Header achtergrond
Header achtergrond

DGA met pensioen in eigen beheer, het gaat veranderen !

16-09-2016

Er zijn nogal wat directeuren-grootaandeelhouders, die de aftrek van winst voor de vennootschapsbelasting maximaal hebben toegepast en nu opgescheept zitten met een pensioen in eigen beheer, dat niet uitbetaald zal kunnen worden. De waarde in het economisch verkeer van de verplichting is veel hoger dan de fiscale voorziening en bij nogal wat BV’s is zelfs een negatief eigen vermogen aan de orde. Tegenover de verplichting van de BV staat het recht van de DGA, er is in fiscaal opzicht een groot verschil in waarde, het recht is veel meer waard dan dat als verplichting is opgenomen. Bij rechttrekken van de verschillen ligt de fiscus dwars, er dreigt dan een belastingclaim van 72% over de waarde van het recht. Dat kan zo maar vele tonnen aan te betalen belasting betekenen, te betalen door een DGA die nogal eens ridder te voet blijkt te zijn. Er gebeurt dus niets uit angst voor afkoop en 72% IB. Om uit deze vastgeroeste situatie te kunnen komen, zijn er plannen om de regels over het pensioen in eigen beheer (PEB) te gaan aanpassen. De eerste indrukken zijn dat de voorstellen niet ver genoeg gaan om het probleem op te lossen.

Het pensioen in eigen beheer was een speeltuin voor nogal wat accountants en pensioen- adviseurs, het leek een loterij zonder nieten. Dikke aftrekposten, zelfs over uitgesteld salaris, leeftijdsterugstelling, marktrente versus rekenrente en AOW franchise, het is allemaal aan de rechter voorgelegd maar na overwinningen volgde razendsnel reparatie van de wetgeving. Dat heeft de regelgeving uiterst ingewikkeld en onoverzichtelijk gemaakt, naar nu steeds meer blijkt, in het nadeel van de DGA.

Bij pensioen in eigen beheer heeft de Belastingdienst een machtig wapen in handen, afwijking van de fiscaal toegelaten weg betekent afkoop, dus ineens belasten van de gehele pensioen verplichting, althans de geconstateerde opgeëiste rechten. Dat wapen, afkoop constateren en in een klap belasten, althans dreigen ermee, is door de Belastingdienst volop ingezet om het pensioen in eigen beheer te ontmoedigen. Zelfs bij zeer geringe overschrijding van de regelgeving wordt al met afkoop gedreigd. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft steeds meer regelgeving opgesteld en uitvoering naar zich toegetrokken, de facto met als doel om het PEB onmogelijk te maken. De belastingclaims gaan inmiddels ver het genoten fiscale voordeel te boven.

Met het toeslaan van de crisis en de sedertdien uiterst lage rentestanden zijn veel BV’s met beleggingen en een fiscale pensioenvoorziening in de problemen gekomen. De verplichtingen zijn veel groter dan dat er geld in de BV’s zit of zal komen. Pensioenbrieven, die de maximale aftrek van de winst voor de vennootschapsbelasting regelden, leveren verplichtingen op aan de DGA die nooit meer zijn na te komen. Voor de hand zou liggen dat de DGA afstand doet (van een deel) van zijn rechten, maar dan komt hij de fiscus (CAP) tegen. Die constateert dan “afkoop” met als gevolg heffing ineens over de gehele commerciële waarde van de pensioenrechten voor de DGA. Als het ware dus uitbetaling van het gehele bedrag ineens belast tegen 52% en 20% boete (revisierente). De fiscale reserve wordt in veel gevallen met tonnen verhoogd en over het geheel is dan 72% verschuldigd. De dreiging van het CAP alleen al maakt dat DGA’s wel uitkijken om ook maar iets met die pensioenregeling te doen. En het wordt nog erger. Want als de DGA een hoge rekening-courantschuld heeft, ook zo’n speeltje van veel DGA’s, salaris lekker laag en lenen van de BV, dan is dat op zich al aanleiding om “afkoop” te vrezen.
Dat zit dus zo vast als een huis bij veel DGA’s, zij hebben een BV, die hen als een molensteen om de nek hangt en erger, vrouw en kinderen kunnen na overlijden van de DGA met fikse belastingclaims worden geconfronteerd en een hoop gedoe met de accountant en de fiscus.

Staatssecretaris Wiebes heeft nu voorstellen gedaan om hier uit te komen. De verplichting of het recht van de DGA mag fiscaal neutraal worden afgestempeld tot de waarde van de fiscale reserve (voorziening). Let wel, de echtgenoot of partner moet wel akkoord gaan, dus dat kan nog wel even een puntje zijn. Na de afstempeling mag worden afgekocht met een korting. Waardoor in 2017 de te betalen belasting op 34% komt, in 2018 39% en in 2019 en 41,86%. Het afgestempelde bedrag mag ook in de BV blijven, verdere opbouw is dan niet meer mogelijk. Afkoop ook tegen deze korting zal voor velen niet haalbaar zijn en afstempelen en bevriezen stelt het probleem uit, lost het niet op.

Als eerste aanzet is het een begin, het is echter nog niet zeker of het allemaal doorgaat. Wat wel duidelijk is, is dat de BV van veel DGA’s onderhoud behoeft. De traditionele structuren blijken nadelen te hebben nu veel DGA babyboomers de pensionado fase ingaan. Onderneem tijdig actie, want geld op en belasting moeten betalen, is voor een DGA zelf al heel vervelend, voor erfgenamen is het een drama.

Laatste nieuws

  • Verklaring naleven voorwaarden NOW eerste ronde door deskundige, stevige eisen … zoek bijstand! Door Wijnkamp Keulers op 12-10-2020

    Vanaf 7 oktober neemt het UWV de (definitieve) subsidieaanvragen in behandeling voor de eerste NOW-ronde, over de periode maart tot juni. Werkgevers, die in een periode van 3 aaneengesloten maanden, een omzetverlies van minimaal 20% hadden, hebben toen een voorschot op de loonkosten gekregen van 80%. Als nu toch blijkt dat de omzetdaling minder groot is moet een deel weer terug worden betaald. Daarbovenop komt een boete als de loonsom toch is gedaald.

    Bij voorschotten onder de € 20.000 vinden nu al steekproefsgewijs controles plaats. Voor grotere voorschotten zal nu een definitieve subsidieaanvraag gedaan moeten worden. De ondernemers krijgen nu 24 of 38 weken om hun definitieve aanvraag in te dienen en het UWV krijgt een jaar om ze af te handelen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een formulier met verklaringen van (onafhankelijke) deskundigen, zoals boekhouders en fiscalisten. Bij voorschotten van € 100.000 of meer dan wel een subsidie aanvraag van € 125.000 of meer of als sprake is van de zogenaamde werkmaatschappij-regeling, moet een accountant de verklaring geven.

    Deskundigen, zoals accountants en belastingkundigen, zullen dus verklaringen moeten afleggen voor hun klanten, die NOW in de Eerste tijdelijke maatregel hebben aangevraagd. Er is een standaardformulier dat moet worden ingevuld door de deskundige. De vragen zijn veelomvattend, gaan over onderbouwing van omzetvermindering en de inrichting van de administratie en over de oorzaak van mindere omzet. Het hemd wordt van het lijf gevraagd, op grootboek-mutatie niveau moet worden gecontroleerd en in een apart dossier worden vastgelegd.

    De accountant krijgt voor bedragen boven de € 100.000 een forse verantwoordelijkheid, de accountant zal er niet aan ontkomen om uiterst omzichtig zijn eigen aansprakelijkheid in aanmerking te nemen en te houden. Half of onjuist beantwoorden van vragen zal niet aan de de orde kunnen zijn.

    Gegeven de vragen op het formulier verwachten wij nogal wat gebakkelei en mogelijke geschilpunten tussen cliënt en accountant. Ondernemers ,die het idee hebben dat de accountant in hun belang wel soepel met de regels zal omgaan, zullen teleurgesteld worden. De accountant staat onder streng toezicht, hij heeft meldingsplicht bij ook maar de geringste onregelmatigheid.

    Wij raden aan om, voordat de accountant wordt geraadpleegd, zelf al de gegevens voor het formulier voor te bereiden, des te beter voorbereid, des sneller de accountantsverklaring kan worden gegeven. Voorbereiding door een andere deskundige dan de controlerend accountant is zeer aan te raden. Wij kunnen u bijstaan.

    Lees verder
  • Transitievergoedingen, al in 2020 reserve of voorziening vormen voor toekomstige verplichtingen werkgever? Door Wijnkamp Keulers op 09-10-2020

    Per 1 januari 2020 is de opbouw en hoogte van de transitievergoeding gewijzigd. De transitievergoeding is teruggebracht naar een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bovendien ontstaat het recht op een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever al vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

    Voorheen was pas bij een dienstverband van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding is nu gelijk. 50-plussers en werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst waren, zijn hun voordeel per 1 januari 2020 kwijt geraakt.

    Er is dus enerzijds meer duidelijkheid over de opbouw en tegelijkertijd ook meer zekerheid dat de werkgever zal moeten betalen. Eigenlijk is alleen bij ontslag nemen door de werknemer, geen sprake van verplichtingen voor een werkgever, dat zal bij oudere wat minder mobiele werknemers niet zo snel gebeuren. Het Ministerie van Financiën heeft bij Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344, al enige ruimte aangegeven.
    Belangrijk is dat er aan drie eisen moet worden voldaan. De "oorsprongeis", de "toerekeningseis" en de "zekerheidseis". De feiten en omstandigheden moeten zich voor de betreffende balansdatum hebben voorgedaan en er moet een mate van zekerheid zijn dat de kosten moeten worden gemaakt. De vraag is nu wanneer transitievergoedingen als kosten in aftrek mogen komen. Het lijkt erop dat nu sprake is van een gelijke en gelijkmatige opbouw, vooral bij oudere of minder geschoolde werknemers een voorziening mag worden getroffen. Omdat in het algemeen de Belastingdienst zich verzet tegen inhalen is het zaak om al voor 2020 een onderzoek naar de mogelijkheden te doen. Waren er al in 2019 verplichtingen, dan zullen ook die in voorkomende gevallen ten laste van het resultaat in aanmerking genomen kunnen worden.

    Lees verder
  • Fiscale mogelijkheden in verband met Corona Door Wijnkamp Keulers op 06-10-2020

    Ook in fiscaal opzicht worden ondernemers gesteund. We geven een paar mogelijkheden, we merken dat veel ondernemers nog terughoudend zijn, er is nog veel meer. Let wel op de voorwaarden, niet marchanderen, want anders komt u van een koude kermis thuis.

    1. Verlaging gebruikelijk loon DGA
    Dit mag evenredig met omzetdaling ten opzichte van 2019 in 2020 worden verlaagd. Wordt meer betaald, dan geldt het meerdere loon, ook mag niet meer dividend of in rekening courant worden geleend ter compensatie van het lagere loon.

    2. Vergroting vrije ruimte loonheffingen
    De vrije ruimte is verhoogd van 1,7% naar 3% in de meeste gevallen. Let bij vergoedingen ook op de vrijstellingen die er zijn. Er kunnen dus meer onbelaste attenties naar het personeel plaatsvinden.

    3. Verliesreserve
    Hebt u winst gemaakt in 2019 en verwacht u verlies in 2020, dan mag onder voorwaarden een reserve ten laste van de winst in 2019 worden gevormd.

    Lees verder
  • Overdrachtsbelasting woningen, toch flinke aanscherping Door Wijnkamp Keulers op 05-10-2020

    De overdrachtsbelasting voor starters gaat naar 0%, goed nieuws voor kopers van woningen, die jonger zijn dan 35 en hun eerste huis kopen. Wat minder aandacht krijgt, is dat voor diegenen, die niet zelf hun huis gaan bewonen, 8% op de loer ligt.

    In de huidige regeling geldt 2% voor "woningen" en dat criterium wordt min of meer naar spraakgebruik ingevuld. Alles dat dienstbaar is aan een "woning" zoals erf, tuin, garage en zelfs een terrein dat uiteindelijk bestemd is voor woningbouw valt onder 2%, tenzij sprake is van een zogenaamd bouwterrein, dan is er BTW verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

    De nieuwe eigenaar moet in de woning gaan "wonen", het moet als "hoofdverblijf" gaan dienen. Het lijkt erop de nieuwe woning het woonadres in de basisregistratie personen moet zijn, hoe lang dat is niet duidelijk. Vakantiewoningen vallen er dus buiten, daarvoor gaat 8% gelden, ook voor beleggingspanden die worden verhuurd. Voor een "pied-a-terre" dreigt eveneens 8%. Al met al is inclusief "jubelton" voor starters 0% overdrachtsbelasting een mooie regeling. De uitvoering zou wel eens een verdere "vervuiling" van de gemeentelijke basisadministratie tot gevolg kunnen hebben.

    Lees verder
  • Teeltpacht niet (tijdig) geregistreerd bij de Grondkamer en dan? Het boek is nog niet dicht Door Wijnkamp Keulers op 08-09-2020

    Aan het sluiten van teeltpachtovereenkomst conform de bepalingen in de pachttitel zijn voorwaarden verbonden. Zo moet een dergelijke overeenkomst binnen twee maanden na het aangaan geregistreerd worden bij de grondkamer. Gebeurt dit niet, dan wordt de overeenkomst aangemerkt als een reguliere overeenkomst. Zo heeft de pachtkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden in 2019 beslist. De verpachter kon zich niet vinden in dit oordeel en heeft beroep in cassatie ingesteld.

    Cassatie

    In cassatie is door de verpachter onder meer geklaagd dat door het hof teveel waarde is gehecht aan het registratievereiste en dat het niet tijdig registreren van de overeenkomst niet tot gevolg heeft dat geen sprake zou zijn van een teeltpachtovereenkomst, wanneer de pachter door dat niet, althans niet tijdig, registreren in geen enkel belang wordt geschaad.

    Conclusie in cassatie

    Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad in de procedure geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. In het merendeel van de cassatiezaken wordt het advies (conclusie) van de AG gevolgd.

    Registratievereiste

    In de conclusie verwijst de AG naar de ontstaansgeschiedenis van onder meer artikel 70f lid 1 Pachtwet (oud) (teeltpacht). Naar de mening van de AG heeft de wetgever de bedoeling gehad om het registratievereiste als bestaansvoorwaarde voor teeltpacht, voor zover ook aan de overige voorwaarden is voldaan, aan te merken. De tijdige registratie is door de wetgever van belang geacht, mede ter rechtvaardiging van de uitzondering op de pachtbescherming van de reguliere pacht.

    Ook in de literatuur bestaat er geen twijfel over, is een teeltpachtovereenkomst niet tijdig ter registratie aangeboden, dan kan er van een teeltpachtovereenkomst geen sprake zijn. Niet tijdige inzending heeft tot gevolg dat de overeenkomst als een reguliere pachtovereenkomst heeft te gelden, niet alleen onder de Pachtwet (oud), maar ook onder de huidige bepalingen in artikel 7: 396 BW.

    Eenmalige pacht?

    Als partijen de bedoeling hebben gehad een teeltpachtovereenkomst te sluiten, is de overeenkomst, naar de mening van de AG, niet als eenmalige pachtovereenkomst aan te merken, wanneer niet aan de voorwaarden van teeltpacht is voldaan.

    Tot slot

    Hoe de Hoge Raad over deze zaak oordeelt, is nog niet bekend. Voor de praktijk niet onbelangrijk, aangezien er kennelijk toch niet altijd tot registratie wordt overgegaan bij teeltpacht. Dit kan, zoals is gebleken, vervelende gevolgen hebben. Naar verwachting zal medio november 2020 arrest volgen. Wordt dus vervolgd.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook