Header achtergrond
Header achtergrond

Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon

12-01-2018

Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

Fiscalisten en politiek

De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

Nieuwe auto's in 2018:

De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

Spaargeld:

Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

Algemene heffingskorting en aftrekposten:

De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

MKB versus grootbedrijf:

De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

Keep it simple

De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook