Uitspraak Hoge Raad inzake niet-bezwaarmakers box 3 2017-2020 niet het einde van de zaak…?
26-06-2026Fiscale route afgesloten, civiele route mogelijk geopend
Door de uitspraak van de Hoge Raad van 25 juni 2026 is het fiscale traject voor niet-bezwaarmakers in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 in beginsel afgesloten. De Hoge Raad oordeelt dat zij geen recht hebben op ambtshalve vermindering van hun aanslagen, ook niet als achteraf blijkt dat zij meer belasting hebben betaald dan paste bij hun werkelijke rendement. Daarmee is de zaak echter niet zonder meer ten einde. Juist doordat nu duidelijk is dat het bestuurlijke en fiscale traject geen soelaas biedt, kan worden onderzocht of de Staat civielrechtelijk kan worden aangesproken wegens ongerechtvaardigde verrijking. Ook het verjaringsverweer is niet zonder meer beslissend: verdedigbaar is dat de civiele claim pas nu werkelijk actueel is geworden, omdat pas met deze uitspraak vaststaat dat de fiscale route is afgesloten.
Belasting over fictief rendement
Waar gaat dit over? In box 3 werd jarenlang belasting geheven over een fictief rendement. De Belastingdienst keek dus niet naar wat iemand echt had verdiend met spaargeld of beleggingen, maar rekende met een door de wet vastgesteld rendement. In het Kerst-arrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat dit stelsel in strijd kan zijn met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod als iemand in werkelijkheid minder rendement had behaald dan het forfaitaire rendement waarover belasting was geheven.
Wie bezwaar maakte, kreeg rechtsherstel
Voor mensen, die op tijd bezwaar hadden gemaakt, leidde dat tot rechtsherstel. Hun aanslag kon worden verminderd tot een heffing over het werkelijke rendement. Maar voor mensen, die geen bezwaar hadden gemaakt, ligt dat anders. De Hoge Raad oordeelde op 25 juni 2026 dat hun aanslagen definitief vaststonden. Volgens de Hoge Raad hadden zij bezwaar moeten maken als zij hun rechten wilden behouden. In overweging 4.1.4 ligt, kort gezegd, besloten dat niet-bezwaarmakers niet gelijk zijn aan bezwaarmakers, juist omdat de laatsten tijdig een procedurele stap hebben gezet.
De pijnlijke rechtsvraag
Dat oordeel is juridisch belangrijk, maar roept ook een principiële vraag op. Want stel dat iemand in 2017 tot en met 2020 aantoonbaar minder rendement heeft behaald dan het forfait. Dan heeft de Staat dus belasting ontvangen over inkomen dat er in werkelijkheid niet was. Bij een bezwaarmaker wordt dat hersteld. Bij een niet-bezwaarmaker houdt de Staat dat geld. De vraag is dan: is dat nog rechtmatig?
Rechtszekerheid of bescherming van de Staat?
De Hoge Raad beantwoordt die vraag binnen het fiscale systeem. Dat systeem kent termijnen. Wie niet op tijd bezwaar maakt, loopt het risico dat een aanslag definitief wordt. De Hoge Raad hecht daarbij aan rechtszekerheid en praktische uitvoerbaarheid. De Belastingdienst moet niet eindeloos oude aanslagen hoeven te heropenen.
Maar daarmee is de civiele vraag nog niet volledig beantwoord. In het burgerlijk recht bestaat namelijk het leerstuk van ongerechtvaardigde verrijking. Dat houdt eenvoudig gezegd in: wie ten koste van een ander rijker is geworden zonder goede rechtvaardiging, moet dat voordeel onder omstandigheden teruggeven. De Staat is hier rijker geworden doordat hij belasting heeft behouden die, gemeten naar het werkelijke rendement, te hoog was. De burger is armer geworden met hetzelfde bedrag. De kernvraag voor de civiele rechter wordt dan: vormt de definitieve aanslag voldoende rechtvaardiging voor dat voordeel, of wordt het beroep daarop in deze bijzondere situatie onaanvaardbaar?
Massaal bezwaar: burgers mochten afwachten
Daarbij speelt de massaal bezwaar context een rol. Veel burgers hebben niet zelf geprocedeerd omdat zij zagen dat de box 3-kwestie massaal speelde. Bovendien is door de Belastingdienst gecommuniceerd dat niet-bezwaarmakers zouden meedoen aan de massaal bezwaarplus-procedure en dat zij geen bezwaar of verzoek hoefden in te dienen. Voor een gewone burger kan dat de indruk hebben gewekt dat hij rustig de uitkomst kon afwachten, ook toen in 2016 de wet werd gewijzigd. Dat had tot gevolg dat ook bij massaal bezwaar altijd individueel bezwaar moest worden gemaakt om rechten te behouden. Voor een groot deel van de burgers is onvoldoende duidelijk geweest, dat zij voortaan bezwaar moesten maken ter behoud van rechten. De Staat heeft om voor de hand liggende redenen de verslechterde rechtspositie gebagatelliseerd, bij de parlementaire behandeling is zelfs aan de orde geweest dat er niets ten nadele voor de burger veranderde. Belastingdienst heeft nauwelijks voorgelicht dat niet bezwaar maken echt nadelig was, uiteraard met vooropgesteld motief dat geen slapende burgers wakker gemaakt moesten worden. Tegen deze achtergrond wringt het als de Staat later stelt dat burgers toch zelf bezwaar hadden moeten maken en de Hoge Raad daarin nog meegaat ook.
Civiele procedure is niet zo simpel *
Een civiele procedure zal niet eenvoudig zijn. De Staat zal zich beroepen op de zogeheten formele rechtskracht van de aanslagen: de aanslagen staan vast en moeten daarom als geldig worden behandeld. Ook zal de Staat stellen dat de Hoge Raad de kwestie al heeft beslist. Daartegenover staat het argument dat de civiele rechter niet wordt gevraagd de aanslag te verminderen, maar om te beoordelen of de Staat het te veel ontvangen bedrag mag behouden.
*Verjaring: discussiepunt, geen gelopen race
Ook verjaring zal een discussiepunt zijn. De Staat kan aanvoeren dat burgers al sinds het Kerst-arrest van 2021 wisten dat er mogelijk te veel box 3 was betaald. Daartegenover staat dat de overheid zelf een massaal bezwaarplus procedure heeft ingericht en burgers heeft laten weten dat zij daarop konden wachten. Pas op 25 juni 2026 is definitief duidelijk geworden dat de fiscale route voor niet-bezwaarmakers geen teruggaaf oplevert. Daarom is verdedigbaar dat een civiele vordering nu pas werkelijk opeisbaar of althans redelijkerwijs aan de orde is.
Proefprocedure
De uitspraak van de Hoge Raad is een harde klap voor niet-bezwaarmakers, maar niet noodzakelijk het laatste woord. Voor een proefprocedure bij de civiele rechter is vooral van belang dat de eiser kan aantonen dat zijn werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. De sterkste zaak is die van een gewone spaarder met duidelijke bankgegevens en weinig ingewikkelde beleggingen.
Niet het einde van de zaak
De kern van de zaak blijft eenvoudig: mag de Staat belasting houden waarvan achteraf vaststaat dat die bij tijdig bezwaar niet verschuldigd zou zijn geweest? De Hoge Raad heeft binnen het fiscale spoor "ja" gezegd. De civiele rechter kan worden gevraagd of dat ook naar burgerlijk recht en naar het eigendomsrecht aanvaardbaar is. De onderliggende rechtsvraag is of en in hoeverre het EVRM het met terugwerkende kracht via het fiscale- bestuursrechtelijke frame toelaat tegenover de bescherming van eigendom. Ook de Grondwet gaat een rol spelen, met name de artikelen 104, 93 en 94. Het arrest van 25 juni 2026 hoeft niet het einde van de zaak te zijn, dat neemt niet weg dat het droevig is dat belastingplichtigen, die ten onrechte hebben betaald, massaal door moeten gaan met procederen. Het maakt de acceptatie van burgers van welke vermogensbelasting dan ook steeds minder kansrijk.
Laatste nieuws
- Uitspraak Hoge Raad inzake niet-bezwaarmakers box 3 2017-2020 niet het einde van de zaak…? Door Wijnkamp Keulers op 26-06-2026 Lees verder
- Kennisgroepstandpunt inzake vervroegd aflossen door langstlevende ouder kan een schenking inhouden... betwistbaar Door Wijnkamp Keulers op 25-06-2026 Lees verder
- Ingrepen in de AOW raken vooral leeftijdsgroep 67 jaar en jonger, strijd met EVRM? Door Wijnkamp Keulers op 16-01-2026 Lees verder
- Pacht in beweging, box 3 onder spanning: wat betekent dit voor de particuliere verpachter van landbouwgrond? Door Wijnkamp Keulers op 24-12-2025 Lees verder




