    Lees verder
  • Niet betalen BTW door nihil aangifte, verboden vrucht Door Wijnkamp Keulers op 30-03-2018

    BTW over een te lage omzet aangeven of, zo mogelijk nog erger, teveel BTW terugvragen en aldus de Belastingdienst als bank gebruiken heeft vervelende consequenties. Het argument dat het wel via een suppletieaangifte kan worden gecorrigeerd of dat het echt wel zou worden gecorrigeerd, blijkt niet te helpen. Bij een overigens ook faillissementsfraude plegende ondernemer was het gerechtshof Den Bosch onverbiddelijk. Een flinke gevangenisstraf was het gevolg. Dat heeft te maken met het karakter van de BTW. Omdat je in feite zelf je belastingschuld of vordering kunt vaststellen is de regeling fraudegevoelig. Dat er forse boetes en zelfs gevangenisstraffen bij fraude worden opgelegd, is inherent aan de regeling. Ook accountants- en adviseurs lopen behoorlijke risico's. Als zij BTW-schulden niet opnemen in de jaarrekening of anderszins meewerken aan de fraude zijn ze al snel dader, medepleger of medeplichtig. Verwacht dus niet veel begrip van uw accountant als u een scheve schaats wil rijden.

    Veel adviseurs kennen het (nog) wel, alvast een nihilaangifte doen omdat de btw-aangifte gedaan moet worden en de gegevens nog niet voorhanden zijn of de klant talmt.

    Het idee was: je kunt altijd nog een herstelaangifte indienen, meestal door een suppletie na afloop van het boekjaar bij opmaken van de jaarstukken. Ben je op tijd en is de aangifte vrijwillig dan was er inderdaad niet zoveel aan de hand bij eenvoudige fouten of verkeerde wetsopvatting. Dat laatste blijft ook zo, echter als er opzettelijk nihilaangiften worden gedaan omdat er geen geld is, dan ligt de zaak anders.

    Een uitspraak van het Hof Den Bosch geeft een duidelijk voorbeeld van de omvang van de fraude, de motieven van de dader en de consequenties. In deze zaak kreeg de dader een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

    Zijn BV had in de periode januari tot en met juni 2012 aan verschillende afnemers partijen cement geleverd, uiteraard was over de leveringen BTW verschuldigd. Die was ook op factuur in rekening gebracht. De bestuurder van de BV X heeft over de eerste twee kwartalen van 2012 nihilaangifte gedaan. Hij deed dat omdat de BV de verschuldigde BTW op een juiste aangifte niet kon betalen. De bestuurder had naar zijn zeggen het voornemen om de aangiften later door middel van een suppletieaangifte te corrigeren. Daar is hij kennelijk niet aan toe gekomen, want dat is nooit gedaan. De BTW, die moest worden afgedragen, was rond de € 315.000.

    Het gerechtshof in navolging van de rechter in eerste aanleg veroordeelde de bestuurder voor het opzettelijk onjuist doen van BTW-aangifte met als gevolg dat te weinig belasting wordt geheven. Hiervoor kreeg hij een gevangenisstraf opgelegd van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De BTW moest uiteraard ook nog betaald worden, zoals bekend is er in zo'n geval privé-aansprakelijkheid.

    Sjoemelen met BTW lijkt laaghangend fruit, maar is een verboden nogal bittere vrucht. De wet kent meerdere bepalingen op grond waarvan een bestuursrechtelijke (boete) of strafrechtelijke sanctie kan worden opgelegd voor het onjuist doen van BTW-aangifte. Naast bestuurlijke boetes, die door de inspecteur worden opgelegd, kan er ook de weg van het strafrecht (fraude) worden gekozen.

    De keuze voor het opleggen van een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie is afhankelijk van de hoogte van de niet-betaalde omzetbelasting. Bij een bedrag vanaf € 100.000 wordt in beginsel gekozen voor strafrechtelijke vervolging. Dat kan ook adviseurs, medewerkers of medeplegende familieleden betreffen en dat kan ver gaan. Zo is naast het doen van een onjuiste aangifte ook strafbaar, het niet melden bij het constateren van een fout in een reeds ingediende BTW-aangifte of het te laat betalen van de verschuldigde belasting en het niet tijdig doen van BTW-aangifte.

    In de praktijk worden de risico's nogal eens onderschat. Opzet is veel sneller aan de orde dan velen denken, ook ben je in meer gevallen dader, medepleger of medeplichtige. Als uw accountant of belastingadviseur "lastig" doet over de BTW, heeft dat een reden wellicht nog maar eens even nadenken in zo'n geval.


    Hof Den Bosch 13 maart 2018 (20-000657-16, ECLI:NL:GHSHE:2018:1053).

    Lees verder

Agro nieuws

  • Zonnepanelen op landbouwgrond, mooie kans met voetangels en klemmen Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Landbouwgrond is weer "warm", zo niet "heet". De aanleg van zonneparken leidt tot op het oog profijtelijke aanbiedingen. In sommige gevallen wordt wel € 8.000 per hectare per jaar huur geboden voor een periode van 20 jaar. Omdat de subsidiepotten ruim gevuld zijn, zien we weer allerhande ondernemende partijen de boerderijen afgaan met voor-contracten, opties en wat dies mee zij. Oppassen dus, met wie u zaken doet ... er zijn ook nog wat fiscale gevolgen, waaraan u moet denken.

    Zolang de grond gebruikt wordt in het landbouwbedrijf, is in beginsel op de winst, die wordt behaald bij verkoop, de landbouwvrijstelling van toepassing. Huurinkomsten en dergelijke zijn gewoon belast met IB, is de grond meer waard door de mogelijkheid er zonnepanelen op te zetten, dan is die meerwaarde niet vrijgesteld onder de landbouwvrijstelling. Of de grond ondernemingsvermogen kan blijven of verplicht naar privé moet (afrekenen over de niet vrijgestelde meerwaarde), hangt af van de feiten. Oppervlakte, duur, rest van de ondernemingsactiviteiten en ook de keuze van de ondernemer, mits die past binnen de kaders van de redelijk handelende ondernemer, zijn zo de elementen die tellen. Houd er rekening mee dat bij verplicht overgaan naar privé, moet worden afgerekend en de grond in box 3 komt. Dat kan flink nadelig uitpakken, dus breng dat van tevoren in kaart, je wilt niet over de contante waarde van de huuropbrengsten over een periode van 20 jaar ineens afrekenen en vervolgens box 3 aan je broek krijgen. Tenslotte moet die BV, waarvan je de huur ontvangt, nog maar eens zien de te overleven.

    Overigens, bij grond in een BV speelt dit minder, dus inbreng is misschien nog niet zo'n gekke optie, wel rekening houden met overdrachtsbelasting natuurlijk, wellicht bij de aanleg met BTW belast leveren dus. Bij verhuur opletten, optie belaste verhuur is juist … een optie. Zo voorkom je BTW-nadeel en cumulatie van overdrachtsbelasting en BTW.

    Lees verder
  • Verkoop van boerderij met vergunningsmankementen, riskant … ook voor koper Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Het Hof Den Bosch heeft op 11 april jl. beslist dat bij een verkoop van een boerderij, die zonder vergunning was uitgebreid, de verkoper zich er terecht op kon beroepen dat de koper bekend was met de situatie. Het ging om een boerderij, die zonder vergunning was uitgebreid, met de bedoeling om te kunnen splitsen. Omdat sprake was van een LOG-gebied kon dit niet worden vergund. De koper stelde er pas na de koop achter te zijn gekomen, dat dit niet mogelijk was. De koper riep per brief een buitengerechtelijke ontbinding in.

    De verkoper stelde alle informatie te hebben verstrekt, vorderde nakoming van de koopovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom per dag. De koopovereenkomst was gesloten in januari 2012.

    Twee gerechtelijke instanties verder werd de koper door het Hof veroordeeld tot nakoming van de koopovereenkomst, betaling van ruim € 296.000 aan verbeurde dwangsommen tot en met september 2012, daarna vanaf september 2012 dwangsommen van € 1.947 per dag, voorts nog € 3.000 en ook nog € 1.000 per maand over de periode van september 2012 tot datum vonnis.

    Deze koper heeft zwaar moeten boeten voor zijn weigering de boerderij geleverd te doen krijgen. Pakweg zes getuigen zijn gehoord, kortom de juridische procedures zijn langdurig en kostbaar geweest. Buitengerechtelijke ontbinding inroepen (dus per brief) in combinatie met eerder overeengekomen dwangsommen is riskant, zo blijkt hier maar weer.

    Hier is sprake van een koper, die na het sluiten van de overeenkomst, probeert de schade te beperken, gegeven de veroordeling door het Hof lijkt dit faliekant mislukt. Achteraf herstellen is niet een compensatie voor niet goed opletten bij de koop, zo blijkt. Bij koop van onroerende zaken in het buitengebied is inschakeling van een goede makelaar, die de status van de onroerende zaak nauwgezet onderzoekt, onontbeerlijk. De regels in het buitengebied worden aangehaald, wat eerder geen problemen opleverde zoals hier en daar zonder vergunning bouwen en gebruik in strijd met de bestemming, is niet meer aan de orde.

    Het tekenen van dit contract is de koper duur komen te staan. Ook de verkoper zal niet blij zijn geweest met de gang van zaken, jaren wachten op de verkoop en het geld, kostbare juridische procedures en onzekerheid…, de opluchting zal wel groot zijn.

    Alle reden om bij het aangaan van contracten bij agrarisch onroerend goed niet over één nacht ijs te gaan. Reken maar eens uit, wat deze koper extra moet betalen!

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook