Header achtergrond
Header achtergrond

Pacht? Bedrijfsmatige exploitatie geeft de doorslag, ook fiscaal

30-03-2018

Bedrijfsmatige exploitatie van pachtgronden blijft de gemoederen bezighouden. Het belang van bedrijfsmatige exploitatie is niet alleen bij de beoordeling van het bestaan van een pachtovereenkomst aan de orde, maar speelt ook mee bij de fiscale waardering van pachtgronden in box 3. Bij hobbymatig gebruik moet de verpachte grond tegen de waarde in het economisch verkeer worden aangegeven in box 3 en geldt er geen beperking vanwege pachtdruk.

Onlangs heeft de Rechtbank Limburg zich gebogen over de vraag of er sprake was van pacht in de situatie dat een perceel grond was verkocht onder het voorbehoud van tijdelijk (voortgezet) gebruik tegen een vergoeding van € 4.800 per jaar. Dit gebruik is opgezegd door de (nieuwe) eigenaar met inachtneming van de bepalingen inzake huur.

Pacht
De (nieuwe) eigenaar stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een pachtovereenkomst, aangezien hij de grond heeft gekocht voor eigen gebruik. Het gebruik door verkopers zou alleen voor de tussenliggende periode bedoeld zijn. Dit volgt naar zijn mening ook uit de koopprijs van € 20 per m2. Bovendien voldoet het gebruik door de verkopers niet aan de eisen van bedrijfsmatig gebruik in het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf.

Bedrijfsmatige exploitatie
Of sprake is van een pachtovereenkomst wordt bepaald door het bedrijfsmatig gebruik van het betreffende perceel. De bedrijfsmatige exploitatie wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden, zoals deze door het pachthof in een arrest van 12 mei 2009 (ECLI:NL:GHARN:2009:BI4361, Boetzelaer/Weenink) zijn aangegeven:
1. de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen de diverse bedrijfsactiviteiten;
2. de vraag of de voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaats vinden;
3. het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement; en
4. de vraag of de gebruiker een hoofdfunctie buiten de landbouw heeft,
een en ander in onderlinge samenhang te beschouwen en met inachtneming van de overige omstandigheden van het geval.

De eigenaar heeft in dit kader verzocht informatie te verstrekken omtrent de agrarische onderneming van gebruikers en in het bijzonder de financiële omstandigheden duidelijk te maken. De gebruikers leggen deze gevraagde gegevens niet over. De pachtkamer kan dan ook niet vaststellen of gebruik al dan niet tezamen met overige agrarische activiteiten als pacht kan worden aangemerkt, zeker nu beide gebruikers een volledige baan in dienstbetrekking hebben, en oordeelt dat er in deze situatie geen sprake is van pacht.

Box 3 IB
Bedrijfsmatig gebruik van het gepachte is essentieel niet alleen voor het al dan niet bestaan van een pachtovereenkomst, maar ook voor de waardering van verpachte landbouwgronden in box 3.

In geval van hobbymatig gebruik van de landbouwgrond, dient de verpachter de gronden tegen de werkelijke waarde op te geven voor box 3. Dit kan een aanzienlijke verzwaring van de belastingdruk betekenen. Verpachte grond op basis van reguliere door de grondkamer goedgekeurde pacht met een verwachte looptijd van zo'n 20 jaar kan tegen 50% van de waarde in box 3 verantwoord worden. In geval van geliberaliseerde pacht en derhalve eindige pacht zal de waardering voor box 3 afhankelijk zijn van de resterende looptijd van de geliberaliseerde pacht. Voor een kortlopende overeenkomst van 1 jaar zal bijna 100% van de waarde van de grond in box 3 moeten worden meegenomen.

De uitgangspunten voor de waardering van verpachte landbouwgronden voor de aangifte over 2017 zijn inmiddels op de website van de Belastingdienst gepubliceerd (zie https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/waardering-verpachte_gronden-2017)

Laatste nieuws

Nieuws

  • Verwachte wijzigingen belastingheffing 2019 Door Wijnkamp Keulers op 17-09-2018

    De wijzgingen voor het MKB zijn omvangrijk. Vooral de 3,5% verhoging van het AB-tarief voor DGA's springt in het oog. Daar staat wel een verlaging van de VpB tegenover naar 16% over de eerste € 200.000. Voor de IB geldt dat aftrekposten voor het tarief worden afgetopt, de tarieven dalen vooral voor de middeninkomens. De AB-tarieven in box 2 maken dat het aantrekkelijker wordt om het salaris van de DGA te verhogen tot € 68.000 belastbaar inkomen in box 1, bij de voorgestelde lengte van de tariefschrijven is er dan niet zoveel nadeel van de verlaging tarief waartegen mag worden afgetrokken. Oppotten van winst in de BV levert een belastingdruk op van 40% van de winst voor VpB. Per belastingplichtige zal moeten worden uitgerekend wat de gevolgen zijn. In het oog springt ook de verdere beperking van afschrijving gebouwen tot 100% van de WOZ. Dit zijn enige maatregelen van belang voor het MKB.

    Inkomstenbelasting
    Tarief box 1
    De inkomstenbelastingtarieven worden beperkt tot twee schijven. Een basistarief van 36,93 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen boven € 68.600. Dit was 36,55% tot € 20.142 en van € 20.142 tot € 68.507 40,85%. Vanaf € 68.507 was het tarief 52%.

    Hypotheekrenteaftrek
    De hypotheekrenteaftrek wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 36,93 procent in 2023. Was in 2018 maximaal tegen 49,5% aftrek wordt versneld afgebouwd naar aftrek aan de voet dus tegen het lage tarief van 36,93%. In 2023 moet het lage tarief zijn bereikt.

    Eigenwoningforfait
    Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd van 0,75 procent naar 0,6 procent. Deze verlaging vindt plaats in drie stappen van telkens 0,05%-punt, te starten in 2020 en vervolgens in 2021 en 2023, dus parallel aan de afbouw van hypotheekrente-aftrek.

    Aftrekposten
    In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente. Dit tarief wordt met drie procentpunt per jaar afgebouwd naar het basistarief.

    Zelfstandigenaftrek
    Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt gefaseerd beperkt, gelijk aan het aftrektarief van de andere aftrekposten. Dus naar verwachting afbouw van 2020 tot en met 2023 naar 36,93%. Over de MKB-winstvrijstelling is nog geen duidelijkheid.

    Scholingskosten
    De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders, die een startkwalificatie hebben behaald.

    Investeringsregelingen
    De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven bestaan. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.

    Tarief box 2
    Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 27,3 procent in 2020 en 28,5 procent in 2021.

    Rendementspercentages box 3
    De jaarlijkse bijstelling van de rendementspercentages voor box 3 zal op Prinsjesdag bekend worden gemaakt.

    Algemene heffingskorting
    De algemene heffingskorting wordt vanaf volgend jaar stapsgewijs verhoogd en zal in 2021 uiteindelijk circa € 350 hoger zijn dan nu.

    Arbeidskorting
    De maximale arbeidskorting wordt in de komende jaren verhoogd met circa € 365. Deze verhoging zal in 2021 in zijn geheel zijn doorgevoerd.

    Ouderenkorting
    De ouderenkorting zal worden verhoogd met circa € 160. Tegelijkertijd zal er een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw worden geïntroduceerd in plaats van de huidige harde afbouwgrens.

    Loonbelasting

    30%-regeling
    De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort met drie jaar van acht tot vijf jaar. Deze nieuwe termijn geldt ook voor werknemers, die al gebruikmaken van de 30%-regeling.

    Vrijwilligersvergoeding
    De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met € 200 verhoogd naar € 1.700 per kalenderjaar.

    Fiets van de zaak
    Per 2020 komt er een nieuwe fiscale regeling voor de fiets van de zaak. Deze moet het aantrekkelijker maken om een (elektrische) fiets aan werknemers ter beschikking te stellen.

    Toeslagen
    Kindregelingen
    De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen en in plaats daarvan te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvanginstellingen.

    Vennootschapsbelasting

    Tarief
    Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 21 procent (2019: 24 procent, 2020: 22,5 procent en 2021: 21 procent). Het lage tarief (2017: belastbare winst tot 200.000 euro) gaat omlaag naar 16 procent (2019: 19 procent, 2020: 17,5 procent en 2021: 16 procent).

    Earningstrippingregeling
    Er wordt een nieuwe renteaftrekbeperking ingevoerd in de vorm van een earningstrippingregeling, waardoor overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar zijn tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). De regeling bevat een franchise van € 1.000.000.

    CFC-regels
    Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van ten minste 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap (een controlled foreign company: CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan als inkomsten worden belast bij de Nederlandse belastingplichtige.

    Afschrijving gebouwen
    Bedrijven mogen voortaan nog slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot een boekwaarde is bereikt van 100 procent van de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Afschrijven op gebouwen wordt hiermee dus drastisch ingeperkt. Voor de goede orde, deze afschrijvingsbeperking gaat alleen gelden voor de vennootschapsbelasting en niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting.

    Fiscale beleggingsinstellingen
    Fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) mogen vanaf 2020 niet meer direct beleggen in in Nederland gelegen vastgoed.

    Overnameholdings
    De renteaftrekbeperking bij overnameholdings komt te vervallen. Dit houdt verband met de introductie van de earningstrippingregeling.

    Verliesverrekeningstermijn
    De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Een groter risico op verliesverdamping dus.

    Bronbelastingen


    Dividendbelasting
    De dividendbelasting wordt per 2020 afgeschaft. Voor dividenden naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties blijft er een bronheffing op dividenden bestaan.

    Rente en royalty’s
    Per 2021 komt er een nieuwe bronbelasting op uitgaande royalty's en rentebetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief en in misbruiksituaties.

    Omzetbelasting

    Verlaagd tarief btw
    Het verlaagde btw-tarief gaat omhoog van 6 procent naar 9 procent.

    Kleine ondernemersregeling
    De kleine ondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd. Er komt een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling (OVOB) voor alle ondernemers, ongeacht de rechtsvorm.

    Sportvrijstelling
    De btw-sportvrijstelling wordt verruimd. De vrijstelling voor sportbeoefeningsdiensten verricht door niet-winstbeogende instellingen aan hun leden, gaat ook gelden voor niet-leden. Belaste exploitatie van sportaccommodatie kan alleen nog door een winst-beogende instelling, zonder onderscheid tussen leden en niet-leden.

    Overig

    Exitheffing
    Als de zetel van een onderneming vanaf 2019 naar het buitenland wordt verplaatst, dient een eventuele Nederlandse exitheffing in de vennootschapsbelasting in vijf jaarlijkse betalingen te worden voldaan.

    Belastingrente
    Er wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting is ingediend voor 1 mei en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Hetzelfde gaat gelden voor voorlopige aanslagen of aangiftes erfbelasting (geen belastingrente bij een tijdige aangifte met overeenkomende aanslag).

    Energiebelasting
    De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog, terwijl de energiebelasting op elektriciteit iets wordt verlaagd. De tarieven in de eerste schijf op aardgas gaan omhoog met € 0,03 en de tarieven in de eerste schijf op elektriciteit gaan omlaag met € 0,0072.

    Belastingvermindering energiebelasting
    De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met € 51 van € 308 naar € 257. Het grootste deel van de verminderde belastingbesparing slaat neer bij bedrijven.

    Afval
    Er komt een hoger tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen en de grondslag wordt verbreed. Daarnaast wordt een heffing geïntroduceerd op het exporteren van afval. De vrijstelling van zuiveringsslib voor belasting wordt daarnaast afgeschaft en er zal ook geheven gaan worden over afval dat wordt verbrand in biomassa-energiecentrales. Bij dat laatste zal een heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland noodzakelijk zijn.

    Vrachtwagens
    Er wordt een kilometerheffing voor vrachtverkeer ingevoerd, waarschijnlijk niet eerder dan per 2023. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. Tegelijkertijd wordt de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s verlaagd.

    Taxi’s
    De BPM-teruggaaf op taxi’s wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Tot die tijd zijn emissie-loze taxi’s vrijgesteld van belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

    Lees verder
  • Wat gebeurt er met uw BV's na u? Door Wijnkamp Keulers op 12-09-2018

    De ontwikkeling van de structuur van nogal wat bestaande ondernemingen heeft vorm gekregen vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw. Niet alle winst tegen 52% belasten was een belangrijk doel, met BV's kan tegen lagere directe tarieven belast vermogen in de onderneming worden opgespaard. En lijfrente in eigen beheer en pensioen in eigen beheer leken lange tijd fiscaal zeer voordelig uit te pakken. Kroonjuwelen zijn in de jaren daarna geworden: het kunnen overdragen aan de kinderen tegen zeer lage tarieven of zelfs geheel zonder erfbelasting en schenkingsrecht te kunnen betalen. Last but not least hebben vele DGA's dankzij hun BV de verafschuwde 1,2% vermogensbelasting (box 3) kunnen ontlopen.

    Wolken

    Er zijn wolken aan de horizon, die hun schaduw over de bestaande situatie heen werpen. De bedrijfsopvolgingsregeling wordt door beleids- en opiniemakers al te ruim geacht. In plaats van vrijstelling van erfbelasting pleit men voor een betalingsregeling. Er komt dus voor een overdragende of overleden (echtgenoot van de) DGA een aanzienlijke belastingschuld bij. Dat zal overdracht van ondernemingen gaan belemmeren, want anders dan beleidsmakers denken, zal een overdrager de belasting willen gaan afwentelen op de opvolger. Banken financieren MKB niet of uiterst moeizaam, de gevolgen laten zich raden.

    Die opvolger heeft een beperkte keuze, als hij het al gefinancierd krijgt, te weten overnemen van aandelen van de dochtermaatschappij en onroerende zaken huren en goodwill in de aandelenprijs terugzien of veel duurdere activa en passiva overnemen waarna hij dan in 5 - 10 jaar (of bij OZ in 50 jaar tegen vaak 1% per jaar), tegen lagere VpB tarieven kan gaan afschrijven. Dat zal dus in veel gevallen niet lukken, veel ondernemingen zullen dus onverkoopbaar worden, althans niet verkoopbaar tegen vroeger gedachte opbrengsten.

    Ook het niet betalen van vermogensbelasting door DGA's over hun aandelen steekt de beleidsmakers. Zij sturen aan op het liquideren en leegmaken van in hun ogen niet actieve BV's. Het lijkt erop dat in ruil voor een lagere winstbelasting (Vennootschapsbelasting; VpB) vermogen in ondernemingen belast moet gaan worden. Dat kan door fictief dividend in te voeren of door DGA's op een andere wijze te dwingen hun vermogen uit hun BV's te gaan halen, dat dan vervolgens wordt belast. Daarmee is de fiscale cirkel, die ik heb beschreven bij de opvolgingen, rond. De tendens is meer schulden bij de opvolger of niet kunnen verkopen en opgespaarde middelen belasten.

    Bereid u voor

    De overdragende DGA doet er goed aan zich voor te bereiden op het niet of maar beperkt kunnen verkopen van zijn onderneming en niettemin het moeten betalen van belasting. Er komt dus geen of minder geld binnen en er moet aanzienlijk meer geld uit. Dat gaat niet alleen de DGA aan, maar ook toekomstige (ex-)partners en toekomstige erfgenamen. Als op een onverwacht moment fiks belasting betaald moet worden, bijvoorbeeld bij echtscheiding of overlijden en de doorschuiving en opvolgingsregelingen zijn beperkt, dan zal er liquiditeit moeten zijn. De Belastingdienst is geen bank, en veel banken zijn al lang niet meer wat het was, reken dus vooral niet op de bank, want die kan u meestal niet helpen.

    BV blijft bij u

    Dit betekent dat er in beeld moet worden gebracht met een aantal scenario's wat er gebeurt als een DGA aandelen van een of meer BV's niet overdraagt en er geen opvolger is. Kunnen de lijfrenteverplichtingen worden nagekomen, kan het pensioen worden betaald? Is het bedrijfsgebouw of het praktijkpand wel zo courant dat het makkelijk te verkopen is of moet het gedwongen tegen een bodemprijs naar een handelaar, als er belasting betaald moet worden? Gaat de bank nog wel door met financieren als er geen winst meer wordt behaald in de BV, wat gebeurt er als de bank het krediet opzegt? Als u overlijdt en er is geen opvolging(sregeling), kan er dan over de meerwaarde van de aandelen 25% of zelfs 27-28% inkomstenbelasting worden betaald? Kan de erfbelasting over de waarde van de aandelen worden betaald? Weet u dat de huidige scheidslijn bij het toepassen van de nu nog geldende opvolgingsregelingen ligt tussen verhuur van onroerende zaken en projectontwikkeling. Met andere woorden, ook nu al kwalificeren nogal wat BV's niet voor de opvolgingsregelingen.

    Kortom, stresstest

    Stel dat u nu overlijdt of niet meer in staat bent om besluiten te nemen, kunnen uw familieleden dan überhaupt wel bij de bankrekeningen, aangiften doen en andere besluiten nemen? Kunnen kosten en belastingen betaald worden over (papieren) winst door vrijval pensioenverplichting en/of lijfrenteverplichting? Kunnen de schulden aan de BV nog wel worden afgelost of moeten panden worden verkocht en lukt dat dan op korte termijn tegen een behoorlijke prijs? Kunnen uw familieleden in het woonhuis blijven wonen?

    Klimaatverandering

    Veel ondernemers hebben zakelijk en privé met elkaar vermengd. Daar is niets mis mee, mits je overzicht houdt en je realiseert dat er een rekening met de fiscus openstaat. Het MKB moet op fiscaal guurdere tijden gaan rekenen. Een soort fiscale klimaatverandering als het ware. Wat en hoe is niet geheel duidelijk, de trend wel. Zorg dat de jassen klaar hangen.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Windpark Zeewolde, Raad van State aan zet Door Wijnkamp Keulers op 23-04-2018

    Op 23 en 30 augustus 2017 heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een uitspraak gedaan inzake beroep over het (kennelijk voor de tweede keer) onder overgangsrecht brengen van windturbines, die vallen in het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde 2016. In de uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat in de betreffende procedure het Rijksinpassingsplan (RIP) en de bijbehorende besluiten niet ter beoordeling stonden. De beoordeling was dus beperkt tot de vraag of de windturbines onder het overgangsrecht geplaatst mochten worden. Dat mocht, omdat binnen de planperiode (10 jaar) concreet zicht was op verwijdering. Indien dit niet het geval was, moet de turbine positief in bestemd worden. De gemeenteraad wees voor het standpunt dat de windturbines binnen de planperiode zullen worden verwijderd op Partiële herziening, de Beleidsregel windmolens, de Noodverordening, het RIP en Regioplan. De Afdeling verwierp de stelling van een van de eigenaren, dat er geen draagvlak was en dat er niet onteigend kon worden, dus de plannen onuitvoerbaar zouden zijn. De Afdeling twijfelde niet aan het standpunt van de gemeenteraad dat alle kosten op de Ontwikkelvereniging zouden worden verhaald.
    ABRvS 23 augustus 2017 NL:RVS:2017:2392; ABRvS 30 augustus 2017 ECLI:NL:RVS:2017:2333

    Tot zover het bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde, inmiddels zijn we een stadium verder. De Ontwikkelvereniging is opgevolgd door Windpark Zeewolde BV, een BV met een klein aandelenkapitaal (minder dan € 5.000), waarbij de participerende "boeren, burgers en buitenlui" betalen via contracten en SDE+ subsidies voor de economische haalbaarheid moeten zorgen.

    Op dit moment is een zogenaamd Rijksinpassingsplan (RIP) in procedure met bijbehorende besluiten. Dit plan volgt als het ware op een eerder Provinciaal Regioplan en onder meer het hiervoor genoemde bestemmingsplan Buitengebied Zeewolde van oktober 2016. Bestaande turbines zijn in feite weg bestemd door het bestemmingsplan Buitengebied en RIP en zullen uiteindelijk kunnen worden onteigend.

    Bijzonder is dat dit (RIP) plan een plangebied kent waarbinnen nieuwe, grotere windturbines worden vergund, aan één vergunninghouder (Windpark Zeewolde BV), onder de verplichting om bestaande windturbines buiten het plangebied te saneren.

    Stand van zaken 9 april 2018:

    De Raad van State heeft aan de Advocaat-Generaal een conclusie gevraagd of eigenaren van windturbines buiten het plangebied (en overige belangstellenden voor exploitatie) een relevant belang hebben bij beroep tegen het RIP. Aan deze relativiteitseis moet eerst worden voldaan, voordat hun beroep verder inhoudelijk kan worden behandeld (artikel 8:69a AWB).

    Zijn de eigenaren ontvankelijk, dan zal alsnog hun beroep moeten worden beoordeeld door de Afdeling. Op 9 april jl. hebben belanghebbenden hun visie kenbaar kunnen maken in een zitting van de Afdeling. De windturbine eigenaren ageren niet alleen tegen de gedwongen sloop van hun turbines, die nog vele jaren meekunnen en niemand in de weg staan, zij menen ook dat zij nimmer een eerlijke kans hebben gehad om (een deel van) het nieuwe plan te realiseren. En omdat sprake is naar hun visie van "schaarse rechten" had hen die kans niet bij voorbaat mogen worden ontnomen, gedwongen voortgezet collectief ondernemerschap via Windpark Zeewolde BV voldoet naar hun visie niet aan de eisen.

    De AG is nu aan zet, de vraag is of het RIP verdeling van schaarse rechten betekent en of de belanghebbenden een relevant belang hebben bij een beroep dat zij wilden "meedoen" en dus niet van maar één vergunninghouder bij voorbaat had mogen worden uitgegaan. Ook speelt een rol of het feit dat er een "breed gedragen" burgerinitiatief is; in feite maakt dat, dat er geen schaarse rechten zijn, want je kunt immers meedoen. Hier speelt ook de vraag of de initiatiefnemende "boeren, burgers en buitenlui" wel te vereenzelvigen zijn met uiteindelijk certificaathouders en contractspartijen en Windpark Zeewolde BV.

    Sanering door onteigening:

    Min of meer los van deze problematiek speelt de vraag op welke wijze uiteindelijk de weg bestemde windmolens zouden moeten gaan verdwijnen.

    Het lijkt erop dat de ondergrond van de "overbodige turbines" een agrarische bestemming krijgt en dat het terugbrengen van deze bestemming de grondslag voor onteigening zal moeten zijn. Feitelijk is het doel natuurlijk anders, de verwijdering van de turbines. Er zijn wat complicaties denkbaar, die een onteigening nog geen gelopen koers doen zijn. Zo is er in één rij van windmolens er één niet wegbestemd en die ene maakt wel gebruik van een infrastructuur, die gemeenschappelijk eigendom is. Vooral bij de windturbines buiten het plangebied loopt de onteigenende overheid aan tegen het verweer dat alleen binnen een plangebied kan worden onteigend. Een verweer van zelfrealisatie zou trouwens ook nog wel eens kansrijk kunnen zijn.

    Tot nog toe is Windpark Zeewolde BV kennelijk niet in staat of bereid geweest op basis van de beginselen van de Onteigeningswet besprekingen tot een minnelijke regeling aan te gaan. Kennelijk is vanaf september 2017 de Provincie ter zake aan zet, aldus een van de raadslieden op de zitting van 9 april jl. van de Raad van State.

    Omdat bij een onteigening volgens de Onteigeningswet en de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure (16 januari 2016) voorgeschreven wordt dat bij een onteigening documenten moeten worden overgelegd over de planuitvoering, waaronder een projectplanning, zal niet met een al te vage grondslag voor onteigening kunnen worden volstaan. De grondslag zal vermoedelijk moeten zijn "verwezenlijking van de agrarische bestemming". Wij zijn benieuwd hoe men dat gaat invullen.

    Kortom, de beroepsprocedure tegen het RIP en bijbehorende besluiten is de opmaat voor verdere juridische schermutselingen. Ondertussen blijft het gek dat om meer minder CO2-uitstoot door meer windenergie te bereiken, windturbines moeten worden gesloopt.

    Lees verder
  • Zonnepanelen op landbouwgrond, mooie kans met voetangels en klemmen Door Wijnkamp Keulers op 18-04-2018

    Landbouwgrond is weer "warm", zo niet "heet". De aanleg van zonneparken leidt tot op het oog profijtelijke aanbiedingen. In sommige gevallen wordt wel € 8.000 per hectare per jaar huur geboden voor een periode van 20 jaar. Omdat de subsidiepotten ruim gevuld zijn, zien we weer allerhande ondernemende partijen de boerderijen afgaan met voor-contracten, opties en wat dies mee zij. Oppassen dus, met wie u zaken doet ... er zijn ook nog wat fiscale gevolgen, waaraan u moet denken.

    Zolang de grond gebruikt wordt in het landbouwbedrijf, is in beginsel op de winst, die wordt behaald bij verkoop, de landbouwvrijstelling van toepassing. Huurinkomsten en dergelijke zijn gewoon belast met IB, is de grond meer waard door de mogelijkheid er zonnepanelen op te zetten, dan is die meerwaarde niet vrijgesteld onder de landbouwvrijstelling. Of de grond ondernemingsvermogen kan blijven of verplicht naar privé moet (afrekenen over de niet vrijgestelde meerwaarde), hangt af van de feiten. Oppervlakte, duur, rest van de ondernemingsactiviteiten en ook de keuze van de ondernemer, mits die past binnen de kaders van de redelijk handelende ondernemer, zijn zo de elementen die tellen. Houd er rekening mee dat bij verplicht overgaan naar privé, moet worden afgerekend en de grond in box 3 komt. Dat kan flink nadelig uitpakken, dus breng dat van tevoren in kaart, je wilt niet over de contante waarde van de huuropbrengsten over een periode van 20 jaar ineens afrekenen en vervolgens box 3 aan je broek krijgen. Tenslotte moet die BV, waarvan je de huur ontvangt, nog maar eens zien de te overleven.

    Overigens, bij grond in een BV speelt dit minder, dus inbreng is misschien nog niet zo'n gekke optie, wel rekening houden met overdrachtsbelasting natuurlijk, wellicht bij de aanleg met BTW belast leveren dus. Bij verhuur opletten, optie belaste verhuur is juist … een optie. Zo voorkom je BTW-nadeel en cumulatie van overdrachtsbelasting en BTW.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook