Header achtergrond
Header achtergrond

Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon

12-01-2018

Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

Fiscalisten en politiek

De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

Nieuwe auto's in 2018:

De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

Spaargeld:

Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

Algemene heffingskorting en aftrekposten:

De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

MKB versus grootbedrijf:

De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

Keep it simple

De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

Laatste nieuws

Nieuws

  • Erfgenaam, fiscale claims niet onderschatten Door Wijnkamp Keulers op 11-10-2018

    Een notaris meldt zich bij u omdat u bij testament als erfgenaam bent benoemd. Leuk, denkt u, dat is mooi meegenomen. Niettemin kunt u van een heel koude kermis thuis komen als er flinke schulden blijken te zijn. Als u aansprakelijk daarvoor bent omdat u een erfenis hebt aanvaard, dat kan bijvoorbeeld omdat u spullen uit het huis hebt verkocht, dan kan het u uit uw eigen vermogen geld gaan kosten. Belastingschulden komen steeds meer, en helaas vaak achteraf in beeld als onaangename verrassing. De nieuwste maatregelen bij door een overledene niet opgegeven buitenlands vermogen kunnen forse claims en zelfs boetes voor erfgenamen tot gevolg hebben. Eigenlijk is het steeds minder aan te raden om een erfenis van een ondernemer of een vermogend familielid zonder uitgebreid nader fiscaal onderzoek te aanvaarden. Let wel, het onderzoek dat de notaris doet voor successierecht is meestal onvoldoende. Bovendien vindt dat onderzoek meestal pas na zo'n acht maanden plaats en dat is te laat. Eigenlijk moet er een gedegen onderzoek plaatsvinden, voordat een erfenis anders dan benificiair is aanvaard. Voor executeurs geldt, hoed u voor aansprakelijkheidsclaims.

    Een erfenis van ongetrouwde oom

    Stel, u hoort dat u erfgenaam bent van uw oom en u doet niets, u verwerpt niet en u gaat niet naar de notaris voor een beneficiaire aanvaarding, dan hebt u de erfenis zonder voorbehoud aanvaard. Na een jaar getouwtrek met andere erfgenamen wordt het huis geleegd en vindt u in een schoenendoos redelijk recente bankafschriften van verschillende rekeningen in Liechtenstein en Luxemburg met een totaal saldo van € 750.000 op naam van uw oom. Na lang zoeken vind u enige aangiften inkomstenbelasting van uw oom. U controleert deze en kan in de aangiften niets vinden omtrent deze rekeningen. In eerste instantie gaat u ervanuit dat deze rekeningen inmiddels zijn opgeheven en uw oom alles heeft opgemaakt. Tot dat u zich herinnert dat uw oom tot vlak voor zijn overlijden regelmatig naar Liechtenstein ging en u daarna altijd via de bank een bedrag geschonken kreeg. U was er blij mee, want de studies van de kinderen werden ermee betaald.

    Hoofdelijk aansprakelijk voor belastingschulden overledene

    Wanneer u de erfenis hebt geaccepteerd, bent u hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de overledene. Hoofdelijk aansprakelijkheid heeft tot gevolg dat de schuldeiser u kan aanspreken voor het geheel en u zelf bij de overige erfgenamen hun deel van de schuld moet zien terug te halen.

    Acceptatie hoeft niet bij de notaris plaats te vinden. Door uw gedragingen - huis leeggehaald en inboedel verkocht of huis verkocht - hebt u de nalatenschap aanvaard en bent u ook met uw eigen vermogen (hoofdelijk) aansprakelijk voor in dit geval ook de gevolgen van het verzwegen vermogen in het buitenland. Maar ook wanneer u onder druk van de verhuurder het huis leeg hebt gehaald en de inboedel hebt verkocht en bijvoorbeeld het Breitling-horloge, dat nog in het doosje zat, zelf hebt gehouden. Ook dit kan zuivere aanvaarding van de nalatenschap zijn met alle gevolgen van dien.

    Verzwegen vermogen in het buitenland

    In dit voorbeeld heeft de erflater vermogen in het buitenland, dat nooit is aangegeven in de belastingaangifte en is dit in een later stadium door u ontdekt. Dit betekent dat u een aanzienlijke belastingclaim te wachten staat en dat terwijl u niet eens wist dat het er was.

    De Belastingdienst zal bij verzwegen vermogen een boete van 300% van het te betalen bedrag aan inkomstenbelasting opleggen. Naast de inkomstenbelasting-gevolgen zal dit ook gevolgen voor de erfbelasting hebben, zeker wanneer de aangifte al is gedaan op het moment dat het vermogen ontdekt wordt. Er geldt een vergrijpboete van 100% op het ten onrechte niet corrigeren van een onjuiste aangifte erfbelasting wegens vermogen in het buitenland.

    Let dus op bij het handelen na het overlijden, er is al snel sprake van het aanvaarden van een erfenis. Het is verstandig, zeker wanneer de erfenis verkregen wordt van een ondernemend of vermogend familielid, om beneficiair te aanvaarden, zodat het risico op aansprakelijkheid voor (belasting)schulden zo veel mogelijk wordt beperkt. Op basis van de huidige wetgeving zou u immers tot twaalf jaar na het overlijden van uw oom, geconfronteerd kunnen worden met de fiscale gevolgen van het handelen van uw oom.

    Komt alsnog (verzwegen) buitenlands vermogen boven water, dan is aansprakelijkheid moeilijk te voorkomen. Zo spoedig mogelijk melding maken bij de Belastingdienst van dit vermogen, voordat de Belastingdienst het zelf ontdekt, dan kunnen boetes mogelijk worden voorkomen of beperkt, maar die navorderingsaanslag vermeerderd met belastingrente op grond van € 750.000 vermogen in het buitenland komt. Houd daar rekening mee.

    Lees verder
  • Verwachte wijzigingen belastingheffing 2019 Door Wijnkamp Keulers op 17-09-2018

    De wijzgingen voor het MKB zijn omvangrijk. Vooral de 3,5% verhoging van het AB-tarief voor DGA's springt in het oog. Daar staat wel een verlaging van de VpB tegenover naar 16% over de eerste € 200.000. Voor de IB geldt dat aftrekposten voor het tarief worden afgetopt, de tarieven dalen vooral voor de middeninkomens. De AB-tarieven in box 2 maken dat het aantrekkelijker wordt om het salaris van de DGA te verhogen tot € 68.000 belastbaar inkomen in box 1, bij de voorgestelde lengte van de tariefschrijven is er dan niet zoveel nadeel van de verlaging tarief waartegen mag worden afgetrokken. Oppotten van winst in de BV levert een belastingdruk op van 40% van de winst voor VpB. Per belastingplichtige zal moeten worden uitgerekend wat de gevolgen zijn. In het oog springt ook de verdere beperking van afschrijving gebouwen tot 100% van de WOZ. Dit zijn enige maatregelen van belang voor het MKB.

    Inkomstenbelasting
    Tarief box 1
    De inkomstenbelastingtarieven worden beperkt tot twee schijven. Een basistarief van 36,93 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen boven € 68.600. Dit was 36,55% tot € 20.142 en van € 20.142 tot € 68.507 40,85%. Vanaf € 68.507 was het tarief 52%.

    Hypotheekrenteaftrek
    De hypotheekrenteaftrek wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 36,93 procent in 2023. Was in 2018 maximaal tegen 49,5% aftrek wordt versneld afgebouwd naar aftrek aan de voet dus tegen het lage tarief van 36,93%. In 2023 moet het lage tarief zijn bereikt.

    Eigenwoningforfait
    Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd van 0,75 procent naar 0,6 procent. Deze verlaging vindt plaats in drie stappen van telkens 0,05%-punt, te starten in 2020 en vervolgens in 2021 en 2023, dus parallel aan de afbouw van hypotheekrente-aftrek.

    Aftrekposten
    In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente. Dit tarief wordt met drie procentpunt per jaar afgebouwd naar het basistarief.

    Zelfstandigenaftrek
    Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt gefaseerd beperkt, gelijk aan het aftrektarief van de andere aftrekposten. Dus naar verwachting afbouw van 2020 tot en met 2023 naar 36,93%. Over de MKB-winstvrijstelling is nog geen duidelijkheid.

    Scholingskosten
    De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders, die een startkwalificatie hebben behaald.

    Investeringsregelingen
    De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven bestaan. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.

    Tarief box 2
    Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 27,3 procent in 2020 en 28,5 procent in 2021.

    Rendementspercentages box 3
    De jaarlijkse bijstelling van de rendementspercentages voor box 3 zal op Prinsjesdag bekend worden gemaakt.

    Algemene heffingskorting
    De algemene heffingskorting wordt vanaf volgend jaar stapsgewijs verhoogd en zal in 2021 uiteindelijk circa € 350 hoger zijn dan nu.

    Arbeidskorting
    De maximale arbeidskorting wordt in de komende jaren verhoogd met circa € 365. Deze verhoging zal in 2021 in zijn geheel zijn doorgevoerd.

    Ouderenkorting
    De ouderenkorting zal worden verhoogd met circa € 160. Tegelijkertijd zal er een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw worden geïntroduceerd in plaats van de huidige harde afbouwgrens.

    Loonbelasting

    30%-regeling
    De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort met drie jaar van acht tot vijf jaar. Deze nieuwe termijn geldt ook voor werknemers, die al gebruikmaken van de 30%-regeling.

    Vrijwilligersvergoeding
    De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met € 200 verhoogd naar € 1.700 per kalenderjaar.

    Fiets van de zaak
    Per 2020 komt er een nieuwe fiscale regeling voor de fiets van de zaak. Deze moet het aantrekkelijker maken om een (elektrische) fiets aan werknemers ter beschikking te stellen.

    Toeslagen
    Kindregelingen
    De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen en in plaats daarvan te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvanginstellingen.

    Vennootschapsbelasting

    Tarief
    Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 21 procent (2019: 24 procent, 2020: 22,5 procent en 2021: 21 procent). Het lage tarief (2017: belastbare winst tot 200.000 euro) gaat omlaag naar 16 procent (2019: 19 procent, 2020: 17,5 procent en 2021: 16 procent).

    Earningstrippingregeling
    Er wordt een nieuwe renteaftrekbeperking ingevoerd in de vorm van een earningstrippingregeling, waardoor overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar zijn tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). De regeling bevat een franchise van € 1.000.000.

    CFC-regels
    Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van ten minste 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap (een controlled foreign company: CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan als inkomsten worden belast bij de Nederlandse belastingplichtige.

    Afschrijving gebouwen
    Bedrijven mogen voortaan nog slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot een boekwaarde is bereikt van 100 procent van de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Afschrijven op gebouwen wordt hiermee dus drastisch ingeperkt. Voor de goede orde, deze afschrijvingsbeperking gaat alleen gelden voor de vennootschapsbelasting en niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting.

    Fiscale beleggingsinstellingen
    Fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) mogen vanaf 2020 niet meer direct beleggen in in Nederland gelegen vastgoed.

    Overnameholdings
    De renteaftrekbeperking bij overnameholdings komt te vervallen. Dit houdt verband met de introductie van de earningstrippingregeling.

    Verliesverrekeningstermijn
    De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Een groter risico op verliesverdamping dus.

    Bronbelastingen


    Dividendbelasting
    De dividendbelasting wordt per 2020 afgeschaft. Voor dividenden naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties blijft er een bronheffing op dividenden bestaan.

    Rente en royalty’s
    Per 2021 komt er een nieuwe bronbelasting op uitgaande royalty's en rentebetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties.

    Omzetbelasting

    Verlaagd tarief btw
    Het verlaagde btw-tarief gaat omhoog van 6 procent naar 9 procent.

    Kleine ondernemersregeling
    De kleine ondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd. Er komt een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling (OVOB) voor alle ondernemers, ongeacht de rechtsvorm.

    Sportvrijstelling
    De btw-sportvrijstelling wordt verruimd. De vrijstelling voor sportbeoefeningsdiensten verricht door niet-winstbeogende instellingen aan hun leden, gaat ook gelden voor niet-leden. Belaste exploitatie van sportaccommodatie kan alleen nog door een winst-beogende instelling, zonder onderscheid tussen leden en niet-leden.

    Overig

    Exitheffing
    Als de zetel van een onderneming vanaf 2019 naar het buitenland wordt verplaatst, dient een eventuele Nederlandse exitheffing in de vennootschapsbelasting in vijf jaarlijkse betalingen te worden voldaan.

    Belastingrente
    Er wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting is ingediend voor 1 mei en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Hetzelfde gaat gelden voor voorlopige aanslagen of aangiftes erfbelasting (geen belastingrente bij een tijdige aangifte met overeenkomende aanslag).

    Energiebelasting
    De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog, terwijl de energiebelasting op elektriciteit iets wordt verlaagd. De tarieven in de eerste schijf op aardgas gaan omhoog met € 0,03 en de tarieven in de eerste schijf op elektriciteit gaan omlaag met € 0,0072.

    Belastingvermindering energiebelasting
    De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met € 51 van € 308 naar € 257. Het grootste deel van de verminderde belastingbesparing slaat neer bij bedrijven.

    Afval
    Er komt een hoger tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen en de grondslag wordt verbreed. Daarnaast wordt een heffing geïntroduceerd op het exporteren van afval. De vrijstelling van zuiveringsslib voor belasting wordt daarnaast afgeschaft en er zal ook geheven gaan worden over afval dat wordt verbrand in biomassa-energiecentrales. Bij dat laatste zal een heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland noodzakelijk zijn.

    Vrachtwagens
    Er wordt een kilometerheffing voor vrachtverkeer ingevoerd, waarschijnlijk niet eerder dan per 2023. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. Tegelijkertijd wordt de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s verlaagd.

    Taxi’s
    De BPM-teruggaaf op taxi’s wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Tot die tijd zijn emissie-loze taxi’s vrijgesteld van belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Erfgenaam, fiscale claims niet onderschatten Door Wijnkamp Keulers op 11-10-2018

    Een notaris meldt zich bij u omdat u bij testament als erfgenaam bent benoemd. Leuk, denkt u, dat is mooi meegenomen. Niettemin kunt u van een heel koude kermis thuis komen als er flinke schulden blijken te zijn. Als u aansprakelijk daarvoor bent omdat u een erfenis hebt aanvaard, dat kan bijvoorbeeld omdat u spullen uit het huis hebt verkocht, dan kan het u uit uw eigen vermogen geld gaan kosten. Belastingschulden komen steeds meer, en helaas vaak achteraf in beeld als onaangename verrassing. De nieuwste maatregelen bij door een overledene niet opgegeven buitenlands vermogen kunnen forse claims en zelfs boetes voor erfgenamen tot gevolg hebben. Eigenlijk is het steeds minder aan te raden om een erfenis van een ondernemer of een vermogend familielid zonder uitgebreid nader fiscaal onderzoek te aanvaarden. Let wel, het onderzoek dat de notaris doet voor successierecht is meestal onvoldoende. Bovendien vindt dat onderzoek meestal pas na zo'n acht maanden plaats en dat is te laat. Eigenlijk moet er een gedegen onderzoek plaatsvinden, voordat een erfenis anders dan benificiair is aanvaard. Voor executeurs geldt, hoed u voor aansprakelijkheidsclaims.

    Een erfenis van ongetrouwde oom

    Stel, u hoort dat u erfgenaam bent van uw oom en u doet niets, u verwerpt niet en u gaat niet naar de notaris voor een beneficiaire aanvaarding, dan hebt u de erfenis zonder voorbehoud aanvaard. Na een jaar getouwtrek met andere erfgenamen wordt het huis geleegd en vindt u in een schoenendoos redelijk recente bankafschriften van verschillende rekeningen in Liechtenstein en Luxemburg met een totaal saldo van € 750.000 op naam van uw oom. Na lang zoeken vind u enige aangiften inkomstenbelasting van uw oom. U controleert deze en kan in de aangiften niets vinden omtrent deze rekeningen. In eerste instantie gaat u ervanuit dat deze rekeningen inmiddels zijn opgeheven en uw oom alles heeft opgemaakt. Tot dat u zich herinnert dat uw oom tot vlak voor zijn overlijden regelmatig naar Liechtenstein ging en u daarna altijd via de bank een bedrag geschonken kreeg. U was er blij mee, want de studies van de kinderen werden ermee betaald.

    Hoofdelijk aansprakelijk voor belastingschulden overledene

    Wanneer u de erfenis hebt geaccepteerd, bent u hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de overledene. Hoofdelijk aansprakelijkheid heeft tot gevolg dat de schuldeiser u kan aanspreken voor het geheel en u zelf bij de overige erfgenamen hun deel van de schuld moet zien terug te halen.

    Acceptatie hoeft niet bij de notaris plaats te vinden. Door uw gedragingen - huis leeggehaald en inboedel verkocht of huis verkocht - hebt u de nalatenschap aanvaard en bent u ook met uw eigen vermogen (hoofdelijk) aansprakelijk voor in dit geval ook de gevolgen van het verzwegen vermogen in het buitenland. Maar ook wanneer u onder druk van de verhuurder het huis leeg hebt gehaald en de inboedel hebt verkocht en bijvoorbeeld het Breitling-horloge, dat nog in het doosje zat, zelf hebt gehouden. Ook dit kan zuivere aanvaarding van de nalatenschap zijn met alle gevolgen van dien.

    Verzwegen vermogen in het buitenland

    In dit voorbeeld heeft de erflater vermogen in het buitenland, dat nooit is aangegeven in de belastingaangifte en is dit in een later stadium door u ontdekt. Dit betekent dat u een aanzienlijke belastingclaim te wachten staat en dat terwijl u niet eens wist dat het er was.

    De Belastingdienst zal bij verzwegen vermogen een boete van 300% van het te betalen bedrag aan inkomstenbelasting opleggen. Naast de inkomstenbelasting-gevolgen zal dit ook gevolgen voor de erfbelasting hebben, zeker wanneer de aangifte al is gedaan op het moment dat het vermogen ontdekt wordt. Er geldt een vergrijpboete van 100% op het ten onrechte niet corrigeren van een onjuiste aangifte erfbelasting wegens vermogen in het buitenland.

    Let dus op bij het handelen na het overlijden, er is al snel sprake van het aanvaarden van een erfenis. Het is verstandig, zeker wanneer de erfenis verkregen wordt van een ondernemend of vermogend familielid, om beneficiair te aanvaarden, zodat het risico op aansprakelijkheid voor (belasting)schulden zo veel mogelijk wordt beperkt. Op basis van de huidige wetgeving zou u immers tot twaalf jaar na het overlijden van uw oom, geconfronteerd kunnen worden met de fiscale gevolgen van het handelen van uw oom.

    Komt alsnog (verzwegen) buitenlands vermogen boven water, dan is aansprakelijkheid moeilijk te voorkomen. Zo spoedig mogelijk melding maken bij de Belastingdienst van dit vermogen, voordat de Belastingdienst het zelf ontdekt, dan kunnen boetes mogelijk worden voorkomen of beperkt, maar die navorderingsaanslag vermeerderd met belastingrente op grond van € 750.000 vermogen in het buitenland komt. Houd daar rekening mee.

    Lees verder
  • Windpark Zeewolde, Raad van State aan zet Door Wijnkamp Keulers op 23-04-2018

    Op 23 en 30 augustus 2017 heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een uitspraak gedaan inzake beroep over het (kennelijk voor de tweede keer) onder overgangsrecht brengen van windturbines, die vallen in het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde 2016. In de uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat in de betreffende procedure het Rijksinpassingsplan (RIP) en de bijbehorende besluiten niet ter beoordeling stonden. De beoordeling was dus beperkt tot de vraag of de windturbines onder het overgangsrecht geplaatst mochten worden. Dat mocht, omdat binnen de planperiode (10 jaar) concreet zicht was op verwijdering. Indien dit niet het geval was, moet de turbine positief in bestemd worden. De gemeenteraad wees voor het standpunt dat de windturbines binnen de planperiode zullen worden verwijderd op Partiële herziening, de Beleidsregel windmolens, de Noodverordening, het RIP en Regioplan. De Afdeling verwierp de stelling van een van de eigenaren, dat er geen draagvlak was en dat er niet onteigend kon worden, dus de plannen onuitvoerbaar zouden zijn. De Afdeling twijfelde niet aan het standpunt van de gemeenteraad dat alle kosten op de Ontwikkelvereniging zouden worden verhaald.
    ABRvS 23 augustus 2017 NL:RVS:2017:2392; ABRvS 30 augustus 2017 ECLI:NL:RVS:2017:2333

    Tot zover het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde, inmiddels zijn we een stadium verder. De Ontwikkelvereniging is opgevolgd door Windpark Zeewolde BV, een BV met een klein aandelenkapitaal (minder dan € 5.000), waarbij de participerende "boeren, burgers en buitenlui" betalen via contracten en SDE+ subsidies voor de economische haalbaarheid moeten zorgen.

    Op dit moment is een zogenaamd Rijksinpassingsplan (RIP) in procedure met bijbehorende besluiten. Dit plan volgt als het ware op een eerder Provinciaal Regioplan en onder meer het hiervoor genoemde bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde van oktober 2016. Bestaande turbines zijn in feite weg bestemd door het bestemmingsplan Buitengebied en RIP en zullen uiteindelijk kunnen worden onteigend.

    Bijzonder is dat dit (RIP) plan een plangebied kent waarbinnen nieuwe, grotere windturbines worden vergund, aan één vergunninghouder (Windpark Zeewolde BV), onder de verplichting om bestaande windturbines buiten het plangebied te saneren.

    Stand van zaken 9 april 2018:

    De Raad van State heeft aan de Advocaat-Generaal een conclusie gevraagd of eigenaren van windturbines buiten het plangebied (en overige belangstellenden voor exploitatie) een relevant belang hebben bij beroep tegen het RIP. Aan deze relativiteitseis moet eerst worden voldaan, voordat hun beroep verder inhoudelijk kan worden behandeld (artikel 8:69a AWB).

    Zijn de eigenaren ontvankelijk, dan zal alsnog hun beroep moeten worden beoordeeld door de Afdeling. Op 9 april jl. hebben belanghebbenden hun visie kenbaar kunnen maken in een zitting van de Afdeling. De windturbine eigenaren ageren niet alleen tegen de gedwongen sloop van hun turbines, die nog vele jaren meekunnen en niemand in de weg staan, zij menen ook dat zij nimmer een eerlijke kans hebben gehad om (een deel van) het nieuwe plan te realiseren. En omdat sprake is naar hun visie van "schaarse rechten" had hen die kans niet bij voorbaat mogen worden ontnomen, gedwongen voortgezet collectief ondernemerschap via Windpark Zeewolde BV voldoet naar hun visie niet aan de eisen.

    De AG is nu aan zet, de vraag is of het RIP verdeling van schaarse rechten betekent en of de belanghebbenden een relevant belang hebben bij een beroep dat zij wilden "meedoen" en dus niet van maar één vergunninghouder bij voorbaat had mogen worden uitgegaan. Ook speelt een rol of het feit dat er een "breed gedragen" burgerinitiatief is; in feite maakt dat, dat er geen schaarse rechten zijn, want je kunt immers meedoen. Hier speelt ook de vraag of de initiatiefnemende "boeren, burgers en buitenlui" wel te vereenzelvigen zijn met uiteindelijk certificaathouders en contractspartijen en Windpark Zeewolde BV.

    Sanering door onteigening:

    Min of meer los van deze problematiek speelt de vraag op welke wijze uiteindelijk de weg bestemde windmolens zouden moeten gaan verdwijnen.

    Het lijkt erop dat de ondergrond van de "overbodige turbines" een agrarische bestemming krijgt en dat het terugbrengen van deze bestemming de grondslag voor onteigening zal moeten zijn. Feitelijk is het doel natuurlijk anders, de verwijdering van de turbines. Er zijn wat complicaties denkbaar, die een onteigening nog geen gelopen koers doen zijn. Zo is er in één rij van windmolens er één niet wegbestemd en die ene maakt wel gebruik van een infrastructuur, die gemeenschappelijk eigendom is. Vooral bij de windturbines buiten het plangebied loopt de onteigenende overheid aan tegen het verweer dat alleen binnen een plangebied kan worden onteigend. Een verweer van zelfrealisatie zou trouwens ook nog wel eens kansrijk kunnen zijn.

    Tot nog toe is Windpark Zeewolde BV kennelijk niet in staat of bereid geweest op basis van de beginselen van de Onteigeningswet besprekingen tot een minnelijke regeling aan te gaan. Kennelijk is vanaf september 2017 de Provincie ter zake aan zet, aldus een van de raadslieden op de zitting van 9 april jl. van de Raad van State.

    Omdat bij een onteigening volgens de Onteigeningswet en de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure (16 januari 2016) voorgeschreven wordt dat bij een onteigening documenten moeten worden overgelegd over de planuitvoering, waaronder een projectplanning, zal niet met een al te vage grondslag voor onteigening kunnen worden volstaan. De grondslag zal vermoedelijk moeten zijn "verwezenlijking van de agrarische bestemming". Wij zijn benieuwd hoe men dat gaat invullen.

    Kortom, de beroepsprocedure tegen het RIP en bijbehorende besluiten is de opmaat voor verdere juridische schermutselingen. Ondertussen blijft het gek dat om meer minder CO2-uitstoot door meer windenergie te bereiken, windturbines moeten worden gesloopt.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook