Btw-verlegging bij agrarisch loonwerk: BTW verlegd of gewoon facturen met BTW blijven hanteren?
03-09-2026Sinds 16 april 2026 hanteert de Belastingdienst een nieuw standpunt over de btw-verleggingsregeling bij agrarisch loonwerk. Voor onder-aannemers van loonwerk geldt dat er geen BTW op de factuur vermeld mag worden, maar "BTW verlegd" moet worden vermeld. Vooral de positie van partijen in de keten is beslissend, regulier aanneming van werk blijft ongewijzigd, bij onder-aanneming is het oppassen.
Nieuw Kennisgroepstandpunt sinds 16 april 2026
In Kennisgroepstandpunt KG:210:2026:2 stelt de Belastingdienst dat de verleggingsregeling kan gelden voor agrarische loonwerkzaamheden die in onderaanneming worden uitgevoerd. Genoemd worden onder meer toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten en het schoonspuiten en krijten van kassen. De Kennisgroep beschouwt gewassen in de volle grond samen met de grond als onroerend en ziet deze werkzaamheden als fysieke werkzaamheden aan een onroerende zaak.
Wat zegt de wettelijke regeling?
De hoofdregel van artikel 12 Wet op de omzetbelasting 1968 is dat de ondernemer die de prestatie verricht de btw verschuldigd is. Artikel 12, vijfde lid, maakt daarop een uitzondering mogelijk. Voor onderaanneming is deze uitzondering uitgewerkt in artikel 24b Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
Artikel 24b ziet op de aannemer die een werk van stoffelijke aard aan onroerende zaken of schepen uitvoert en op de onderaannemer die zo'n werk geheel of gedeeltelijk voor hem uitvoert. De onderaannemer verlegt de btw naar de aannemer. Besteedt hij zelf weer werk uit, dan geldt hij tegenover zijn eigen onderaannemer als aannemer. De verlegging kan dus door meerdere schakels lopen. Ook een eigenbouwende boer of tuinder wordt met een aannemer gelijkgesteld.
De wet kent uitzonderingen. De regeling geldt onder meer niet wanneer het werk geheel of grotendeels op de vestigingsplaats van de onderaannemer wordt uitgevoerd of wanneer de werkzaamheden ondergeschikt zijn aan de verkoop van een bestaande zaak.
Tuinder of landbouwer: meestal een factuur mét btw
Schakelt een tuinder of landbouwer rechtstreeks een loonwerkbedrijf in en is hij slechts opdrachtgever, dan factureert het loonwerkbedrijf in beginsel gewoon mét btw. Artikel 24b werkt primair in de verhouding tussen onderaannemer en aannemer.
Dat kan anders zijn wanneer de agrarisch ondernemer zelf als eigenbouwer kwalificeert. Daarvoor is meer nodig dan het feit dat het werk op het eigen bedrijf wordt verricht; de technische en organisatorische rol is bepalend. Een rechtstreeks aan een tuinder of landbouwer gerichte factuur met “btw verlegd” moet daarom niet automatisch worden geaccepteerd.
Hetzelfde geldt voor een landbouwer die loonwerk voor een buurman verricht. Werkt hij rechtstreeks voor die buurman als gewone opdrachtgever, dan is normale btw in beginsel de hoofdregel. Verricht hij daarentegen als ZZP'er (onderaannemer) een deel van een door een loonwerkbedrijf aangenomen werk, dan kan verlegging wel aan de orde zijn.
Loonwerker en ZZP’er: verlegging kan door de keten lopen
Een ZZP-loonwerker, die voor een loonwerkbedrijf een deel van het in KG:210:2026:2 bedoelde werk uitvoert, moet volgens de Belastingdienst de btw verleggen. Dat een ZZP'er met een eigen trekker, machine of werktuig werkt, verhindert dit op zichzelf niet. Beslissend is of hij daadwerkelijk een deel van het werk in onderaanneming uitvoert. Zuivere verhuur van een machine zonder uitvoering van het werk moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Juridische spanning tussen de standpunten van 2025 en 2026
Opvallend is dat KG:210:2026:2 niet goed aansluit op het nog gepubliceerde KG:210:2025:11. In 2025 stelde dezelfde Kennisgroep uitdrukkelijk dat de verleggingsregeling van artikel 24b beperkt is tot bouw, metaalconstructiebouw voor onroerende constructies en scheepsbouw. In 2026 wordt agrarisch loonwerk in onderaanneming daarentegen wel onder de regeling gebracht, zonder dat die eerdere sectorbeperking expliciet wordt ingetrokken.
Het nieuwe standpunt beroept zich op een ruime uitleg van “werk van stoffelijke aard”, beleid voor hoveniers en schoonmaakbedrijven en artikel 199 Btw-richtlijn. Dat artikel noemt bouwwerkzaamheden, waaronder herstel, schoonmaak, onderhoud, aanpassing en sloop van onroerend goed. Of normale teelt-, oogst- en jaarlijkse grondbewerkingswerkzaamheden daar steeds onder vallen, is juridisch niet vanzelfsprekend.
Praktisch advies: volg het standpunt, maar leg het voorbehoud vast
Zolang KG:210:2026:2 als gepubliceerd standpunt geldt, adviseren wij in feitelijk passende onderaannemingssituaties de verleggingsregeling in beginsel te volgen. Een Kennisgroepstandpunt vormt volgens de Belastingdienst een vaste gedragslijn en is bindend voor de inspecteur. Volgen daarvan is daarom praktisch de veiligste route, met behoud van het juridische voorbehoud.
Bij verlegging vermeldt de leverancier geen btw-bedrag, maar “btw verlegd” en het btw-identificatienummer van de afnemer. De leverancier neemt de omzet op in rubriek 1e. De afnemer geeft de verlegde btw aan in rubriek 2a en kan deze, voor zover aftrekgerechtigd, in rubriek 5b als voorbelasting aftrekken.
Indien de verleggingsregeling verplicht van toepassing was maar er is toch met BTW gefactureerd door de onderaannemer dan kan de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor niet afgedragen BTW. Want:
• de hoofdaannemer had eigenlijk de verlegde btw moeten aangeven;
• de door de ZZP'er gefactureerde btw kan door de Belastingdienst als ten onrechte in rekening gebrachte btw worden beschouwd;
• daardoor kan de aftrek van voorbelasting worden geweigerd.
In dat geval kan de Belastingdienst alsnog naheffen bij de hoofdaannemer voor de btw die had moeten worden verlegd, eventueel vermeerderd met rente.
In de praktijk wordt meestal gekeken of de schatkist schade heeft geleden. Als:
• de ZZP'er de btw heeft afgedragen; én
• de hoofdaannemer volledig aftrekgerechtigd is,
dan ontstaat materieel geen belastingverlies. Dat vermindert vaak het feitelijke risico, maar wettelijk blijft de facturering onjuist. Eigenlijk moet de accountant in zo'n geval overwegen of een post "te betalen BTW" in de jaarrekening voor IB en VpB moet worden opgenomen, dat hangt af van het verhaal dat de opdrachtgever aan de fiscus biedt.
Leg daarom per opdracht vast wie aannemer en onderaannemer is, welke werkzaamheden worden uitgevoerd en waarom wel of niet wordt verlegd. Bij teelt in steenwol, substraat, potten of goten, beperkte btw-aftrek, machineverhuur, rechtstreekse facturering aan de agrariër en twijfel over eigenbouwerschap is afzonderlijke beoordeling verstandig. Voor tijdvakken vóór 16 april 2026 kan niet zonder meer op het nieuwe Kennisgroep-standpunt worden teruggevallen.
Bronnen
• KG:210:2026:2, Reikwijdte verleggingsregeling; loonwerk, Belastingdienst, 16 april 2026.
• KG:210:2025:11, Reikwijdte verleggingsregeling, Belastingdienst, 20 juni 2025.
• KG:206:2024:2, Kennisgroepstandpunten en (nieuw) beleid, Belastingdienst, 5 november 2024.
• Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 12, in het bijzonder lid 5.
• Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, artikel 24b.
• Btw-richtlijn 2006/112/EG, artikel 199.
• Belastingdienst, Rolverdeling bij onderaanneming en personeel uitlenen en toelichting btw-aangifte.
Laatste nieuws
- Btw-verlegging bij agrarisch loonwerk: BTW verlegd of gewoon facturen met BTW blijven hanteren? Door Wijnkamp Keulers op 03-09-2026 Lees verder
- Advocaat-generaal bij de Hoge Raad slaat de plank mis bij beoordeling overname Fagoed-financiering Door Wijnkamp Keulers op 27-07-2026 Lees verder
- Arrest Hoge Raad inzake niet-bezwaarmakers box 3 2017-2020 niet het einde van de zaak…? Door Wijnkamp Keulers op 26-06-2026 Lees verder
- Kennisgroepstandpunt van Belastingdienst inzake vervroegd aflossen door langstlevende ouder kan een schenking inhouden... betwistbaar Door Wijnkamp Keulers op 25-06-2026 Lees verder
- Ingrepen in de AOW raken vooral leeftijdsgroep 67 jaar en jonger, strijd met EVRM? Door Wijnkamp Keulers op 16-01-2026 Lees verder




